Scholieren Minnertsga maken film over eigen dorp

Wat is Haerda vroeger geweest? Gerrit Bouma en Albert Cuperus wisten het de kinderen uit groep 6, 7 en 8 van OBS De Lytse Terp uit Minnertsga te vertellen: het landschap is door de eeuwen heen voortdurend veranderd, vroeger waren hier een paar mooie states, een heuse haven, waarom is de dijk hier gebouwd en zo meer. Ze deden dit in het kader van het project Landelijk Veranderlijk, over hoe je je eigen omgeving kunt lezen als een geschiedenis boek. Met het educatieve filmproject Landelijk Veranderlijk wil Stichting TOF Media kinderen beter bekend maken met cultuur en historie in hun eigen omgeving. Het valt kinderen niet altijd op, maar ieder landschap heeft zijn eigen geschiedenis. Het project wordt de komende twee jaar op tien scholen in de drie noordelijke provincies uitgevoerd. In Landelijk Veranderlijk gaan kinderen zelf op zoek in hun eigen buurt naar plekken die zij bijzonder vinden. Ze leggen hun vondsten vast op fotocamera. Medewerkers van de stichting benaderen vervolgens mensen, die meer over de gekozen onderwerpen kunnen vertellen. Er wordt hierbij contact gezocht met experts die zelf bijvoorbeeld woonachtig zijn of waren op de betreffende plek. Deze experts weten veel te vertellen over vroeger. En dan blijkt al snel dat het landschap eigenlijk altijd aan verandering onderhevig is. Uiteindelijk maken de leerlingen een film, die bestaat uit interviews met de experts, beelden van de bijzondere plekken en foto’s Daarnaast creëren de kinderen een reconstructie van de verhalen van de experts. Ze maken hierbij gebruik van zelfgemaakte animaties. Ook verbeelden ze hun toekomstvisie van de omgeving van Minnertsga in de vorm van maquettes. Het project wordt afgerond met een expositie en de première van de gemaakte documentaire. Voor de leerlingen het hoogtepunt van het project, tenslotte zijn ze weken bezig geweest met de geschiedenis van Minnertsga en omgeving. Reden om met mooie kleren over de rode loper te verschijnen! Dit vindt plaats op donderdag 23 juni om 19.00 uur in het dorpshuis van Minnertsga in De Doarpsfinne. Tijdens deze première wordt ook de expositie geopend met foto’s van de kinderen en hun tijdens het project gemaakte toekomstbeelden. De openingshandeling wordt verricht door wethouder Nel Haarsma. Iedereen uit het dorp is welkom. De film en de making of van het project zijn terug te zien op de site landelijkveranderlijk.nl.
‘Geuzen’ vielen Minnertsga binnen

Op de Facebookpagina van de Oud Barradeel staat een foto die Renske de Vries heeft ingestuurd. Op de foto veel mensen die gekostumeerd zijn in kleding die niet past bij de tijd waarop de foto is genomen. De foto is vroeger gemaakt in Minnertsga en er werd gevraagd of er ook iemand was die meer kon vertellen over de gebeurtenis. Dezelfde foto heb ik ook in bezit en aan de hand van mijn aantekeningen heb ik gereageerd op het bericht op Facebook. Vervolgens kreeg ik nog een paar foto’s van diezelfde gebeurtenis die in de Franeker Courant van 31 augustus 1921 staat beschreven, maar die volgens de schrijver van het artikel niet geheel aansloeg. De foto’s hebben betrekking op het openluchtspel waar de inname van Den Briel op 1 april 1572 werd nagespeeld. Een klein stukje vaderlandse geschiedenis vooraf. Vanwege de strenge vervolging van Calvinisten zagen een aantal Nederlandse edellieden zich in 1566 genoodzaakt het land te ontvluchten. Velen van hen besloten de strijd vanuit zee voort te zetten en noemden zichzelf ‘de Watergeuzen’, naar het Franse woord voor armoedzaaier: ‘Gueux’. Willem van Oranje voorzag deze Geuzenvloot van kapersbrieven, waardoor ze geen piraten, maar vrijheidsstrijders waren. Lange tijd mochten ze gebruik maken van de Engelse havens, maar in het voorjaar van 1572 beval koningin Elisabeth hen te vertrekken. De Geuzen zetten daarop koers naar Texel, maar kwamen door een ongunstige wind uiteindelijk uit bij Den Briel. Daar werden ze benaderd door de lokale veerman, Jan Pieterszoon Koppelstok, die hen informeerde dat er slechts een klein Spaans garnizoen in de stad aanwezig was. De Geuzen trokken daarop naar de stad en schreeuwden ‘In naam van Oranje, doe open die poort!’, maar burgemeester Koekebakker weigerde dit. Op 1 april 1572 bestormden de Watergeuzen daarom de stadsmuren en veroverden Den Briel. Hieronder het artikel dat is overgenomen uit de Franeker Courant. Met het verhaal erbij, krijgen de foto’s meer betekenis. Minnertsga – Zoo is dan de feestdag weer voorbij. Des morgens deed het muziekkorps “Oranje“ vaderlandse liederen hooren. Het ringrijden en ringfietsen nam nu een aanvang. De uitslag was als volgt: Ringrijden 1e prijs, G. Westerhuis en B. Meerstra; 2de prijs A. Posthumus en H. Faber, Ringfietsen (heeren): 1e prijs J. Bruinsma; 2de prijs F. de Roos. Ringfietsen (dames): 1e prijs mej. G. van der Meulen; 2de prijs mej. A. de Ruiter. ’s Namiddags om 1 uur had de voorstelling van het historische feit plaats: “de vloten van de admiralen Tromp en De Ruiter, op last van de State gebracht onder opperbevel van De Ruiter”. De keurig versierde bootjes, bemand met matrozen, waren mooi. ‘t Liep vlot van stapel, maar ‘ t sloeg niet in. Men had met ’t kiezen van een historisch stuk gelukkiger kunnen zijn. De optocht werd nu opgesteld: een vijftal wagens, waarop booten waren geplaatst, waarin de matrozen zaten, Statenleden te paard, de Prins in zijn schitterende uniform voorop. Daarachter kwamen de schoolkinderen met versierde bogen en hoepels. Het sluitstuk van dezen gecostumeerde optocht was een zigeunerwagen. Deze laatste […]
Laatste Lelia stierf in Minnertsga

Familieleden en vrienden, waaronder ook mijn vader, stonden zaterdag 24 juni 1950 op het kerkhof bij het open graf, bestemd voor het stoffelijk overschot van Roelof Frederiks Lelia. Waarschijnlijk hebben de meesten van de aanwezigen bij de open groeve niet geweten dat hier de laatste naamdrager van een oud Fries boerengeslacht aan Moeder Aarde zou worden toevertrouwd. Oorspronkelijk kwam de familie Lelia van Ternaard. Wijbe Rinderts en zijn vrouw Aaltje Douwes woonden daar rond 1760 op een van de twee Lelia-states die Ternaard rijk was en waarvan ook de familienaam Lelia is afgeleid. Wijbe en Aaltje kregen zes kinderen, waaronder Rindert die geboren werd in 1765. Hij trouwde op 12 augustus 1792 in Ternaard met Antje Roelofs Olivier, een dochter van de landbouwer Roelof Laurens Olivier en Antje Jans van der Meij uit Holwerd. Rindert en Antje bleven tot 1800 op Lelia-state wonen waar vier van hun kinderen werden geboren. Daarna is het gezin verhuisd naar een boerderij onder Marrum aan de Heerenweg. Die boerderij kreeg ook de naam Lelia-state. Hier werden nog drie kinderen geboren. Eén van de kinderen heette Roelof Rinderts en werd geboren op 29 augustus 1802. Hij trouwde op 22 september 1831 met Anna Roelofs Gillis die op 21 november 1809 in Blija was geboren. Anna was een dochter van de heel- en vroedmeester Frederik Gilles en zijn tweede echtgenote van Remekjen Klases Duijff. Bij het huwelijk vestigde het echtpaar zich in Marrum, maar verhuisde vóór 1838 naar Minnertsga. Zij