It waarhúske fan pake

Al jierren stiet by my yn ien fan de boekekasten in waarhúske wer’t ik hiel sunich op bin. It is fan myn pake Gerrit west dy’t froeger yn ien fan de bejaardewenninkjes wenne oan de Havenstrjitte yn Minnertsgea. Mist ’50 jieren fan de foarige ieu binne dy húskes doe set. As jo achter troch de doar kamen dan hong it waarhúske boppe de doar nei de keamer ta. Myn pake wie der tige wiis mei, en ik no noch mear tink. It soe bêst kinne dat pake dat ris kocht hat op in reiske mei de ‘ouden van dagen’. It hiele waarhúske selt neat foar, de poat der op en it is fyn, mar ik koesterje it. Us heit hie de gek der altyd mei, mar pake miende echt dat it wurke, teminsten sa sit dat yn myn ûnthâld. Al mei al is it húske krapoan 50 jier âld. Op internet fûn ik ûndersteande tekst. Een weerhuisje is een eenvoudig soort meetinstrument. Veelal wordt gedacht dat het een eenvoudige barometer is, maar het is in feite een hygrometer, die de luchtvochtigheid meet. Het weerhuisje bestaat uit een klein huisje met daarin twee poortjes. Uit het ene poortje kan een mannetje naar buiten komen, uit het andere poortje een vrouwtje. Als het vrouwtje naar buiten komt zou het mooi weer kunnen worden, als het mannetje naar buiten komt zal het gaan regenen. Het weerhuisje heeft dus geen afleesbare schaalverdeling, maar geeft alleen een indicatie van droog, of vochtig. In moderne centraal verwarmde huizen functioneert een weerhuis niet goed, omdat daar de luchtvochtigheid altijd laag is, zonder relatie met het weer buiten. Zou het huisje buiten gezet worden, dan zal het beter werken, maar in Nederland en België is de werking beperkt, omdat de luchtvochtigheid weinig verandert. In bergachtige gebieden treden er wel sterke veranderingen op van de luchtvochtigheid. Waarschijnlijk stamt het traditionele ontwerp van het weerhuisje uit het Zwarte Woud. Het weerhuisje werd vanaf de 17e eeuw populair. De kleine huisjes hebben vaak kenmerken van de huizen uit het Zwarte Woud, met als decoratie de typische houten drinkbakken die je daar veel ziet. Veel mannetjes en vrouwtjes in de weerhuisjes dragen de traditionele klederdracht van de regio Gutach in het Zwarte woud. Ook bij ronddansende poppetjes bij koekoeksklokken kom je deze klederdracht telkens weer tegen. De klederdracht is te herkennen aan een vrij grote zwarte hoed van het mannetje en de unieke hoed van de dame met de typische grote rode ronde bollen erop. Tussen de poortjes is vaak een thermometer aangebracht. Er bestaan echter ook modernere varianten waar het vrouwtje een parasol heeft, het mannetje een paraplu. De werking is als volgt: het mannetje en het vrouwtje kunnen draaien, en zijn opgehangen via een stukje schapendarm. Als het droog is, draait dit in elkaar, bij vocht wordt het langer en draait het terug. Het trieste aspect van een weerhuisje is, dat ook al zien het mannetje en het vrouwtje er vrolijk uit, ze nooit tegelijk buiten of tegelijk binnen kunnen […]

