Koren- en pelmolen De Welkomst

Vrijdag 20 april 1888 barstte boven delen van Fryslân een hevig onweer los. Op verschillende plaatsen in de provincie sloeg de bliksem in. In Minnertsga sloeg de bliksem in op de koren- en pelmolen De Welkomst. De gehele molen en de opslag met het aanwezige graan en losse goederen brandde tot de grond toe af. Willem de Koning (1889-1950) was toen eigenaar van de molen. Dat zal ongetwijfeld een grote strop voor hem geweest zijn. Wat moet een molenaar zonder molen? In het voorjaar van 1890 is een molen van Leeuwarden overgeplaatst naar Minnertsga om daar de plaats in te nemen van zijn voorganger. Jan de Beer: “In de herfst van hetzelfde jaar was de molen al maalvaardig. De zolders bestonden eerst uit wat losse planken, maar de stenen snelden weer rond. Molenaar Willem Koning had het bedrijfje uitgerust met twee koppels pelstenen, twee koppels maalstenen (zestienders en dertientienders), een schoningsinrichting en een gortbuil.” In 1910 ging de molen over in handen van Mechiel Derks Knol. Hij was al een bejaarde man. De zaken gingen niet zo best en na 1920 kwam de molen stil te staan met één roede. Het einde was nabij. Toch zou de molen nog laten zien wat hij waard was. De slechte dertiger jaren braken aan. De graanprijzen werden abnormaal laag en menig gemengd bedrijf voerde toen met zelf verbouwd graan. De molen werd destijds gehuurd door Sieds Hogerhuis, een voormalig molenaarsknecht. Vele jaren had hij de molen De Welkomst op ’t Hoekje bij St. Jacobiparochie bemalen, waarna hij bij Hallum de sterke, zwaargebouwde koren- en pelmolen van Sytsma bediende. De molen van Minnertsga stond met één roede. Een tweede roede was eigenlijk noodzakelijk. Daarom kocht de weinig kapitaalkrachtige Sieds Hogerhuis een roede van de in 1927 afgebroken Hallumer molen. De molen leek weer compleet, maar toch kreeg de windmolen niet het onderhoud dat hem toekwam. De zelfzwichtroede was niet op de normale manier achter bij de staart te bedienen, maar met behulp van een touwtje en een klosje op het eind van de roede kon Hogerhuis de kleppen open en dicht trekken. Ook de windpeluw werd er niet beter op. Het gevolg was dat de as verzakte en het bovenwiel en de bovenbonkelaar, die beide uit conisch werk bestonden, te diep in elkaar grepen. “De kammen kraaien het soms uit”, vertelde Hogerhuis. “Ik heb de zaag toen maar genomen en van elke kam een stukje afgezaagd.” “Het was een paardenmiddel, maar natuurlijk niet de oplossing. Maar wat wilde je als je krap bij kas zat”, aldus Hogerhuis. De molen draaide in ieder geval weer. Als er enige tijd stil weer was geweest en er kwam een behoorlijk windje aan, dan kon het gebeuren dat Hogerhuis zijn familieleden optrommelde. Dan werkten ze soms met een man of vier tot diep in de nacht door om de achterstand weer in te halen. Toen in 1928 koren- en pelmolen De Hoop in St. Jacobiparochie door een storm werd verwoest, liet molenaar Cornelis (Kees) Piebes van Rosendal zijn […]
In de hof van meester Casper Wetterauw

In het verhaal over ds. Flesch, de beheerde jood die in Minnertsga voorganger van Christelijke Afgescheiden gemeente was, ging het ook over het familiedrama op zondag 23 juni 1854. Drie kinderen van ds. Flesch kregen die avond vergiftigingsverschijnselen waardoor twee kinderen kort na elkaar overleden en de andere ter nauwer nood aan de dood kon ontsnappen. Het familiedrama kwam in de kranten te staan. De Leydse courant van 2 augustus 1854 schreef het volgende: ‘Een drietal kinderen van den Heer Flesch te Minnertsga werden in den nacht van Zondag op Maandag hevig ongesteld, zoodat de geneesheer, die geroepen werd, verklaarde, dat zij blijkbaar