Antje ‘bûter’ Steensma (1900 – 1991)

In de eerste helft van de 20ste eeuw kwamen er veel venters bij de deuren langs om handelswaar te verkopen. Die handel bestond meestal uit etenswaren, huishoudelijke artikelen of brandstof. Deze venters hadden niet zelf een bedrijf maar kochten de handel in. De ene vente met bakkerswaren van de plaatselijke bakker, de andere vente met knopen, elastiek, sokophouders, scheermesjes, veiligheidsspelden en meer van dat soort klein goed. Zo had ieder zijn eigen nerinkje. De venters waren zowel mannen als vrouwen en in ieder dorp waren er wel een paar te vinden. Ook in Minnertsga hebben we van die ‘sútelers’ gekend. Een daarvan was Antje Steensma (1900 – 1991) die in het dorp beter bekend was als ‘Antsje Bûter’. Antje was ongehuwd en moest zelf in haar inkomen voorzien. Ik herinner mij haar vooral in de beginjaren ’60 van de vorige eeuw. Hoe oud was zij dan wel niet? Juist ja . . . als over de zestig. ‘Antsje Bûter’ vente, zoals uit haar de bijnaam blijkt, met boter. Nou . . . . met boter; beter gezegd met margarine! Planta, Zeeuwsmeisje, Bleu Band, Wajang enzovoort. Ergens speelt bij mij nog in het geheugen om dat zij ook met koffie en thee vente, maar daar ben ik niet zeker van omdat we in Minnertsga in die tijd ook nog een ‘Antsje Koffie en thee’ hadden. Antje had alles in tassen aan haar fiets hangen waarmee ze naar haar klanten ging. Zij deed ook aan klantenbinding. Bij gezinnen met jonge kinderen kreeg de moeder des huizes bij elke aankoop een cent voor in de spaarpot van de kinderen. Zij woonde tussen de smederij van Johannes de Dijkstra en Sietse Bierma de groenteboer. Het pand bestond uit drie woningen achter elkaar met de deur aan het pad dat liep tussen Lytsebuorren en de buorren (Meinardswei). Haar vader had deze woningen gekocht van Lucas Petrus Hannema. In het voorste gedeelte – aan de buorren – woonde Antje. De middelste woning gebruikte ze als opslag voor haar goederen en de achterste woning was toen in gebruik door de smid Johannes Dijkstra die er een showroom in had met nieuwe fietsen en Solex brommers. ‘Antsje Bûter’ was een bekendheid die altijd met klompen aan op de fiets zat en een soort van Alpinopet op had. Op 12 november 1991 is zij op 91-jarige leeftijd overleden. Zij ligt begraven op het kerkhof van Minnertsga.      

