Staten en Stinzen in Friesland

Op vrijdag 4 oktober a.s. organiseert de Oudheidkundige Vereniging Barradeel een lezing met als onderwerp Staten en Stinzen in Friesland. De lezing zal worden verzorgd door de oud-burgemeester Kollumerland c.a. Bearn Bilker, voorzitter van de stichting Staten en Stinzen (ww.statenenstinzen.nl). Daarnaast is Bilker een kenner van het Koninklijk Huis en publiceert hij regelmatig een opiniestuk in het Friesch Dagblad. U bent van harte welkom in dorpshuis It Waed in Sexbierum aan de Skoalstrjitte 12 in Sexbierum. De lezing begint om 20.00 uur en de zaal gaat om 19.30 uur open. Toegang is vrij.

Historisch Centrum Franeker

Donderdagavond 12 september werd in de trouwzaal van het stadhuis in Franeker de website van Historisch Centrum Franeker in gebruik gesteld. Na een inleiding van Arjo Hilbrand, een van de initiatiefnemers, werd de website door wethouder Jan Dijkstra (FNP) met een druk op de knop live gezet. Ondergetekende was ook bij dit gebeuren aanwezig als een van de gezichten van Minnertsga vroeger. De nieuwe website is te vinden op http://historischcentrumfraneker.nl Onder in het souterrain van het stadhuis is een ruimte ingericht waar historische verenigingen uit de gemeente Waadhoeke zich kunnen presenteren.De ruimte heeft de naam Historisch Centrum Waadhoeke gekregen. In de prachtige vitrines kunnen mooie oude foto’s, documenten en voorwerpen worden tentoongesteld. Tijdens de Agrarische Dagen is het Historische Centrum Waadhoeke te bezoeken op woensdag van 14.00 tot 17.00 en op zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur. Gerrit Bouma NB. Minnertsga vroeger is overigens nog niet vertegenwoordigd met spullen in de vitrines. Dat komt nog!  

SPAR-winkel Winsemius

In de gevel van het pand Hege Buorren 3 zit in de uitloop van de dakgevel aan elke kant een gekrulde siersteen met de teks(en) ‘Anno 1917’. Wordt daarmee gesuggereerd dat de woning toen gebouwd is of stond de woning er al veel eerder? Wat zeker is dat in dit pand vroeger een SPAR-winkel was gevestigd en dat er een mooi verhaal bewaard is gebleven van mevrouw Winsemius-Boonstra (1929-2017) over die tijd dat zij daar met haar man een aantal jaren een SPAR-winkel hebben geëxploiteerd. Maar eerst even een stukje geschiedenis over het pand zelf. Op de kadastrale kaart uit 1832 staat op deze plaats een pand. Het pand staat dan op naam van de gardenier Jacob Sietzes Duimstra (1785-1855). Mogelijk dat het oude pand in 1917 is afgebroken en er een (deels) nieuw pand is gebouwd. Ik heb een oude prentbriefkaart van omstreeks 1900 met het zicht op de Hege Buorren, maar de fotograaf staat net iets te ver zodat het hier bedoelde pand niet op de foto staat. Jammer . . . . want dan hadden we de gevels van voor en na 1917 met elkaar kunnen vergelijken. Vanaf 1920 tot 1952 heeft Hendrik Haarsma (1882-1953) er gewoond met zijn vrouw Akke van der Leij. Hendrik was schoenmaker en uit het verhaal van mevrouw Winsemius-Boonstra blijkt dat hij ook een schoenenwinkel had. Verhaal van mevrouw Winsemius-Boonstra “Nu zal ik me dan maar eens schrap zetten en proberen het geheugen wat op te frissen. Als je daar mee bezig bent komen de eerste jaren van je huwelijk weer boven. Het was een mooie maar ook moeilijke tijd. We zaten ook nog met de naweeën van de oorlog en iedereen had het niet zo breed. Veel dorpsgenoten (de wat ouderen) verkochten thee, koffie en waspoeder waar ze mee op pad gingen. Het was begin 1952 toen we trouwplannen maakten en om dan voor onszelf een winkel te starten. Het oude familiebedrijf Winsemius (aan de Meinardswei) was failliet gegaan en min man Jaap had thuis bij zijn ouders in het schuurtje een kleine voorraad kruideniersartikelen, wat met venten aan overgebleven klanten werd verkocht. In maart 1952 hoorden we dat de familie Haarsma het schoenenwinkeltje naast bakker Feenstra wilde verkopen. Het leek een geschenk uit de hemel. We konden voor ons zelf beginnen. Met hulp van een oom werd het pand gekocht en konden we plannen maken. De “SPAR” werd onze leverancier en de verbouwing kon beginnen. In mei zijn we getrouwd en begin juni 1952 is de winkel geopend. Jaap ging nog steeds boekjes ophalen bij klanten die ver buiten het dorp woonden en dan hielp ik in de winkel. Wat een verandering: van het Diaconessen[zieken]huis in Leeuwarden achter de toonbank in ons Sparwinkeltje. We woonden in het kleine kamertje naast de winkel maat toen onze eerste dochter geboren was, in de achterkamer. Deze was veel groter en door onszelf opgeknapt. In die tijd kwam ook de winkelsluitingswet: ’s avonds om 6 uur en woensdagmiddag dicht. Personeel hebben we niet gehad, […]

