Kledinghanger Chr. Schotanus & Zonen

Al een tijdje had ik een kledinghanger op het oog van Chr. Schotanus & zonen. En wel een heel bijzondere. Bij ons in de kledingkast hangt er ook één en met de opdruk: Firma Chr. Schotanus Herenkleding Minnertsga. Die ben ik wel vaker tegengekomen, maar deze . . . . . de opdruk op deze kledinghanger riep bij mij meteen vragen op. Uit de opdruk van de kledinghanger kun je opmaken dat Schotanus ook een zaak had in Franeker. Nooit geweten . . . . . . en dan ook nog staat Franeker als eerst genoemd op het stokje. Dat zou kunnen betekenen dat de hoofdvesting in Franeker was gevestigd en een filiaal in Minnertsga. Bijzonder! Dus heb ik Aly de Schiffart maar even gemaild om te vragen of zij ook iets meer kon vertellen over deze bijzondere opdruk. Vervolgens mobiliseerde Aly de familie Schotanus via email of zij ook wat konden vertellen en of het hun bekend was dat Schotanus ook een zaak in Franeker heeft gehad. Daarop reageerden Dirk en Lisa Schotanus. Zij kwamen met waardevolle informatie die het verhaal over de ondernemers van de kledingzaak completer maakt. In het boek Ondernemers Vereniging Minnertsga 1954- 2004 dat Dooitze Swart heeft samengesteld, staat een heel verhaal over de kledingzaak van de fa. Schotanus. Van dat verhaal maak ik hier deels gebruik, aangevuld met gegevens uit eigen genealogisch onderzoek naar bewoners van Minnertsga. De grondlegger van het bedrijf is Christoffel Schotanus (1857-1932) geweest. Uit bittere noodzaak begon hij met de verkoop van huishoudtextiel dat hij langs de deuren uitventte. Toen hij negen jaar was is zijn vader in de Nieuwe Vaart in St. Jacobiparochie verdronken. Zijn vader was kleermaker en ging waarschijnlijk ook met textiel of kleding langs de deuren. Wanneer Christoffel precies met zijn handel is begonnen is niet bekend, maar dat zal al vrij snel na het overlijden van zijn vader zijn geweest. Er moest immers voor inkomen worden gezorgd voor het gezin. Kennelijk beschikte Christoffel over handels- en ondernemersgeest, want later werd het huishoudtextiel vervangen door stoffen die speciaal bestemd waren voor het maken van herenkleding. Zo is langzamerhand de kleermakerij ontstaan en is het pand aangekocht waar vroeger het café Het wapen van Friesland in gevestigd was. Het pand is omstreeks 1905 flink verbouwd om er een statig pand van te maken waar voldoende winkelruimte was en ruimte om de kleermakerij in te huisvesten. Christoffel was getrouwd met Renske Hoekstra (1854-1922) en zij kregen zes kinderen waaronder Johannes en Dirk die later de zaak hebben voortgezet. Dirk is dé kleermaker en onder zijn leiding werd de zaak verder uitgebreid en geleidelijk kwam er personeel in dienst. De naam van de zaak bleef: Chr. Schotanus. Terug naar de bijzondere kledinghanger. Volgens pakesizzer Dirk Schotanus is de zaak altijd in Minnertsga gevestigd geweest. “Toen pake Durk de winkel had waren er drie vennoten in de firma. Pake Durk, omke Johannes en oerpake Stoffel die toen in Franeker woonde bij muoike Aukje”, aldus Dirk Schotanus. Lisa Schotanus meldde in […]
Minnertsga op oude ansichtkaarten (deel 2)

Een paar weken geleden heb ik iets geschreven bij de oude ansichtkaart die door Titia Lindeboom op internet was gevonden. Een prachtig dorpsbeeld uit ver vervlogen tijden. De titel van dat verhaal was: Minnertsga op oude ansichtkaarten (deel 1). Een deel 1 suggereert dat er ook een deel 2 of meer komen. En dat had ik in het vorige verhaal dan ook beloofd. Ik had beloofd om een paar stappen richting het bruggetje ‘it heechhout’ te maken om het wat dichter bij te bekijken. Daarvoor heb ik twee mooie foto’s uitgezocht. De bovenste foto is één van de oudste fotoprentbriefkaarten die ik in mijn collectie heb. Dit dorpsbeeld