Conversatie op een mooie zomerse dag in juni 1938

Het is volop zomer in Minnertsga als de fotograaf van het weekblad Fan Fryske Grûn een rondgang door het dorp maakt om een geschikte foto te maken. Fan Fryske Grûn was een geïllustreerd familieweekblad dat iedere vrijdag verscheen.  De fotograaf treft twee mannen aan op een bankje ergens in het dorp. De mannen hebben – zo te zien –  al een aantal levensjaren achter de rug. Lopen ze tegen de tachtig? Het lijkt er wel op, hoewel . . . vroeger leken de mensen op jongere leeftijd veel ouder dan tegenwoordig. Ondanks dat het volop zomer is, zitten de mannen flink in de kleren. Een manchester broek aan, de linker persoon zelfs nog in een dikke winterjas zo lijkt het wel.  Bij de foto in het weekblad is ook een gedicht geplaatst dat ons op het spoor zet dat we hier met mannen op leeftijd hebben te maken.  Sterke jonkheid – mooie dromen, ’t Leven gaf ze, en heeft genomen: Veel versleet en scheen vergaan; Maar ’t verleden krijgt weer leven, Als de hand begint te beven Aan het eind der lange baan. Wat elk aan ervaring gaarde, Die na jaren won in waarde, Wiss’len zij met zacht gepraat; Al het nieuwe wordt gemeten Met wijsheid, die zij weten, En ’t verleden geeft de maat! Maar wie zijn deze mannen nu? Van de linker persoon op het bankje heb ik de naam kunnen achterhalen en die komt ook voor in mijn genealogisch onderzoek naar Minnertsgaasters. De oude man links is Johannes Kornelis Jensma, de ‘oerpake’ van o.a. Sipke, Pieter, Pietje, Trieno, Trijntje Groeneveld. Om maar even enkele nazaten te noemen.  Johannes Kornelis Jensma is geboren op 25-05-1858 in Minnertsga. Johannes is overleden op 10-08-1947 in Minnertsga, 89 jaar oud. Hij trouwde, 29 jaar oud, op 25-02-1888 in Barradeel met Pietje Miedema, 19 jaar oud. Pietje is geboren op 01-01-1869 in Stiens. Pietje is overleden op 06-05-1934 in Minnertsga, 65 jaar oud.  Dus  . . . . . als we van juni 1938  terugrekenen naar de geboortedatum van Johannes, dan blijkt dat Johannes op de foto 80 jaar oud is. Nou, dat is ook wel te zien. Hierna staat een fragment van het nageslacht van de oude baas. Het nageslacht is omvangrijker, maar dat is wat te veel van het goede om hier in dit bericht te vermelden. Kinderen van Johannes en Pietje: 1 Cornelis Johannes Jensma, geboren op 13-05-1888 in St. Jacobiparochie. 2 Freek Johannes Jensma, geboren op 16-06-1890 in Minnertsga. 3 Frederika Johannes Jensma, geboren op 01-01-1893 in Minnertsga. 4 Mettje Jensma, geboren op 26-03-1895 in Minnertsga. 5 Stientje Johannes Jensma, geboren op 24-11-1899 in Minnertsga. 1.1 Cornelis Johannes Jensma is geboren op 13-05-1888 in St. Jacobiparochie, zoon van Johannes Kornelis Jensma (zie 1) en Pietje Miedema. Cornelis is overleden op 28-06-1974 in Leeuwarden, 86 jaar oud. Cornelis begon een relatie met Aaltje Zwager. Aaltje is geboren op 13-12-1892 in Firdgum. Aaltje is overleden op 04-10-1965 in Leeuwarden, 72 jaar oud. 1.2 Freek Johannes Jensma is geboren op 16-06-1890 […]

Bazar Groene Kruis 1937 in bewegende beelden

Midden jaren ’30 van de vorige eeuw was het bestuur van de Vereniging Het Groene Kruis in Minnertsga erg actief om een eigen wijkgebouw te realiseren. Daarvoor moest flink geïnvesteerd worden. De kosten werden toen geraamd op fl. 4.000 tot fl. 5.000. Om wat meer vaart achter de uiteindelijke uitvoering van de plannen te zetten werd een bazaar georganiseerd. De tweedaagse bazaar werd gehouden op 3 en 4 november 1937 in het gebouw van de Nederlandse Hervormde kerk. Naast de vele inwoners van Minnertsga en een grote groep vrijwilligers, werkte ook de middenstand volop mee. Zij stelden producten beschikbaar die verloot werden of men kon een gokje wagen om het gewicht te raden van een enorm krentenbrood. Twee dagen lang liep het publiek af en aan tijdens de bazaar en er werd veel gekocht. Bij diverse attracties, zoals een draaien rad en het raden van manen van poppen, werden vele gokjes gewaagd. In de vergadering van 27 februari 1938 deelde de voorzitter mee dat het bestuur van Het Groene Kruis plannen had de woning van bestuurslid Klaas van der Weide aan te kopen. De kosten voor een nieuw gebouw waren enorm hoog en het bouwfonds was bij lange na niet toereikend om de nieuwbouwplannen te kunnen realiseren op korte termijn. De mededeling van de voorzitter was daarom een aardig alternatief. Het pand, aan de Stasjonstrjitte,  zou kunnen worden ingericht als wijkgebouw waarin een magazijn, consultatiebureau en hoogtezon ondergebracht konden worden. Na de pauze in deze vergadering werd de film vertoond die secretaris Johannes Hannema had gemaakt van de tweedaagse bazaar. En . . . . . laat die film nu bewaard zijn gebleven. De film is zonder geluid opgenomen want dat kon in die tijd nog niet, althans niet met de filmcamera van Hannema. De film is tientallen jaren later van commentaar voorzien door de Minnertsgaaster Bouwe de With. De film is nu gedigitaliseerd en is te zien op het YouTube kanaal van Minnertsga Vroeger. – klik hier – om de film te bekijken Bron:  Bouma, G. – 100 jaar Zorg voor Zorg, Vereniging Het Groene Kruis (ISBN 90-9017575-X) Foto’s privé collectie G. Bouma