gingen wonen op de boerderij Groot Folta aan de Hearewei 25. In Marrum hadden Roelof en Anna al een kind gekregen, dochter Riemkje geboren in 1832. In Minnertsga werden nog zes kinderen geboren: Antje, Aaltje, Frederik Roelofs, Lambertus, Roelof en nog een Antje omdat de eerste slechts vier jaar is geworden. Op 19 april 1851 hield Roelof Rinderts boelgoed op zijn boerderij. De hele boereninventaris werd openbaar verkocht. De opbrengst was fl. 2.408,00 (gulden). Wat de reden is geweest van het beëindigen van het boerenbestaan, is niet duidelijk. De boerderij was eigendom van het St. Anthony-gasthuis in Leeuwarden die de boerderij verpachten voor een bepaalde periode. Het kan zijn dat Roelof Rinderts niet in aanmerking kwam voor een nieuwe pachtperiode en daarom is verzocht om de boerderij te verlaten. Mogelijk dat hij dat zag aankomen, want op 2 oktober 1850 heeft hij – Roelof Rinderts is dan 48 jaar – de herberg gekocht die aan de toenmalige Langestreek stond. De verkopers waren Jan Dirks van der Weide en zijn vrouw Marijke Klazes Dijkstra. De koopsom was fl. 3.500,00 (gulden). De koopakte werd bij notaris Pieter Lolles Steensma gepasseerd en Roelof Rinderts en Anna Roelofs waren vanaf dat moment de uitbaters van de herberg. De Langestreek was vroeger wat nu Meinardswei is. Deze herberg was de voorloper van de herenconfectiezaak van de fa. Schotanus en café-snackbar ’t Centrum. De herberg werd bij de koop omschreven als ‘ene sterke huizinge en herberg, met stalling, woningen en een houten hok, staande en gelegen op het best van het dorp, […]
Van Dijk’s Bazar

Aan het hoge statige pand aan de Meinardswei van Van Dijk’s Bazar hebben nog veel (oud) Minnertsgaasters goede herinneringen. Vooral ook aan de eigenaren frou Van Dijk en haar zoon Gerrit zullen velen nog herinneringen hebben. Je was altijd welkom, tenminste zo voelde ik dat als kleine jongen als ik voor mijn moeder het flesje van de Au de Cologne 4711 moest laten vullen. Gerrit pompte dan met een rode knijpbal met slang het bekende reukwater in een bepaalde hoeveelheid uit de grote fles naar boven in het maatglas. Daarna liet hij het reukwater door een piepklein trechtertje in het lege flesje lopen wat ik van mijn moeder had meegekregen. Afrekenen en dan trots naar huis lopen omdat je helemaal alleen om boodschap bent geweest. In het voorjaar van 1938 was IJnze Willem van Dijk, boerenzoon van Walpertertille bij Wommels, is timmerknecht bij het timmerbedrijf van Goslinga. Trijntje Sipkes is verkoopster bij het winkelbedrijf van de Firma wed. J. Rudolphy & Zonen te Gorredijk. Ynze en Trijntje hebben elkaar leren kennen en hadden het plan opgevat om voor zichzelf te beginnen met een timmerbedrijf. In datzelfde voorjaar hebben ze een timmerbedrijf bezichtigd in Bergum dat te huur was. Maar het niet zover gekomen dat zij zich in Bergum vestigden want in Minnertsga stond het winkelpand van de weduwe Froukje Tuinhof-Wouwenaar (1877-1951) aan de toenmalige Voorstraat (nu Meinardswei). IJnze en Trijntje waren op de fiets naar Minnertsga gekomen om het winkelpand te bezichtigen. Hun zwager H. Rudolphy was met de auto vanuit Gorredijk naar Minnertsga gekomen om te bemiddelen in de overname. Die overname liet niet lang op zich wachten want in de Leeuwarder courant van 16 maart 1938 staat te lezen: “Dankend voor ’t vertrouwen, dat zij gedurende een lange reeks van jaren heeft genoten, deelt ondergekeekende mede, dat zij vanaf heden haar WINKLEZAAK heeft overgedragen aan den heer IJ. W. van Dijk en dezen ten zeerste aanbeveelt. Wed. J. Tuinhof”. IJnze