Jacob Ulbes Wassenaar 60 jaar lang kleermaker

‘Dat is in minskelibben lang, nou’ aldus de toen 70 jarige Jacob Ulbes Wassenaar die in april 1969 door de Leeuwarder courant werd geïnterviewd. Op dat moment dacht Jacob Ulbes er zeker niet aan om naald en draad voorgoed neer te leggen. Het ‘pjukken’, zoals hij dat zelf noemde, beschouwde hij als een aangenaam tijdverdrijf. Hij woonde namelijk moederziel alleen en ‘as ik neat mear te dwaan hie, soe ik hjir hiele dagen omrinne te prakkesearen en dêr wirdt in minske sljocht fan, tinkt my’,zei de beste man. Wassenaar is twee keer weduwnaar geworden en hij verloor twee kinderen. ‘Ik haw nou noch ien soan en dy wennet hjir gelokkich. Dêr gean ik dan ris hinne te tédrinken. In húshâldster haw ik net, ik yt by myn suster, dy is widdou’. Om niet te vereenzamen besloot Wassenaar, toen hij 65 jaar werd en dus AOW-er werd, het ‘snidersfak’ net zo lang te blijven uitoefenen als maar enigszins mogelijk was. En hij deed dat op zijn 70ste nog steeds met veel plezier. Al die zestig kleermakersjaren is Wassenaar in dienst geweest bij de firma Schotanus in Minnertsga. ‘Ik haw trije geslachten Schotanus meimakke; earst âlde Chris, letter Durk en nou Klaas’. Direct na de lagere school belandde Wassenaar in de kleermakerij. Hij was met een handicap geboren (een niet helemaal goed functionerend been) en kon daardoor niet zoals de meeste jongens van zijn leeftijd werk bij een boer zoeken. ‘Ik begûn foar in kwartsje wyks en in pear sigaren’. Zijn specialiteit was het maken van broeken. Maar de laatste jaren komt daar weinig meer van. ‘It maatwurk giet der nou út en it is nou meer fermeitsjen wat ik doch’. Hij werkte toen in die jaren alleen in de kleermakerij. ‘Froeger wiene wy der soms mei seis, sân man’. Waar Wassenaar de meeste hekel aan had was‘Festjes meitsje. Dy búskeboel nou dat wie in hiel nifelwurk. De broeken, dêr wie ik handiger yn’. Natuurlijk heeft Wassenaar ook complete kostuums gemaakt., maar de pantalons bleven zijn speciale hobby. Jacob Ulbes Wassenaar was een van een tweeling die geboren was op 3 mei 1897 in Minnertsga. Zijn tweeling broertje werd Rein genoemd. Beide kinderen zijn op het gemeenthuis aangegeven door Jacob, de broer van de vader Ulbe. De vader was op het moent van de geboorte van de tweeling ziek en kon daardoor niet naar het gemeentehuis kon komen. Jacob Ulbes Wassenaar woonde in een éénkamerwoning in het zogenaamde ‘Straatsje’. Dat was een pad haaks aan de oostzijde van de Hege Buorren waar een vijftal éénkamerwoningen stonden. De bewoners van die woningen moesten vroeger gezamenlijk gebruik maken van één privaat (húske). Bron : Leeuwarder courant 9 april 1969

Twee dagen schoolfeest in juni 1928

Deze week heb ik weer een leuke aanwinst kunnen bemachtigen voor mijn privécollectie. En wat kan een mens dan toch gelukkig zijn met een paar knipsels uit een oud tijdschrift. Het zijn beelden van het Minnertsga van vroeger, en wel uit het jaar 1928. Uit de bijschriften blijkt het dat het om een schoolfeest gaat. Ik bestudeer de foto’s nauwkeuring, want . . . . . de beelden roepen direct alweer vragen bij mij op. Waar zijn de foto’s gemaakt en kan ik meer te weten komen om . . . . er bijvoorbeeld een verhaal van te maken voor dit blog. De knipsels hebben betrekking op een schoolfeest zo blijkt uit de bijschriften van de foto’s. De knipsels komen uit het tijdschrift Fan Fryske Grûn van 1928. Deze eerste foto is van een groep meisjes die een uitvoering geven. De locatie is een stuk grasland dat de Kamp werd genoemd. We zien links de boerderij van ‘Groot Hermana’ waar nu Sinnema woont en de woningen van Bethlem. Rechts, het dak met uilenbord, is de werkplaats van timmerman Bloembergen. De man met hoed, voor de vlag, is waarschijnlijk meester Toornstra. En zo te zien ontbreekt de IJsko-kar ook niet op het feestterrein. De andere foto is gemaakt van een groep volwassenen die de Elf Provinciën uitbeelden. Het is mij niet direct duidelijk waar deze foto is gemaakt. Dus maar even de collectie prentbriefkaarten van Minnertsga op tafel. Het zijn er ruim 350, dus er moet een match te vinden zijn. En jawel . . . . . de locatie is gevonden! De foto is gemaakt voor de woningen 3 en 5 aan de Hermanawei. Het dak met kajuit, de 7 zeven raampartijen in de woning, de telefoonpaal en de woning rechts zijn duidelijk terug te vinden op de detailfoto uit mijn collectie. Maar nu de context van het feest . . . . kan ik daar wat van terug vinden? Jawel, want het boek van Dooitze Zwart helpt mij daarbij. Dooitze heeft in 1997 vrijwel alle berichten uit de krant met betrekking op Minnertsga in een boek samengevoegd. Zoeken bij 1928 levert het volgende bericht op. ‘Minnertsga, woensdag en donderdag 27 en 28 juni 1928 – Uit de Vereeniging van Volksonderwijs , de Ver. Voor Volksvermaken, de Oudercommissie en het personeel der Op. Lag. School was een commissie benoemd, die het aan durfde een wat grootsch feest op touw te zetten. Men meende hiervoor twee dagen noodig te hebben. Het feest moet beschouwd worden als propaganda voor de Op. Lag. School. Om menschen wat aan te vuren, werd op een openbare vergadering door het waarnemend hoofd der school, de heer G. Toornstra, gesproken en door hem een voorloopig plan aan de vergadering voorgelegd, wat men meende te kunnen uitwerken. Woensdagmorgen om 11 uur trok het volk naar het schoolplein voor de Openbare Lagere School, waar de gecostumeerde optocht zou beginnen. Alles was in de puntjes verzorgt. Mooie groepen kon men er aantreffen, o.a. de elf provinciën, de wolf met de […]