iets vergiftigst moesten hebben genuttigd, waarvan niemand echter eenige verklaring wist te geven. De ongesteldheid nam zoodanig toe, dat reeds den volgende morgen twee van hen, een jongentje van 7, en een van 14 jaren oud, onder hevigste smarten bezweken; het derde broertje geraakte gelukkig aan het braken, en verkreeg daarna eenige bewustheid terug, zoodat men uit de uitgeworpene zelfstandigheden en uit verklaring des knaaps de oorzaak gewaar werd: en deze was, dat de kinderen Zondag middag in den tuin des onderwijzers de vrucht van een aldaar zich bevindend zoogenaamd peperboomje hadden genuttigd.’ De drie kinderen waar het hier over gaat waren: Johannes Salomons, Mozes Salomons en Joshua. In tegenstelling wat de krant meldde, zijn de 7-jarige Johannes en de 14-jarige Mozes niet in den nacht van zondag op maandag overleden, maar nog diezelfde zondagavond. Johannes overleed ‘des avonds ten ruim acht ure’ en Mozes overleed ‘des avonds negen ure’, zo vermelden de overlijdensakten. De beide kinderen zijn op vrijdag de 28e in één graf begraven op het kerkhof van Minnertsga op rij 71 nummer 7. Wie was die onderwijzer? In die tijd wat Casper Klazes Wetterauw dé (hoofd)onderwijzer van Minnertsga. Hij is in 1803 aangesteld en in 1808 zaten er ongeveer 60 leerlingen op zijn school. Die school stond op de plaatst waar nu de ‘Ald skoalle’ staat. Op het kadastrale kaartje is te zien dat het schoolhuis ten zuiden van de school stond, want het nummer 464 was de school en nummer 465a was het schoolhuis. De school werd vroeger door de kerk gefinancierd en het schoolgebouw en schoolhuis waren dan ook eigendom van de Kerkvoogdij van Minnertsga. Het schoolonderwijs was toen nog niet gescheiden in openbaar onderwijs en bijzonder (christelijk) onderwijs. Nee, er was toen alleen onderwijs op christelijke basis. Vandaar dat meester Wetterauw, naast het geven van onderwijs, ook de rol van voorzanger had in de kerk. Hij was een persoon van aanzien in het dorp. Hij heeft veel Minnertsgaasters geholpen bij moeilijke (administratieve)zaken zoals assisteren bij de gang naar de notaris voor een testament, aan- of verkoop van onroerend goed en dergelijke. Waar stond het peperboomje? Meester Wetterauw woonde in het schoolhuis dat toen aan de rand van het dorp stond, want de huizen op de kadastrale kaart aan de noord- en zuidzijde van de kerk waren de laatsten van de dorpskern. Het vak op de kaart met nummer 466, was de […]
Bekeerde jood op kansel Christelijke Afgescheiden Gemeente

Op deze website staat nu ook een tijdlijn Kerk & geloof. Naar aanleiding daarvan attendeerde Auke Ykema, secretaris van de Oudheidkundige Vereniging Barradeel, mij op een artikel uit de Leydse Courant van augustus 1854 dat over een trieste gebeurtenis ging in het gezin van ds. Flesch. Dat domineesgezin woonde van april tot en met september 1854 Minnertsga. Auke stuurde ook een afbeelding mee van deze dominee en via Google had hij al gezien het leven van deze man een veelbewogen leven was. Wie was deze ds. Flesch? In Minnertsga stond al sinds 1812 ds. Outhuys als predikant van de Hervormde Kerk. Van hem is bekend dat hij rechtzinnig was. Hij mocht Willem Bilderdijk, geschied- en taalkundige, dichter en advocaat tot zijn vriendenkring rekenen met wie hij ook correspondeerde. Ook was hij een vredelievend man. Ieder jaar, 23 jaar lang, heeft hij volgens de kerkeraadsnotulen verslag gedaan van de huisbezoeken met dezelfde woorden: “Er waren in de gemeente geen ergernissen; liefde en eendracht heerste onder de broederen”. Wellicht mag worden betwijfeld of dat laatste altijd het geval is geweest, want het is vrijwel zeker dat sommigen van zijn gemeenteleden hem toch niet ‘zwaar’ genoeg vonden. Die hielden huissamenkomsten, waarin Sjoerd Cornelis Kattje, ook een gemeentelid van ds. Outhuys en huisschilder van beroep, al vanaf 1830 regelmatig als ‘oefenaar’ optrad. