Driedaagse expositie Kerkbrand 75 jaar geleden

Op 3 juni 1947 werd Minnertsga getroffen door een ramp. Door soldeerwerkzaamheden aan de zinken dakgoten ontstond tegen twee uur in de middag brand. Het was die dag een prachtige […]

St. Maartenskerk – Meinardskerk

Van welke kant Minnertsga ook wordt benaderd, altijd springt de grote toren en kerk ver boven alles uit. Het dorp is daarom zonder meer van grote afstand te herkennen. De schrijver Seerp Anema (1875-1961), geboren Minnertsgaaster, beschreef in zijn roman ‘In ‘s Levens opgang’ de toren als volgt: ‘Gespeend aan alles wat naar architectuur zweemt, verheft zich de toren als een imposante massa boven het schrale kerkhof geboomte. Voor een vreemdeling, die het dorp aan den oostkant nadert, gelijk hij de hoofdpartij van een trotschen, sombren burcht. Somber blikken zijn galmgaten ver, ver de velden over en geen lentezon lacht zoo vriendelijk, dat ze de duistre blikken van dien grijzen petrefact ook maar even vermag te verhelderen. Met de norsheid van een machtigen dwingeland, wiens heerschappij door de eeuwen onomstootelijk werd gevestigd, heerscht hij over den omtrek en zal hij daarover heerschen, tot de stem des archangels den wereldbrand inluidt. Als een sonore, diepe bas van zijn klokslag weerklinkt, stormt een krijschende kraaientroep verschrikt uit de gaten en scheuren naar buiten, de zwart geharnaste roofridderschaar, die in de duistere ruimten daarboven den gang der beschaving trotseert’. En zo gaat het nog enkele bladzijden verder in het boek waarin hij voor Minnertsga en Firdgum de romannamen Middelgum en Firdmarrum gebruikt. Het heeft Minnertsga, in vergelijking tot veel andere Friese dorpen, niet aan geschiedschrijvers ontbroken. De reeks begint al met Andreas Cornelius, die naar aanleiding van gegevens welke door ene Occo van Scarl, over het roemrijkste en aanzienlijkste geslacht van het dorp, de Hermana’s, weet op te dissen. In die gegevens zou hebben gestaan dat op de tweede februari in het jaar 806 de kerk met toren en al instortte, nadat het water de gehele winter tegen de muren had geslagen. Ten gevolge van diezelfde overstroming zou tevens de state van de Hermana’s ten onder zijn gegaan waarin op dat moment velen naar toe waren gevlucht om hen zelf in veiligheid te stellen. ‘De Kerk tot Minnertsga, door dien het Water den gantschen Winter daar aan sloeg, viel den 2 Februray ter neder, met den Thoorn, en Hermana Huis, daar veel volk door  verdronk, die haar leven daar op meenden te slaveren’. Die kerk en toren die hier wordt bedoeld, is een voorganger van de huidige. Die huidige kerk en toren zijn op 3 juni 1947 volledig door brand verwoest en totaal in de as gelegd. Voordat men met de restauratie en de herbouw van de kerk en toren begon is er een bodemonderzoek geweest om na te gaan of er voor deze kerk een veel oudere aan vooraf is gegaan. Uit het genoemde onderzoek is o.a. vast komen te staan dat aan de huidige toren, die gebouwd is in het jaar 1505, geen oudere toren aan vooraf is gegaan. Het bovenstaande aangehaalde bericht is in de overgeleverde vorm dan ook stellig onbetrouwbaar omdat daarin wel over een toren wordt gesproken. Niettemin kan aan dit bericht wel een werkelijke gebeurtenis ten grondslag liggen: namelijk de vloed van 14 december 1287. Hierbij kwamen […]

Helder op de Hege Buorren

In het vroege voorjaar van 1921 zit de dan 10-jarige Cornelis Hibma aan tafel in de woonkamer om een bericht te schrijven naar zijn pake en beppe van moederskant in […]