Geen zuivere koffie in Minnertsga

Aan het eind van de 18de eeuw kwam de teelt van cichorei in ons land op gang. De eerste cichoreifabriek verrees in 1773 in Groningen. Hoewel de teelt van de cichorei in meerdere provincies plaats vond, werd gedurende de 19de eeuw de meeste cichorei in Friesland verbouwd. De plant groeide op alle grondsoorten, mits deze voldoende waren ontwaterd. De cichoreiplant is een plant met twee gezichten al naar gelang de teeltwijze. Bij de ene teeltwijze werd de wortel gebruikt om er een surrogaatkoffie (peekoffie) van te maken. Bij de andere teeltwijze wordt de wortel geoogst en vervolgens in het donker gebroeid tot er de bekende witlof kroppen op groeien. De eerste die hier in Friesland de cichoreiwortel kweekte en later ook experimenteerde om de wortels te roosteren, was dominee Nienwold die sinds 1770 predikant in Warga was. Hij droogde de cichoreiwortel waarna hij ze met een geleende koffiebrander voor gebruik geschikt maakte. Vervolgens was het Gerben Sybrand uit Huizum die in 1779 de eerste cichoreifabriek oprichtte. De wortels werden in deze fabriek in ovens gedroogd en met handmolens fijn gemalen. Nadat in 1781 de oorlog met Engeland uitbrak werd de koffie-invoer bemoeilijkt waardoor de koffieprijs enorm steeg. Dit werd nog erger toen Nederland in 1795 onder de Franse heerschappij kwam. Er werd daarom gezocht naar surrogaten, die men o.a. vond in gebrande rogge en eikels. Al spoedig kwam toen de cichorei veelvuldig in gebruik waarmee men in eerste instantie de koffie mee aanlengde. Op de kadastrale kaarten, uit 1832, van de dorpskern van Minnertsga vinden we een cichorei-drogerij en een cichorei-fabriek allebei in eigendom van Cornelis Jelles Tjessinga. Cornelis Jelles Tjessinga staat te boek als ‘cichorijfabrikateur’ en werd geboren in 1786 te Minnertsga als zoon van Jelle Kornelis en Baukje Jakles. Hij was getrouwd met Seerske Dirks Koopmans uit Marrum en kregen samen vijf kinderen: vier dochters en één zoon. De cichorei-drogerij stond midden in het dorp achter de woning waar vroeger Abe en Margje Vogel hun groentewinkel hadden. Achter deze woning had Abe Vogel een grote siertuin op de plaats waar eertijds het gebouw van de drogerij moet hebben gestaan. Aan de westkant van de genoemde woning stond precies een zelfde woning die ook eigendom was van de familie Tjessinga. Deze woning is rond 1900 afgebroken en heeft plaats gemaakt voor de burgemeesterswoning van Luitzen Wallis de Vries die getrouwd was met Neeltje Tjessinga, een ‘pakesizzer’ van Cornelis Jelles Tjessinga. De locatie van de drogerij was nog niet eens zo’n slechte. De cichoreiwortels werden voornamelijk aangevoerd per snikschip of praam die voor de woning van Cornelis Jelles konden aanleggen. Door de aanwezigheid van de brede steeg was de afstand tot de drogerij maar kort. Het pand van de cichorei-fabriek, waarvan in de kadastrale kaarten sprake is, bevond zich vroeger achter de woning van Bouwe de With (Meinardswei 30) . Het was een schuur die later gebruikt is voor de opslag van brandstof en weer later nog gebruikt is voor de broei van, hoe is het mogelijk, witlof. Enige twijfel […]