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat op 1 december 1835 een aantal gemeenteleden de Hervormde kerkgemeenschap verlieten en overgingen naar de Christelijke Afgescheiden gemeente. Dominee Outhuys was in januari van dat jaar overleden en heeft dus de afscheiding niet meer meegemaakt. Na het vertrek van ds. W.J. Schuringa (januari 1843 – februari 1844) van de Christelijk Afgescheiden Gemeente, is de kerkgemeenschap jarenlang vacant geweest. Zelf het Avondmaal werd lange tijd niet gevierd. Pas in januari 1854 beriep de kerkelijke gemeente de bekeerde jood ds. Salomon Mozes Flesch. Ds. Flesch zijn standplaats was Edam waar hij toen al een zeer bewogen kerkelijk verleden had. Volgens de auteur dr. J.J. Bouman, die over het turbulente leven van ds. Flesch heeft geschreven, is Jan Frederik Akkerboom, winkelier in Edam, de aanleiding geweest dat ds. Flesch door de kerkgemeenschap in Minnertsga zou worden beroepen. Auteur Bouman legt de link met het feit dat Akkerboom getrouwd was met Trijntje Wijnalda die volgens hem afkomstig was van Minnertsga, maar dat is niet juist. Trijntje is geboren in Harlingen en woonde daar ook toen zij trouwde. Binnen de Afgescheiden kerkgemeenschap in Minnertsga waren wel Wijnalda’s actief, maar een directe familierelatie met Trijntje Wijnalda heb ik nog niet kunnen ontdekken, hoewel, de Minnertsgaasters Wijnalda’s komen van oorsprong wel uit Harlingen. Om precies te zijn was de kerkeraad op 15 januari 1854 in vergadering bijeen toen overwogen werd ds. Flesch te beroepen. In die vergadering was ook Jan Obbes Wijnalda aanwezig die in Harlingen geboren was. Mogelijk dat die familie was van Trijntje Wijnalda en dat de link was tussen Minnertsga en Edam. Op 30 januari 1854 werd ds. Flesch met algemene stemmen als predikant beroepen en tevens besloot men: […]
Durk Sijes-pôle, Hearewei 15

In het begin van de jaren ’80 heb ik een paar keer een bezoek gebracht aan Eva Vogel-Zoodsma die toen op de hoek van de Tsjerkestrjitte woonde tegenover het transformatorhuisje. Ik was daar toen bij haar om wat meer te weten te komen over de familie Zoodsma. Zij vertelde haarschep hoe de familie in elkaar zat en wie wie was, compleet met geboorte- trouw- en overlijdensdata er bij. Zij was een ‘lopend archief’. Wat wist die vrouw veel! Toen viel ook de naam Durk Sijes-pôle en hoe de familie Zoodsma daarmee verknocht was. Op ‘e pôle woonden toen Zoodsma’s en die wonen er nu nog. Jan en Minke Zoodsma wonen er sinds 1990 en van hen kreeg ik informatie en prachtige foto’s van Durk Sijes-pôle die een overzichtelijk verhaal geven over de historische locatie aan de Hearewei 15 in Minnertsga. De Zoodsma-familie is in de loop der jaren uitgeroeid tot een flinke stamboom en het mooie ervan is dat er ook veel foto’s van de Minnertsgaaster Zoodsma’s bij elkaar zijn gebracht. Zo is er een mooi familiearchief ontstaan. Maar niet alleen de Zoodsma’s hebben mijn interesse, ook andere Minnertgaaster families zoek ik uit en probeer ook daarvan zoveel mogelijk portretfoto’s bij elkaar te brengen om de oud-bewoners in schrift en beeld digitaal vast te leggen voor het nageslacht. Zo werden mij een aantal jaren geleden een paar zeer oude foto’s toegestuurd van het echtpaar Dirk Algera en Gerritje Steensma en hun kinderen. Voor mij onbekende mensen; dus de digitale archieven maar induiken en kijken of we meer te weten kunnen komen over deze familiebanden met Minnertsga. Familie Algera Dirk