Schippersfamilie Zwart

In de 19e eeuw en begin 20e eeuw gaat het vrachtvervoer voornamelijk over het water. Tot in de kern van Minnertsga loopt de vaart die in verbinding staat met De Rie en Berlikumerwiid. Een groot netwerk van vaarwegen zorgt ervoor dat de dorpen vanuit de steden kunnen worden bevoorraad met tjalken, skûtsjes  en andere vaartuigen. Ook in Minnertsga zijn in die tijd schippersfamilies die er wonen of Minnertsga als hun standplaats hebben. Een van die schippersfamilies is de familie Zwart. Sjoerd Minderts Zwart In 1830 komen de Zuidelijke Nederlanden in opstand tegen koning Willem I. Die probeert de Belgische Revolutie neer te slaan. De bekende marineofficier Jan van Speijk krijgt in 1830 het bevel over een kanoneerboot  en neemt op 27 oktober 1830 deel aan het bombardement van Antwerpen. Nadat er een wapenstilstand is afgekondigd blijft Jan van Speijk met zijn boor voor Antwerpen liggen. De stad is op dat moment in bezit van de Nederlandse commandant David Hendrik Chassé en Van Speijk controleert alle scheepsladingen van de Antwerpenaren om er zeker van te zijn dat er geen oorlogsmateriaal wordt gesmokkeld. Op 5 februari 1831 steekt er een stormachtige wind op en wordt zijn boot tegen de Scheldewal gedreven. De kanonneerboot komt hierdoor binnen bereik van mensen op de kade en wordt bestormd door een woedende menigte. Van Speijk gooit dan een sigaar of brandende lont in het buskruit waardoor zijn schip ontploft. Vrijwel alle opvarenden, waaronder Van Speijk zelf, komen om het leven. Vier dagen eerder, op 1 februari, is in Leeuwarden Sjoerd Minderts Zwart geboren. Het staat niet in de geboorteakte, maar het is niet ondenkbaar dat hij in een schip is geboren. Zijn vader Mindert was schipper en had als wettelijke woonplaats St. Jacobiparochie. ’s Nachts om half twaalf was het alle hens aan dek toen moeder Antje Lourens Lijmberg in de kleine verblijfruimte van het schip in het kraambed lag te baren van haar vierde kind. De andere drie kinderen waren: Jan (1824), Baukje (1826) en Lourens (1829). Uit de archieven blijkt dat vader Mindert Zwart turf vervoerde en ook in Langezwaag heeft gewoond. Sjoerd Minderts Zwart wordt ook schipper en als hij 21 jaar is treedt hij op 28 juli 1852 in het huwelijk met de 19-jarige Lijsbert Lautenbach van Berlikum. Vlak voor de jaarwisseling in 1855 wordt hun zoon Jacobus geboren. Sjoerd en Lijsbert liggen dan met het schip in Oldemarkt. Waarschijnlijk zijn zij dan onderweg om een vracht turf op te halen uit de veenderijen in Overijssel naar Minnertsga te brengen. Twee jaar later overlijd Lijsbert op de zeer jonge leeftijd van 23 jaar. Voor zover nu bekend is zijn er niet meer kinderen uit het huwelijk van Sjoerd en Lijstbert geboren. Na het overlijden van Lijsbert wil Sjoerd opnieuw trouwen, maar er wordt dan eerst een inventarisatie opgesteld van zijn bezittingen en die van zijn wijlen vrouw Lijsbert. Die inventarisatie wordt gedaan op 17 juni 1861. De waarde van het huisraad wordt geschat op ƒ 76,75 en ‘manslijfdracht’ op ƒ 50,00. Aan […]