Dorpsarchief nu in MFA Doarpsfinne

Tot voor kort was lag het dorpsarchief van Minnertsga in de bibliotheek in St. Annaparochie maar alle historische waardevolle documenten en originele foto’s worden nu bewaard in het MFA Doarpsfinne. Het dorpsarchief is ontstaan na de gemeentelijke herindeling van 1985 toen Minnertsga bij de gemeente Het Bildt werd ingedeeld. In 1990 is in samenwerking met de toenmalige gemeente en de Stichting Ons Bildt en de bibliotheek in St. Annaparochie is toen het Bildts Dokumintasysintrum (BDS) opgericht om dorpsarchieven te vormen. Vrijwilligers van het BDS waren mensen uit de verschillende dorpen die actief waren om historisch waardevolle documenten en foto’s te verzamelen. Die werden vervolgens geordend en zorgvuldig bewaard in de archiefruimte van de bibliotheken van St. Annaparochie en Minnertsga. Bildts Aigene In de aanloop van de gemeentelijke herindeling van 2018 is de Stichting Bildts Aigene ontstaan waar ook het BDS onder viel. Omdat deze stichting zich specifiek richt op de eigen taal en cultuur en zich beperkt tot de oude gemeente grenzen van Het Bildt voor 1985, is het dorpsarchief van Minnertsga losgekoppeld. De vrijwilligers Aalzen de Haan en Gerryt Bouma hebben samen met Ali Bronger, voorzitter van de Stichting Bildts Aigene en coördinator van de dorpsarchieven, onderzocht of het mogelijk was het archief van Minnertsga weer onder te brengen in eigen dorp. Dorpsarchief in Doarpsfinne In samenwerking met het bestuur van het MFA De Doarpsfinne en Plaatselijke Belang, is in het MFA ruimte gecreëerd voor het dorpsarchief. Inmiddels hebben Aalzen en Gerryt alle archiefdozen met oude documenten en originele foto’s verhuisd en alles ligt nu opgeslagen in mooie kasten. De dorpshistorie blijft zo goed bewaard voor de toekomst. Openingstijden Als werkgroep Minnertsga Vroeger zullen Aalzen en Gerryt op gezette tijden aanwezig zijn in het MFA om belangstellenden en dorpsgenoten te ontvangen voor een praatje en verhalen van vroeger met elkaar te delen. Ook is er dan gelegenheid om historisch waardevolle spullen bij het dorpsarchief in beheer of in eigendom te geven, maar ook om foto’s in te laten scannen. De openingstijden zullen later nog bekend worden gemaakt.  

Jacobus Sibrand Mancadan: kunstschilder en ondernemer (deel 2)