Algera is in 1850 in Minnertsga geboren en Gerritje in 1849. Zij trouwden op 13 mei 1871 in de vroegere gemeente Barradeel. Zij kregen vijf kinderen: Sije, Lolle, een levenloos kindje, Trijntje en Pieter. Het is gezin is in 1892 naar Lisse vertrokken. Dirk is daar bloemistknecht geworden. Dirk was een zoon van Sije Dirks Algera (1818-1871) en Trijntje Jans Brok (1823-1866). Dirk had twee zusters: Siepkje (1851-1876) en Lewina (1854). Als we nog een generatie terug gaan dan komen we uit bij Dirk Sijes Algera (1788-1849) die getrouwd was met Luwina Reinderts Tolsma (1791-1868). Deze Dirk Sijes is geboren in Miedum of Lekkum en Luwina is geboren in Birdaard. Dirk Sijes is boer en naar alle waarschijnlijkheid heeft hij zijn boerenbedrijf op de pôle gehad aan de Hearewei en is toen de naam Dirk Sijes-pôle in de volksmond ontstaan. Dirk Sijes-tiltje Ter hoogte van Dirk Sijes-pôle lag vroeger een brug in de Hearewei. Onder de brug liep de opvaart vanaf de Ferniawei tot aan de Hoarnestreek. Deze brug is met de ruilverkaveling in de jaren ’70 van de vorige eeuw verwijderd en vervangen door een duiker onder de weg. Op een oude landkaart uit 1852 staat bij de brug de naam: Dirk Sijes-tiltje. Ik heb nog niet onderzoek gedaan naar het woonadres van Dirk Sijes Algera, maar 1 en 1 is twee. Het is erg aannemelijk dat Dirk Sijes Algera […]
De Bestimming van Minnertsga – Under de Toer

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Het Under de Toer theaterstuk van Minnertsga heet De Bestimming. Filmmaker en historicus Anne van Slageren is de initiatiefnemer van het stuk dat in en rondom de Meinardskerk gaat plaatsvinden in november van het feestjaar 2018. De Bestimming is een voorstelling waarin vooral de muziek van Minnertsgaaster Gert Oost een centrale rol zal spelen. Het stuk speelt in 1955. In dit jaar werd de door brand verwoeste Meinardskerk na 8 jaar renovatie weer in gebruik genomen. Een bijzondere gebeurtenis in het dorp Minnertsga die we meebeleven door de ogen van verschillende dorpsbewoners. Sybe Joostema, bekend van zijn grootse iepenloftspullen Nylsk fan Hermana, de Muze en Bauck, werkt nauw samen met Anne van Slageren om van De Bestimming een onvergetelijke theaterervaring te maken.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_video link=”https://www.youtube.com/watch?v=ln_jXP41WEE” align=”center”][/vc_column][/vc_row]
Brouwers Stalinrichtingen

In september 2000 heb ik een artikel geschreven over Brouwers Stalinrichtingen en dat toen is gepubliceerd in de Bildts Post. Het artikel is later door Reimer Rauwerda gebruikt is in een boekje dat bij zijn afscheid als directeur van Brouwers Stalinrichtingen is gepubliceerd. Nu ik toch wat met de Brouwers in de weer ben (zie het vorige verhaal) leek het mij goed om het artikel uit 2000 hier ook maar te publiceren. Als u uit de richting Marssum naar Leeuwarden rijdt en via het Europaplein, bij het FEC langs gaat, en dan over viaduct gaat, ziet u links beneden aan het spoor het bedrijf Brouwers Stalinrichtingen liggen. De naam Brouwers staat met grote letters bovenop het dak van het pand dus dat kan niet missen. Wat de meesten van u niet zullen weten, behalve sommige ouderen onder u, is dat de wortels van dit bedrijf liggen in Minnertsga. Aan de huidige Stasjonstrjitte in Minnertsga stond voor 1880 nog geen enkele woning. Omdat van het stationsgebouw ook nog geen sprake was werd deze weg de Langdyk genoemd. De eerste bebouwing die plaats vond was de boerderij aan de oostkant van de straat die omstreeks 1880 vermoedelijk in opdracht van Simon Lammerts Brouwers is gebouwd. Simon Lammerts was een zoon van de bekende Lammert IJsbrands Brouwers. Zijn