Oproep voor nazaten Barradeelster emigranten

Sinds januari dit jaar hebben al ruim 15.000 bezoekers dit blog over de Minnertsga vroeger bekeken. Het bijzondere hieraan is dat bijna de helft van de bezoekers buitenlanders zijn. Vooral Amerikanen zijn goed vertegenwoordigd. In de loop der jaren, ja eeuwen, zijn er veel mensen uit Friesland dat er in 1954 een boekje verscheen van de hand van J.D. Wildeboer met de angstaanjagende titel: Friesland verliest zijn kinderen. Ook uit de oude gemeente Barradeel zijn veel bewoners geëmigreerd naar onder andere Amerika. Op de website Oud Tzummarum zijn een aantal foto’s te vinden van Barradeelsters die hun vaderland hebben verlaten om een nieuw begin te maken. Wellicht zijn er nog lezers van dit blog die herinneringen hebben dat zij met hun ouders zijn geëmigreerd. Vandaar de oproep aan die mensen die nog foto’s hebben van familieleden die aan de andere kant van de oceaan een nieuw bestaan hebben opgebouwd. Ik zou graag een scan van die foto’s willen ontvangen om het verhaal en de dorpsgeschiedenis van Minnertsga en omgeving ‘levendiger’ in beeld te brengen. U kunt uw verhaal, herinnering, foto of een ander document sturen naar minnertsgavroeger@gmail.com Rechts: Leeuwarder Courant 1927. Klik op afbeelding voor groter beeld.
E-mailbericht uit 1915

Ruim vijftien jaar geleden kocht ik voor mijn verzameling een oude prentbriefkaart van ‘Groeten uit Minnertsga’. De kaart is gestempeld op 18 februari 1915 in Minnertsga, maar er zit geen postzegel op. Op zich is het niet vreemd dat deze kaart niet met ‘porto is bezwaard’ zoals dat officieel heet, want het gaat hier om een groet naar een milicien die ten tijde van de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 gemobiliseerd was in Haarlem. Poststukken van en naar miliciens waren in die tijd vrijgesteld van portokosten. Achter op de kaart staat een kort berichtje en dat maakt zo’n kaart nog interessanter dan dat de kaart op zich al is. Zo’n prachtige kaart geeft een aardige indruk van hoe het vroeger was in het dorp. Tegenwoordig sturen we in dit soort gevallen een E-mailbericht en voegen daar een foto toe als bijlage. Eigenlijk verschilt het principe van een prentbriefkaart niet veel van een E-mail. Op 18 februari 1915 lag deze prentbriefkaart op tafel in de roef aan boord bij de Walter Ales Hylkema (1870-1940) en Trijntje Eiberts Sikkema (1870-1935). Walter is turfschipper en koopman en ligt dan met zijn schip in de havenkom in het dorp. De kaart was bestemd voor hun zoon Ale die op dat moment milicien is en in Haarlem was gemobiliseerd. Ale is dan nog geen twintig jaar als hij het Vaderland moet dienen. Wie de kaart heeft geschreven is niet uit de tekst op te maken, maar de kans is groot dat ‘mem’ Trijntje de kaart heeft geschreven. Op de kaart is de datum, die met potlood is geschreven, dezelfde als die van het poststempel. De kaart moet dus voor de laatste lichting van de postbus bij het hulppostkantoor aan de Stasjonstrjitte zijn gebracht. Voor het gemak ga ik er maar even vanuit dat haar man Walter Ales, die turfschipper en koopman was, er op uit was voor de handel. Maar het is op dat moment winter en het kan ook best zijn dat de Hylkema’s toen met het schip vastgevroren lag in de havenkom in het dorp. Het zijn allemaal maar veronderstellingen. Hoe het ook zij, op de achterkant van de kaart is de volgende tekst nog waar te nemen: ‘Hedenmiddag bericht ontvangen, alles best aan het [ . . .] P. van der Veen heeft hier geweest met kunstmest. De groeten van haar. Wij zijn maar blij dat het aardig lijkt. Hier is ook thuis [. . .] voor wij vertrekken krijgt u eerst bericht. Zijt van ons allen gegroet maar vooral van uw vader en moeder en zusters’. Dus voordat de Hylkema’s met hun schip Minnertsga weer verlaten voor een vracht, sturen ‘heit en mem’ nog even een kaart naar Ale om hem op de hoogte te houden waar zijn ouders naar toe zijn om vracht op te halen. Wouter Hylkema, zoals hij in het dorp werd genoemd, had ook een of meerdere pramen in zijn bezit. Deze werden gebruikt voor de aan- en afvoer van vracht door de opvaarten rond het dorp. De opvaarten […]
Middenstand in sinterklaasstemming

‘Barradiel Meiinoar Ien’ was een krant die maandelijks bij op elk postadres in de gemeente Barradeel werd bezorgd. Het was een uitgave van de Middenstandsvereniging Barradeel. De krant werd gemaakt door Hoekstra’s Drukkerij en Boekhandel in St. Annaparochie. Ik heb de uitgave van november 1974 voor mij liggen; bijna veertig jaar geleden dus. De krant geeft een uitvoerig verslag van de raadsvergadering van 3 september 1974. De raadsleden zijn in die vergadering beëdigd en zij moeten er voor zorgen dat de gemeente géén artikel 12 gemeente wordt. Wat opvalt in deze krant zijn de Sint Nicolaas-advertenties van middenstanders die – op een enkeling na – niet meer bestaan. Van Dijk’s-bazar was dé speelgoedwinkel in Minnertsga.Het was een waar eldorado van speelgoed in de achterkamer. Lange tafels met witte lakens er overheen en speelgoed uitgestald . . . . . wat een keuze; je wist niet wat je moest vragen Sinterklaas. Maar bij Johannes Reitsma aan de Tsjillen was ook geen nee te koop. Daar kon je ook nog terecht voor een nieuwe fiets of bromfiets. En ook bij Reitsma kreeg je St. Nicolaas-zegels. Bij de dames Bekius slaagde je altijd voor knotten wol, borduurgaren, ritsen en knopen en volgens mij ook verschillende soorten stoffen. Café Restaurant J.J. Dijkstra was hét adres op het gebied van gedistilleerd; sterke drank dus. Citroen Jenever, Brandewijn, Graan Jenever, Beerenburg, Cognac enzovoort. En daar hoorde dan een stukje hartigs bij wat bij slager Bonnema verkrijgbaar was. Maar wat is een sinterklaasfeest zonder, taai-taai, pepernoten, speculaas en banketletters- en staven? Daarvoor moest je naar de bakker.
Plaats boerderij bekend

De vraag ‘Waar staat/stond deze boerderij?’ is beantwoord. Er zijn drie reacties binnen gekomen die allemaal eenduidig zijn over de plaats waar de boerderij heeft gestaan. De boerderij bestaat niet meer, maar nu de exacte plaats bekend is mijn geheugen ook weer opgefrist. De boerderij stond aan de Hege Buorren aan de zuidzijde van de afslag naar de Vikerijbuorren. Een van mijn vele collega’s is Frans Jelsma en ook die houdt het blog over Minnertsga vroeger ook nauwlettend in de gaten. Hij vertelde mij dat het vrijwel zeker de boerderij was waar zij een tijdje in hebben gewoond toen hun huis en bakkerij aan de Meinardswei werd verbouwd. ’s Avonds treft ik in de mailbox nog twee reacties aan. De reactie van Wim Dijkstra bevestigd de mededeling van Frans Jelsma. Wim heeft foto’s gevonden op de website van Bildts documentatiecentrum. Daar had ik ook al gekeken, maar Wim is kennelijk wat zorgvuldiger geweest met zoeken dan mij, want ik heb de foto over het hoofd gezien. Op de foto staat waarschijnlijk dezelfde VW-bestelbus als op die andere foto (klik op de foto