Het eerste gedeelte van dit artikel verscheen in het julinummer (2005) van Fryslân en behandelde de afkomst en huwelijk van Mancadan en diens zakelijke activiteiten met betrekking tot huizen en veenderijen. In dit tweede gedeelte zal nader worden ingegaan op zijn gezin, schildersloopbaan en werk. Naar aanleiding van de eerste aflevering ontving ik een interessante reactie van mevrouw R. Bouma te Leeuwarden. Zij wees erop dat Sannes in zijn Geschiedenis van Het Bildt melding maakt van een zekere Sybren Augustinus “glaesmaecker te Mennertschae”, een glazenier dus. Deze heeft in 1597 in opdracht van de pachters der landerijen, die de stad Franeker op Het Bildt bezat (en nog steeds bezit), een raam gemaakt met het stadswapen van Franeker, dat vermoedelijk in de kerk te St. Jacobiparochie is geplaatst. Een interessante bijkomstigheid is dat tien jaar later deze pachters de later beroemd geworden globebeker aan hun pachtheren in Franeker schenken; waarschijnlijk is deze gemaakt door Pibo Gualtheri, die we in de vorige aflevering tegenkwamen. Het is dus zeer waarschijnlijk dat Mancadans vader zijn loopbaan is begonnen als glazenier en dit beroep later heeft verruild voor meer ambtelijke bezigheden. Het zou in ieder geval mede de artistieke aanleg van zijn tweede zoon kunnen verklaren. Na in het voorgaande de zakelijke activiteiten van Mancadan te hebben geschetst, wil ik nu iets zeggen over zijn persoonlijke omstandigheden. Het echtpaar Mancadan kreeg op 10 augustus 1635 een dochter Ebel, genoemd naar de moeder van Elske, maar het kind overleed nog dezelfde maand en werd in Minnertsga begraven volgens het Handschrift Siderius. Ruim een jaar later wordt zoon Sybrandus geboren en in 1639 een tweede dochter Ebel. Sybrandus ging theologie sturen in zijn geboortestad, trouwde al op 19-jarige leeftijd en kon reeds zes maanden later zijn oudste zoon Johannes ten doop houden. Het was in die tijd ongebruikelijk dat mannen zo jong trouwden en zeker niet als ze nog studeerden; een en ander is dan ook een voorteken voor de verdere levenswandel van Sybrandus. Hij werd in 1658 predikant te Oosterwierum, het stamdorp van de familie Fogelsangh en in 1676 afgezet wegens o.a “onkuisheid” voor het huwelijk gepleegd met zijn derde vrouw, “een lange treijn van menigvuldige dronckenschappen” en bovendien bestond er in zijn gemeente een “bijna algemeene tegenheit tegen sijn E. persoon”. Ook was er al eens een tekort in de classicale kas geconstateerd tijdens zijn quaestorschap. Tekenend in dit verband is dat zuster Ebel in de boedel van haar vader tientallen bedelbrieven van Sybrandus vindt “waaruit evident kan worden gezien wat hij soo voor als na van vader aan geldt heeft versocht en bekomen”. Sybrandus krijgt echter nog een kans en wordt in 1679 predikant te Tjerkgaast, maar wordt na enkele jaren weer afgezet en neemt, zoals zovelen die geen toekomst meer zagen in Nederland, dienst bij de V.O.C. en vestigt zich in de Kaapkolonie. Dankzij de zegeningen van het internet weten we nu dat hij kort na 1682 in Stellenbosch werd benoemd als de eerste onderwijzer, tevens ziekentrooster en voorlezer, zodat hij toch weer […]

Generaties Rienik Post – kruideniers

Op 4 september jongstleden is Rienik Rieniks Post op 93-jarige leeftijd overleden. Rienik heeft voor mij een aantal oude foto’s uit het dorpsarchief van namen voorzien. Ik stuurde hem dan kopieën van foto’s op A3 formaat zodat hij goed de gezichten kon onderscheiden. Per kerende post kreeg ik dan de kopieën terug voorzien van namen in een keurig handschrift. Als hij namen niet wist, dan ging hij er met de foto op uit naar andere oudere dorpsbewoners om toch te proberen de namen te achterhalen. Ik heb een mooie herinnering aan Rienik toen ik enkele jaren geleden bij hem op de koffie was om zijn verhalen aan te horen over vroeger. In aansluiting op het verhaal over de generaties Schotanus in de vorige dorpskrant, leek het mij passend om deze keer het verhaal over de generaties Post te schrijven als eerbetoon aan Rienik. Rolprent Jaren geleden was ik een keer op bezoek bij Trijntje Zwart-Post, een zus van Rienik. Bij een eerder bezoek kwam al eens een rolprent ter sprake die door de toenmalige hoofdmeester van de Christelijke Nationale Lagere School was gemaakt voor de pake van Rienik, die ook Rienik heette. Pake Rienik (1882-1952) was van 1917 tot 1945 lid van het schoolbestuur en kennelijk is in die hoedanigheid de rolprent gemaakt met tekeningen over de levensloop van pake Rienink die vroeger in de volksmond ‘Grutte Rienik’ werd genoemd. Tijdens mijn bezoek belde Trijntje met haar broer die even later met de rolprent onder zijn arm kwam aanlopen. De rolprent heeft de omvang van een behangrol en omdat er alleen maar tekeningen op staan is er toch wel enige uitleg bij nodig om de levensloop te begrijpen. Dat vond pake Rienik kennelijk ook want hij heeft er zelf toelichtende teksten bij geschreven. Die teksten heb ik gebruikt om het verhaal over de generaties Post samen te stellen. Rienik Klazes Post en Trijntje Bouma Met het genealogisch onderzoek naar de familie Post kom ik uit in 1703 in Oosterbierum. Een aantal generaties later is het de Tzummarumer Klaas Klases Post en de Minnertsgaaster Trijntje Jacobs Brok die in juni 1811 in het huwelijk treden. Het echtpaar vestigt zich in Minnertsga en zij krijgen vier kinderen: Tjitske (1815), Jacob (1818), Klaas (1823) en Tietje (1829). Hun zoon Klaas gaat het huwelijk aan met Aafke Rieniks Westra uit St. Jacobiparochie en dank zij haar komt de naam Rienik voor in het dorp. Dit echtpaar krijgt zeven kinderen en het tweede kind krijgt de voornaam Rienik. Deze Rienik is de overgrootvader van de onlangs overleden Rienik en is geboren in maart 1851. In november 1872 steekt hij met zijn huwelijksboot De Rie over om in het nabij gelegen Ried Trijntje (Nienke) Murks Bouma ten huwelijk te vragen. Het huwelijk werd in vroegere gemeente Barradeel voltrokken en nog geen maand later wordt hun eerste kind geboren. Kennelijk is Rienik al veel eerder De Rie een keer overgestoken waardoor er op het nippertje moest worden getrouwd. Na hun eerste kind, Aafke (1872), worden Lieuwkje (1874 […]