Stichting Bildts Aigene hevelt dorpsarchief Minnertsga over

De oude foto’s en ander documentatiemateriaal van Minnertsga die op de website van Stichting Bildts Aigene zijn te bekijken, worden overgeheveld naar de website van Minnertsga Vroeger. Daarmee ontstaat een scheiding van de dorpsarchieven van de echte Bildtdorpen en Minnertsga. De gemeentelijke herindeling van vorig jaar is de reden dat er een scheiding komt. Het voordeel hiervan is dat zowel het aigene van het ‘Bildts Aigene’, als die van het ‘Minnertsgeaster Eigene’ op deze manier wordt versterkt. Een tijdlang was een dependance van het vroegere Bildts Dokumintasysintrum in de bibliotheek in Minnertsga gevestigd, maar na de opheffing van plaatselijke bibliotheek zijn alle documentatiespullen overgebracht naar de bibliotheek in St.-Annaparochie. Op dit moment vertegenwoordigen Aalzen de Haan en oud-Minnertsgaaster Gerrit Bouma het dorpsarchief binnen de Stichting Bildts Aigene. Over de scheiding zegt Aalzen de Haan: “It is krekt in Brexit yn it lyts, mar it hat gelokkich gjin gefolgen yn de gearwurking mei de Stichting Bildts Aigene. Wy geane op deselde foet fierder sa wy dat no ek dogge. It konvenant wat eartiids sletten is tusken de doe besteande gemeente it Bildt, de bibliotheek en it Bildts Dokumintasysintrum bliuwt foarearst fan krêft”. Oud-Minnertsgaaster Gerrit Bouma is oprichter en eigenaar van de website Minnertsga Vroeger. “Mooi dat de Minnertsgeaster foto’s en dokuminten no op ien plak te besjen binne. Ik ha my altiid in hoeder fielt oer it Minnertsgeaster erfguod binnen de Stichting Bildts Aigene. Mei dizze stap kinne de Bilkerts wurkje oan harren Bildts aigene en Aalzen en ik, mei help fan oare Minnersgeasters, oan it eigene fan ús doarp”, aldus Gerrit Bouma. De officiële overdracht zal plaatsvinden op vrijdag 29 maart a.s. om 16.00 uur in het MFA De Doarpsfinne in Minnertsga. Vanaf 15.30 uur is er een foto-expositie te bekijken en zullen (oude) films te zien zijn. Hebt u nog foto’s die u wilt laten scannen voor “Minnertsga Vroeger”, dan kunt u deze vrijdags meenemen naar het MFA. Want hoe meer foto’s en documenten over Minnertsga van vroeger binnenkomen, hoe beter het beeld van vroeger in herinnering kan blijven.

