Feestcommissie 1932 – beter – in beeld

Naar aanleiding van het artikel over de postkantoorhouder Minne Vis  (1879 – 1964) en zijn gezin , is er mailcontact ontstaan met een familielid. Die stuurde mij digitaal een aantal prachtige foto’s uit het familiearchief Vis.  Een paar van die foto’s staan in een vervolgartikel, maar er zal nog een vervolg komen want inmiddels heeft het betreffende familielid nog meer foto’s gestuurd. Vorige week ontving ik zelfs een prachtige originele foto waar achterop staat ‘Feestcommissie Minnertsga’. Het opschrift is duidelijk . . . . dan zal de groep mensen op de foto de feestcommissie zijn. Maar ja, wie zijn dat? Er staat geen jaartal bij en geen enkele naam. Heeft zo’n foto dan nog wel waarde? Voorlopig wel want dan ligt er dé uitdaging om de foto te determineren. Toen ik de foto uit de envelop haalde, kwam het beeld mij niet onbekend voor. Het was net of ik zo’n foto vaker had gezien. Zonder mij af te vragen waar en hoe ik die foto herken, heb ik de foto gescand en doorgestuurd naar de Minnertsgaaster Neno Plat. Die heeft vanuit zijn werk als oud-bakker, heel veel ‘mensenkennis’. Hij weet feilloos namen te koppelen aan gezichten. Neno vindt het een prachtige foto maar hij komt niet verder dan twee namen en wat suggesties. Dat schiet niet op! Ondanks dat er geen jaartal op de foto staat is de foto te dateren in de jaren ‘30 van de vorige eeuw. Wat opvalt op de foto is dat de groep voor een decor zit dat ik herken van een andere foto. Maar welke foto? Eerst maar eens het fotoboekje ‘Minnertsgea . . . likas it wie en nea wer wurde sil’ erop naslaan. Warempel, op foto 68 is het zelfde decor te zien met het muziekkorps op de voorgrond. De auteurs van het boekje hebben  het jaartal 1938 er bij gezet en menen dat dit in ‘it greidsje’ was toen ‘Het beleg van Steenwijk’ werd opgevoerd. Dan is de foto die ik toegezonden kreeg naar alle waarschijnlijkheid ook in 1938 gemaakt voor het zelfde decor. Vervolgens zoek ik de oude krantenberichten er op na, maar ik ontdek in de jaargangen van 1938  geen artikel over deze feestelijkheden. Wat nu? Dan maar eens breder zoeken en andere jaargangen raadplegen. In jaargang 1931 staat op 13 augustus dit bericht in de krant van de Oranje Vereniging Minnertsga: ‘Agendapunt “Feest op 31 augustus” leverde een drukke bespreking op. De meerderheid wenste een feest zoals voorheen werd gevierd: gekostumeerde optochten in verband met de historie. Besloten werd op te voeren ‘De inneming van Steenwijk’. Een twintigtal personen gaf zich op als medewerker’. Wat opvalt is dat de vergadering vlak voor 13 augustus is geweest en dat het feest al op 31 augustus moet plaatsvinden. Er moet dan nogal wat worden georganiseerd. En waarom feest op 31 augustus? Wel, dat was de verjaardag van de toenmalige koningin Wilhelmina en dan was het in het land Koninginnedag. Tot 1948 werd Koninginnedag gevierd op de laatste van augustus. In […]