om te vergroten). De dochter van Aafke van Calsbeek-Meijer is met een werkstuk over Minnertsga bezig; en zo kwam deze foto van de oude boerderij op het beeldscherm van de familie Calsbeek tevoorschijn. Aafke is er geboren. De boerderij was Hege Buorren 40 en is door haar ouders Lieuwe Meijer en Gepke de Haan in 1965 gekocht van Marten Elsinga. De familie Meijer heeft er gewoond tot 1974. De boerderij is toen verkocht aan de gemeente. Daarna heeft de familie Jelsma er tijdelijk gewoond. Later is de boerderij afgebroken om plaats te maken voor de doorbraak van het toenmalige nieuwbouwplan van de Vikarijbuorren en de Kamp. Oud-Minnertsgaaster Dooitze Zwart, heeft de gezinshoofden per adres in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw bij elkaar gezocht en er een overzichtelijk boek van gemaakt. Daaruit blijkt dat vóór Marten Elsinga, Jacob Vis er heeft gewoond, daarvoor Age Posthumus en daarvoor Harmen Stienstra. Wat nu overblijft is de gevelsteen. Op welke familie heeft die betrekking en waar komt die eigenlijk vandaan. De steen hoort in mijn beleving niet thuis bij deze boerderij. Deze boerderij is in de tweede heft van de 19de eeuw gebouwd en de gevelsteen lijkt mij veel ouder. Wordt vervolgd! Zo . . . . er is weer een stukje geschiedenis uit de duisternis van het geheugen opgediept. Dank allemaal voor de reactie.
Wie heeft nog filmbeelden Elfstedentocht 1963

In samenwerking met Andere Tijden Sport is het Fries Film Archief op zoek naar filmbeelden van de Elfstedentocht in 1963. In verband met het feit dat op 18 januari 2013 deze legendarische tocht 50 jaar geleden werd verreden, speurt het filmarchief op dit moment naar tot nu toe onbekend filmmateriaal van de tocht. Kent u toevallig particuliere filmers of hun nabestaanden die in het bezit zijn van filmopnames van de tocht in de omgeving van Franeker, dan horen wij het heel graag! Als tegenprestatie digitaliseert het Fries Film Archief het materiaal kosteloos en u zou bijdragen aan een belangrijke primeur die landelijke bekendheid krijgt. – klik hier – om uw reactie door te geven.
Waar staat/stond deze boerederij?

In april 2011 kreeg ik via de website van de Oudheidkundige Verenging Barradeel contact met een vriendelijke mevrouw uit Leiden. Deze mevrouw is een afstammeling van Dirk Sijes Algera en Gerritje Lolles Steensma. Het waren namelijk haar overgrootouders. Ik kreeg ook een paar digitale familiefoto’s van haar toegestuurd; prachtige oude zogenaamde visitekaartportretten uit de periode 1890 – 1900. Maar er waren ook een paar recentere foto’s bij die in 1980 zijn gemaakt. En juist die foto’s intrigeren mij. Het moet de oude woonstee zijn van Dirk Sijes en Gerritje. Dirk Seijes werd geboren op 11 maart 1850 in Minnertsga. Hij trouwde in mei 1871 met Gerritje Lolles Steensma die op 28 februari 1849 in Minnertsga is geboren. Gerritje waren een kleinkind van notaris Steensma. De naam Dirk Sijes is een naam die vroeger verbonden was aan de ‘Pôle’ die toen Dirk Sijes-pôle werd genoemd. Tegenwoordig is dit Hearewei 15. Deze Dirk Sijes is de ‘pake’ van de Dirk Sijes die met Gerritje getrouwd was. Maar even terug naar de foto’s uit 1980. Het is mij niet helemaal duidelijk waar deze boerderij heeft gestaan. Stond die wel in Minnertsga? Ik heb alle oude foto’s die ik heb er op na gekeken, maar zonder resultaat. Boven het raampje rechts van de VW-bus zit een gevelsteen. Wie kan mij vertellen waar deze boerderij heeft gestaan?