en Trijntje laten in diezelfde krant weten: “In aansluiting met bovenstaande advertentie heeft ondergeteekende hiermee kennis aan het geachte publiek van Minnertsga en omgeving, dat hij vanaf heden de zaak in Galanterieën, glas- en aardewerk, annex kruidenierswaren en klompen, met ingang van heden heeft overgenomen van mej. De wed. J. Tuinhof. Hij houdt zich beleefd aanbevolen voor levering van bovengenoemde artikelen en hoopt door een nette bediening zich aller vertrouwen waardig te maken. Minnertsga, 15 maart 1938. IJ. W. van Dijk”. Hoewel de weduwe Tuinhof de zaak had overgedragen, bleef zij nog wel hand en spandiensten verrichten in de winkel. Bij IJnze en Trijntje werd in 1939 hun zoon Gerrit IJnze geboren. Gerrit leerde het vak van timmerman en slaagde in 1957 voor zijn examen. Hij kwam vervolgens in dienst bij Roel Bloembergen. Op 27 april van dat jaar overleed plotseling de vader van Gerrit. Zijn moeder kwam alleen te staan om de winkel in bedrijf te houden, maar die kon dat niet alleen. Daarom kwam Gerrit in augustus dat jaar definitief in de winkel te staan. Zijn […]
Melkhandel en SRV-wagen Stallinga

In 1957 nam Jan Stallinga, samen met zijn echtgenoot Grietje Stellingwerf, de melkhandel over van zijn schoonouders Hein Stellingwerf en Klaaske Spoelstra. Zij woonden toen allemaal in het pand aan de Lytse Buorren 8. In de jaren daarvoor hielpen Jan en Grietje al mee in de melkhandel van Hein Stellingwerf. Ook Hein zijn broer Anne hielp toen mee. Hein Stellingwerf is rond 1900 met de melkhandel begonnen, daarvoor had hij een groentehandel. Zij brachten de melk langs bij de mensen thuis; eerst met een hondenkar en later met een skokarre. De skokarre werd later vervangen door een zwarte T-Ford. Met dit gemotoriseerde vervoer werd niet alleen meer melk uitgevent, maar werd het assortiment uitgebreid met karnemelk, yoghurt en sûppengrottenbrij. De T-Ford werd later opgevolgd door een zogenaamde Elektrische-hond. Dat was een open kar met twee wielen achter en een voor. Dat ene voorste wiel werd aangedreven door een elektrische motor met een grote accu. Later werd deze kar voorzien van schuifdeuren om de zuivelproducten te beschermen. Die zuivelproducten zaten in grote stalen melkbussen. Pas later kwamen de flessen en pakken. In 1966 had Jan Stallinga de primeur met de eerste rijdende zelfbedieningswinkel in Friesland. Burgemeester De Roos van de toenmalige gemeente Barradeel verrichtte de feestelijke opening van de Govatruck. Het assortiment bestond inmiddels niet alleen meer uit zuivelproducten, maar ook andere levensmiddelen waren in de wagen verkrijgbaar zoals jam, koekjes, snoepjes, koffie, thee, bier en frisdrank. Later is hieruit de zogenaamde SRV-wagen voortgekomen, opgericht door de vereniging van zelfstandige melkhandelaren. In 1968 is het pand aan de Lytse Buorren verbouwd. Er werd een etage bovenop gebouwd voor het inmiddels vijf kinderen tellende gezin. Achter het huis werd een loods neergezet om de rijdende winkel onderdak te bieden. Ook werd deze loods gebruikt voor de opslag van de goederen, die gedeeltelijk in de koelcel werden geplaatst. Hoewel er geen winkel was, kwamen er toch ook veel klanten aan de deur bij Griet. Jan en Griet Stallinga hebben 20 jaar een bloeiende zaak gehad. De eerste rijdende winkel, een Govatruck, werd opgevolgd door een grotere, een Speykstael. Griet en Jan hebben de zaak altijd gerund zonder personeel. Ook de kinderen droegen hun steentje bij. Een echt familiebedrijf. Met dank aan dochter Henny Rondaan-Stallinga en Dooitze Zwart.