Haitsmaleane 5

Ligging Beschijving Bewoners Ligging Zie > Google Maps Zie > huidige kadastrale situatie (BAG) Huisnummering 1925: 1931: 1953: Haitsmaleane 5 Kadaster 1832: Minnertsga, 1887: Minnertsga, 2021: Minnertsga, Beschijving Bewoners TERUG […]

Generaties Schotanus – kleermakers

In de zomer van 1845 stapt de dan 27-jarige Tietje Cornelis Brok in de huwelijksboot met de dan 19-jarige Johannes Schotanus uit Stiens. Zij is geboren in Minnertsga en is een dochter van Cornelis Brok en Jetske Hibma. Johannes is kleermaker en ten tijde van de huwelijksvoltrekking  ‘verblijfhoudende’, zoals dat zo mooi in de huwelijksakte staat, in Minnertsga. Dit echtpaar heeft naar alle waarschijnlijkheid het fundament gelegd van de het kleermakersbedrijf van de firma Schotanus. Johannes is het oudste kind van Jacob Schotanus (1793-1867) en Trijntje Buursma (1799-1864). Hij ziet het eerste levenslicht in Birdaard op 18 september 1825. In Birdaard wordt zijn broertje Tjalling geboren. Het gezin verhuist daarna naar Rinsumageest. Daar worden vijf zusjes geboren: Rinske, Jantje en Antje. Twee zusjes, genaamd Jantje, overlijden voor hun eerste levensjaar. Tussen 1839 en 1842 verhuist het gezin naar Stiens waar het jongste zusje Trijntje wordt geboren. Het kleermakersambacht heeft Johannes van zijn vader meegekregen net zoals zijn twee jaar jongere broer Tjalling die ook het kleermakersambacht uitvoerde en zich later vestigde in Kollumerzwaag. Zoals al eerder is aangegeven staat in de huwelijksakte dat Johannes kleermaker is en geen kleermakersknecht. Dat zou kunnen betekenen dat hij bedrijfsmatig voor zichzelf het vak uitoefende, maar dan zou hij eigenlijk meester kleermaker moeten zijn. En die benaming heb ik niet in combinatie met de naam Johannes Schotanus terug kunnen vinden in de archieven. Minnertsga niet vreemd Dat Johannes in Minnertsga voor zijn huwelijk al kleermaker is , is niet zo vreemd. Zijn pake en beppe van vaderskant hebben in Sexbierum gewoond waar zijn pake timmerknecht was. Johannes is in september 1825 geboren en zijn pake is in juni 1826 overleden. Het is dus maar de vraag of pake en pakesizzer elkaar ooit hebben gezien. Zijn beppe Aaltje (1770-1841) heeft hij wel gekend want die woonde later in Minnertsga. Zij was toen voor de tweede keer getrouwd en wel met de huisschilder Sjoerd Katje, een van de voormannen van de later Christelijke Afgescheiden Gemeente. Zijn beppe en haar man Sjoerd Katje woonden in huis nummer 4, op de hoek Ferniawei – Stasjonstrjitte. Het kan zijn dat hij op die wijze Minnertsga en ook Tietje heeft leren kennen. Gezinsleven Johannes en Tietje wonen later midden in de buorren in het pand wat nu Meinardswei 54 is. Dit pand zou na Johannes en Tietje nog drie generaties lang in het bezit zijn van de familie Schotanus. Tietje schenkt het leven aan vier kinderen: drie jongens en een meisje. In de kracht van haar leven komt Tietje eind mei 1856 op 38-jarige leeftijd te overlijden. Johannes blijft achter met de vier kinderen waarvan de oudste 10 en de jongste 4 jaar is. Tietje wordt begraven op het kerkhof van Minnertsga. Voor de zorg van zijn kinderen en de huishouding komt Johannes zijn zuster Rinske (26) voorlopig bij hem inwonen. Dat is kennelijk even een tijdelijke oplossing want Johannes krijgt kennis aan de dan 25-jarige dienstmeid Gaatske (Gutske) waar hij later mee in het huwelijk trad. Maar dat had […]