Het ‘nieuwe licht’

In het begin van de vorige eeuw kwam elektriciteit in opkomst. Verspreid over het land werden centrales gebouw die voorzien waren van diesel- of kolen generatoren die de stroom opwekten. In 1916 werd in onze provincie het Provinciaal Elektriciteit Bedrijf opgericht; beter bekend als P.E.B. Het P.E.B. verzorgde de elektriciteitsvoorziening – opwek, transport en distributie – in de provincie Friesland met uitzondering van Leeuwarden. In Leeuwarden werd dit gedaan door het Gemeentelijk Elektriciteit Bedrijf (G.E.B.). In september 1929 werd in Minnertsga met de aanleg van de elektriciteit begonnen. Een gedeelte van de kabel was toen al gelegd naar de plaats waar het transformatorhuisje zou worden gebouwd. Dat gebouwtje kwam naast het brandspuithuisje te staan aan de zuidkant van de kerk. In onze jeugd was dit het ‘Pake en beppehúske’ verwijzend naar de letters P.E.B. in de gevelsteen. Volgens het bericht in de krant was het de bedoeling dat nog vóór de winter in Minnertsga op verschillende plaatsen het ‘nieuwe licht’ zou branden. Gelijk met de aanleg van de bovengrondse kabels, werden ook draden gespannen voor de radiocentrale. Zodra de stroomvoorziening was aangelegd kon de ondernemer van de radiocentrale gelijk beginnen met het uitzenden van muziek en het doorgeven van de uitzendingen van de beide Nederlandse radiostations. In het dorp werden grote houten palen geplaatst waaraan het bovengrondse netwerk werd bevestigd. Vanaf de palen werden aftakkingen gemaakt naar de woningen. De elektriciteitsdraden kwamen binnen via porseleinen isolatoren die op een beugel aan de gevel of het dak van de woning waren bevestigd. In de woning werd vanaf de elektriciteitsmeter ijzeren buizen aangelegd langs muren, deurposten en de balken van het plafon. De buizen waren diep rood gekleurd en er zaten slechts twee koperdraden in. De koperdraden waren omwikkeld met een kous. Tja . . . . . . . en dan waren die leidingen meestal over het behang bevestigd dat met zorg op het linnen was geplakt. Wat doe je dan als er eindelijk weer eens wat geld was voor nieuw behang; dan plakte je gewoon het behang over de leidingen heen. Elektriciteit diende in eerste instantie voor licht; het ‘nieuwe licht’ zoals men dat noemde, want het oude licht kwam van petroleumlampen en kaarsen. Maar elektriciteit diende ook voor kracht. Vooral kleine bedrijven waren vaak gebaat met één elektromotor waarop via allerlei banden en poulies andere werktuigen mee aangedreven konden worden. Door die bovenleidingen was er ook vaak storing en zat je zonder licht. Ik herinner mij de capriolen die Pleun Hengst – de plaatselijke elektricien – uithaalde om in de elektriciteitspalen te klimmen om daar een zekering of iets dergelijks te vervangen. Hij deed dan speciale schoenen aan met beugels en klom dan met gemak de paal in. Dat was een manier van klimmen waar ik jaloers op was, want zo zou ik ook wel willen klimmen.