is rond 1900 door de fotograaf vastgelegd. Gelet op het perspectief van de foto, heeft de fotograaf waarschijnlijk zijn grote fotocamera op een schip neergezet en heeft hij dit sfeervolle beeld op de lichtgevoelige glasplaat vastgelegd. De foto is haarscherp. Wat zien we? In het oog springend is natuurlijk de loopbrug, it heechhout zoals die in de volksmond werd genoemd. Dit was de verbinding van de Meinardswei naar de Tsjillen. Links staat Grietje Koopmans in de deuropening. Zij ventte vroeger met bakkerswaren in het buitengebied van het dorp. Zij had dan twee korven aan een juk hangen dat op haar schouders rustte. Zo liep zij uren achtereen om bakkerswaren voor de plaatselijke bakker te verkopen om zo een klein inkomen te vergaren. De kinderen op de voorgrond komen regelrecht uit boek Ot en Sien zo lijkt het wel. Tussen de manspersonen staat een hondenkar met maar liefst vier trekhonden er voor. Op de kar staan twee flinke houten vaten. Vermoedelijk is de eigenaar van de hondenkar een zekere Meindert Hamersma die met melk ventte. In het tweede pand rechts had Gelbrichje Miedema-Tuinhof een kruidenierswinkeltje en in het derde pand was een bakkerij gevestigd waar verschillende bakkers de oven brandend hielden. Even verderop is de flapbrug te zien die de Meineardswei met de Tilledyk (toen nog Bosdijk genoemd) verbond. De smalle vaart die onder it heechhout en de flapbrug door liep, kwam uit in de Tzummarummervaart en werd gebruikt door schippers die met pramen de goederen van de landerijen in de omgeving naar het dorp brachten om vervolgens overgeladen te worden in snikken en skûtsjes. Maar er werden uiteraard ook goederen vanuit de dorpshavenkom naar de boerderijen in de omgeving gevaren zoals turven en bouwmaterialen etc. We gaan denkbeeldig voor de bakkerij staan; met de rug naar de flapbrug en dan zien we it heechhout van de andere kant. Een dorpsbeeld uit diezelfde periode. Een kleurenfoto; uit die tijd? Tja, maar wel één die ingekleurd is. Dus het zijn niet de ware kleuren want ik kan mij niet voorstellen dat de dakgoten toen geel werden geverfd. Als je inzoomt op de foto is duidelijk te zien dat de afbeelding is ingekleurd. De druktechniek is de zogenaamde lithodruk oftewel steendruk. Dus geen echte foto zoals de eerste. Links het kruidenierswinkeltje van Gelbrichje Miedema-Tuinhof en dan de steeg die nu veel breder is dan […]
Armplaatje Lucht Beschermingsdienst gevonden

In de meeste gevallen worden foto’s opgestuurd van vroegere bewoners van Minnertsga, maar soms zit er ook wat anders bij zoals in dit geval. In juni dit jaar stuurde Menno Miedema uit Minnertsga mij een foto van een zogenaamd armplaatje. Hij had het gevonden in een lade in de schuur van zijn woning aan de Hermanawei en heeft het al een hele tijd in zijn bezit. Het is een geëmailleerde armplaatje dat door mensen van de Lucht Beschermingsdienst moest worden gedragen als zij ‘dienst’ hadden. Dit armplaatje is vroeger vermoedelijk door Gerben (Germ) Landstra gedragen die kennelijk in de groep Geneeskundige Dienst zat. Hij heeft in de woning gewoond waar Menno Miedema nu woont. Wat was de Lucht Beschermingsdienst? In de jaren twintig en dertig verwachten veel Europese militairen en politici dat steden in toekomstige oorlogen grootschalig gebombardeerd zouden worden. In de Eerste Wereldoorlog hadden vooral Oostenrijk en Duitsland bombardementen uitgevoerd op onder andere Londen. De latere Italiaanse bombardementen in Ethiopië en in de Spaanse Burgeroorlog, onder andere op Madrid en Guernica, bevestigden deze vrees. Naast bombardementen met explosieve bommen en luchtmijnen werd gevreesd voor bombardementen met gifgas. De regering meende dat de Nederlandse bevolking daarop moest worden voorbereid. De Nederlandse Vereniging