24 Barradeelsters op de William and Mary

Op zaterdag 26 februari 1853, een bitterkoude dag waarop nog vers gevallen sneeuw ligt, verzamelt zich een groep Friezen op de kade in Harlingen. Daar nemen ze in tranen afscheid van hun familieleden. Ze weten dat ze hen nooit weer terug zullen zien. Om 11 uur die ochtend zullen ze hun heitelân voor altijd verlaten in de hoop een betere toekomst op te bouwen in Amerika. Het plan is om eerst met het stoomschip City of Norwich te varen van Harlingen naar Lowestoft, dan per trein naar Liverpool en vandaar de oceaan over, naar de nieuwe Amerikaanse staat Iowa. Organisator van de reis en leider van de groep is Oepke Bonnema, een 28-jarige graanhandelaar uit Kimswerd. Hij zal zorgen voor het transport naar Iowa en voor de aankoop van grond. Daar zullen de emigranten een nederzetting stichten en later aan Bonnema zijn investeringen terugbetalen. 92 Friezen hebben zich aangemeld, waarvan 24 uit de voormalige grietenij Barradeel. De Amerikaanse historicus Kenneth A. (Ken) Schaaf heeft een boek geschreven over de reis die deze Friese emigranten in 1853 ondernamen naar de Verenigde Staten. Het heet In Peril of the Sea: The forgotten story of the William and Mary shipwreck en is in 2018 uitgegeven bij Van Raalte Press, Holland Michigan. Dit artikel maakt voornamelijk gebruik van zijn boek om de belevenissen van de emigranten uit Barradeel te beschrijven. Hoe is de situatie in Barradeel in het midden van de 19e eeuw? Rond 1850 is de economische en sociale situatie in Nederland slecht. In Friesland en ook in Barradeel is deze zo mogelijk nog slechter dan in de rest van het land. Vanaf het midden van de jaren veertig is er een agrarische crisis, veroorzaakt door mislukte aardappel- en graanoogsten als gevolg van ziekten. Boeren ontslaan hun knechten om het hoofd boven water te kunnen houden. Er is wel wat industrie maar deze stelt heel weinig voor. Vooral de situatie van de arbeidende klasse is beroerd. Daarbij komt dat na 1834 de Afscheiding op gang is gekomen, een uittocht van orthodoxe christenen uit de (te modern geachte) Hervormde kerk. Deze groep van Afgescheidenen wordt aanvankelijk door de overheid vervolgd. De samenloop van economische, sociale en religieuze factoren brengt een emigratiegolf teweeg onder bewoners van het platteland, ook vanuit Barradeel. Vanaf de jaren veertig zijn er al groepen mensen geëmigreerd naar de Verenigde Staten van Amerika, het beloofde land. Hun brieven aan de achterblijvers, waarin gesproken wordt over een overvloed aan land, ongekende mogelijkheden voor werk en elke dag vlees op je bord, halen veel arme mensen over om ook te gaan emigreren. Hoe is de reis verlopen?  De reis van de groep Friezen is rampzalig verlopen. De overtocht van Harlingen naar Lowestoft duurt, door zware storm, 42 uur in plaats van de 13 die er normaal voor staan. Daardoor komen ze te laat in Liverpool aan. Het snelle stoomschip City of Philadelphia zit dan al vol. Daarom moeten ze 14 dagen wachten op een veel minder goede boot, het zeilschip William and Mary. […]

Een dominee in verlichtingstijd (Van der Schaaf – dominee 1790)

Op 5 augustus 1790 wordt de dominee van Minnertsga, Dominicus van der Schaaf, door het college van Gedeputeerde Staten van Friesland ontslagen en voor drie jaar verbannen buiten Friesland. Wat heeft hij misdaan dat hij tot zo’n zware straf wordt veroordeeld, hoe is hij tot deze ‘misdaden’ gekomen en hoe hebben deze zijn leven beïnvloed? Douwe van der Schaaf is geboren op 29 juli 1753 in Franeker. Zijn vader, Adam Douwes van der Schaaf, is daar meester-timmerman. Zijn moeder is Reinske Wiebes. In 1769 staat Douwe ingeschreven als student in de godgeleerdheid aan de Franeker universiteit. Waarschijnlijk heeft hij in die tijd, zoals vrij gebruikelijk was, zijn naam gelatiniseerd tot Dominicus. In 1790 wordt de dominee van Minnertsga, Dominicus van der Schaaf, uit zijn ambt gezet en in 1791 voor drie jaar verbannen buiten Friesland. Wie was deze dominee, wat heeft hij misdaan dat hij tot zo’n zware straf wordt veroordeeld, hoe is hij tot zijn ‘misdaden’ gekomen en hoe hebben deze zijn leven verder beïnvloed? Douwe van der Schaaf is geboren op 29 juli 1753 in Franeker. Zijn vader, Adam Douwes van der Schaaf, is daar meester-timmerman. Zijn moeder is Reinske Wiebes. In 1769 staat Douwe ingeschreven als student in de godgeleerdheid aan de Franeker universiteit. Waarschijnlijk heeft hij in die tijd, zoals vrij gebruikelijk was, zijn naam gelatiniseerd tot Dominicus. DOMINICUS’ IDEEËN De 18e eeuw, de eeuw waarin Dominicus opgroeit, opgeleid wordt en werkzaam is als predikant, is de eeuw van de Verlichting. Kern hiervan is de gedachte dat vergroting van de kennis over de mens en de natuur zal leiden tot deugdzamer mensen en tot een betere samenleving. Deze gedachten vinden veel aanhang onder theologen. Zij stellen dat meer kennis over de natuur zal leiden tot deugdzamer mensen en tot meer begrip van God, de schepper van de natuur en de natuurwetten. Het zal ook leiden tot meer eerbied en dankbaarheid voor het Opperwezen. De Verlichting heeft ook maatschappelijke en politieke componenten. Onderzoek naar de natuurlijke wetmatigheden op deze terreinen leidt tot de gedachten dat alle mensen gelijk zijn, dezelfde rechten hebben en alle godsdiensten gelijkwaardig zijn. Deze verlichtingsideeën leven sterk bij de patriottenbeweging die streeft naar democratisering van de samenleving en zich afzet tegen stadhouder Willem V. De boeken van de verlichte wetenschappers worden in hun sociëteiten gelezen en bediscussieerd. Veel professoren en studenten, onder andere in de universiteitsstad Franeker, voelen zich tot deze nieuwe ideeën aangetrokken. Waarschijnlijk is Dominicus in zijn Franeker studententijd hiermee in aanraking gekomen. Hij wordt aanhanger van de Verlichting en patriot. Op 19 november 1775 wordt Dominicus bevestigd als Nederduits Gereformeerd predikant in Minnertsga. Op 31 maart 1776 trouwt hij met Anna (Antje) Wopkens, afkomstig van Hollum op Ameland. Hun huwelijk blijft kinderloos. REVOLUTIE, VERBANNING EN TERUGKEER In 1787 ontwikkelt zich in Nederland een revolutionaire situatie. De patriotten richten gewapende genootschappen, vrijkorpsen, op en komen in opstand tegen stadhouder Willem V. Deze wordt echter weer aan de macht geholpen door zijn zwager Frederik Willem II, de koning van Pruisen. Hij stuurt […]