Jan Hilverda en Hiltje Haarda woonden op boerderij Haarda

Tijdens de restauratie werkzaamheden in augustus 1953 in de toenmalige Nederlands Hervormde Kerk – nu Meinardskerk – werd een vrijwel onbeschadigde grafzerk gevonden. De grafzerk bleek uit het midden van de zeventiende eeuw te zijn. Op zichzelf beschouwd is het vinden van dergelijke grafzerken geen bijzonderheid. Nog steeds worden bijzondere grafzerken gevonden bij restauratie werkzaamheden. In Friesland is er zelfs een speciale werkgroep bij die ingeroepen wordt als er vondsten van grafzerken worden gedaan. Door de werkgroep wordt alles nauwkeurig in kaart gebracht en worden er foto’s gemaakt. In de beginjaren ’50 van de vorige eeuw was men druk bezig om de kerk in Minnertsga weer in oude glorie te herstellen. Want door een rampzalige brand van juni 1947 was de kerk een ruïne geworden. En vele grafzerken in de vloer van de kerk waren totaal vernietigd door de hitte en vallende balken en puin. De vondst van deze grafzerk in 1953 viel echter een beetje uit de toon. De wapens en opschriften waren namelijk op geen enkele manier verminkt, wat inhoudt, dat de zerk de rumoerige tijd van ‘Vrijheid, gelijkheid en broederschap’ letterlijk en figuurlijk over zich heen heeft laten gaan. Het is immers bekend, dat in die periode bijna alle grafmonumenten en -stenen werden ontdaan van tekenen, die op een bepaalde stand zouden kunnen wijzen. Zelfs de doden moesten meedelen in de algehele gelijkheid. Dat deze steen van – in alle eerbied gesproken – de dans heeft ontsprongen, is te danken aan het feit, dat dat ze verscholen lag onder de vloer van de consistoriekamer. Waarschijnlijk heeft men ze niet kunnen vinden. Gelukkig, want zo zijn de in gebeitelde wapens van een oud-Minnertsgaaster geslacht bewaard gebleven. Hoe de wapens eruit zagen toen de steen voor het licht kwam blijkt uit de foto van hiernaast. Even belangrijk zijn echter de mensen, die onder de zerk hun laatste rustplaats vonden. De voornaamste zijn Jan Jans Hilverda, die 27 april 1665 overleed, z’n vrouw – tien jaar later gestorven – en z’n broer, die na het overlijden van Jan Hilverda met de weduwe trouwde. Deze mensen voerden prachtige wapens, maar waren niet tegenstaande dat – naar de heer C. Mulder, een man die met veel interesse de vroegere gang van zaken in Minnertsga bestudeerde, meedeelde – maar eenvoudige boer met wat ’túnkerij’, hoewel men hierover ook weer niet te gering over moet denken. Het schijnt zo te zijn geweest. Hiltje Haarda bewoonde als ‘frij faam’ de boerderij ‘Haarda’, vlak bij het slot van baron Sixma van Andla. Zij huwde later – aldus Mulder- met Jan Jans Hilverda, die in 1665 overleed. Daarna trouwde een broer van Hilverda met haar. Twaalf februari 1675 overleed ook Hiltje Haarda. Haar naam werd in de zerk gebeiteld, evenals die van haar tweede man. Aan de Tilledyk, op de plaats waar toen de boerderij van de heer Wietse Boersma stond, is nog maar te nemen dat daar vroeger de boerderij ‘Haarda’ stond. Het was niet een grote boerderij, vooral als de vergelijking wordt gemaakt met het […]
Gezin Minne Vis en Antje Muller

Naar aanleiding van het bericht over: Minne Vis, 25 jaar in dienst van de PTT kwam een leuke reactie van Jet (Jetske) Vis. Na die reactie volgde een wisseling van e-mailberichten waarbij zij ook een paar foto’s mee stuurde. Die foto’s zijn aan dit blog toegevoegd met aanvullende gegevens van het gezin Minne Vis en Antje Muller. Minne Vis is geboren op 29-10-1879 in Minnertsga als een zoon van Dirk Vis en Neeltje Grond. Minne trouwde op 18 juli 1903 in Barradeel met Antje Muller. Antje was geboren op 25 mei 1879 en was een dochter van Johannes Hendriks Muller en Jetske Johannes Schotanus. Minne en Antje kregen vijf kinderen: Dirk, geboren 1904 Jetske, geboren in 1907, overleden in 1969 Johannes, geboren 1910 en overleden in 1912 in het Diaconessenziekenhuis in Leeuwarden Johannes, geboren 1913, overleden 1943 (doodgeschoten). Hij was getrouwd met Lena Manrho (1910-1965) Sipke, geboren 1918, overleden 1976. Hij was getrouwd met Baukje Herrema (1920-2004) Jetske nam vanaf haar 27ste de zorg voor haar moeder op zich toen die een hersenbloeding kreeg en daarna bedlegerig werd. Moeder Antje overleed op 17 oktober 1953.Jetske heeft het postagentschap van haar vader overgenomen. Vader Minne overleed op 29 januari 1964. Jetske ging verschillende keren naar het vakantieoord van de PTT in Ootmarsum. Dat was een fraaie villa die in 1932 was gebouwd door de plaatselijke bier- en limonadefabrikant. In 1943 kocht de PTT de villa en richtte het in als vakantieoord voor haar werknemers. Jetske tijdens de receptie van haar 40-jarig ambtsjubileum. Naast haar staat haar broer Dirk en zittend achter de tafel, Jet (Jetske) Vis die deze prachtige foto’s ter beschikking heeft gesteld.
