Wie zitten er in de sjees?

Jelle Feenstra heeft op de Facebookpagina van Minnertsga vroeger,  een aantal maanden geleden een foto geplaatst van een jong stel in een (Friese) sjees. Een prachtige foto . . . . . . maar wie zitten er in de sjees?   De namen van het jonge stel zijn nog steeds onbekend. Afgelopen dinsdagmiddag (19 nov. 2013) was ik te gast in Minnertsga in de Twaskar. De zaal zat vol met ‘âlde rein’ die waren gekomen om oude foto’s en films te  zien van het Minnertsga van vroeger. Ruim twee uur lang hebben we ‘in slach troch it doarp en tiid’ gemaakt. Via een groot projectiescherm konden de mensen genieten van prachtige oude foto’s en filmfragmenten van hoe het dorp er vroeger uitzag. En zo kwamen er ook bewoners op het scherm voorbij die allang niet meer onder ons zijn. Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook een paar foto’s te laten zien met Minnertsgaasters erop waarvan de namen niet bekend zijn. Zo had ik deze foto van Jelle Feenstra ook in de presentatie gezet. Maar . . . . . . jammer genoeg, niemand herkende de personen. De beheerder van het gebouw, Wopke Klaver, zag herkenning van de plaats waar de foto genomen moet zijn. In de zaal waren nog een paar mensen die het vermoeden hadden dat de plaats van de foto achter de boerderij was van Joostema, met als naastliggende boerderij die van Simke en Geertje Tuinhof. Maar bij vermoeden bleef het. Deze week stuurde Wopke Klaver mij de foto die op de website van Loonbedrijf Joostema staat. En . . . . . . . warempel, die foto bevestigd dat de sjees op diezelfde locatie is gefotografeerd. Dus achter de boerderij van Joostema. Wokpe zal verder onderzoek doen en bij zijn schoonfamilie informeren. Het zou mooi zijn als we de namen bij de foto kunnen plaatsen. Het kenteken van de trekker B-34403 stond op naam van Johannes Joostema. Zijn de jonge dame en de jonge heer kinderen van Johannes en Sijmentje Joostema-Meerstra? Misschien zijn er lezers (en kijkers) van de Minnertsga vroeger die de personen herkennen. Laat het even weten . . . . ieder aanknopingspunt is welkom.

Uw eigen verhaal: Jaap Kooiker herkent zijn vader op filmfragment

De website Minnertsga vroeger is onlangs een beetje aangepast. Op de voorpagina worden bezoekers uitgenodigd om hun eigen verhaal of herinnering aan Minnertsga op te schrijven en dat vervolgens te delen (zo heet dat tegenwoordig) met anderen. Oud-Minnertsgaaster Jaap Kooiker uit Leeuwarden heeft van die uitnodiging gebruik gemaakt.   Hij schrijf: ‘ Naar aanleiding van de filmpjes op de website Minnertsga vroeger, wil ik het volgende aan je kwijt. Het filmpje ( klik hier ) over het muzikaal inhalen van de bejaarden van Minnertsga sprak mij erg aan, temeer omdat mijn vader Piet voorop loopt met de grote trom. Toen ik dit filmpje bekeek kwam ook weer het verhaal boven, wat mijn vader ons destijds vertelde en wat ik hierbij wil doorgeven.   Het muziekkorps Oranje was in die periode naar een muziekconcours (ik weet niet meer waar dat was) en het korps zou ‘s avonds ook meedoen een de mars wedstrijd. In die tijd was het korps nog niet zo ingesteld op dit onderdeel. De toenmalige dirigent, De Jong, kon hier niet zo goed mee overweg. Voordat de wedstrijd begonnen was hadden de mannen ook al een slokje gehad en hadden grote tromslager Pieter Kooiker en de bekkenist Piet Wassenaar met elkaar afgesproken “wy sille se rinne litte”. Zij waren natuurlijk de mannen die het tempo aangaven omdat toen der tijd de grote tromslager en de bekkenist voorop liepen. Het tempo lag hoog en dat werd hen niet in dank afgenomen. Iedereen was kwaad op de twee gangmakers. In spanning werd er gewacht op de uitslag van de jury en die luide: 1e prijs met lof van de jury voor Oranje Minnertsga. Vervolgens werd er nog maar een borrel ingeschonken’.   Jaap zijn vader was onderhoudsschilder bij de LABO. Het gezin Kooiker kwam in 1951 vanuit Idskenhuizen naar Minnertsga. Jaap zijn vader is eerst in de kost geweest bij Jan en Griet Hibma. Jan Hibma zat zelf ook bij het muziekkorps en daarmee is de link gelegd dat vader Piet Kooiker ook bij het korps kwam. Toen de huizen aan de Tsjerkestrjitte waren gebouwd, had Tolman van de LABO een aantal woningen toegewezen gekregen voor het personeel van de LABO. Zo kwam de familie Kooiker op nummer 19 in de Tsjerkestrjitte te wonen. Jaap zijn herinnering gaat verder: ‘Wij kwamen in Minnertsga wonen toe n de restauratie van de grote kerk in volle gang was. Er stond toen aan het begin van de straat een tijdelijke werkplaats t.b.v. de restauratie van deze kerk. Tijdens het plaatsen van de wijzerplaten aan de toren, mochten wij als jeugd mee helpen sjorren, om het geheel naar boven te krijgen. Zelf heb ik een groot deel van mijn jeugd in Minnertsga doorgebracht. Na tien jaar zijn mijn ouders in Leeuwarden gaan wonen. De LABO had daar ook een vestiging. Samen met mijn moeder heb ik nog gezongen in het koor “Fryske Stimmen” o.l.v. Bindert Postuma’.   Bildts Documentatiecentrum: Foto muziekkorps 1954