Reitsma – huishoudelijke artikelen en rijwielhandel

Johannes Reitsma is als fietsenmaker begonnen in het pand van de familie Hiddema aan de Tilledyk 1 (later J.E. de Vries). Samen met zijn vrouw Joukje woonde en werkte hij hier ongeveer 2 jaar. In 1954 kwam het pand aan de Tsjillen 4 vrij. In dit pand had Wiebe bij de Leij eerst een meubelmakerij. Johannes en Joukje verhuisden hierheen en openden een winkel met huishoudelijke artikelen en fietsen. De winkel was toen niet zo groot. Naast de zaak was een werkplaats met verkoopruimte waar Johannes fietsen verkocht en repareerde. Omstreeks 1964 bleek dat de winkel te klein werd. Boven de winkel was een grote zolder, waar eigenlijk niet veel mee werd gedaan. Ze verbouwden het pand en maakten van de zolder een woonruimte zodat het gezin (ouders en vier kinderen) hier konden wonen en de winkel kon worden uitgebreid. De nieuwe fietsen werden achter in de zaak geplaatst en het speelgoed met huishoudelijke artikelen in het andere gedeelte. Rond 1974 was de winkel weer aan een verbouwing toe. De houten vloer zakte op bepaalde plaatsen door zodat alles werd leeggehaald en gesloopt. Er werd beton gestort. Ook werd door het hele pand centrale verwarming aangelegd. Dit was al met al een hele verbetering. ’s Winters werden er schaatsen verkocht. Later ook nog vuurwerk maar dat vonden ze heel erg moeilijk. Ook werkten ze mee aan de middenstandbeurzen, die werden georganiseerd in de Boppeslach, en aan de vele Sinterklaasacties. Ze hadden geen personeel maar Tine Tuinhof hielp en vaak in drukke tijden en in de decembermaand. Ook stond hun dochter Trix wel in de winkel. Toen Johannes 58 jaar was is hij in de sanering gegaan, wat inhield dat het pand niet meer gebruikt mocht worden voor zakelijke doeleinden. Dit vond plaats in 1981. Na ongeveer 30 jaar middenstander te zijn geweest brak voor de familie Reitsma eindelijk een rustige periode aan. Het winkelpand is vervolgens weer verbouwd tot woonhuis. Met dank aan Dooitze Zwart die die verhaal kreeg van de dochter van Johannes en Joukje Rietsma.
Sigarenmagazijn Redmer de Roos (Stasjonsstrjitte 1)

Roken kent natuurlijk een eeuwenlange geschiedenis, maar pas na de Eerste Wereldoorlog raakte roken volledig ingeburgerd. Dat kwam door de uitgebreide reclamecampagnes van de producenten van rookwaren. Het werd een algemene gewoonte en roken was overal toegestaan. Er waren zelfs dokters en tandartsen die roken aanraadden. De jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw werden de hoogtijdagen van de tabaksindustrie. In die periode rookte zestig procent van de volwassen bevolking. Dat was ook de tijd dat er in Minnertsga bijna op elke hoek van de straat wel een verkooppunt was van rookwaren zoals sigaretten, sigaren en pijptabak. Een van die verkooppunten was gevestigd op de Stasjonstrjitte nummer 1. Hier had Redmer de Roos en Jeltje Meersma een winkeltje in rookwaren. Dergelijke verkooppunten werden meestal sigarenmagazijnen genoemd. In het boek over de Middenstand en ondernemers in Minnertsga dat door Dooitze Zwart is gemaakt, staat onderstaand verhaal in van de dochter Sippie. ‘Mijn vader Redmer de Roos en moeder Jeltje Meersma, zijn zelf de winkel begonnen. Er werd een kamertje aan de voorkant van het huis ingericht als winkel. Dit betekende: een etalage maken, stellingen bouwen en een schuifdeur erin. Ook werd er een kachel in geplaatst, die in de winter en zomer doorbrandde want sigaren moeten goed droog zijn en blijven. Verder kwam er een echt oud kabinet in. In de bovenkant van het kabinet stonden doosjes kleine en grote sigaren en in de laden zat de tabak, shag, rook- en pruimtabak. De sigaretten stonden in een grote doos op een tafeltje. De kassa was een lade van het kabinet. Wel stonden er 2 