Smederij Wiersma aan de Hege Buorren

Hege Buorren 24 was vroeger de smederij van de Wiersma’s. Later werd die smederij overgenomen door Foppe Post. Voor het pand staan drie karakteristieke bomen die al op oude prentbriefkaarten te zien uit het begin van de vorige eeuw. Uit de gevelsteen in de muur blijkt dat de woning en smederij in 1874 is gebouwd. Onderstaand verhaal is opgetekend uit de tot nu toe bekende informatie over de smederij en de familie Wiersma. Reinder Wiersma (1837-1917) was de eerste eigenaar van het pand dat hij ook heeft laten bouwen. Het perceel grond was eerst moestuin en Reinder heeft dat voor ƒ 400,00 (gulden) van Jelle Cornelis Tjessinga. Die koop vond plaats in december 1874 waarna, gelet op de inscriptie van de gevelsteen, de bouw van het pand meteen in gang is gezet. Wie was die Reinder Wiersma? Reinder is geboren in St. Jacobiparochie als kind van Klaas Wijbes Wiersma en Antje Benderts Mug. Zijn vader was geboren in Wouterswoude en zijn moeder in St. Jacobiparochie. In het gezin Wiersma-Mug zijn negen kinderen geboren; vier meisjes en vijf jongens en allemaal geboren in St. Jacobiparochie. Een van de jongens was zeevarend en is op 21-jarige leeftijd op zo’n zes mijl uit de kust bij Arendal (Noorwegen) over boord geslagen en verdronken. Dat gebeurde ’s ochtends omstreeks zes uur tijdens zijn reis van Larvick (Noorwegen) naar Delfzijl. Na het overlijden van Antje Benderts Mug, hertrouwde Klaas Wijbes Wiersma met Janke Haijes van der Lei uit St. Jacobiparochie. Klaas Wijbes was in St. Jacobiparochie eerst smidsknecht en later grofsmid. Hij heeft daar naar alle waarschijnlijk een eigen smederij gehad. Hij is in september 1868 in Wouterswoude overleden. Reinder was het jongste kind uit het gezin van Klaas Wijbes Wiersma en Antje Benderts Mug. Hij is geboren op 29 september 1837 in St. Jacobiparochie. Hij heeft het smidsambacht van zijn vader geleerd. In 1868 staat hij al te boek als grofsmid. Een grofsmid maakte het ijzerwerk voor de wagenmaker, maar smeed zelf ploegen, werktuigen en ander grof smeedwerk. Reinder trouwde in mei 1867 in de gemeente Barradeel met Sijmentje Jellesma uit Oosterbierum. In maart 1868 werd hun eerste kind, Anna, geboren en in februari het jaar daarop werd Klaske geboren maar die overleed toen zij nog net niet 1 jaar was. In mei 1874 werd weer een dochter geboren die de naam kreeg van hun overleden dochtertje. In september 1886 werd hun zoon Klaas geboren. Zoals in de inleiding al is vermeld, kocht Reinder in 1874 een stuk grond aan de Hege Buorren waar hij een smederij met woonhuis heeft laten bouwen. Kennelijk zag hij mogelijkheden in Minnertsga om een bedrijf op te zetten. Reinder Wiersma is dan meester smid en hij maakte ploegen die op een tentoonstelling 1878 werden bekroond. De ploegen voldeden aan alle vereisten van die tijd en werden onder andere gebruikt door de boeren Blanksma, Hasima, Jensma, Schuiling en Hannema uit Minnertsga gebruikt, maar ook door drie boeren op Het Bildt en een boer uit Engelum. De drukte in het […]

