Smederij Wiersma aan de Hege Buorren

Hege Buorren 24 was vroeger de smederij van de Wiersma’s. Later werd die smederij overgenomen door Foppe Post. Voor het pand staan drie karakteristieke bomen die al op oude prentbriefkaarten te zien uit het begin van de vorige eeuw. Uit de gevelsteen in de muur blijkt dat de woning en smederij in 1874 is gebouwd. Onderstaand verhaal is opgetekend uit de tot nu toe bekende informatie over de smederij en de familie Wiersma. Reinder Wiersma (1837-1917) was de eerste eigenaar van het pand dat hij ook heeft laten bouwen. Het perceel grond was eerst moestuin en Reinder heeft dat voor ƒ 400,00 (gulden) van Jelle Cornelis Tjessinga. Die koop vond plaats in december 1874 waarna, gelet op de inscriptie van de gevelsteen, de bouw van het pand meteen in gang is gezet. Wie was die Reinder Wiersma? Reinder is geboren in St. Jacobiparochie als kind van Klaas Wijbes Wiersma en Antje Benderts Mug. Zijn vader was geboren in Wouterswoude en zijn moeder in St. Jacobiparochie. In het gezin Wiersma-Mug zijn negen kinderen geboren; vier meisjes en vijf jongens en allemaal geboren in St. Jacobiparochie. Een van de jongens was zeevarend en is op 21-jarige leeftijd op zo’n zes mijl uit de kust bij Arendal (Noorwegen) over boord geslagen en verdronken. Dat gebeurde ’s ochtends omstreeks zes uur tijdens zijn reis van Larvick (Noorwegen) naar Delfzijl. Na het overlijden van Antje Benderts Mug, hertrouwde Klaas Wijbes Wiersma met Janke Haijes van der Lei uit St. Jacobiparochie. Klaas Wijbes was in St. Jacobiparochie eerst smidsknecht en later grofsmid. Hij heeft daar naar alle waarschijnlijk een eigen smederij gehad. Hij is in september 1868 in Wouterswoude overleden. Reinder was het jongste kind uit het gezin van Klaas Wijbes Wiersma en Antje Benderts Mug. Hij is geboren op 29 september 1837 in St. Jacobiparochie. Hij heeft het smidsambacht van zijn vader geleerd. In 1868 staat hij al te boek als grofsmid. Een grofsmid maakte het ijzerwerk voor de wagenmaker, maar smeed zelf ploegen, werktuigen en ander grof smeedwerk. Reinder trouwde in mei 1867 in de gemeente Barradeel met Sijmentje Jellesma uit Oosterbierum. In maart 1868 werd hun eerste kind, Anna, geboren en in februari het jaar daarop werd Klaske geboren maar die overleed toen zij nog net niet 1 jaar was. In mei 1874 werd weer een dochter geboren die de naam kreeg van hun overleden dochtertje. In september 1886 werd hun zoon Klaas geboren. Zoals in de inleiding al is vermeld, kocht Reinder in 1874 een stuk grond aan de Hege Buorren waar hij een smederij met woonhuis heeft laten bouwen. Kennelijk zag hij mogelijkheden in Minnertsga om een bedrijf op te zetten. Reinder Wiersma is dan meester smid en hij maakte ploegen die op een tentoonstelling 1878 werden bekroond. De ploegen voldeden aan alle vereisten van die tijd en werden onder andere gebruikt door de boeren Blanksma, Hasima, Jensma, Schuiling en Hannema uit Minnertsga gebruikt, maar ook door drie boeren op Het Bildt en een boer uit Engelum. De drukte in het […]
De Afscheiding van 1834 in Minnertsga (slot)