Groep Minnertsgeasters op de foto

Een groepsfoto uit de jaren  ’50 van de vorige eeuw of begin jaren ’60. Wie het weet mag het zeggen. Mijn vermoeden is dat de foto is gemaakt tijdens een reisje van de Landarbeidersbond, maar zeker ben ik daar niet van. Hier en daar ontbreken nog wat namen. Het zou mooi zijn als bezoekers van dit blog nog mensen herkennen. Klik op de foto om deze vergroot op het beeldscherm te krijgen.   Staand (vlnr) de mannen: Klaas Haarsma, Siebren Hoekstra, Jelte ?, Douwe de Jong, ?, Jacob Groeneveld, Ruurd Douma, Ate Helder, Tjeerd Haarsma, Nammele Herder, ? van der Ploeg, Jan Zuidema, Reinder Spoelstra, Anne Spoelstra, Sikke Groeneveld, Teakele Wiersma, ?, Dirk de Jong, Klaas Kramer. Staand (vlnr) de vrouwen: Tietje Haarsma-de Vries, Griet van der Wal-Kuiken naast haar man Klaas van der Wal, ?, Griet Hoekstra-Sijbesma, ?, Janke Schiphof, Anne Douma, Anne de Jong, ? van der Ploeg, Sjoerdje Kramer, ?, Ene de Jong, ?, ?, ?, Elizabeth Bennema-Bouma, Rieke (Hendrikje) Posthumus-Faber, Klaas Bennema, Kees Brolsma, Lolke Schiphof, Jelte Posthumus. Zittend (vlnr): Anne Wierstra, Ysbrand Bruinsma, Hendrika (Hinke) de Vries, ?, Teade de Vries, Fimke Veenstra-Wijma, Broer Veenstra, Tine Elzinga, Gerrit Elzinga, ?, Anna Herder, Aafke Bouma-de Ruiter, Gerrit Bouma, Andries Groenveld. Liggens (vlnr): Tolma, directeur van de LABO en de chauffeur Jelle Oetsma. – Klik hier – om de ontbrekende namen via email door te geven aan de auteur van dit blog. NB. de namen die doorgegeven zijn via de reacties zijn/worden toegevoegd aan de naamlijst.

Minnertsga organiseerde gevarieerde ruitermiddag

12 september 1960: Op het knusse sportveld van Minnertsga, waar zaterdagmiddag een ruitermiddag werd gehouden, liepen een jongetje en een meisje rond, elk ongeveer vijf of zes jaar oud. Ze hielden zich bij voorkeur op in de buurt van de hoofdtribune en alle verontwaardigde en vermanende aansporingen van de organisatoren om eindelijk een ergens anders hun heil te zoeken, gleden bij hen neer als waterdruppels bij een eend. Onder het motto: ‘Hier ben ik, hier blijf ik’, deden ze wat hen lustte. Zo nu en dan onderbraken zij even hun bezigheden om een blik te werpen op wat er op het veld allemaal gebeurde. ‘Fynst dou dat moai?’, vroeg een meisje aan het jongetje, wijzend op een door een mannequin geshowde cocktailjurk. ”k Fyn der neat oan’ repliceerde haar metgezel. ‘Dou bist net wiis’, concludeerde de jongedame hierop. Aan de andere kant had zij maar weinig interesse voor zelfs de mooiste auto, wat de jongeman weer niet kon begrijpen. Het oordeel van deze twee bezoekers is beslist niet maatgevend, maar duidt er wel op, dat iedere bezoeker of bezoekster aan zijn of haar trekken kon komen. De Vereniging Oranje Nationaal, die de ruitermiddag organiseerde, heeft met de programmasamenstelling wel een goede keus gedaan. Het weer was bovendien uitgezocht mooi, zodat de vele honderden aanwezigen een plezante middag hebben gehad. Het feit, dat de organisatoren het programma op gezellige wijze dooreenhutselden werkte de knusse sfeer van een en ander alleen maar in de hand. Alleen had men er voor moeten zorgen, dat de verschillende onderdelen wat sneller op elkaar waren gevolgd. Nu vielen er telkens hiaten en werd het hele programma wel wat te lang; bijna vijf uur. Het is moeilijk om uit een dergelijk en afwisselend geheel de hoogtepunten te halen. De demonstratie van de Sjaerdema- Burmania- en Molenruiters, de modeshow, het concours d’ Elegance, alles was in zijn soort de moeite waard. Het vrouwelijk deel van het publiek was kennelijk zeer ingenomen met de modeshow en de heren zaten te likkebaarden wanneer er weer een droom van een auto het middenveld kwam oprijden/ Maar wat de landelijke ruiters met hun paarden wisten te presteren, was toch heel bijzonder. De ‘Symphone Hippque’, de troika, de voltige, het was een lust voor het oog. ook de indrukwekkende finale, die de middag besloot, was ronduit uitstekend. Minnertsga kan tevreden zijn over wat het heeft gepresteerd. Bron: Leeuwarder Courant 