Van statig tot vervallen boerderij Stasjonsstrjitte

De storm van maandag 28 okotber (2013) heeft veel schade veroorzaakt in de provincie. Vooral bomen moesten het ontgelden omdat die nog volop in het blad zaten, maar ook de schade aan gebouwen en boerderijen was enorm. Zo heeft de boerderij aan de Stasjonstrjitte ook geleden onder de eerste heftige najaarsstorm dit jaar. Aalzen de Haan stuurde mij deze week een paar foto’s van de stormschade van deze boerderij. De boerderij staat te koop en het schijnt dat er belangstelling is om het vervallen opstal met de grond gelijk te maken en er een nieuwe woning te bouwen. ‘Ik vind het dik zonde dat deze boerderij straks uit het beeld verdwijnt in Minnertsga’ zo schrijft Aalzen in zijn email. En daar kan ik mij wat bij voorstellen. Maar zoals de boerderij er nu bij staat is het geen gezicht. Het vergt een flinke restauratie – en veel geld – om de boerderij weer in oude glorie te herstellen. Naar alle waarschijnlijkheid heeft Lammert IJsbrands Brouwers vroeger deze boerderij laten bouwen. Dat moet ergens tussen 1832 en 1887 zijn geweest. De Stasjonstrjitte heette toen Lange Dijk. Deze boerderij was het eerste gebouw in de straat en stond toen gewoon net buiten het dorp mooi op de ruimte. De andere bebouwing aan beide kanten van de Stasjonstrjitte is van na 1887. De boerderij heeft een belangrijke functie vervult in het begin van de vorige eeuw. Want het is op deze plaats waar de ‘pakesizzer’ van Lammert IJbrands Brouwers het fundament heeft gelegd van Bouwers Stalinrichting. Hier werden de eerste veedrinkbakken geassembleerd onder de namen Brouwers no. 2, Brouwers no. 3 en Brouwers no. 4. Het florerende bedrijf is Minnertsga later ontgroeid en het heeft zich toen gevestigd in Leeuwarden. Daar is het bedrijf verder uitgegroeid totdat het in 2012 is ondergebracht bij GEA Royal De Boer Stalinrichtingen. In 2000 heb ik, in het kader van mijn onderzoek naar de historie van de Brouwers, een bezoek gebracht aan het bedrijf in Leeuwarden waar ik toen uiterst vriendelijk te woord ben gestaan door de toenmalige directeur Reimer Rauwerda. Hij heeft mij toen veel verteld over het bedrijf en ik kreeg zelfs enkele foto’s en kopieën van bedrijfsdocumenten mee naar huis die ik nog steeds zorgvuldig bewaar. De statige boerderij met zijn prachtige siertuin aan de Stasjonstrjitte was vroeger een plaatje om te zien. De basis van Brouwers Stalinrichting dreigt nu uit beeld te verdwijnen; net zoals het bedrijf zelf dat ook uit het bedrijfsbeeld is verdwenen.  Kleurenfoto’s: Aalzen de Haan