Oebele Weima – Jeugdige honderdjarige

Het zijn maar enkelen in Minnertsga die deze hoge leeftijd hebben gehaald. Iede Westra overleed in 1972 op 100-jarige leeftijd, Aaltje Miedema overleed in 1978 op 103 jarige leeftijd en Aafke Boersma overleed in 1996 op 104-jarige leeftijd. Oebele Weima overleed op 102 jarige leeftijd. Volgens het overlijdensregister van Minnertsga zijn dit de enigen sinds 1812.   Oebele heeft zijn 100-jarige leeftijd gevierd in het Hervormd verenigingsgebouw. Volgens de Leeuwarder courant was daarmee meteen gezegd dat Oebele in een nog zeldzame goede gezondheid verkeerde. Voor zijn hoge leeftijd had hij nog een jeugdig uiterlijk. Die jeugdigheid sprak ook uit het feit dat hij toen een groot sympathisant was van Feijenoord en van Atje Keulen-Deelstra. Zelf speelde hij graag nog een partijtje dammen of schaken. Oebele Weima was een man die bij de dorpsinventaris hoorde wat ook wel bleek tijdens de optocht van versierde wagens van het dorpsfeest. Oebele was op één van de wagens uitgebeeld samen met zijn onafscheidelijke petroleumkar.   Oebele Weima woonde meer dan vijfenveertig jaar in bij het gezin van zijn dochter Elisabeth aan de Skoalstrjitte – later op de Tsjerkestrjitte 42. Op 17 januari 1872 aanschouwde Oebele het levenslicht in Minnertsga. Zijn ouders Sipke en Dirkje de Vries lagen toen met hun turfschip voor de kant in het dorp. Oebele is aan boord geboren maar zijn ouders hadden hun domicilie in Leeuwarden. De andere drie kinderen uit het gezin zijn geboren in Smallingerland, Idaarderadeel en Leeuwarden.   Oebele ging alleen naar school als het schip in Minnertsga lag te laden en te lossen. Voordat hij trouwde — hij was toen veertig jaar — voer hij zelf ook. Eerst op een vissersschip en later op een vrachtschip. Na zijn huwelijk in 1912 vestigde hij zich als groenteboer aan de Vegelinstraat in Leeuwarden, maar Minnertsga bleef trekken en vijf jaar later had hij daar een petroleumhandel. „Ik ben geboren als koopman en ik ben het gebleven”, aldus Oebele in een interview met de Leeuwarder courant. Op negentigjarige leeftijd ventte hij nog steeds met petroleum langs de zeedijk van de Bildtdorpen tot Koehool.   Oebele wist nauwelijks wat ziekte was. Op z’n tijd nam hij zijn „prûmke” en zaterdagsavonds dronk hij met smaak zijn glaasje jonge jenever. Laat naar bed gaan was ook één van zijn gewoonten. En laat was in dit geval na twaalf uur. Op 102-jarige leeftijd las hij nog steeds iedere dag de krant en had hij nog volop belangstelling voor de dingen om zich heen. Oebele overleed op 14 juli 1974.

De schooltandarts kindvriendelijk?