De 19e eeuw was in de Nederlandse kerkgeschiedenis een roerige periode. Op 14 oktober 1834 vond in Ulrum (Gr.) de Afscheiding van het hervormde genootschap plaats onder leiding van ds. H. de Cock (1801-1842), hervormd predikant aldaar. Hij en zijn kerkelijke gemeente tekenden de Acte van Afscheiding of Wedekeer, waarin ze verklaarden met de hervormde kerk te breken, ‘totdat deze terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren’. Behalve de Ulrumse gemeente verlieten ook vele duizenden gelovigen elders in Nederland de ‘Nederlandsche Hervormde Kerk’. Dat gebeurde ook in Minnertsga. De geschiedenis van Minnertsgaaster Afscheiding is door Dr. J. Wesseling beschreven in het boek: De Afscheiding van Friesland 1834 in Friesland. De uitgever van het boek heeft toestemming verleend om het deel uit het boek dat op Minnertsga betrekking heeft, op deze website te publiceren met de vrijheid de tekst aan te vullen met beeldmateriaal en aanvullende (detail)informatie. Deze aanvullende informatie staat tussen rechte haakjes [ . . .]. Onderstaand het laatste deel. Ds. W.J. Schuringa, 21 januari 1843 -februari ’44 De vacature in de kerk te Minnertsga, ontstaan door het vertrek van ds. Postma naar de gemeenten Middelstum en Bedum in Groningerland, heeft niet lang geduurd. In zijn nieuwe gemeente Middelstum was één van ds. Postma’s gemeenteleden W. J. Schuringa, een ex-bakker, voor dominee gaan studeren. Hij was een man van het eerste uur van de Afscheiding in Middelstum geweest, de actieve ‘leider’ van de eerste Afgescheidenen aldaar. Ongetwijfeld zal ds. Postma met hem gesproken hebben over de gemeente te Minnertsga en daarover veel goeds hebben gezegd, al zal hij natuurlijk zijn nare ervaringen niet hebben verzwegen. Hoe het ook zij, ds. Postma was nog maar net een paar maand in Middelstum, of Willem Jans Schuringa werd in Minnertsga beroepen (26 september ’42). En in de notulen van 7 januari ’43 lezen we, dat hij ‘hem volgens de inhoud van zijn gezondene brief aan de gemeente van Minnertsga heeft verbonden op traktement van 400 gulden en vrije woning’. Het was niet veel, maar meer konden de Minnertsgaasters onmogelijk betalen. Op 21 januari ’43 werd hij door ds. De Haan bevestigd en al twee dagen later leidde hij de kerkeraadsvergadering, waarin ook ds. De Haan aanwezig was, wiens leerling Schuringa was geweest. Hij gaat voortaan – met fraaie hand – de notulen schrijven. Tjessinga had het als vanouds tijdens de vacature weer gedaan. Ds. Schuringa mocht ook zegen op zijn werk zien. Het kerkvolk vergaderde, zoals ds. Kropveld in zijn nagelaten gedachteniswoord meedeelt, niet meer in de eenvoudige kamer van vroeger, maar ‘in een klein doelmatig kerkske’. Het stond in de Tsjillen. Er zat wat groei in de gemeente, die haar leden had wonen in Minnertsga, in Het Bildt: St. Annaparochie en St. Jacobiparochie, en in Menaldumadeel: Beetgum en Berlikum. Natuurlijk waren er ook wel eens lastige leden, die moeilijk deden. Zo lezen we van een zekere Pietje, die naar Stiens was verhuisd en zich bij de kerk van Leeuwarden wilde aansluiten. Het is met deze Pietje een hele kwestie geworden. […]
De Afscheiding van 1834 in Minnertsga (deel III)

De 19e eeuw was in de Nederlandse kerkgeschiedenis een roerige periode. Op 14 oktober 1834 vond in Ulrum (Gr.) de Afscheiding van het hervormde genootschap plaats onder leiding van ds. H. de Cock (1801-1842), hervormd predikant aldaar. Hij en zijn kerkelijke gemeente tekenden de Acte van Afscheiding of Wedekeer, waarin ze verklaarden met de hervormde kerk te breken, ‘totdat deze terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren’. Behalve de Ulrumse gemeente verlieten ook vele duizenden gelovigen elders in Nederland de ‘Nederlandsche Hervormde Kerk’. Dat gebeurde ook in Minnertsga. De geschiedenis van Minnertsgaaster Afscheiding is door Dr. J. Wesseling beschreven in het boek: De Afscheiding van Friesland 1834 in Friesland. De uitgever van het boek heeft