Herinnering aan mijn allereerste autoped

Wat was ik trots toen ik vroeger een spiksplinternieuwe autoped kreeg van mijn ouders. Niet dat die autoped alleen voor mij bestemd was, nee . . . . ik moest de autoped delen met mijn broertje. Maar die komt een paar jaar achter mij aan, dus daar had ik niet zoveel last van.   Als ik in mijn grijze geheugen omspit komen er beelden naar boven van mijn allereerste autoped. Ik heb het nu over de tijd 1959 – 1962. Het was een eenvoudig frame met een vernikkeld stuur waar het nikkel al flink vanaf gebladerd was. Het stuur was dan ook meer roestig dan dat het een mooi glimmend stuur was. Ook op het frame was weinig van de laklaag overgebleven en de kleine buitenbanden vertoonden schuurtjes; verouderd rubber dus. Spatschermen zaten er ook niet meer op. Achteraf gezien moet die autoped al jaren oud zijn geweest want hij was al flink afgejakkerd.   Het lijkt wel of het beeld van die oude autoped steeds sterker wordt naarmate ik probeer meer herinneringen op te halen over dat vervoermiddel. Het schiet mij te binnen dat er ergens nog een kleine foto moet zijn waar ik met die oude autoped op sta samen met mij broertje in de voortuin op de Tsjerkestrjitte. Uit de boekenkast pak ik de oude fotoalbums van mijn ouders. Tussen de ingeplakte foto’s is de foto die ik zoek niet te vinden. In één van de albums liggen enkele losse foto’s. Yes . . . . . . daar zit de foto tussen waar ik om zocht. De foto bevestigt mijn herinnering aan die oude autoped.   De autoped was een vervoermiddel waarmee je wereld ineens groter werd. Als je eenmaal het steppen onder de knie had, kon je je sneller verplaatsen. Zo was ik sneller onder het bereik van mijn ouders vandaan als wij zondag ’s middag een kuier maakten over het Sybrendykje en Dirkjebuorren.   Terug naar die spiksplinternieuwe autoped. Een paar details heb ik nog goed voor de geest; het was een rode autoped maar zonder rem. Het zal wel met de prijs te maken hebben gehad dat een ik een autoped zonder rem kreeg. Het rempedaal zat tegen het achterwiel aan; je kon er zo met je hak op drukken. Flink drukken en je stond zo stil.   Bijna alle kinderen in de buurt hadden een zo’n autoped; de één nog mooier dan de andere. Wat niet echt door je ouders op prijs werd gesteld was dat je flink vaart maakte en dan onderweg vlug er vanaf stappen. De autoped reed dan nog met een flinke snelheid door zonder bestuurder om vervolgens met een klap op de straat tot stilstand kwam. Wie kon het verste komen?   Ik vroeg mij af waar het woord Autoped vandaan kwam, want het vervoermiddel had volgens mij niets te maken met ‘auto’. Op internet vond ik – dankzij Wikipedia – dat Autoped een historisch Amerikaans-Brits merk is dat gemotoriseerde steps leverde. Het Amerikaanse merk bouwde een soort […]