Tandverzorging was even normaal en noodzakelijk als leren en schrijven eind jaren ’50 van de vorige eeuw. Toen werd het fenomeen schooltandarts ingevoerd die samen met zijn assistente in een grote bus – de zogenaamde Dental-car – naar het schoolplein kwam om de gebitten van de kinderen te controleren. Tot die jaren was het slecht gesteld met het onderhoud van het gebit. Tandenpoetsen deden de meesten niet en als je kiespijn had dan liet je de kies gewoon trekken bij de dokter in het dorp. Weg met dat ding! En als je de dokter vroeger niet kon betalen dan werd er eigenhandig getrokken. Na de WOII kwam de wereld er in eens heel anders uit te zien. Men bestede steeds meer aandacht aan de persoonlijke hygiëne. Ook de tandpasta kwam steeds meer in de belangstelling; in kranten en tijdschriften verschenen reclame advertenties met kreten dat je iedere dag of nog beter na iedere maaltijd moest tandenpoetsen voor het behoud van je gebit want dan hoefde je geen kunstgebit. Want in die tijd was het heel normaal dat je als jonge ouder je gebit liet trekken omdat het in slechte staat verkeerde. Je ging je verdere leven dan door met een kunstgebit.   Om een slecht gebit te voorkomen kwam de schooltandarts in beeld. De controle van de gebitten begon al bij de hummeltjes uit de eerste klas. Een of twee keer per jaar verscheen die ‘akelige’ rijdende behandelkamer bij het schoolplein. Werd de bus eerst bij de ene school gesignaleerd; dan kregen de kinderen van de andere school het al benauwd. Want voor de meeste kinderen was het geen plezier om naar die man toe te gaan. Per keer werden drie kinderen uit de klas naar de ‘bekkenbeul’ gestuurd. Daar zat je dan . . . . je klasgenoot in de behandelstoel en de andere twee zaten op zeer korte afstand  te wachten op hun beurt. Alle geluiden kreeg je duidelijk mee en als er geboord moest worden dan zat je te rillen. Hoe wel de man en vooral zijn assistente geruststellende woorden sprak, werd je er niet geruster onder. De tijd van het eerste schooljaar valt samen met de komst van de eerste blijvende kies, terwijl de wisseling dan ook zo ongeveer begint. Tandartsen spreken van wisseling en completering. Dus was het die leeftijdsgroep waar begonnen werd met de schooltandverzorging. In de gemeente Barradeel werd met ingang van september 1960 begonnen met de schooltandverzorging. Maar de animo van de zijde van de tandartsen om bij de schooltandverzorgingsdienst in vaste dienst te treden, was gering.  Waarschijnlijk was het een minder goed betaalde baan dan een eigen praktijk. Door de komst van de schooltandarts werden we allemaal wel bewust gemaakt om goed je tanden te poetsen. Dat voorkwam misschien dat die kerel in je tanden begon te boren en kiezen uit je kaken trok zonder de gaten netjes achter te laten. Zelf heb slechte herinneringen aan mijn bezoek aan de schooltandarts. Na ruim vijftig jaar zit ik nog met een groot […]

Nieuw filmfragment toegevoegd

Deze keer een filmfragment van het speelkwartier bij de Christelijke Lager School aan de Tilledijk. Het filmfragment is van 1966. De school telde toen ongeveer 200 leerlingen en voordat de school inging moesten de kinderen zich in rijen opstellen. Klas bij klas. Hoofdmeester Van der Veen had daarbij altijd de leiding en gaf het signaal dat de klassen één-voor-één naar binnen mochten. Te beginnen met klas 1. Voor het bekijken van het filmpje ga naar de pagina filmfragmenten.    

Foto’s familie Vis, postkantoor Stasjonsstrjitte

Naar aanleiding van het bericht over Minne Vis en zijn 25-jarig jubileum als postkantoorhouder, reageerde Jet Vis de ’tantesizzer’ van Jetske Vis die later postkantoorhouder was. Jet Vis heeft al een paar prachtige familiefoto’s naar mij toegestuurd die ook op dit blog staan. Deze week ontving ik nog twee prachtige foto’s uit haar familiearchief. Op de bovenste foto staat het gezin Minne Vis. Van links naar rechts: moeder Antje Muller (1879-1953) die hier waarschijnlijk in verwachting is van Sipke (1918). Naast haar Johannes (1913), dan Jetske (1907), vader Minne Vis (1879-1964)  ) en rechts Dirk (1904). Rechts staat een soort van overkapping met spullen wat lijkt op een soort van verkoopkraam. Op de onderste foto staan de kinderen Vis. Van links naar rechts: Dirk, Sipke, Johannes en Jetske. De foto zal omstreeks 1921 zijn genomen.      

Minnertsga vroeger ook op Facebook

Minnertsga vroeger is nu ook actief op Facebook. Op Facebook is een account Minnertsga vroeger aangemaakt. Het staat allemaal nog wat in de kinderschoenen maar het is de bedoeling dat er veel foto’s op komen te staan waar ‘vrienden’ op kunnen reageren. Ik hoop dat er veel wordt gereageerd op de foto’s en dat er vooral veel herinneringen boven komen drijven. Klik rechtsboven in het scherm op het Facebook-icoon.