Gasmunten

Het uitzoeken van de geschiedenis van Minnertsga en zijn bewoners is mijn grote passie. Maar daarnaast probeer ik bijvoorbeeld ook alle oude prentbriefkaarten van Minnertsga te verzamelen en andere leuke curiositeiten die een duidelijke relatie hebben met het dorp. Zo kreeg ik enkele jaren geleden bij toeval een Delfts blauw klompje in bezit. Goed . . . ik moest er een paar Euro voor betalen maar dat heb je er als ‘dorpsgek’ dan wel voorover. Eigenlijk stelt het niet zo veel voor, maar het is leuk om dit soort bijzondere voorwerpen te hebben.  Maar als je met de historie van Minnertsga bezig bent, dan ontkom je er niet aan dat de historie van Barradeel je ook raakt. En als je dan wat bijzonders tegenkomt wat een duidelijke relatie met Barradeel heeft, dan probeer ik dat ook in handen te krijgen.  Zo ben ik ooit in het bezit gekomen van een gasmuntje van de gasfabriek die vroeger in Tzummarum stond. Zelf heb ik geen herinneringen aan een gasmuntje, maar ik wist wel van het bestaan af dat dergelijke muntjes vroeger werden gebruikt voor de gaslevering. Op geregelde tijden kwamen de meteropnemers van het elektrisch en het gas langs. Een van de gemeentelijke gasfabriek en een van de P.E.B. de leverancier van de stroom. Zij schreven niet alleen de stand van de meters op maar zij haalden ze ook leeg. Zowel naast de gas- als de stroommeter was een muntapparaat aangebracht waarin je steeds een munt moest gooien om weer een hoeveelheid energie geleverd te krijgen. Op die manier was het gas en het licht altijd betaald.  De gasmunten waren van zink of messing en hadden de grootte van de huidige 50 eurocent muntstuk. In het midden kon een gaatje zitten of de rand werd onderbroken door een inkeping. Munten voor de gasmeter kon je kopen bij de meteropnemer die eens in de maand langs kwam. Wie de meteropnemer(s) zijn geweest van het gasfabriek Barradeel is mij niet bekend. Eén meteropnemer kan ik mij nog voor de geest krijgen, maar zijn naam weet ik niet meer.   In de loop van de oorlogsjaren deed zich echter het probleem voor dat de energiebedrijven geen metaal meer konden krijgen om nog nieuwe munten aan te maken. En daardoor ontstond een  betaalwijze die wat moderner aandeed. De zegels van de muntenkasten werden verbroken en met één muntje kon je eindeloos veel energie afnemen, gewoon door het steeds in de gleuf te gooien en het onderaan weer op te vangen. En toen zelfs de laatste munten verdwenen waren ontstond als vervanger voor  de gasmunt een 2½-centstuk waar een inkeping in was gevijld of er werd een vooroorlogse stuiver gebruikt voor de stroommeter. Ook na de oorlog hebben de muntmeters nog een tijdlang hun diensten bewezen, maar geleidelijk aan verloren de meteropnemers hun baan en evolueerde het betalingssysteem tot dat wat we nu hebben: een maandelijkse termijnbetaling, een ‘student-meteropnemer’die eens in de drie jaar langs komt en een jaarlijkse, onleesbare rekening. Mogelijk dat er lezers zijn die nog […]