stoelen in de winkel voor diegene die even wilde of moest zitten. Tegenwoordig vergeet men dit vaak voor de ouderen. Vader had wel diploma’s maar werkte verder op het land en moeder was altijd thuis voor de winkel. Op zaterdagochtend ging mijn vader op de fiets en later op de brommer bij de boeren in de omtrek langs met een koffer met kistjes sigaren om deze te verkopen. Op zaterdagmiddag kwamen er ook nog wel mannen langs voor de gezelligheid, waarbij ze dan met vader een sigaartje rookten. Ik denk dat het rond 1934 was dat ze gestart zijn met de winkel. In de oorlog was ook de rokerij op de bon en stonden ze soms in de rij als de bonnen uitkwamen bijvoorbeeld voor een half pakje shag. Ook herinner ik mij nog de tijd van de winkelsluiting om 7 uur. Dan stond politieman Oppewal (en ik meen soms Van der Sluis) achter de schuur tegenover ons om te zien of er om één minuut over zevenen nog iemand de deur uitkwam. Dan kreeg men een proces-verbaal (echt gebeurd). Het was een moeilijke tijd. Er waren in die tijd 16 in Minnertsga, die rokerij verkochten. Dan is de spoeling wel dun. Wij waren in Minnertsga wel de enige winkel, die uitsluitend alleen rokerij verkochten. Daar mijn moeder Jeltje in januari 1960 is overleden en mijn vader een tijd alleen was, is hij […]
Loon- en kraanbedrijf C. Nagel (vervolg)

Op het verhaal van het Loon- en kraanbedrijf van Cor Nagel reageerde Piet Spoelstra. Piet is getrouwd met Wietske Nagel, een zus van Cor. Piet heeft gewerkt bij het bedrijf […]
Paard op Durkjebuorren

In augustus dit jaar stuurde Gijs Vlothuizen mij veel foto’s van de familie Miedema en Wierda. Daar zaten ook een paar foto’s bij van jonge meiden die belangstelling voor paarden hadden. Die meiden waren de nichten Gelbrie en Jantje Miedema en Lijsbeth Jantje Miedema. Drie van de foto’s trokken mijn aandacht. Gijs had mij gevraagd of ik ook wist waar die foto’s waren genomen. Op twee van de foto’s waren volgens mij de woningen te zien op Dirkjebuorren, maar daar was ik niet helemaal zeker van. Maar moet je daar dan wel zeker van zijn? Ja . . . . het liefst wel, want dat kan een foto nog meer betekenis geven. Ik heb de foto’s gearchiveerd met de namen er bij, wanneer de foto’s zijn genomen, van wie en wanneer ik de foto’s heb gekregen etc. Daar bleef het eerst even bij, maar de beelden van de foto’s bleven wekenlang op mijn netvlies hangen. De beelden waren zo herkenbaar, net of ik het paard en deze omgeving eerder heb gezien. Ja ja . . . . . een paard herkennen op een foto die in ieder geval vóór mijn geboorte is genomen. Het moet niet gekker! Ik zal het uitleggen. Mijn pake Gerrit Bouma en beppe Afke woonden vroeger met hun zoon Hendrik (mijn vader) op Dirkjebuorren. Mijn pake was arbeider maar hij had ook een paard en wat kleinvee en huurde wat land om gewassen te verbouwen. In de familie ging het verhaal dat pake vroeger een keer met het paard op hol was geslagen en dat hij daardoor één van de houten luifels op Dirkjebuorren volledig vernielde omdat het paard naar de stal toe wilde. Deze gebeurtenis zou vlak voor de WOII zijn gebeurd. Op verjaardagsvisites kwam steevast dit verhaal weer op de proppen en omke Sipke (de broer van pake) vertelde het verhaal ieder jaar weer sterker zo leek het wel. Ik herinner mij dat er veel om werd gelachen. Enkele jaren geleden vond ik onderstaand bericht in de Leeuwarder Courant dat het familieverhaal bevestigde; het was dus toch waar geweest. MINNERTSGA, 24 April (1939). Hedenmorgen geraakte op de Middelweg alhier een paard gespannen voor een kunstmeststrooier op hol. Twee paarden, die op dezelfde weg een wagen voorttrokken, geraakten ook op hol. De bestuurders van beide voertuigen konden tijdig van hun zitplaats springen. De paarden renden bij Dirkjebuurt het