De Afscheiding van 1834 in Minnertsga (slot)

De 19e eeuw was in de Nederlandse kerkgeschiedenis een roerige periode. Op 14 oktober 1834 vond in Ulrum (Gr.) de Afscheiding van het hervormde genootschap plaats onder leiding van ds. H. de Cock (1801-1842), hervormd predikant aldaar. Hij en zijn kerkelijke gemeente tekenden de Acte van Afscheiding of Wedekeer, waarin ze verklaarden met de hervormde kerk te breken, ‘totdat deze terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren’. Behalve de Ulrumse gemeente verlieten ook vele duizenden gelovigen elders in Nederland de ‘Nederlandsche Hervormde Kerk’. Dat gebeurde ook in Minnertsga. De geschiedenis van Minnertsgaaster Afscheiding is door Dr. J. Wesseling beschreven in het boek: De Afscheiding van Friesland 1834 in Friesland. De uitgever van het boek heeft toestemming verleend om het deel uit het boek dat op Minnertsga betrekking heeft, op deze website te publiceren met de vrijheid de tekst aan te vullen met beeldmateriaal en aanvullende (detail)informatie. Deze aanvullende informatie staat tussen rechte haakjes [ . . .]. Onderstaand het laatste deel.   Ds. W.J. Schuringa, 21 januari 1843 -februari ’44 De vacature in de kerk te Minnertsga, ontstaan door het vertrek van ds. Postma naar de gemeenten Middelstum en Bedum in Groningerland, heeft niet lang geduurd. In zijn nieuwe gemeente Middelstum was één van ds. Postma’s gemeenteleden W. J. Schuringa, een ex-bakker, voor dominee gaan studeren. Hij was een man van het eerste uur van de Afscheiding in Middelstum geweest, de actieve ‘leider’ van de eerste Afgescheidenen aldaar. Ongetwijfeld zal ds. Postma met hem gesproken hebben over de gemeente te Minnertsga en daarover veel goeds hebben gezegd, al zal hij natuurlijk zijn nare ervaringen niet hebben verzwegen. Hoe het ook zij, ds. Postma was nog maar net een paar maand in Middelstum, of Willem Jans Schuringa werd in Minnertsga beroepen (26 september ’42). En in de notulen van 7 januari ’43 lezen we, dat hij ‘hem volgens de inhoud van zijn gezondene brief aan de gemeente van Minnertsga heeft verbonden op traktement van 400 gulden en vrije woning’. Het was niet veel, maar meer konden de Minnertsgaasters onmogelijk betalen. Op 21 januari ’43 werd hij door ds. De Haan bevestigd en al twee dagen later leidde hij de kerkeraadsvergadering, waarin ook ds. De Haan aanwezig was, wiens leerling Schuringa was geweest. Hij gaat voortaan – met fraaie hand – de notulen schrijven. Tjessinga had het als vanouds tijdens de vacature weer gedaan. Ds. Schuringa mocht ook zegen op zijn werk zien. Het kerkvolk vergaderde, zoals ds. Kropveld in zijn nagelaten gedachteniswoord meedeelt, niet meer in de eenvoudige kamer van vroeger, maar ‘in een klein doelmatig kerkske’. Het stond in de Tsjillen. Er zat wat groei in de gemeente, die haar leden had wonen in Minnertsga, in Het Bildt: St. Annaparochie en St. Jacobiparochie, en in Menaldumadeel: Beetgum en Berlikum. Natuurlijk waren er ook wel eens lastige leden, die moeilijk deden. Zo lezen we van een zekere Pietje, die naar Stiens was verhuisd en zich bij de kerk van Leeuwarden wilde aansluiten. Het is met deze Pietje een hele kwestie geworden. […]