voor Luchtbescherming stelde zich ten doel de zelfbescherming door de bevolking bij luchtaanvallen. Dit doel probeerde men te bereiken door het geven van trainingen, het organiseren van bijeenkomsten, demonstraties en tentoonstellingen. De contributie bedroeg minimaal 1 gulden per jaar. Bedrijven betaalden een hogere contributie. De vereniging was erg actief en organiseerde onder andere EHBO-cursussen en tentoonstellingen. Ook het ontruimen van scholen werd geoefend. Het bestuur plaatste in de kranten advertenties voor brandblussers en (onbrandbare) asbestplaten die werden aangeprezen als bescherming tegen brandbommen. Naast het particuliere initiatief van de NVL was ook de overheid actief op dit terrein. In veel gemeenten was ook een gemeentelijke luchtbeschermingsdienst, onder leiding van de burgemeester actief. Op 28 februari 1936 werd in de gemeente Barradeel een luchtbeschermingsdienst samengesteld. Allen die waren uitgenodigd om hieraan deel te nemen, verklaarde zich bereid om de hem opgedragen taken te vervullen. In alle dorpen van de gemeente zijn toen de volgende hulpdiensten ingesteld: Eerste Hulp, Brandweerploeg, Opruimingsploeg en Hulppolitie. De laatste moest dienst doen bij afzetting bij voorkomende ongelukken en tijdens de oefeningen toezien, dat geen uitstralend licht uit woningen voorkomt. Onder leiding van het gemeentelijk hoofd van den Luchtbeschermingsdienst (de burgemeester) zou de week na de oprichting van de luchtbeschermingsdienst, met de leiders en manschappen worden vergaderd. In alle dorpen had de gemeenschapszin zich uitstekend doen kennen. In maart 1939 was er onder leiding van de burgemeester een vergadering van de afdeling Barradeel belegd waar ook veldwachter De Jong van Minnertsga aanwezig was. Spreker van die avond was mr. Mijnlieff die met lichtbeelden vertelde over het nut en de noodzaak van de luchtbeschermingsdienst. Deze Mijnlieff was een jonge bevlogen ambtenaar van het Ministerie van Binnenlands Zaken die later de aanjager zou zijn om de Bescherming Bevolking, beter bekend als de BB, van de grond te krijgen. […]
Voorbijgegane glorie van moderne varkensstal

In februari van dit jaar schreef Gerrit Bouma een artikel over de dorpspomp die ooit in Minnertsga heeft gestaan. Hierin vermelde hij ook dat hij een foto op de site van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed had gevonden. Nieuwsgierig ging ik vervolgens op deze site kijken of er ook foto’s op zouden staan die voor mij interessant waren. Wie schets mijn verbazing dat ik elf oude foto’s tegenkwam van de varkensstal van mijn grootvader Dirk Gijsberts Boomsma. Deze stal staat aan de Miedleane tegenover huisnummer 19 en staat daar tegenwoordig nog steeds. De foto’s waren gemaakt in 1956 maar er stond bij dat de stal bij Miedleane 23 zou staan. Dat was het huisadres van mijn grootouders maar de stal staat tegenover het huis waar destijds Marten Gratema woonde. Dit is inmiddels gecorrigeerd op de website van de Rijksdienst. Later heeft mijn grootvader dit huis gekocht een woonde het gezin van zijn zoon Johannes D. Boomsma er. Tegenwoordig wordt het bewoond door de familie Dusselaar. Ik was nogal verbaasd dat deze foto’s op de site van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed stonden. Het is immers niet zo’n imposant gebouw en architectonisch al evenmin erg opvallend. Ik weet nog heel goed dat de stal werd gebouwd maar wist niet precies in welk jaar dat was en had geen idee waarom de foto’s waren gemaakt. Een bezoek aan mijn oom Johannes D. Boomsma leerde al snel dat de stal in 1954 was gebouwd door Bouwbedrijf T. Van der Zee uit Oosterbierum. Dit was een zogenoemde open Deense stal en gebouwd met behulp van subsidie van de overheid. Ook in die jaren werd er al subsidie