Bijzondere foto – ontvangst Ouden van Dagen

Eigenlijk is elke foto bijzonder. Een foto is immers een vastlegging van een bepaald beeld op een bepaald moment. En dat is per definitie al bijzonder. Daarnaast helpen foto’s je om dingen weer beter te herinneren. Dat effect heeft deze foto bij mij. Deze foto staat op internet en is te vinden via de website van de Christelijke Muziekvereniging Oranje. Ik ben zo vrij geweest de foto maar in ‘bruikleen’ te nemen om er wat achtergrond informatie bij te melden. Zo op het eerste gezicht kon ik de locatie niet plaatsen waar deze foto gemaakt is. Maar de hersencellen werken nog uitstekend en meteen werd de verbinding gelegd met mijn herinnering die ik voornamelijk aan de brug heb. Eerst even uitleg over de locatie als u die nog niet heeft kunnen traceren. De foto is gemaakt op Mooie Paal en waarschijnlijk in 1950. Het muziekkorps van Minnertsga staat hier de Ouden van Dagen op te wachten die er een dagje op uit zijn geweest. Eens per jaar werd een dagtocht voor deze mensen georganiseerd die dan allemaal in auto’s – met Minnertsgaaster chauffeurs – achter elkaar aan reden en een rit door de provincie maakten.Onderweg werd er dan op enkele plaatsten gestopt voor een kop koffie, een broodje en niet te vergeten voor de groepsfoto. De foto is waarschijnlijk vroeg in de avond gemaakt, zo rond een uur of zeven. Als de Ouden van Dagen in aantocht waren, dan ging het muziekkorps voorop richting en dorp met als eindpunt het sportveld ‘it greidsje’.  Daar hield Sietse Hibma, namens de Ouden van Dagen, dan nog even een toespraak van hoe mooie dag het wel niet was geweest en dat ze veel gezien hadden onderweg. Maar . . . . even terug naar de foto en dan met name de brug. Dit was een brug met een houten brugdek en het was de toegang naar de treinstation van de NTM, de spoorlijn van Leeuwarden via Berlikum en Mooie Paal naar het eindstation St. Jacobiparochie. Mijn vader heeft een tijdlang voor de NCAB (Nederlandse Christelijke Agrarische Bedrijfsbond) contributie opgehaald bij de leden in en om Minnertsga. Dat deed hij op zaterdagmiddag. Bij de leden die niet meer in loondienst waren moest wekelijks een kwartje worden opgehaald en leden die wel in loondienst waren moest fl. 0,50 worden opgehaald. Af en toe ging ik dan wel eens mee achter op de brommer. Als de leden hadden betaald dan mocht ik het stempeltje op de lidmaatschapskaart zetten. De bewoners van dit houten tramstationsgebouw waren ook lid. Ik kan mij nog herinneren dat mijn vader en ik dan met flinke snelheid over de brug denderden. De planken van het houten brugdek rammelden dan flink omdat die niet echt stevig vast zaten. Leuk om zo’n prachtig beeld weer een terug te zien, want vanaf deze richting heb ik het stationsgebouw nog niet op een foto terug kunnen vinden. Let vooral ook het emaille reclamebord van de RVS. Een bijzondere foto bij een bijzondere herinnering. Hiernaast is het […]

Schilderende serveerster in Leeuwarder lunchroom

Een omvangrijke bron van informatie uit vroegere tijden is het archief van de Leeuwarder Courant. Zo kwam ik onlangs onderstaand bericht tegen dat volgens mij een plekje verdiend op dit blog. Leeuwarder Courant 14 november 1957 Van de vroege morgen tot de late avond is Sjoerdje Kuiken (19) bezig met kopjes. Overdag is zij serveerster in de lunchroom van de fa. Peek aan de Voorstreek, waar zij de bezoekers van kopjes koffie-met-wat-er-bij voorziet en in haar vrije tijd tekent en schildert zij, bij voorkeur kopjes. In de bakvistijd zijn er héél wat meisjes die tekenaspiraties hebben; ze krabbelen elke stukje papier vol met ranke, slanke figuurtjes  en dromen ervan eens modetekenares te worden. Maar meeste verdwijnt deze liefhebberij uit de schooltijd, zodra zij aan het werk gaan – en meestentijds is het beroep heel wat prozaïscher dan zij zich hadden voorgesteld – of verkering krijgen. Bij Sjoerdje bleef niet alleen de liefhebberij, maar deze neemt nog steeds een belangrijker plaats in haar leven in. Och, de museumdirecties staan bij Sjoerdje thuis – zij woont in Minnertsga – nog niet in rijen voor de deur om te vragen of zij niet eens een expositie van het werk van dit Friese meisje mogen verzorgen. Ze zullen zelfs wanneer zij hun deskundig oog laten gaan over dit met liefde en ambitie vervaardigde werk, tal van fouten kunnen aanwijzen. De proporties deugen niet overal en het is duidelijk, dat de jeugdige schilderes een tekort aan materiaalkennis heeft. Maar dat weet Sjoerdje Kuiken zelf gelukkig allemaal best en zij pretendeert niet de begenadigde kunstenares te zijn. Ze tekent en schildert louter voor haar genoegen, hetgeen overigens niet wegneemt, dat zij probeert tot zo goed mogelijke prestaties te komen. Daarom ook volgde zij een schriftelijke tekencursus en daarom heeft zij contact gezocht met een andere amateurschilder in Minnertsga. Aanvankelijk beperkte Sjoerdje zich tot potlood- en krijttekeningen (krijt, nu ja, ook wel eens wenkbrauwstift) later ging zij over op waterverf en sedert enige tijd maakt zij ook olieverfschilderijtjes. Het kopiëren van foto’s van kinderen gaat haar vlot af en de ‘opdrachtgever’ zijn vol lof over de gelijkenis. Hier en daar boort de serveerster-schilderes haar fantasie aan door een andere achtergrond te maken en het merkwaardige is dat deze gedeelten lang niet het slechts zijn. Het zou aanbeveling verdienen, dunkt ons, wanneer Sjoerdje Kuiken haar enthousiasme en ambitie een hechte bodem van scholing kon geven. Zolang zij niet officieel les krijgt zit er maar één ding op: tekenen, tekenen en nog eens tekenen. En dat doet ze dan ook, zelfs van achter het buffet, wanneer er in de lunchroom ‘kopjes’ zitten, die het tekenen waard zijn.