Vrijdag de 13de

Dit verhaal gaat meer dan 100 jaar terug in de tijd. Terug naar het jaar 1910 en wel op vrijdagmiddag laat in de middag op 13 oktober. In de dorpskern was het toen allemaal drukte. Op de kade van de stond het vol met klampen turf, steen, vaten en houten kisten. Veel ruimte was er niet meer op de weg voor het doorgaande verkeer. De beurtschipper had net zijn lading op de kade gezet en ook andere vrachtvervoerders hadden hun vracht deels van boord gehaald of waren aan het verladen om de vracht verder met paard en wagen te vervoeren. Gemotoriseerd verkeer was er nog maar weinig, maar zo nu en dan reed er door het dorp ook wel eens een motorrijwiel of een automobiel. Zo reed er op die bewuste namiddag een motorrijwiel door het dorp. Het vervoermiddel werd bestuurd door IJpe de V., een reiziger uit Sneek die op weg was naar huis. Op datzelfde moment reed ook een voerman door het dorp met twee paarden voor de wagen. Toen IJpe de V. al toeterend, maar zonder vaart te minderen, de voerman wilde passeren, sloegen de paarden op hol. Hoewel de paarden al wat onrustig waren van de drukte in het dorp, werd het lawaai van het motorrijwiel de dieren te veel. Rechtszaak Hoe het verder allemaal verlopen is, is niet bekend, maar de zaak was kennelijk wel zo ernstig dat deze zaak voor de rechter kwam. De kantonrechter in Harlingen had beklaagde IJpe de V. schuldig verklaart aan het rijden met zodanige vaart, dat de veiligheid van het verkeer daardoor in gevaar was gebracht. IJpe de V. werd veroordeeld tot een boete van fl. 50,00 of 20 dagen hechtenis. Hoger Beroep IJpe de V. is na de uitspraak in hoger beroep gegaan. Deze rechtszaak kwam op 29 maart 1911 op de rol te staan van het Gerechtshof in Leeuwarden. Mr. M.E. Hepkema kwam met vier getuigen de zaak verdedigen voor IJpe de V. De eerste getuige was de gemeenteveldwachter Th. Boersma die in Minnertsga woonde. Hij vertelde hoe hij de toestand na het passeren van het motorrijwiel had aangetroffen. Veldwachter Boersma had de zaak daarna goed onderzocht, maar dat onderzoek gaf hem geen aanleiding om proces-verbaal op te maken. Volgens de tweede getuige, de veehouder Cornelis de Vries van Minnertsga, had beklaagde voldoende luid getoeterd en reed hij niet hard. Getuige merkte op dat de paarden van de voerman van te voren al schichtig waren. De derde getuige was de 30-jarige Sikke Marra. Ook hij had beklaagde horen toeteren en zei dat beklaagde op dat moment niet snel reed. Zodra het ongeluk gebeurd was stapte volgens getuige Sikke Marra de bestuurder meteen van zijn motor af en had de voerman in dit geval de paarden van de wagen moeten afhaken. De laatste getuige was Geertje de Groot, de vrouw van Sikke Marra. Volgens Geertje waren de paarden al geschrokken van de ‘ stoomfiets’ nog vóórdat IJpe de V. de paarden was gepasseerd. De V. toeterde maar reed […]