Helling van Van Manen stond in de Bouwhoek best bekend

In de Leeuwarder courant van 15 november 1958  stond onderstaand artikel over Jacob Bernardus van Manen die een scheepswerf had in Berlikum. Hij maakte ook pramen die ook in de Minnertsgaaster pramenvloot waren te vinden. Praat eens met oude gardeniers uit Berlikum of St. Annaparochie met de vroegere vissers van Barradeel en de Bildtse zeewal, met beurt- en aardappelschippers in ruste en vraag hun, waar ze hun pramen, hun haringboten en hun snikken lieten maken. Tien tegen een zal het antwoord zijn: ‘In Berltsum, by de Van Manens’. En zij zullen er ongevraagd aan toevoegen: ‘Der wiene gjin better.’ Wij kunnen deze lof gerust vermelden, want er bestaat in Berlikum geen helling van Van Manen meer en pramen, zeeboten noch snikken (en zeker niet in hout) zijn in onze tijd meer nodig. Maar al is dan ook een dikke twintig jaar geleden de laatste houten boot in Berlikum gemaakt, nog altijd varen er in de Noordwesthoek boten, die het vakmanschap van Jakob van Wanen en zijn nakomelingen verkondigen. Die Jakob kwam omstreeks 1850 van Bolsward en nam op de Kamp in Berlikum een „diakenshellinkje” over, om nu 81 jaar geleden in de Bûterhoeke aldaar een nieuw werfje te bouwen, waarvan de schuur nog staat, maar waarin nu al jaren landbouwwerktuigen en dergelijke worden gemaakt. Hier, aan de vaart, bloeide het schuitmakersbedrijf op onder de handen van Jakob. Zijn beide zoons en zijn kleinzoon, de nu 70- jarige heer J.B. van Manen, die ons de interessante aantekenboekjes ter hand stelde, waarin destijds gegevens omtrent de te bouwen scheepjes werden opgeschreven. Een stuk plattelandsgeschiedenis spreekt uit deze notities en bekende namen passeren de revue: de snik van T. J. Runia, de snik van H. Bakker en J. Terpstra te Oudebildtzijl, het Praamke van de nieuwe dijk onder Sint Jakob, het boot van Jou Koning, een Praamke van 7 korven (dat was twee ton groot en er konden zeven aardappelkorven in de lengte in staan), de beurtsnik van P. Brolsma, de Sintjakobster beurtsnik bevaren door Job de Roos, de zeeboot van Ouwe van Dyk en Tjerk Koning, om maar een greep te doen. Maten en namen van onderdelen zijn in deze boekjes vermeld in een verhollandst Fries: voor-bartje, oosgaten, inhouten, zool, boekdelling, tuit, kooischud, huische, schandeksel en de heer Van Manen kan belangstellenden haarfijn vertellen wat deze namen betekenen en hoe die snikken en pramen en haringboten met mallen, maar vooral ook ‘op it each’ in elkaar werden gezet. Hij vertelt van de armoede in de negentiger jaren, toen de snikken op een koopje geleverd moesten worden en een roef op zo’n scheepje zelfs als een luxe werd beschouwd. De schipper en zijn knecht sliepen daarom onder een plat luik, waarbij men moet bedenken, dat het maar voor één nacht was en er geen huishouding aan boord was. Het waren ook deze scheepjes, die in plaats van een dek ‘foar op ‘e snút in barte fan twa planken hiene derwei in loopplanke oan ‘e mêstelbank en fan ‘e mêstelbank oan’e roef ta oan […]