aan bedrijven verstrekt. Een van de voorwaarden waaronder de subsidie werd verstekt was dat er metingen moesten worden verricht. Zo moest dagelijks de luchtvochtigheid en de temperatuur worden bijgehouden. Het mesten van varkens was in die tijd in Minnertsga en omstreken zeker geen gemeengoed maar mijn grootvader teelde wel vaker producten die niet algemeen waren of die later ook door andere gardeniers werden verbouwd. Hij was vaak een voorloper en vakman met een goed financieel inzicht. Hoeveel scholieren hebben er niet zwarte bessen of aardbeien geplukt tijdens de vakanties in die tijd? Bovendien was hij van mening dat hij te weinig land bezat en zocht naar andere bronnen van inkomsten. Het was in die tijd vrijwel onmogelijk om nog land te kopen en als er al iets beschikbaar kwam werd de prijs enorm opgedreven. Varkens gelden als intelligente dieren en wisten dus ook precies wanneer het tijd was dat zij werden gevoerd. Normaal was het rustig in de stal maar wanneer de klink van de buitendeur werd gelicht veranderde dat in een oorverdovend kabaal. Hoewel de varkens geen zicht hadden op de buitendeur wisten ze precies wanneer ze werden gevoerd. Wanneer je op andere tijdstippen naar binnen ging bleef het rustig. Het voorste gedeelte was afgesloten van de varkensboxen. Hier was de opslag van het voer en het stro. De helft van de boxen was […]
Minnertsga op oude ansichtkaarten (deel 1)

Op Minnertsga vroeger op Facebook heeft Titia Lindeboom een foto geplaats die zij aantrof op de website van Oud Tzummarum. Het is een prachtige mooie foto van de Meinardswei die omstreeks 1938 is gemaakt. Pieter Steensma, ook een Facebook-vriend van Minnertsga vroeger, reageerde op die foto. Hij herinnerde zich nog dat het betonnen brugje over de vaart een houten voorganger heeft gehad. Dus heb ik even gezocht in de collectie ansichtkaarten om een exemplaar die vanuit vrijwel dezelfde positie is gemaakt, maar wel met een flink tijd verschil. De Meinardswei komt op oude ansichtkaarten ook voor als: Voorsteek, Lange straat, Dorpsstraat, Hoofdstraat en Voorstraat. In november 1953 stemde de gemeenteraad over de straatnamen in vroegere gemeente Barradeel. Barradeel was toen de eerste gemeente in Friesland waar alle straatnamen in het Fries op de straatnaamborden werd vermeld. Meinardswei verwijst naar het kerkgebouw welke vroeger de naam had van “Meijnardus kerke” genoemd naar de heilige St. Meijnardus. Wat zien we op de foto hieronder? Geheel rechts staat de bakkerij van Sjoerd Boersma die later is overgenomen door bakker Luutsen Jelsma. Daarnaast de steeg waar je vroeger binnendoor naar het Greidsje, het feestterrein, kon lopen. Dan het pand waar vroeger Tjessinga in woonde die achter deze woning een chicorei-drogerij had. Later was in dit pand de groente- en fruitwinkel van Abe en Margje Vogel gevestigd. Daarnaast, de woning met balkon, was vroeger de woning van twee op een volgende burgemeesters. Eerst woonde burgemeester Lutzen Wallis de Vries er die de woning ook heeft laten bouwen. Hij werd later opgevolgd door burgemeester Bauke Annema. Daarna is de Christelijke Kleuterschool er een aantal jaren in gevestigd geweest. In het pand daarnaast was een kruidenierswinkeltje gevestigd van Rintsje-Klas zoals zij in de volksmond werd genoemd. Rintje van Dijk en zijn vrouw Klaske Hijlkema hadden in 1931 de winkel overgenomen van Klaske haar ouders. Het hoge pand daarnaast is nu café – snackbar ’t Centrum, maar was vroeger de herenkleding zaak van de fa. Schotanus. Net achter het betonnen brugje het kleine pandje van kaper Nijholt en links daarvan het gebouw Café Vriendschap dat later het gebouw van de Vrije Evangelische Gemeente werd. En dan . . . . de foto hieronder die omstreeks 1900 is gemaakt, dus bijna 40 