Voorganger als oplichter actief

In de Tsjerkestrjitte heeft enkele jaren een kerkgebouw gestaan van de afgescheiden gemeente van de Vrije Evangelisten. Aan dat kerkgebouw heb ik – als jeugdige bewoner van de straat – bijzondere herinneringen. Maar de details over het hoe en waarom dat kerkgebouw daar ineens werd gebouwd, had ik niet meer scherp. Behalve dan de voorganger, die een Citroën (snoekenbek) had, met hoge snelheden door de Tsjerkestrjitte jakkerde, die heb ik nog heel scherp in beeld. Wij noemden hem ‘it flaenend Evangely’. Reden om eens wat onderzoek te doen en het geheugen weer wat op te frissen. In juni 1964 kwam Hans Veenendaal naar Minnertsga om op te treden als voorganger van de – afgescheiden – Vrije Evangelische gemeente. De veertig leden van de afgescheiden gemeente hadden alle vertrouwen in de man. Niemand had toen enig vermoeden met een zwendelaar van doen te hebben die overigens goed kon preken. De diensten werden aanvankelijk gehouden ten huize van één van de leden van het voorlopige kerkbestuur. De voorganger wekte nog meer vertrouwen, omdat hij plannen had om een eigen kerkgebouw op te richten. Hij gaf zich uit als directeur van het Nederlands Evangelisatie Team te Emmeloord en hij suggereerde tegenover het kerkbestuur dat die organisatie zestig procent van de realisatiekosten zou betalen. De voorganger zou er zelf voor zorgen dat de resterende veertig procent op tafel kwam. Veenendaal had in het verleden al heel wat keren in Minnertsga gepreekt voor de Vrij Evangelische Gemeente in het dorp. Maar de bond van Vrije Evangelische Gemeenten was niet ingenomen met de activiteiten van de voorganger en legde hem om een of andere reden een spreekverbod op. Oorzaak van de houding van de Bond was de levenswandel van voorganger Veenendaal. Die was reeds eerder met justitie in aanraking geweest. In de gevangenis had hij kennis gemaakt met ds. Van Gent uit Emmeloord die zich het lot aantrok van deze jongeman en hem tot zijn pleegzoon maakte. Naar aanleiding van dat verbod ontstond er verdeeldheid onder de gemeenteleden. De kerkelijke gemeente had toen geen eigen predikant, maar de geestelijke verzorging van de gemeenteleden was toen in handen van ds. Zijlstra uit Franeker. Zo ontstond er een groep gemeente leden die getrouw aan ds. Zijlstra waren en een groep die de ambitieuze Veenendaal volgden. Het vertrouwen in Veenendaal was groot toen hij naar Minnertsga kwam. Er werd een stukje grond voor fl. 1200 gekocht dat eerst deel uitmaakte van de boomgaard/tuin van Sjouke en Eva Vogel. Een deel van de heg en fruitbomen is toen gerooid om plaats te maken voor de bouw van een houten gebouw dat later als kerk is ingericht. Het houten gebouw kwam op fl. 15.000. Dat het niet duurder werd is te danken aan de hulp van een aantal gemeenteleden die onder leiding van timmerman Van Merode uit Tzummarum – ook aangesloten bij de kerkelijke gemeente – het bouwwerk oprichten. Van binnen werd het keurig ingericht met een mooie preekstoel en dure kleden en een prachtig klinkend elektronisch orgel. Wij hoorden tijdens […]

Bescherming Bevolking (BB)