naam is nog altijd verbonden aan het feit dat er op oudejaarsdag een uitdeling plaats vindt onder de weduwen van het dorp, het zgn. Brouwersfonds. Deze Lammert Brouwers had zes kinderen. Uit zijn eerste huwelijk met Tietje Freeks Dijkstra werd een kind geboren en uit het huwelijk met Akke Reisma werden vijf kinderen geboren. Simon werd uit het tweede huwelijk geboren op 29 november 1848 in Minnertsga en kreeg de handelsgeest van zijn vader mee. Simon werd koopman om de kost te verdienen en in 1877 trouwde hij op 28-jarige leeftijd met Nieskje Andries Nieuwland. Nieskje haar ouders woonden in St. Annaparochie die daar een landbouwbedrijf hadden. De combinatie van handelsgeest en de kennis van de landbouw van zijn schoonvader zullen er wel toe geleid hebben dat het echtpaar een boerderij heeft laten bouwen aan de Stasjonstrjitte. De financiële middelen die nodig waren voor de bouw zullen wel geen probleem zijn geweest want vader Lammert (die een cichoreifabriek in Berlikum had) was goed vermogend. Ook aan de zijde van de familie Nieuwland zal wel geen gebrek aan geld zijn geweest. Binnen een jaar na de huwelijksvoltrekking werd bij Simon en Nieskje het eerste kind geboren. Later worden in het gezin nog vijf kinderen geboren waarvan er enkele op zeer jonge leeftijd zijn overleden. Akke, Andrieske en Lammert zijn de enige kinderen die in het gezin overbleven. Simon was bouwboer maar bleef zich vooral bezighouden met de bewerking van vlas. In de boerderij had hij daarvoor veel machines staan die daar uitermate geschikt voor waren. Zoon Lammert kon het kennelijk niet goed vinden om bij zijn vader te werken en verkoos om op 20-jarige leeftijd naar Amerika te gaan om daar eens te kijken en of […]
Hier ligt wat sterfelijk was

Een paar weken geleden reageerde Jacoba Brouwers op een verhaal op deze website over de Armenzorg en Lammert IJsbrands Brouwers. Via email raakte ik rechtstreeks in contact met Jacoba en daaruit volgde een alleraardigste mailwisseling. Zij attendeerde mij op IJsbrand Lammerts Brouwers (1837 – 1927) die met de Minnertsgaaster Jantje Taekeles Wiersma (1834 – 1916) getrouwd is geweest. Deze IJsbrand Lammerts Brouwers heeft aan de wieg gestaan van de oprichting van de Vrije Evangelische Gereformeerde Gemeente in Franeker. Hij was een broer van Simon Lammerts Brouwers die in Minnertsga aan de Stasjonstrjitte de boerderij heeft laten bouwen die onlangs is gesloopt. Dat is dan weer een reden om het verhaal van de Brouwers wat completer te maken en op onderzoek uit te gaan. Jacoba Brouwers schreef in haar mail dat op de algemene begraafplaats in Franeker een aantal Brouwers en aangetrouwden zijn begraven, maar dat er onlangs een aantal grafzerken waren geruimd. Ik kreeg foto’s van haar toegestuurd van vier grafzerken toen deze nog op het graf stonden op de algemene begraafplaats. Vrijwel onleesbaar! Na verwijdering van de grafzerken heeft zij deze laten schoonmaken door de steenhouwer en naar haar woonplaats laten vervoeren. Deze week kreeg ik van haar opnieuw foto’s van de vier grafzerken, die nu schoongemaakt en weer goed leesbaar zijn. Op een van de grafzerken staan twee dezelfde namen van twee kinderen uit het huwelijk van Lammert IJsbrand Brouwer en Eelke Edens met een mooie tekst die begint met : ‘Hier ligt wat sterfelijk was van Anna L. Brouwers geb. 1 febr. 1890, overl. 3 april 1897 en van Anna L. Brouwers, geb. 24 mei 1898, overl. 