Toneelvereniging ‘Nocht en Keunst’

De toneelvereniging ‘Nocht en Keunst’ is opgericht in 1937 of in 1938 op de bovenzaal van het café van Thijs van der Lei. Oprichters en leden van het eerste uur waren: – Douwe R. de Valk, voorzitter – Meester Terpstra, secretaris – Tryntsje (D.A.) van der Wal, penningmeester – Johannes Hannema, regiseur – J. Nijholt, kapper en grimeur – Bouwe de With, verlichting – Germ Laanstra, algemeen medewerker Vlnr: Kapper Nijholt, Johannes Hannema, Dirk Kuipers, Ynze de Boer, Bauke Kuipers (broer van Dirk), Siepie Vogel (dochter van Sjouke en Eva), Feitsma, Pieter van der Wal en Germ Laanstra. Zittend vlnr: Rinse de Valk, Jannigje (Jannie) Kuipers en Tsjitske de Boer.

Politie in Minnertsga vroeger en anno 1976

In het aprilnummer 1976 van de dorpskrant Nijs út eigen doarp, publiceerde Fred Brandsma – lid van de redactie en grote animator achter het uitgeven van de dorpskrant – een artikel over de politie toen en nu. Officieel had het artikel de titel: Politie in Minnertsga toen en nu. Omdat er tussen 1976 en nu anno 2012 ontzettend veel veranderd is in de structuur en organisatie van de politie, heb ik de titel enigszins aangepast. Het artikel is te mooi om het in de kast te laten liggen, vandaar dat het hier weer nieuw leven in wordt geblazen en nu met een paar foto’s er bij. Hieronder het artikel van Fred Brandsma. Omstreeks het jaar 1600 werd hier de orde gehandhaafd door een schout en deze regelde tevens, met de kerkelijke autoriteiten, de uitdeling van de geldelijke opbrengst aan de weduwen van een stuk land. Dit gebeurt heden ten dag nog, alleen is de schout vervangen door een politieman. Tot plusminus 1900 was niet bekend wie in Minnertsga lijf en goed van de bevolking beschermde, maar toen werd hier ene Kees de Vries geplaatst, later aardappelhandelaar en caféhouder. Daarna kwam veldwachter Gras. Deze nam het niet zo nauw met de vrouwtjes, z’n uniform maakte dan ook grote indruk. Minder populair was hij bij de mannelijke bevolking; die hebben hem min of meer het dorp uit geknuppeld. Zijn opvolger, veldwachter Boersma, was een zeer gemoedelijk man maar kon niet met de burgemeester opschieten en dat is minstens zo erg. Veldwachter (Red. Teake) De Jong, die omstreeks 1918 de functie vervulde, woonde in het eerste huis van Stoarmbuorren (Langedyk). Elke zaterdagmorgen moest hij van Minnertsga naar Sexbierum lopen om de secretaris verslag uit te brengen over de gebeurtenissen in Minnertsga. Hij stelde de secretaris dan ook voor het niet meer te doen, waarop deze hem vroeg wie dat uitmaakte. De Jong werd toen zo kwaad, dat hij de man min of meer aan zijn revers het bureau over trok. Het liep met een sisser af omdat de burgemeester het wel met hem eens kon zijn. De Jong hield wel streng de hand aan de sluitingstijden van de cafés; hij werd dan ook snel bevorderd tot chef en overgeplaatst naar Sexbierum. Veldwachter Kuiken moest in 1944 onderduiken vanwege zijn ondergronds verzet tegen de Duitsers. Na zijn politietijd heeft hij een trekker boven op zich gekregen en is verongelukt. Veldhuis was de eerste rijkspolitieman in Minnertsga. Oppewal, die na hem kwam, heeft meegedaan aan de grote kraak van de gevangenis van Leeuwarden in de oorlog. Zijn opvolger Timmermans was uitstekend in het africhten van honden. Politieagent Van der Sluis zal iedereen nog wel kennen, die was zeer populair in het dorp. ‘Waarom steekt u uw hand niet uit?’ vroeg hij iemand eens. Hij stelde deze vraag bij Mooie Paal en als je daar je hand moet uitsteken heb je aan het eind van de bocht een lamme arm. Zegt de fietser: ‘Als u hier één de hand uit ziet steken dan mag u mij […]