Vorig jaar, in september, was het 50 jaar gelden dat de PTT bij elk huisgezin in Nederland een envelop van de Overheid bezorgde. In de envelop zaten twee kaarten. Een getiteld ‘Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf’ en één met EHBO-instructies. De inhoud van de envelop sprak boekdelen over het gevaar als er een atoombom zou vallen en wat je dan als burger zou kunnen doen. De enveloppe sloeg, om maar in steil te blijven, in als een bom bij de Nederlandse bevolking. Zonder ook maar enige toelichting of een begeleidende brief van de Overheid werd volgens de ‘Wenken’ geadviseerd een schuilplaats in te richten in je huis en een noodvoorziening eten aan te leggen. Later is er door de Overheid nog een rood boekje nagezonden met een toelichting op de envelop met kaarten. Kort na de Tweede Wereldoorlog was er de angst dat er nog een derde oorlog op komst was. Nog maar net na de bevrijding van Nazi Duitsland werd de ‘vriendschap’ tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Sovjet-Unie verbroken. En in een paar jaar tijd vervloog de hoop op een nieuwe en vreedzame tijd in de wereld. Met de komst van de Atoombom die zijn verwoestende werking had laten zien op Nagasaki, was de wapenwedloop begonnen tussen de VS en de Sovjet-Unie. De dreiging van dat er een Atoombom zou vallen werd niet zo groot ingeschat, maar er werden ook andere massavernietigingswapens ontwikkeld. Naast de nucleaire wapens waren dat de biologische, chemische en gaswapens. De Overheid vond dat de Nederlandse bevolking daar wel tegen kon beschermen. In 1952 werd daarom toen de Bescherming Bevolking, de BB opgericht. De BB was een organisatie zonder wapens die louter en alleen bestemd was om de bevolking te beschermen  en te helpen in noodsituaties. Overal in het land werden vrijwilligers geworven voor deelname aan de BB. Er moesten 230.000  BB’ers komen maar dat aantal werd bij lange na niet gehaald. Enerzijds kwam dat door voortschrijdend inzicht omdat de oorlogsdreiging in de loop der jaren toch weer wat afnam, en anderzijds doordat de BB als een knullige organisatie die meende dat je je tegen een Atoombom best kon beschermen, mits die maar niet op je eigen huis viel. Dat was natuurlijk je reinste kolder. In 1970 was de BB ongeloofwaardig, impopulair en een isoleerde organisatie en begin jaren ’80 van de vorige eeuw werd het duidelijk dat er naar alle waarschijnlijkheid geen nieuwe oorlog zou komen. De BB werd later opgeheven en de vredestaken en hulptaken werden overgedragen aan het Rode Kruis en de Brandweer. Ook de sirenes, die toen op de eerste maandag van de maand om 12.00 uur loeiden, werd het zwijgen opgelegd. Eind jaren ’90 is die traditie weer in ere hersteld. Het markante geluid is nu afkomstig van elektronische sirenes  die ons moeten waarschuwen voor bijzondere gevaarlijke situaties. Ook in Minnertsga zullen er ongetwijfeld BB’ers actief zijn geweest, maar hoeveel dat er waren en wie daar bij zaten, is mij niet bekend. Daar […]

Mysterie op kerkhof

Het is 20 oktober 1884 als de Leeuwarder Courant een mysterieus berichtje plaats over een grafzerk die op het kerkhof is geplaatst. ‘Op het kerkhof te Minnertsga is dezer dagen een zerk geplaatst, waarop de geheele uiterste wil der overledene is gehouwen, benevens een alles behalve vriendelijk beschouwing van den echtgenoot nopens het gedrag zijner kinderen’. Het is dus een zerk van een vrouw die waarschijnlijk haar laatste wil bij een notaris heeft vast laten leggen. De krant vermeld niet wat er precies op stond en juist dat maakt het nog mysterieuzer. Ik heb er nog geen gedegen onderzoek naar gedaan, maar het boeit mij wel. Wie was deze persoon? Het maakt het allemaal nog bijzonderder als de Leeuwarder Courant 27 oktober 1884 (een week later) vermeld: ‘Maakten wij in een vorig no. melding van een zerk op het kerkhof te Minnertsga, waarop de gehele uiterste wil der overlevende, en een alles behalve vriendelijke beschouwing van den overgebleven echtgenoot nopens het gedrag zijner kinderen was geplaatst, thans vernemen wij, dat behalve het geen op het overlijden betrekking heeft, alles er weder is afgebeiteld. Men veronderstelt, dat de overgebleven echtgenoot ernstige bezwaren zag in het laten staan van het bijschrift’.  Detailfoto noordkant van de kerk met nog weinig grafzerken. Dit wordt een lastige opgave om naam van de overledene te achterhalen.Veel overlijdens advertenties werden toen nog niet in de krant geplaatst, gewoonweg omdat te duur was voor de gewone burger. Die advertenties die ik gevonden heb stralen allemaal, liefde, geluk, droefheid en treurnis uit over de overledene. Aan de andere kant, een zerk was vroeger ook niet te betalen voor de gewone burger. Al met al blijft het nog een heel mysterie deze twee berichten uit de krant. Mogelijk dat het notarieel archief nog eens uitkomst biedt. Bron: Leeuwarder Courant