10 oct. 1901 Twee kleine paarlen / Aan des Heilands kroon. Eens zien wij ze weer / Voor des Heeren troon. Het Lam zal hen weiden’. De andere grafzerken stonden op de graven van het echtpaar Brouwers – Wiersma, het echtpaar Brouwers – Edens en Marinus L. Brouwers. Dankzij de inzet van Jacoba Brouwers blijven deze oude historische grafzerken bewaard. Door de interesse van Jacoba in de Brouwers-familie, hebben we de nodige gegevens uitgewisseld. Zij vertelde dat IJsbrand Lammerts Brouwer op 90-jarige leeftijd – hij was toen 50 jaar kerkvoogd – in januari 1927 de eerste steen heeft gelegd van een nieuw pand van de Vrije Evangelische Gereformeerde Gemeente aan het Noord ZZ 43 in Franeker. Een gedenksteen van dit gebeuren zit nog in de oostgevel van het pand. Zij vertelde ook dat op initiatief van IJsbrand Lammerts een brug is gebouwd in Franeker aan de Zuiderkade. Aan de brug is een naambordjes bevestigd met Brouwersbrug. – klik hier- om de brug in Google Street View te bekijken. IJsbrand Lammerts is twee maanden nadat hij de eerste steen had gelegd van het pand van de Vrije Evangelische Gereformeerde Gemeente, overleden. Hij behoorde, net als zijn vader die een jaar ouder werd, tot de leeftijdsgroep van de zeer sterken. In de Leeuwarder courant van 31 maart 1927 staat de volgende oproep: ‘Ieder die iets te vorderen heeft van of verschuldigd is […]
De verdwenen korenmolen van Minnertsga

Tijdens de kuiertocht “Slach troch it doarp” op vrijdagmiddag 30 juni 2017, kwamen we ook op de hoek Stasjonstrjitte en Langedyk. Daar heeft aan het eind van de Molendijk de koren- en pelmolen De Welkomst gestaan. Het was eenzelfde vrijdagmiddag, maar dan 20 april 1888, toen er een hevig onweer losbarstte boven onze provincie. Op veel plaatsen in de provincie sloeg de bliksem in waardoor brand ontstond. In Damwoude sloeg de bliksem in een molen die volledig door brand werd verwoest. En dat gebeurde ook met de molen van Auke Koning in Minnertsga. De molen, met de opslag van graan en losse goederen, stond in een ogenblik in lichterlaaie en was in korte tijd in een puinhoop veranderd. Met het opruimen van wat krantenknipsel kwam ik onderstaand bericht tegen wat hier op Minnertsga vroeger niet mag ontbreken. Het bericht dateert van 28 januari 1969 en is geschreven door J.G. de Boer uit St. Jacobiparochie. De reeds jaren verdwenen korenmolen van Minnertsga, was afkomstig uit Leeuwarden. Die overplaatsing geschiedde toen Minnertsga zonder molen was komen te zitten omdat de voorganger tijdens een onweer door de bliksem was getroffen en afgebrand. Eén der molenaars die de molens hebben bemalen, heette Koning. Hij richtte de molen destijds in als pelmolen hetgeen voor die tijd zeker heel vooruitstrevend was. Werd de gort vroeger meestal los verkocht, molenaar Koning leverde ze ook verpakt in papieren zakjes van een halve of hele kilo. Toen ik in de dertiger jaren eens in de molen kwam stond er nog altijd een paktafel met enige gele papieren zakjes waarop gedrukt stond: “Koning’s gort”. Die waren van het begin van deze eeuw, in elk geval van vóór 1910 want in dat jaar had de molen weer een andere eigenaar, een zekere Knol. Dat was in mijn jeugdjaren. Knol is op de molen oud geworden, maar met hem ook de molen, want de zaak verliep en de molen kwam in verval. Lange tijd heeft de molen met één roede gestaan. Toch is later weer wat opgeknapt en is er nog weer graan mee gemalen. Dat was in de jaren na 1930 toen de graanprijzen abnormaal laag waren. Op de gemengde bedrijven werd bij ons toen veel van het verbouwde graan aan het vee gevoerd. De molen werd toen gehuurd door Sieds Hogerhuis, een molenaarsknecht. Hij liet een gebruikte roede komen van een molen uit Marrum (Fr.) waarop hij ook knecht was geweest. De roede, die zelfzwichting had, miste nogal wat kleppen, maar ja. Hogerhuis zat ook niet al te ruim bij kas en dan valt het niet mee om een molen, die al afgetakeld is, weer helemaal in orde te brengen. In de jaren dat ik boer was, heb ik nogal veel graan op deze molen laten malen. Ik herinner me nog, dat ik voor een partij goed houdbare haver niet meer dan zes cent per kilo kon krijgen. We hebben het op de zolder gebracht en het is allemaal tussen de stenen doorgegaan en door de koeienmaag! In die tijd […]