Loep en Wiep 60 jaar getrouwd in 1964

In één van de vele mappen in mijn archief kom ik een krantenbericht tegen van 6 mei 1964. Het bericht roept direct weer herinneringen op en plaats mij even terug in de tijd. Ik zat toen nog op de lager school en wij woonden in die tijd op de Tsjerkestrjitte. Maar de mensen die in dat jaar 60 jaar waren getrouwd, daar hebben wij een aantal jaren naast gewoond. Loep(ke) en Wiep(kje) Visser-Posthumus woonden aan de Meinardswei in een van de woningen van het zogenaamde ‘Langhuis’. De woningen waren allemaal van het type éénkamerwoning waarvan er vier onder één dak. Op de foto midden, links naast de boom, in de 2de woning – met zonneschermen – woonden Loep en Wiep. Wij woonden in de 3de woning. Als ik mijn rapport van de lagere school meekreeg, dan liet ik het ook aan ‘beppe’ Wiep zien. Dan kreeg ik een dubbeltje van haar. Bijzondere herinneringen heb ik aan deze twee oude mensen over gehouden. Op de foto die de krant heeft gemaakt, is te zien dat aan de wand een portret hangt van Domela Nieuwenhuis. Ik kan mij nog herinneren dat dat een kalender was.           Leeuwarder Courant 6 mei 1964 Morgen in Minnertsga een diamanten echtpaar  Het staat vast, dat er morgen – Hemelvaartsdag – heel wat mensen naar het Hervormd verenigingsgebouw in Minnertsga gaan. In de eerste plaats de familie van het echtpaar L. Visser en W. Visser-Posthumus. Want Visser en zijn vrouw vieren morgen hun diamanten bruiloftsstoet. ‘Se komme rounom wei moarn’, vertelde mevrouw Visser. Niet alleen de kinderen komen, maar natuurlijk ook klein- en achterkleinkinderen. ‘As we mar moai waar hâlde’, voegde ze er met zorg aan toe. Want natuurlijk brengt zo’n feest heel wat drukte met zich mee. En al zijn ze met hun 81 en 82 jaren nog bijzonder kras, Visser zijn vrouw, en al weten weten ze eigenlijk nóg zo goed, dat alles wel los zal lopen donderdag, ze zien er een beetje tegenop. En wie doet dat niet, als hij het middelpunt wordt van een groot feest? ‘Mar wy hâlde wol fan in feestje’, vindt de diamanten bruid monter. Er komt een muziekgezelschap op het feest en ook het plaatselijk muziekkorps komt even spelen. Verder heeft ze er ontzettend veel plezier in, dat klein- en achterkleinkinderen komen. Gemakkelijk duikt ze dan even terug in de tijd, toen ze zelf jong was. Ze hebben hard en veel gewerkt in hun leven, Visser en zijn vrouw. ’s Morgens vier uur naar de boer of de boerin om een stuiver of een dubbeltje te verdienen. In 1904 zijn ze getrouwd en Visser werd vaste arbeider in Tzummarum. Na twee jaar werd Tzummarum verruild voor een plaatsje bij een boer in Sexbierum. Daarna is het echtpaar Visser nog slechts drie keer verhuisd. In Minnertsga kreeg Visser werk – eveneens als arbeider – bij de Feitsma’s en bij deze boer bleef hij, tot hij zelf een klein ‘spultsje’kocht. Meer dan 17 jaar was hij hier […]