jaar eerder. Wat allereerst opvalt is de opslag van materiaal op de kade en een schip en een paar pramen in de havenkom. De eerste stapel materiaal op de kade is waarschijnlijk baksteen en de tweede stapel is lange turf. De kade heeft hier nog een houten rand. Op de foto hierboven is die rand van beton. Waarschijnlijk is dat in 1911 gebeurd bij herstelwerkzaamheden van de kade. Ten opzichte van de vorige foto, staat de bakkerij van Boersma en net niet op. Het eerste pand rechts op deze foto, is de woning van Jelle Cornelis Tjessinga die ook eigenaar was van het pand naast hem. Het zijn twee identieke panden, alleen de plaats van de voordeuren wijkt af. Jelle Cornelis had een dochter Neeltje die later […]
Foto’s familie Posthumus (deel II)

Naar aanleiding van een eerder bericht over de familie Posthumus, kreeg ik van Age Posthumus nog een paar mooie familie foto’s. Die foto’s zijn gemaakt voor een dubbelde houten woning, een zogenaamde noodwoning. Deze noodwoningen stonden vroeger in Tzummarum, maar het schijnt dat er in Sexbierum ook van die woningen hebben gestaan. Voor zover ik weet hebben in Minnertsga nooit van die noodwoningen gestaan. Op 5 oktober 1920 besloot de gemeenteraad van Barradeel om een dubbele noodwoning in Tzummarum te laten bouwen. Waarschijnlijk was dit een gevolg van de invoering van de Woningwet in 1901 door het kabinet-Pierson. Het doel van de Woningwet was om bewoning van slechte en ongezonde woningen onmogelijk te maken en de bouw van goede woningen te bevorderen. Het was de eerste wet omtrent de volkshuisvesting in Nederland. Bij het uitvoeren van de Woningwet kregen de gemeenten aanvankelijk de vrije hand, maar na verloop van tijd dreigde de wet daarmee een dode letter te worden. Het aantal voorschriften van het rijk nam daarom in de loop van der tijd toe. Verschillende gemeentelijke verordeningen moesten aan de Gezondheidscommissie worden voorgelegd ter advies, en Provinciale Staten moest deze voor elke gemeente gaan goedkeuren. Woningen die niet voldeden aan de vereisten van de Woningwet werden onbewoonbaar verklaard en later afgebroken. Wellicht dat hierdoor druk op de woningmarkt kwam te staan en er een gebrek ontstond aan woonruimte. Dat zal dan ook de reden zijn geweest dat er ook in de voormalige gemeente Barradeel van deze zogenaamde noodwoningen werden gebouwd. Eind jaren ’30 van de vorige eeuw was de woningnood waarschijnlijk sterk afgenomen want bij de begrotingsbehandeling in november 1938 van de gemeente, achtte de heer Wiersma dat het zo langzamerhand tijd werd om de houten noodwoningen op te ruimen omdat er een aantal plannen lagen voor nieuwbouw. De voorzitter van het college van burgemeester en wethouders meldde dat het op korte termijn niet mogelijk was om tot een oplossing te komen. De noodwoningen waren overigens ruime woningen die bijzonder geschikt waren voor grootte gezinnen. Het onderbrengen van grootte gezinnen is niet gemakkelijk, dus daar konden de noodwoningen wel voor gebruikt worden aldus de voorzitter. Het is bekend dat op De Kamp in Tzummarum een dubbele noodwoning heeft gestaan. Daarvan zijn tekeningen en foto’s bewaard gebleven. Maar uit informatie uit de volksmond kunnen oudere bewoners zich herinneren dat aan de Hearewei, net buiten het dorp, ook een dubbele noodwoning heeft gestaan. Op 29 december 1940 brak er brand uit in een voormalige noodwoning. Die woning had toen de functie van werklozengebouw van de Landarbeidersbond, in de volksmond soos. Omstreeks middernacht bemerkten omwonenden dat er brand woedde in het gebouw. De oorzaak van de brand was waarschijnlijk rondspattende vonken uit de kachel. Men was er op tijd bij want met emmers met water werd de brand geblust. De brandweer hoefde er niet aan te pas te komen. Bron: Wikipedia, www.oudtzummarum.nl