Doarpstimmerman Van der Velde

In de dorpskrant Nijs út eigen doarp van april 2005 stond een artikel over de dorpstimmerman Van der Velde. Het artikel is geschreven door Janke Boersma. Janke is een kleinkind van deze timmerman. Ook dit artikel mag eigenlijk niet ontbreken op dit blog: Minnertsga vroeger. ‘Us mem har heit, Arjen van der Velde wie timmerman yn Minnertsgea. Hij hat ferskate huzen set, sa as it skoalhûs dêr ‘t no (2005) de famylje Steinfort wennet. Dat skoalhûs waard boud omdat master P. Bartlema haad fan ‘e skoalle fûn dat it hûs dêr ’t er wenne net passelik wie foar him en frege dêrom it skoalbestjoer om in nij hûs sette te litten. Dat waard besprutsen en goedkard foar de priis fan f. 3520.- Arsjitekt Lettinga fan Seisbierrum skatte it (04-03-1908) op f.3840.- Van der Velde wie genegen it hûs nei it makke bestek te bouwen foar f. 3831.- It hûs waard ferve troch Joh. Terpstra, pake fan Joh. Terpstra dy ’t bij de Tille wennet, foar de priis fan f. 248,75. De haadkleur wie read. It doktershûs yn ús doarp is ek boud troch myn pake, net foar in húsdokter mar foar L. Akkeringa dy ’t op hâlde mei buorkjen op de pleats, no bewenne troch Sevenster oan it Ald Mear yn Wier. Nei dat Akkeringa stoarn is hat syn frou Jitske Akkeringa-Wijngaarden in stik grûn dat bij it hûs hearde oan de Tsjerke skonken om der in gebou op te setten, dat no “De Twaskar” is. In tinkplaat dêrta is oanbrocht yn de hal fan it gebou. No ’t wij toch op tsjerkelik mêd belâne binne, it folgjende. De frou fan in dûmny fûn dat de foardoar fan de pastorij oan fernijing ta wie, no dan moast de timmerman der mar efkes nei sjen. De doar wie sa geef as kryt, dus dat gong net troch. Om op de boeren wêrom te kommen, die hienen doetiids fêste arbeiders en wennen yn huzen ticht by de buorkerij. De arbeiders waarden altyd foar in jier ynhierd op 12 maaie, ek wol Alde Maeije neamd. Foldie it fan beide kanten goed dan bliuwden se der, mar der wienen ek arbeiders dy ’t jierlyks nei in oare boer gongen. It húsrie waard helle op weinen mei hynders der foar troch de nije boer syn arbeiders. De bern joegen har dan del op it bêdguod en de âlders sieten foarop de wein. Hiele karavanen gongen de dyk del. De timmerman moast dan komme om it kammenet (in kast mei it ûnderste gedielte laden en dêr boppe twa doarren) ùtinoar te heljen. Us pake sei dan “It kammenet stiet noch te triljen en no geane se al wer fuort”. De timmerman makke doetiids ek deakisten en bij de begraffenissen hie ús beppe dan de foargong bij de froulju. Neitiids kofjedrinke en dan kaam bij tiden de notaris mei in testamint. Beppe sei dan “No gean ik mar”. Nee,se moast bliuwe. It testamint kaam net altyd sa út as tocht wie en dan foelen der wolris […]