De Afscheiding van 1834 in Minnertsga (deel III)

De 19e eeuw was in de Nederlandse kerkgeschiedenis een roerige periode. Op 14 oktober 1834 vond in Ulrum (Gr.) de Afscheiding van het hervormde genootschap plaats onder leiding van ds. H. de Cock (1801-1842), hervormd predikant aldaar. Hij en zijn kerkelijke gemeente tekenden de Acte van Afscheiding of Wedekeer, waarin ze verklaarden met de hervormde kerk te breken, ‘totdat deze terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren’. Behalve de Ulrumse gemeente verlieten ook vele duizenden gelovigen elders in Nederland de ‘Nederlandsche Hervormde Kerk’. Dat gebeurde ook in Minnertsga. De geschiedenis van Minnertsgaaster Afscheiding is door Dr. J. Wesseling beschreven in het boek: De Afscheiding van Friesland 1834 in Friesland. De uitgever van het boek heeft toestemming verleend om het deel uit het boek dat op Minnertsga betrekking heeft, op deze website te publiceren met de vrijheid de tekst aan te vullen met beeldmateriaal en aanvullende (detail)informatie. Onderstaand deel III. Ds. D. Postma in Minnertsga 5 juli 1840 – 10 april 1842 Het beroep van D. Postma was niet het eerste uitgebrachte beroep geweest. In het najaar van 1839 had de kerkeraad al getrokken aan ds. T.F. de Haan, toen wonende te Wanswerd. Deze had zich een half jaar eerder op Goede Vrijdag ’39 te Ee afgescheiden. Ook door het naburige Sexbierum was hij beroepen. Het werd een bedankje, al probeerde ds. De Haan de pil te vergulden door zijn verklaring de gemeente wel te willen helpen met liefdebeurten De kerkeraad ging intussen moedig door met pogingen een eigen herder en leraar te krijgen. En op zondag 14 juni 1840 kwam er na telling van de stembriefjes weer een beroep uit de bus. Heel duidelijk zelfs, want alle stemmen waren ‘op den eerwaarden jongeling D. Posthumus gevallen’. De volgende dag werd hem de beroepsbrief persoonlijk door ouderling J. Tjessinga overhandigd in Birdaard, waar student Postma – afkomstig uit Dokkum – toen woonde. Deze beroepsbrief is in de notulen opgenomen. De formulering is nog niet volgens het vaste patroon van de geijkte latere beroepsbrieven, maar welt, in deze ‘eenvoudige letteren’, spontaan uit het hart. Postma krijgt geen vast ‘loon’ toegezegd. Dit ‘durven wij niet doen, want wij weten niet hoe veel de Heere ons zal geven’. We merken hierbij op: Zo ging het vroeger ook in oefenaarskringen en het ideaal was, dat ook een predikant moest leven van wat er zondags werd gecollecteerd. In de beroepsbrief is in dit verband ook sprake van het ‘met den Heere te wagen’. Dat dit heel gemakkelijk kon leiden tot misbruik en valse lijdelijkheid, zou de praktijk spoedig leren. Veel bedenktijd heeft de 22-jarige Postma niet genomen. Hoogstwaarschijnlijk heeft hij het beroep al tijdens het bezoek van Tjessinga – na te hebben gebeden – aangenomen. Hij deed dat – naar hij schriftelijk bevestigde –  zonder voorwaarden’. In Afgescheiden kringen leefde wel de opvatting, dat een kandidaat het eerste beroep moest aannemen. Maar ook de kerk van Sexbierum wilde nog gebruik maken van zijn diensten, en hem voor de hele classis hebben. Vooral de vooraanstaande ouderling Klaas […]