Melkboer Jan Stallinga had primeur met rijdende winkel

In de provincie Noord-Holland reden in 1966 er al een aantal. Maar Minnertsga had de primeur voor Friesland; een rijdende zuivel-zelfbedieningswinkel.  De Minnertsgaaster melkboer Jan Stallinga durfde het risico aan om in een tijd van branchevervaging te investeren in een rijdende winkel. Tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw kon de detailhandel nog ingedeeld worden in talrijke van elkaar te onderscheiden categorieën. Naast de melkboer kenden we bijvoorbeeld de slager, bakker, groenteboer, de kruidenierswinkeltjes, de tabakswinkel en de manufacturenwinkel. Geleidelijk aan zag je gebeuren dat bepaalde winkels op elkaars terrein gingen komen. Kruideniers gingen bijvoorbeeld zuivelproducten, ‘fijne’ vleeswaren en tabaksartikelen verkopen. De kruideniers gingen over op zelfbedieningswinkels, dus kon ook de melkboer niet achterblijven in deze branchevervaging. Hij wilde op zijn beurt kruidenierswaren verkopen, maar daar had wel een ander vervoermiddel voor nodig dan de ‘brijkarre’; een driewieler met een trekmotor er voor. De detailhandelaar wilde in het algemeen liefst een groot mogelijk assortiment aan de huisvrouw aanbieden. Hoewel de ‘winkelman’ zijn kruidenierswinkel inmiddels had omgebouwd tot een zelfbedieningswinkel, bracht hij ook nog veel boodschappen bij de klant thuis. De ene dag noteerde hij bij de klant de bestelling in het winkelboekje en de volgende dag bracht hij de doos met boodschappen bij de klant. Met een zogenaamde rijdende winkel had je dat probleem niet. Hierin zag Jan Stallinga een gedurfde uitdaging. Het was een flinke stap vooruit als besluit een wagen aan te schaffen, waarin de klant zelf kan binnenkomen en zijn artikelen kan uitzoeken. Dat heeft voordelen: de klant hoeft niet meer in weer en wind niet meer bij de ‘brijkarre’ te staan wachten en hij vlak voor zijn eigen deur kiezen uit een vrij omvangrijk assortiment zuivel en kruidenierswaren. Op 21 juli 1966 werd de eerste rijdende winkel van Friesland officieel in gebruik gesteld. Er waren nogal wat ‘pommeranten’ naar Minnertsga gekomen om Jan Stallinga en zijn familie alle succes te wensen met de nieuwe aanwinst. De officiële openingshandeling werd verricht door de burgemeester van de gemeente Barradeel, mevrouw De Roos en de heer C. Boonstra – de later veel meer bekend geworden Cor Boonstra – van de Friese Bond van Zelfstandige Melkhandelaren. Juist in een tijd dat in Barradeel de jongere bevolking wegtrok naar andere streken en de blijvende bevolking verouderde, was deze nieuwe vorm van Winkel-aan-huis een antwoord en tevens een antwoord op de branchevervaging die de kruideniers hadden ingezet. De heer Bloksma sprak namens de Middenstandsvereniging Barradeel en hij was het met de burgemeester eens, dat de middenstand in de gemeente alles doet om het de klant naar de zin te maken. Hij sprak de verwachting uit, dat de bevolking van Minnertsga de heer Stallinga dankbaar zal zijn voor deze nieuwe voorziening. Als laatste sprak Klaas Schotanus namens de middenstand in het dorp. Hij betrok in de gelukwensen ook de broers Hein en Oane Stellingwerf. Oane Stellingwerf had zijn broer veel geholpen met de melkhandel. Hein Stellingwerf begon in 1904 zijn melkhandel in Minnertsga met behulp van een handkar. Later is die […]

Romke Wijngaarden reed met verduisterde koplampen (1939)

Vorige week kreeg ik een knipsel aangeboden uit het weekblad ‘Fan Fryske Groun’. Dit familieweekblad was in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw heel populair. Het blad was rijk geïllustreerd met foto’s van dorpen en landschap, maar ook van personen en gebeurtenissen die op dat moment actueel waren. Op het knipsel viel mij meteen de naam MINNERTSGA op daarom heb ik van het aanbod gebruik gemaakt en het knipsel in ontvangst genomen om het toe te voegen aan mijn Minnertsga-collectie. Het knipsel is geplakt op een wit stukje stevig papier. Er is om het bijschrift heen geknipt, dus dat vertelt iets over de foto. Maar er is met potlood het jaartal 1939 bijgeschreven. Het bijschrift luidt als volgt: “Op straat . . . de autolampen worden zorgvuldig afgedekt, zoodat slechts een spleet van 5 cm bij 1 cm beneden het brandpunt open mocht blijven”. Wat is er aan de hand op deze foto? Voor, maar ook in de Tweede Wereldoorlog was er in ons land een zogenaamde Luchtbeschermingsdienst (LBD) actief. De oorlogsdreiging was in 1939 al zover gevorderd dat men overal in het land maatregelen trof om het land ’s nachts zo donker mogelijk te maken. Het verduisteren was ervoor bedoeld om het de piloten van vijandige vliegtuigen en bommenwerpers zo moeilijk mogelijk te maken zich te kunnen oriënteren boven land. Verlichting van huizen en andere gebouwen, straatverlichting en verlichting van fietsen en andere voertuigen moesten aan bepaalde verduisteringsmaatregelen voldoen. De mensen van de LBD, maar ook de agenten van rijks- en gemeentepolitie, controleerden of de verduisteringsmaatregelen wel voldoende werden nageleefd. Koplampen van auto’s en fietsen mochten maar heel weinig licht uitstralen. Op de foto is te zien dat een agent een auto controleert waarvan de koplampen afgedekt zijn en er maar een heel klein spleetje zichtbaar is waardoor nog wat licht kon stralen. Maar van wie is nu die auto? Mooi dat het kenteken goed leesbaar is want dat maakt het gemakkelijk om te achterhalen aan wie het nummerbewijs (kenteken) is uitgegeven. Op de website van Tresoar zijn alle Friese nummerbewijzen tussen 1906 en 1950 terug te vinden. Het blijkt dat het kenteken is afgegeven in Barradeel op 31 maart 1924 aan Kornelis Wijngaarden en op 21 september 1928 op naam van zijn zoon Romke Wijngaarden is overgeschreven. Dus, wij hebben hier te maken met de auto van Romke Wijngaarden en dat wordt bevestigd door de naam Wijngaarden die helemaal linksboven op de voorruit nog net is te lezen. En . . . . het zou best eens kunnen zijn dat Romke achter het stuur zit en op het moment dat de foto werd gemaakt, net een kijkje onder dashboard neemt. De vader van Romke, Kornelis Wijngaarden, is geboren in Hijum en was eerst werkman maar startte later in Minnertsga een bodedienst (vrachtdienst). Van hem is een foto bewaard gebleven waarop hij in Leeuwarden met zijn twee paarden en wagen poseert. Later heeft hij dus een auto aangeschaft met kenteken B-7438. Vader Kornelis overleed in februari […]