Koor uit Minnertsga op tournee door het land

Op Facebook had ik een closeup foto geplaatst van twee vrouwelijke leden van het koor de Fryske Stimmen. Daar kwamen enkele reacties op en daarom is het wel aardig om wat meer van dit koor te vermelden. Onderstaand artikel (behalve de foto’s en de namen) komt uit de Hepkema’s Courant van 19 november 1948. De tekst is qua spelling iets aangepast aan deze tijd. Mochten er nog andere foto’s zijn van dit koor, dan hoor ik dat graag. “God is mijn lied” heet het christelijke zangkoor in Minnertsga. Het bestaat ongeveer 20 jaar nu en telt 55 leden, 25 dames en 20 heren. Verdere antecedenten: het zingt in de afdeling uitmuntendheid en wordt geleid door de hoogst bekwame dirigent Binnert Posthuma. Hiermee zou de kous af zijn, maar dat is het niet. Het koor is namelijk ontdekt door de radio: er is contact gekomen tussen de NCRV en “God is mijn lied”, dat op 21 april van dit jaar aan een steravond van deze omroepmaatschappij in Leeuwarden meewerkte, waarbij alle zangers in (gehuurde) Friese kostuums waren gestoken. Dit optreden ging er in als koek, vandaar dat de NCRV nu met de Minnertsgaasters in zee is gegaan voor een tournee door ons land, die 30 avonden omvat. Deze foto is gemaakt in 1947. Bovenste rij vlnr: Neeltje Joostema, Welly Burry, Hiltje Joostema, Riemke Elzinga, Tine v.d. Schaar, Liskje v.d. Ploeg, Riemke v.d. Schaar, Griet Posthuma en Sietske Burry. Tweede rij: Gerrit Elzinga, Tine van Leeuwen, Piet Elsinga, Jantje Dijkstra, Gerrit Glazema, Wally Joostema, Wietske de Vries, Gepke Smits, Klaas Andringa, Maartje Terpstra, Berend Zijlstra en Feikje Elsinga. Derde rij: Cornelia Jager, Goffe S. Elsinga, Sietske Miedema, Tjepke Smits, Geppy Faber, Piet Krol, Akke Winsemius, Hein van der Mey, Annie Smits, Tjerk Elsinga, Froukje v.d. Schaar en Klaas de Haan. Vierde rij: Idske Wijnja, Betje Wijngaarden, Eke Dijkstra, Anneke Hollenga, Rinske Jager, Antje Posthumus, Maartje Glazema, Griet Kuzema, Janny Terpstra en Klaske Norder. Voorste rij: Klaske Faber, Kobus Faber, Cornelia Hamer, Henk Woudstra, Aaltje Tjallingii, Jantje Faber, dir. Bindert Posthuma, Afke de Groot, Ale Traivaille, Pietje Jensma, Klaas Hamer, Trynke Elsinga en Jouke Jouwersma (namen van K. de Haan, P. Hengst-Jensma en K. Hamer). Aan een dergelijke vocale trektocht zit onnoemlijk veel vast. In de eerste plaats zijn de leden van het koor stuk voor stuk mensen, die de hele dag hun werk hebben in allerlei prozaïsche beroepen en er maar niet zo maar eventjes uit kunnen lopen om ergens in den lande aan een steravond mee te werken. Toch is hiervoor een oplossing gevonden, wat al een kranig organisatiestukje mag heten. Voorts was er het probleem van de geadoreerde kostuums. Huren of zelf kopen? Na veel wikken en wegen besloot men de kostuums te kopen, in zoverre: de vrouw van de voorzitter P. Elzinga knipte alle 35 kostuums voor de dames, die op haar beurt haar spullen in elkaar stikten. Elke heer werd door de kleermaker een broek aangemeten. De mutsen moesten de dames zelf aanschaffen, maar de oorijzers […]
Familie Zuidema (deel I)

In een vorig bericht heb ik gemeld over de foto’s die ik van Age Posthumus had ontvangen, maar ik had ook foto’s ontvangen van Huig Dolleman uit Amsterdam. Hij stuurde mij foto’s van de Zuidema familie. Van de Zuidema’s had ik nog geen foto’s, tenminste niet van deze mooie. Uit de mailwisseling met Huig Dolleman blijkt dat Andries Zuidema ook contact met Huig heeft gehad. Met de informatie van de beide mannen en met mijn aanvullende gegevens heb ik onderstaand verhaal gemaakt. We beginnen bij Sijtse Berends Zuidema (1835-1902) en Sijtske Pieters Porte (1838-1915). Dit echtpaar woonde in Hallum waar vijf kinderen worden geboren: Sijtske, Andries, Pieter, Sijtske en Berber. Hun eerste kindje Sijtske wordt slechts vijf maanden oud. Na de geboorte van Berber, in april 1868, verhuisde het gezin naar Minnertsga. In Minnertsga werden nog eens zes kinderen geboren: Grietje, Berend, Janke, Antje, Berend en Berendtje. Vóór 1862 wonen er (volgens het bevolkingsregister) wel Zuidema’s in Minnertsga, maar het lijkt er nu nog op dat dit een andere familie is en dat er geen relatie is met Sijtse Berends Zuidema. Waar het gezin is komen te wonen in Minnertsga, is niet bekend. Maar de overlijdensakte van hun zoontje Berend in maart 1878 vermeld dat het gezin in het huis met nummer 71 woont. Dit huis zou volgens de oude nummering het huis moeten zijn op de hoek Meinardswei-Tilledyk-Tsjillen waar vroeger schoenmaker De Vries woonden. De woning bestond toen uit twee wooneenheden. Nummer 71a was het voorste gedeelte en nummer 71 het achterste gedeelte. Sijtske baarde tijdens haar leven maar liefst elf keer. Maar naast het geluk van nieuw leven, was er ook verdriet. Het echtpaar heeft drie van hun kinderen op zeer jonge leeftijd verloren. Hun eerste kindje werd slechts 5 maanden oud en hun eerste Berend ook slechts 5 maanden oud. Hij overleed in maart 1877 toen Sijtske zwanger was van haar 10de kind dat in september 1877 werd geboren. Het bleek een jongetje te zijn. Hij kreeg de naam Berend, van zijn overleden broertje. Andries was het tweede kind van Sijtse en Sijtske. Hij trouwde op 23-jarige leeftijd in oktober 1886 met de 20-jarige Rinske Franses Nieuwhof die afkomstig was uit Wier. Rinske is vóór haar huwelijk, thuis in Wier bij haar ouders, al van een kind bevallen; Antje (juli 1886). Naar alle waarschijnlijkheid was Andries de vader van het kind, want bij de huwelijksvoltrekking erkend Andries het kind als het zijne. Andries kwam uit een groot gezin, maar hij stichtte zelf ook een groot gezin. In het gezin worden 13 kinderen geboren. Op Antje na, zijn al die kinderen in Minnertsga geboren en gedoopt in de Nederlands Hervormde kerk, nu de Meinardskerk. Waar Andries met zijn grote gezin heeft gewoond, is nog niet helemaal duidelijk. In de notariële archieven komt zijn naam een aantal keren in verband met aan- en verkoop van een woning, maar dat vergt nog een nader onderzoek. Wat wel duidelijk is, is dat Andries en Rinske eind 1910 naar Amerika zijn […]
Antje Ennema-Dijkstra en familierelaties

Begin dit jaar mailde Piter Tigchelaar mij en hij stuurde ook een paar foto’s mee. Piter en ik hadden al eens vaker contact gehad met elkaar en ook hij volgt de ontwikkelingen op de website van Minnertsga vroeger. De foto’s die Piter stuurde hebben te maken met de familie Ennema en Kamstra. Een van de foto’s die Piter mij stuurde stond al een tijdje ‘onaangeroerd’ in mijn computerarchief, met de bedoeling nog wat meer familiegegevens van de Ennema’s en de Kamstra’s bij elkaar te zoeken en er een verhaal van te maken. Maar voor je het weet ben je met de hele familie aan het uitzoeken omdat er allemaal familiebanden blijken te liggen met andere Minnertsgeaster families. En dan blijkt ook dat ik zelf al een paar foto’s had die ik via een gerelateerde familie heb gekregen die ook in dit verhaal passen. Enfin . . . . allemaal weer stof om een verhaal samen te stellen. Op de foto die ik van Piter kreeg, staat Antje Ennema-Dijkstra en haar jongste dochter Aafke. Antje is geboren op 18 november 1866 in Minnertsga. Op 23-jarige leeftijd treed zij in het huwelijk met de 27-jarige Enne Ennema uit Tzummarum. Hij is geboren op 1 april 1863. Antje en Enne kregen zes kinderen: Tjerk (1891), Tetje (1893), Ytje (1896), Johannes (1898) en Aafke (1901). Het gezin woonde in waarschijnlijk onder Tzummarum aan de zeedijk op Koehool. Enne is arbeider en overleed