erf op en konden daar worden gegrepen. Een houten afdak werd vernield. Verdere ongelukken hadden niet plaats. Maar nu even terug naar de foto’s. In het familiealbum zitten een paar foto’s van mijn pake met zijn paard. Volgens mij moet daar een foto in zitten die overeenkomst vertoont met de foto’s van de jonge meiden bij het paard bij waarschijnlijk Dirkjebuorren. En jawel . . . . . het paard op foto met de jonge meiden is het paard van mijn pake. En sterker nog . . . . . de foto’s zijn op dezelfde dag en tijdstip gemaakt. Op alle foto’s heeft het gras voor het […]
Loon- en kraanbedrijf C. Nagel

Dooitze Zwart heeft in 2004 een boek samengesteld over de middenstand en ondernemers vanaf 1956 tot en met 2004. Hij heeft besloten al die beschrijvingen van de verschillende middenstanders en ondernemers ook te publiceren op Minnertsga vroeger. Deze keer de eer aan Loon- en kraanbedrijf C. Nagel met dank aan Jan Nagel die informatie aanleverde. Jan Nagel (geb. te Markelo op 13 december 1836 – overleden te Franeker op 17 juli 1888) was beroepssoldaat geweest in Nederlands Indië ten tijde van de Atjeh-Oorlog. Na zijn terugkeer naar Nederland (met de rang van sergeant) werd hij brugwachter in Strobos-Gerkesklooster. Hij kreeg een zenuwinzinking en overleed te Franeker in de psychiatrische inrichting aldaar. Uit zijn huwelijk met Geertje Pieters van der Leest werden drie kinderen geboren: Cornelis, Aldert en Margaretha Johanna. Er was enig geld uit nalatenschappen zodat de kinderen voor zich een eigen bestaan konden opbouwen. Cornelis, nu Kees geheten, was aanvankelijk woonachtig te Klooster Anjum, onder Berlikum. Later verhuisde hij naar de Mieden in Minnertsga. Ze woonden in de boerderij, waar nu de familie Renema woont (Wiebe Binnemaleane 14, voorheen Miedleane 14). Kees overleed in 1930. Zijn vrouw Neeltje van der Meer blijft hier eerst wonen en vertrekt februari 1937 naar Witmarsum. Hierna komt hun zoon Jan hier wonen vanuit Klooster Anjum. Hij runde hier een klein boerenbedrijf annex loonbedrijf; aanvankelijk samen met zijn zonen Cornelis, Tjerk en Geert Jilles. Eind jaren veertig, begin jaren vijftig was het paard nog een belangrijke factor in de landbouw, maar allengs werd dit trekdier vervangen door de tractor: Lanz, Farmall, Bolinder, Fiat in eerder stadium, later de Fordson, Same, Nuffield en Schlüter. De landbouwmechanisatie deed begin jaren vijftig en zestig in alle hevigheid haar intrede en Loonbedrijf Nagel vormde in zeker opzicht een voorhoede: het bedrijf had de eerste bietenrooier van Friesland. Het was een pionierstijd: een netwerk van landbouw mechanisatie bedrijven was er niet en menig lokale smid stond nog met een been in de oude tijd. Veel van de machinerie ging kapot en niet zelden moest er vooral bij nacht en ontij worden gerepareerd: lassen en snijden en voortdurend in den lande op en neer voor nieuwe onderdelen. Het bedrijf had een eigen smid: de zeer bekwame Jurjen Westra uit Firdgum. De eerste tractor van de familie Nagel was, volgens Geert Nagel, een Ford. Medio zestig nam Cornelis het bedrijf over van zijn vader Jan, na een zware financiële tegenslag. Tjerk Nagel kreeg een betrekking bij een grote coöperatie. De aankoop van nieuwe Ford Majors, bestemd voor het grastransport van de grasdrogerij in Mantgum, bleek te voorbarig: het contract ging niet door. Inmiddels was het bedrijf gevestigd op “Groot Orxma”, waar in de loop van die jaren naast een loonbedrijf ook een grondverzetbedrijf werd gesticht; een overgang, die werd ingeluid door de aanschaf van De Komeet, een door een Fordson-tractor gedragen kraan. Nog altijd was het in zeker opzicht een familiebedrijf want Cornelis zijn broer Gerrit trad toe tot het bedrijf en zelfs de neven Jappie en Albert Nagel, zonen […]