Straatschandalen zijn goddeloos

Nei oanlieding fan de âldjiersfiten by ús yn it doarp, tocht ik, der moat even in lyts stikje yn ‘ e krante. Doe’t ik noch in jonge wie en nei skoalle gong, wel, dan hellen wy sa jouns ek wol fan dy rare streken út; rutetikje, snieballen yn ‘e skoarstien goaije en sa. Dat waerd ús master gewaar en doe moasten wy foarkomme en doe kaam de ôfrekken. Wy wiene mei ús fjouweren en kamen ien foar ien by master oer de knibbel. Dy brûkte doedestiids in fjouwerkantige lineaal en sloech ús dêrmei foar it gat. Wy moasten elk hûndert rigels skriuwe: Straatschandalen zijn goddeloos. Wy krigen de laei mei nei hûs. Dit is my noait wer forgetten. Nou is der hjir yn Minnertsgea âldjiersnacht ek hiel wat presteard. Us muzyktinte moast der ek fan ha. Dizze tinte hat hiel hwat koste en is in sieraerd foar ús korps, dêr’t wy tige wiis ei binne. Nou ha se op it dak fan dy tinte in karre sleept, fol mei feilingkosten. Wel, in geweldige prestaesj. Dêr ’t aenst wol ris greate ûnkosten efterwei komme kinne. Dan moasten de trije godshúzen it ûntjilde, de Herfoarmde, de Grifformearde en de Frij Evangelyske.     As wy der Psalm 84 ris by fergelykje, nou dan is it freeslik, hwant hwat ús hillich en dierber is, is lâns dizze wei yndrôvich. Hwat is de oarsaek fan dit alles? De skuld leit by de âlden. Der is fan hûs út gjin gesach mear en dêrtroch sakket it geastlik peil. Alden, forstean jimme ropping en tink oan hwat jimme by de doop ûnthjitten ha. Minnertsgea, In âlde ynwenner. Bron: Leeuwarder Courant 6 januari 1965

Bestolen slager Sipma levert agent bonus op

Het is zondagavond 18 november 1883 als slager Lieuwe Sipma samen met zijn vrouw en de knecht de deur uitgaan. Lieuwe trekt de deur goed achter zich dicht en doet hem op slot. Waar ze naar toe gingen is niet bekend. Wat achteraf wel bekend is, is dat Lieuwe niet aan het zolderluikje heeft gedacht om dat ook af te sluiten. Het zolderluikje had hij open gezet  omdat op zolder worsten hingen te drogen. Het pand waar het hier om gaat is Hege Buorren 8, de voorkant van de Coöp supermarkt van Wiersma. Tussen half elf en elf uur komen slager Sipma en zijn vrouw en knecht weer terug. Om een of andere reden waarschuwde Sipma zijn knecht waardoor Sipma zijn vrouw Antje eerst de woning ingaat. Sipma gaat er direct achteraan en steekt eerst een lucifer aan  om licht te maken. Dan schrikt zijn vrouw zo erg dat zij haar man in de armen valt. In het schemerlicht is te zien dat de ornamenten van de secretaire  op de tafel staan. De flap en de laden van de secretaire stonden open en een hakmes uit de slagerij lag op de grond. Bij nader onderzoek bleek dat uit de secretaire een aantal gouden en zilveren voorwerpen werden vermist en een zakje met zes rijksdaalders. Op zolder lag bij het luik een slachtmes. Het vermoeden was dat de Minnertsgaaster Sjoerd van der Wal dit geflikt had. Hij had al een tuchthuisstraf van zes jaar uitgezeten. Sjoerd was een vrijgezel van 30 jaar en woonde bij zijn ouders in aan de Lytse Buorren.  Huiszoeking bij zijn ouders leverde niets op en visitatie bij hemzelf leverde ook geen resultaat op. De verdenking bleef wel bestaan, maar zolang er geen bewijs was; bleef de dader van de insluiping en de diefstal onbekend. Een aantal weken later is er ene Pieter Proost uit Tzummarum, die in het bijzijn van anderen gezegd heeft, dat de dader van de diefstal maar bij hem moest komen met de gesloten spullen en dat hij hem er dan wel mee zou redden. Sjoerd van de Wal ontmoette deze Pieter Proost in de avond van 9 december en bood hem, samen met twee anderen die bij Pieter waren, te trakteren. Sjoerd gaf een gulden en er werd een fles jenever gehaald en met hun vieren gingen ze naar het huis van Pieter Proost in Tzummarum. Onder het drinken haalde Sjoerd uit zijn broekzak een met goud beslagen sigarenkoker en een portemonnee met zilverbeslag te voorschijn. Tussen ’s nachts twaalf en één uur gingen ze allemaal naar de herberg van De Jong in Tzummarum. Sjoerd en Pieter lopen achteraan. Sjoerd zei toen tegen Pieter: “je weet wel wat je gezegd hebt, dat je met gestolen goed kunt redden”. Vervolgens deed Sjoerd een greep in zijn broekzak en gaf Pieter enige voorwerpen. Het is hartstikke donker op de weg dus Pieter ziet niet wat voor voorwerpen het precies zijn. Pas in de herberg, als Pieter wat jenever besteld, ziet hij dat het twee […]