Bewaard gebleven ‘SMS-bericht’ uit 1930

SMS, de afkorting van Short Message Service, is een dienst om met behulp van een mobile telefoon korte berichten te versturen en te ontvangen. Wie werkt er niet mee tegenwoordig. Zelfs de ‘pakes en beppes’ van nu ontkomen er niet aan om ook te kunnen SMS’en en een Facebook account te hebben. SMS; je tikt een maximaal aantal tekens in op het toetsenbord- of scherm van je mobile telefoon en je geeft aan naar wie je het bericht wilt toezenden. Klaar! Om korte berichten te versturen gebruikte je vroeger een briefkaart. Op een briefkaart kon je maar beperkte tekst kwijt – net zoals bij SMS – in tegenstelling tot een brief. Een briefkaart versturen was goedkoper dan een brief. Dus eigenlijk is een SMS-berichtje niets anders dan een digitale briefkaart versturen. In mijn Minnertsga-collectie bewaar ik een paar van die ‘ SMS-berichten’ die vroeger zijn verzonden. Eén daarvan is afkomstig van L. S. Brouwers en is verzonden op 25 augustus 1930. Brouwers schreef: ‘U stuurt toch wel even bericht wanneer wij moeten komen, nietwaar? In afwachting hoogachtend L.S. Brouwers’.   De briefkaart was gericht aan: Den heer B. Uilkema, aannemer, Roordahuizum en de adressering was meer dan voldoende om de briefkaart op de juiste plaats van bestemming te krijgen.   Lammerts Simons Brouwers had aan de Stasjonstrjitte een bedrijf in stal- en hijsinrichting. Hij was op zeer jonge leeftijd een tijdje in Amerika geweest en hij had daar kennis gemaakt met de ‘moderne’ stalinrichting. In 1919, toen Lammert Simons Brouwers weer in Minnertsga was, liet hij vanuit Amerika materiaal overkomen dat hij hier monteerde en verkocht aan boeren in de omgeving. Eén van de meeste succesvolle producten waar het Minnertsgaaster bedrijf groot mee is geworden, is de veedrinkbak. Later is het bedrijf naar Leeuwarden verhuisd en stond bekend als Brouwers Stalinrichting.   Klik op afbeelding voor volledig beeld

Peuterspeelzaal Hege Buorren geopend (1976)