Geluid geroofde kerkklokken WOII weer te horen

Volgens mij was het in 2015 toen ik in Minnertsga een verhaal voor de Stichting Welzijn Ouderen heb gehouden over Minnertsga vroeger en de vroegere bewoners. Na afloop kwam Neno Plat bij mij en vroeg of ik na afloop even bij hem langs wou komen. Hij wilde mij wat laten zien. Bij Neno thuis, liet hij mij een paar oude bakelieten 78-toeren grammofoonplaten zien waarop het geluid van de oude torenklokken zou moeten staan met de stem van Sijbe Reins Faber (1893-1968) die toen kerkvoogd was. De vraag van Neno was of ik ook kans zag om het geluid van deze oude platen hoorbaar te maken. We waren beiden erg nieuwsgierig wat we dan te horen zouden krijgen. Thuis heb ik een apparaat dat grammofoonplaten en cassettebandjes kan digitaliseren, dus het zou geen probleem moeten zijn het geluid over te zetten naar een bestand dat we met de moderne apparatuur kunnen beluisteren. De grammofoonplaten bleken behoorlijk beschadigd te zijn of ze zijn grijs gedraaid. Het geluid is miserabel en eigenlijk niet om aan te horen. Maar tussen de krassen en de kraken door waren de klokken te horen en ook de stem van Sijbe Reins Faber klonk door de luidsprekers. Met speciale software heb ik het geluid op kunnen poetsen en nu is er een mooi geluidsbestand van gemaakt. Als eerste is de stem van Sijbe Reins Faber te horen die de volgende zinnen zegt: Op dizze stille maaitiidsjûn, de jûn fan 17 maart 1943, op it ein fan de Bidstond foar it gewas, litte wy dizze stimmen fan ús klokken fêst lizze, ta in oantinken foar dy nei ús komme. Us klokken falle oan de offer fan it oarlochsgeweld; God wês ús genedich! We weten nu overduidelijk waarom deze grammofoonplaten zijn gemaakt. Opeisen klokken Het opeisen van klokken is een gebruik dat als minstens tot het begin van de 15e eeuw teruggaat. Het is niet zo verwonderlijk dat kerkklokken ten tijde van oorlog werden opgeëist. Het brons was dan vooral nodig voor het gieten van kanonnen, hoewel het brosse klokkenbrons in de geschutgieterij niet zondermeer bruikbaar was. Schattingen gaan ervan uit dat in de Eerste Wereldoorlog rond 65.000 klokken werden omgesmolten, in de Tweede Wereldoorlog rond 45.000 uit Duitsland en uit de bezette gebieden nog eens 35.000. In de Tweede Wereldoorlog classificeerde de Nationaal-Socialistische regering klokken in de typen A, B, C en D. De typen C en D vielen onder historisch waardevolle klokken, terwijl de typen A en B onmiddellijk moesten worden afgegeven. Het klokkentype C was twijfelachtig en bleef in een soort wachtpositie. Het klokkentype D was beschermd. Er werden echter ook tal van historisch waardevolle klokken van het type D uit kerktorens gehaald door fanatieke burgemeesters die nog steeds geloofden in een eindoverwinning. In de Eerste Wereldoorlog werden in België de klokken willekeurig uit de kerktorens gehaald en op de zogenaamde klokkenkerkhoven ingezameld. In Nederland kwam de adjunct-Rijksinspecteur Kunstbescherming J.W. Janzen in 1946 tot de conclusie, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog ongeveer 4793 klokken (gewicht […]
Oorlogsjaren op de Miedleane IV

Onderduikers en evacuees Door Jelle Feenstra, april 2017 In de eerste drie delen heb ik al aantal onderduikers beschreven die tijdens de oorlog waren ondergedoken op de Miedleane. Ik heb […]