Huis moet plaats ruimen voor straat

Met deze tekst kopte de Leeuwarder Courant op 12 augustus 1954 met erbij een prachtige foto van een rijtje van drie woningen. In mijn verzameling foto’s en prentbriefkaarten heb ik geen mooier beeld kunnen vinden van deze drie woningen, dan de foto in de krant. Waar is dit? Ten opzichte van de situatie van nu, is dit beeld vrijwel onherkenbaar te plaatsen. De foto zou daarom uitermate geschikt zijn als quizvraag: Waar is dit? Het enige wat herkenbaar is het hekwerk waarachter de fotograaf stond om deze foto te maken en de woning rechts. Het hekwerk is de afscheiding van het kerkhof met de straat. En de woning rechts op de foto is Lytse Buorren 1. Alleen deze woning staat er anno 2013 nog. De ander twee zijn afgebroken en geruimd. Regeren is vooruitzien, stond er in de krant. ‘Deze wijsheid vergeet ook het gemeentebestuur van Barradeel niet en daarom heeft het in Minnertsga het middelste huisje op de foto aangekocht. Dit zal mettertijd worden afgebroken om plaats te maken voor de nieuwe straat tussen de Lytse Buorren en de Havenstraat. Overigens zullen de bewoners voorlopig nog niet behoeven te verhuizen, want de uitvoering van het uitbreidingsplan in Minnertsga zal in verband met het kleine bouwvolume nog wel even op zicht laten wachten’. Dat schreef de krant dus in 1954. In het begin van de jaren ’50 is de uitbreiding van de Tsjerkestrjitte gerealiseerd. In eerste instantie zijn de woningen aan de oostzijde van de straat gebouwd. Op een luchtfoto van 1953 is dat goed te zien. De grond waarop de woningen van de Havenstrjitte later zijn gebouwd, ligt er nog ongerept bij. Wie goed de luchtfoto bekijk ziet dat het dak van het schip van de kerk nog open is. Men was toen druk bezig met de herbouw/restauratie van de kerk die in juni 1947 door brand was verwoest. Het dak op de toren is al wel weer aangebracht.   Wie hebben in de woning gewoond? Op een kadastrale kaart uit 1832 staat de woning ingetekend als kadastraal nummer B 484. De toenmalige bewoners was Frans Baukes Tilstra. Hij was getrouwd met Akke Jurjens Hamer. Frans was gardenier en kooltjer; hij had dus wat bouwland en tuinderij.   De woning heeft, volgens de beredenering van Dooitze Zwart, die in 1996 het bevolkingsregister 1850 – 1862 in boekvorm heeft uitgegeven, huisnummer 50. In die jaren woont Ate de Vries er met zijn vrouw Antje Tilstra. Ate is arbeider en het gezin telt vijf kinderen. Ook staat Simon Aardema met zijn vrouw Grietje Andringa te boek op dit adres. Simon is arbeider en hij heeft met zijn vrouw één kind. Als we het huisnummer aanhouden in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw dan komen we Janke Zijlstra, weduwe van Douwe de Jong, tegen als bewoner en later Metje Winsemius die weduwe was van Freerk Traivaille. Wie de laatste bewoners zijn geweest is mij niet bekend. Als u vanaf de Meinardswei de Havenstrjitte ingaat; besef dan dat u over […]

Wie waren de eerste Bekius in Minnertsga?