In augustus 1976 werd in Minnertsga de eerste peuterspeelzaal van het dorp geopend. De driejarige kinderen Ingrind Karin  Post en Nynke Stienstra hebben de peuterspeelplaats aan de Hege Buorren officieel geopend. De twee meisjes trokken een laken weg, waarna de naam tevoorschijn kwam: “De Peutersoos”. Dertig kinderen maakten toen gebruik van de peuterspeelzaal. De heer Sake Holwerda, van Plaatselijk Belang, bracht vooraf hulde aan de mensen die hebben meegewerkt aan de totstandkoming van de speelzaal, waarbij hij in het bijzonder de heer A. Brandsma noemde. Anderhalf jaar geleden was men al met de peutspeelzaal begonnen in het naastgelegen verengingsgebouw, maar nu heeft men een eigen ruimte. De gemeente Barradeel gaf fl. 1500,00 subsidie. vier dames zullen ieder twee ochtenden in de week leiding geven aan de peuterspeelzaal: E. Stuivenberg-Muis, G. (Griet) de Boer-Zoodsma, H. Helfrich-Galema en J. (Janke) Stienstra-Lautenbach. Na de opening bekeken de genodigden de nieuwe ruimte en werden zij getrakteerd op koffie en oranjekoek. De peuterspeelzaal is vanaf 1976 tot 1983 gevestigd geweest in dit pand. Daarna is de peuterspeelzaal verhuist naar de Collot ‘d Escurystraat waarin vroeger de christelijke kleuterschool was gevestigd. Bron: Leeuwarder Courant 17 augustus 1976 Bildts Documentatiecentrum

Opstellen van Bauke Jansz Miedema (1885 – 1900)

Het familiearchief van de Miedema’s bevat een aantal prachtige oude foto’s, advertenties uit de krant, rouwbrieven, ondertrouwkaartjes en andere documenten die ik zorgvuldig bewaar. Ook zitten er twee hele oude schoolschriften in van Bauke Jansz Miedema. Het zijn prachtige met een kroontjes pen geschreven opstellen van een puber. Maar zijn die opstellen door hem zelf bedacht of heeft hij ze overgeschreven en wie was die Bauke?   Bauke is geboren op 26 november 1885. Hij was het eerste kind van Jan Hessels Miedema en Gelbrig Tuinhof. Bauke kreeg er later nog drie broertjes en twee zusjes bij. Hessel, Trijntje, Grietje, Andries en Johannes. Op 18 januari 1900 is het gezin Miedema in diepe rouw. Dat blijkt uit een geschrift, wat overigens een kopie is, dat bij de schoolschriften zit. Het is een briefje met een formaat van ongeveer een half A4-tje dat, aan de vouwlijnen te zien, klein opgevouwen is geweest. Vermoedelijk is het met de hand beschreven papiertje het officiële rouwbericht van de familie. De inhoud is als volgt: Hier rust het stoffelijk overschot van Bouke Jansz Miedema. Geboren te Minnertsga op 26 nov: 1885 Gestorven alhier 18 jan: 1900 Deze jeugdige bloem werd uit onzen huiselijken hof, helaas! te vroeg geplukt. Doch wij willen Gode zwijgen. [ zin onleesbaar] Werdt g’ons door God geleend. De tijd is om – de liefde weent. Toch is de Hoop verblijd; De liefde zucht: Het moet geschieden. De Hope juicht: Tot wederzien! Op de achterkant staat: ‘Hoort, te midden van ’t treuren, Klinkt een welbekende stem: Ouders, wilt niet troostloos treuren. O, ik heb ’t zoo goed bij Hem! Hebt ge om mijn herstel gebeden. God gaf mij een beter lot, Kort geleefd is kort geleden. Vroeg gestorven, vroeg bij God!’. Hoe je deze tekst ook wilt interpreteren; bedroefdheid en hoop zijn in een paar zinnen verweven. Uit de zin: ‘Hebt ge om mijn herstel gebeden’, is op te merken dat Bauke kennelijk ziek is geweest en dat hij daarvan niet is herstelt. Wat zal er een verdriet zijn geweest in het gezin en de familie toen de 14-jarige ‘jeugdige bloem’ kwam te overlijden.         De twee schoolschriften van Bauke zijn door de nabestaanden zorgvuldig bewaard gebleven en waarschijnlijk gekoesterd als een aandenken. Immers het zijn opstellen die Bauke met zijn eigen hand heeft geschreven. Een prachtig handschrift waarop hij van de meester, op een enkele keer na, de beoordeling goed of zeer goed kreeg. Of Bauke de teksten ook zelf heeft bedacht, is nog maar de vraag. Het is haast niet voor te stellen dat zo’n jonge jongen zulke mooie geformuleerde zinnen maakt en dat hij al over die woordenschat beschikte die in zijn opstellen is te lezen. Waarschijnlijk kregen de leerlingen op school teksten voorgelegd die zij in schoonschrift over moesten schrijven. Bij een paar opstellen is de waardering van meester: matig. Daarmee doelt hij op het schoonschrift want je kunt zien dat Bauke die opstellen inderdaad wat haastig heeft geschreven. Op de voorkant van een van […]