op 44-jarige leeftijd. Hij liet zijn vrouw achter met de zes kinderen waarvan de oudste toen 16 jaar was en de jongste 6 jaar. Moeder Antje moest toen zelf de kost verdienen om haar gezin te onderhouden. Zij ventte met een hondenkar langs de huizen in de omgeving. Wat zij precies verkocht is niet bekend, maar het zal naar alle waarschijnlijkheid een beperkt assortiment levensmiddelen zijn geweest. Op de foto zit rechts van Antje Ennema-Dijkstra de hond die zij gebruikte om de kar te trekken. Volgens Piter Tigchelaar had zij ook een winkeltje aan huis. Ik schreef al dat ik zelf ook een paar foto’s in bezit had die ik via een, zo blijkt nu, gerelateerde familie heb gekregen. Hoe zit dát dan? Wel . . . . . . de jongste dochter uit het gezin Ennema-Dijkstra, Aafke (1901-1977), trouwde op 23-jarige leeftijd met toen 28-jarige Jan Kamstra (1897-1972) uit St. Jacobiparochie. Jan was het achtste kind uit het huwelijk van Reinder Kamstra en Pietje Hessels Miedema. Pietje Hessels is een dochter van Hessel Jans Miedema en Grietje Baukes Westra. En zo zijn we weer terug in Minnertsga want Hessel Jans Miedema en Grietje Baukes Westra woonden in Minnertsga waar ook hun dochter Pietje werd geboren die met Jan Kamstra trouwde. Oké dan nog een stapje verder in de familiegeschiedenis. Pietje haar broer Jan Hessels, trouwde met Gelbrich Tuinhof. Uit dat huwelijk werden zeven kinderen geboren, waaronder de Grietje Miedema, de beppe van mijn vrouw Gelly. Is het allemaal nog te volgen? Piter Tigchelaar is familie van de Kamstra, en via […]
Foto’s familie Posthumus
Vorige week stuurde Age Posthumus uit Nieuwerkerk aan de IJssel mij een paar prachtige foto’s van de familie Posthumus. Op de Facebook pagina van Minnertsga vroeger had hij een foto geplaatst en vervolgens raakten we aan het emailen met elkaar en kreeg toen nog een prachtige foto van zijn grootouders. Op dit ogenblik ben ik niet erg actief met de website. Dat heeft niets te maken met mijzelf, maar meer met het weer. Het is zomer . . . . . . . en dan staan dit soort van activiteiten op een lager pitje. Maar Age vermelde in zijn email dat deze foto’s in de beeldbank mochten, dus dan moet je ook niet te lang wachten om die er in te zetten. Maar een kale foto erop zonder wat aanvullende gegevens is mij te mager. Van Age kreeg ik wat familiegegevens en ik heb er zelf ook wat bij gezocht. In het rijtuig zitten zus en broer Jeltje en Jacob Posthummus. Age heeft het in zijn email over een tilbury, maar dat is een tweewielig rijtuig en ik heb het idee dat dit een vierwielig rijtuig is. Maar goed . . . daar gaat het zozeer niet om. De foto is genomen aan de noordkant van de Meinardskerk. Daar stonden vroeger vier één-kamer-woningen onder één dak. Links daarvan de kapperswinkel van Jensma en daarnaast het winkelpand van Winsmius, later Bouwe de With die er toen een radio (en televisie) zaak in had. Op deze foto staan de ouders van Jeltje en Jacob en de grootouders van Age die mij deze prachtige foto’s toestuurde. Het zijn Age Posthumus(1878) en Klaske Buwalda (1879). Age is in Tzummarum geboren en Klaske in Minnertsga. Age was een zoon van Jelte Posthumus en Akke de Boer en kwam uit een gezin van negen kinderen. Dat gezin Posthumus – De Boer woonde aan de Hoarnestreek onder Minnertsga. Kinderen uit dat huwelijk waren: Dieuwke (1876-1877) Age (1878) getrouwd met Klaske Buwlada Dieuwke (1879) Wijpkje (1881-1977) was getrouwd met Loepke Visser Pietje (1881) tweeling met Wijpkje Bottje (1884-1885) Bote (1886-1979) was getrouwd met Jitske Bekius Jan (1888) Steven (1891-1929) was getrouwd met Trijntje de Jong. Wie aanvullende gegevens heeft, of nog meer foto’s, die kan uiteraard reageren op dit bericht. Foto’s kunnen meegestuurd worden via het contactformulier.