In de beeldbank van het Bildts dokumintasysintrum zijn een paar prachtige foto’s te vinden van enkele familieleden Bekius. De beschrijvingen bij de foto zijn summier; misschien past er niet meer bij of is er niet meer bekend. Vooral dat laatste wekt mijn nieuwsgierigheid. Zo langzamerhand kan ik uit veel genealogische informatie putten die ik in de loop der jaren heb verzameld van Minnertsgaasters. Van heel veel dorpelingen heb ik geboorte-, trouw- en overlijdensdatums gevonden en aan de hand van die gegevens de familierelaties gelegd. Maar gegevens zijn maar gegevens en daarmee begint een persoon nog niet te ‘leven’. Het mooiste is dan dat je ook nog een afbeelding van die personen kunt vinden. Dat lukt natuurlijk nooit van allemaal maar . . . . . . . inmiddels heb ik al een flinke fotocollectie van Minnertsgaasters bij elkaar gescharreld. De werkwijze is deze keer anders om; aan de hand van de foto’s uit het Bildts dokumintasysintrum heb ik de familiegegevens opgezocht want in mijn eigen gegevens kwam ik niet veel Bekius’en tegen. In het verleden hebben de oud-Minnertsgaasters Gosse Vogel ( 1924 – 1998) en Dooitzen Zwart de bevolkingsregisters van Minnertsga in lijsten uitgetikt. Daaruit blijkt dat er tot 1862 geen Bekius’en voorkomen in Minnertsga. Dat veranderde in 1876 toen Trijntje Koopal trouwde met Doeke Bekius die eerst haar zwager was, want Doeke was eerst getrouwd geweest met Trijntje haar oudere zuster Rinske. Doeke trouwde in 1872 met Rinske, een dochter van de (brood)bakker Reimer Sjoerds Koopal die zijn bakkerij aan de Hege Buorren had. Doeke en Rinske woonden in St. Annaprochie. Doeke was arbeider en was wat een ‘gernierke’. Zij kregen één kind; dochter Akke die in 1873 werd geboren. Rinske overleed op 16 juli 1875. Doeke is dan 24 jaar en hij blijft dan achter met zijn kleine meid van nog 2 jaar. Doeke zijn schoonzuster Trijntje Koopal wordt zijn tweede echtgenoot. Zij trouwden op 24 februari 1876. Doeke is dan volgens de aktegegevens winkelier. Het echtpaar settelde zich in Minnertsga en kreeg acht kinderen: Reimer (1876 – 1936) Sijbrigje (1878 – 1940) Jouke (1880) Sjoerd (1883 – 1966) Jitske (1885 – 1977) Jan (1889 – 1959) Leendert (1891 – 1967) Wiltje (1894) Doeke staat in 1883 weer te boek als arbeider en later als gardenier. Hij is in 1933 overleden in Leeuwarden. Trijntje overleed in juni 1935. Riemer Bekius (1) trouwde in 1903 met Trijntje Groeneveld. Reimer ventte met textiel in Minnertsga en omstreken. Eerst deed hij dat met de hondenkar en later met paard en wagen tot hij uiteindelijk ook een winkel aan de Stasjonsstrjitte (nr. 3) had. Reimer en Trijntje kregen drie kinderen: Baukje, Tine en Doeke. Reimer overleed na een langdurige ziekte op 16 maart 1936 in Zuidlaren. Volgens het handelsregister had hij een handel in kleding en kruidenierswaren. Na zijn overlijden hebben zijn dochters Tine en Baukje de winkel voortgezet. Beide dochter waren toen ongehuwd en stonden in Minnertsga bekend als de gezusters of dames Bekius, maar ook werden zij wel ‘woltsje en […]