Jacobus Sibrandi Mancadan: kunstschilder en ondernemer (deel I)

De Friese 17e-eeuwse schilder Mancadan komt de laatste decennia steeds meer in de belangstelling te staan. Begin 2001 was in het Fries Museum een tentoonstelling van achttien van zijn schilderijen te zien, een Friese dichter wijdde zelfs zeven gedichten aan hem (1993) en in een in 1996 verschenen friestalig jeugdboek speelt een gestolen schilderij van Mancadan een belangrijke rol. Deze belangstelling wordt mijns inziens niet alleen veroorzaakt door de manier waarop hij zijn landschappen schilderde namelijk met een vlotte toets en warme bruine en gelige tinten, maar ook door het feit dat hij als enige schilder al in de 17e eeuw landschappen heeft gemaakt die zeer vermoedelijk in Friesland zijn te lokaliseren. Omtrent de persoon van Mancadan was niet veel bekend, in de loop van de 20e eeuw kwam af en toe achtergrondmateriaal beschikbaar. Aanleiding tot dit artikel is mijn vrij recente ontdekking van de ouders van Mancadan. Eerst zal ik (Joop Woudstra) de afkomst, omgeving en zakelijke loopbaan van Mancadan trachten te schetsen om vervolgens tegen deze achtergrond zijn artistieke werkzaamheden te projecteren. Op 14 oktober van het jaar 1680 beweegt zich al hotsend, schommelend en af toe glijdend een wagen voort over de modderige wegen van Oosterwierum naar Leeuwarden. In de wagen bevinden zich, behalve de voerman, Ebeltje Mancadan en haar neef Johannes Mancadan, een zoon van haar broer. Achterin de wagen staat een doodskist, die gelukkig goed is vastgesjord, waarin het gebeente rust van hun moeder respectievelijk grootmoeder Elske Mathijsdr Siderius. Elske was al in 1669 in Beetsterzwaag ten huize van Ebeltje overleden en toen voorlopig begraven in Beetsterzwaag en later in Oosterwierum, maar nu is haar man Jacobus Mancadan ook overleden en zal zij aan zijn zijde uiteindelijk rusten op het Oldehoofsterkerkhof. De begrafenis zal de volgende dag plaatsvinden en ook het stoffelijk overschot van Mancadan heeft dan al een hele reis afgelegd. Hij is op 4 oktober overleden in Tjerkgaast, waar zijn zoon Sybrandus (de vader van Johannes) predikant is. Ebeltje heeft de laatste twee weken dan ook heel wat afgereisd: op 5 oktober is ze van Beetsterzwaag naar Tjerkgaast gegaan en later weer terug, 8 oktober van Beetsterzwaag naar Leeuwarden (eerst per wagen naar Smalle Ee en vandaar per schip via Wartena), de volgende dag naar Tjerkgaast waar ‘de leed’ (het begrafenismaal) is gehouden en de twaalfde met het lichaam van haar vader weer naar Leeuwarden. Ze zal blij zijn als alles achter de rug is. Alle vermoeienissen hebben haar er echter niet van weerhouden alle gemaakte onkosten tijdens de reizen, van het begrafenismaal en het vervoer van haar vaders boedel, nauwgezet te noteren. Dankzij haar administratie-drift en het feit dat veel bescheiden inzake de nalatenschap van Mancadan in het familiearchief Van Harinxma thoe Slooten bewaard zijn gebleven, is het mogelijk geweest haar reis geheel te reconstrueren. De voormalige directeur van het Fries Museum, dr. C. Boschma, heeft in 1966 in een artikel in het tijdschrift Oud Holland genoemde archivalia uitgebreid besproken. Herkomst Laatstgenoemd artikel was lange tijd het laatste waarbij de tot dan […]