toestemming verleend om het deel uit het boek dat op Minnertsga betrekking heeft, op deze website te publiceren met de vrijheid de tekst aan te vullen met beeldmateriaal en aanvullende (detail)informatie. Onderstaand deel III. Ds. D. Postma in Minnertsga 5 juli 1840 – 10 april 1842 Het beroep van D. Postma was niet het eerste uitgebrachte beroep geweest. In het najaar van 1839 had de kerkeraad al getrokken aan ds. T.F. de Haan, toen wonende te Wanswerd. Deze had zich een half jaar eerder op Goede Vrijdag ’39 te Ee afgescheiden. Ook door het naburige Sexbierum was hij beroepen. Het werd een bedankje, al probeerde ds. De Haan de pil te vergulden door zijn verklaring de gemeente wel te willen helpen met liefdebeurten De kerkeraad ging intussen moedig door met pogingen een eigen herder en leraar te krijgen. En op zondag 14 juni 1840 kwam er na telling van de stembriefjes weer een beroep uit de bus. Heel duidelijk zelfs, want alle stemmen waren ‘op den eerwaarden jongeling D. Posthumus gevallen’. De volgende dag werd hem de beroepsbrief persoonlijk door ouderling J. Tjessinga overhandigd in Birdaard, waar student Postma – afkomstig uit Dokkum – toen woonde. Deze beroepsbrief is in de notulen opgenomen. De formulering is nog niet volgens het vaste patroon van de geijkte latere beroepsbrieven, maar welt, in deze ‘eenvoudige letteren’, spontaan uit het hart. Postma krijgt geen vast ‘loon’ toegezegd. Dit ‘durven wij niet doen, want wij weten niet hoe veel de Heere ons zal geven’. We merken hierbij op: Zo ging het vroeger ook in oefenaarskringen en het ideaal was, dat ook een predikant moest leven van wat er zondags werd gecollecteerd. In de beroepsbrief is in dit verband ook sprake van het ‘met den Heere te wagen’. Dat dit heel gemakkelijk kon leiden tot misbruik en valse lijdelijkheid, zou de praktijk spoedig leren. Veel bedenktijd heeft de 22-jarige Postma niet genomen. Hoogstwaarschijnlijk heeft hij het beroep al tijdens het bezoek van Tjessinga – na te hebben gebeden – aangenomen. Hij deed dat – naar hij schriftelijk bevestigde – zonder voorwaarden’. In Afgescheiden kringen leefde wel de opvatting, dat een kandidaat het eerste beroep moest aannemen. Maar ook de kerk van Sexbierum wilde nog gebruik maken van zijn diensten, en hem voor de hele classis hebben. Vooral de vooraanstaande ouderling Klaas […]
De Afscheiding van 1834 in Minnertsga (deel II)

De 19e eeuw was in de Nederlandse kerkgeschiedenis een roerige periode. Op 14 oktober 1834 vond in Ulrum (Gr.) de Afscheiding van het hervormde genootschap plaats onder leiding van ds. H. de Cock (1801-1842), hervormd predikant aldaar. Hij en zijn kerkelijke gemeente tekenden de Acte van Afscheiding of Wedekeer, waarin ze verklaarden met de hervormde kerk te breken, ‘totdat deze terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren’. Behalve de Ulrumse gemeente verlieten ook vele duizenden gelovigen elders in Nederland de ‘Nederlandsche Hervormde Kerk’. Dat gebeurde ook in Minnertsga. De geschiedenis van Minnertsgaaster Afscheiding is door Dr. J. Wesseling beschreven in het boek: De Afscheiding van Friesland 1834 in Friesland. De uitgever van het boek heeft toestemming verleend om het deel uit het boek dat op Minnertsga betrekking heeft, op deze website te publiceren met de vrijheid de tekst aan te vullen met beeldmateriaal en aanvullende (detail)informatie. Onderstaand deel II. Processen-verbaal Op zondagmiddag 31 januari 1836 had veldwachter Arend Witholt van Minnertsga en Firdgum gemerkt, dat er bij Feico de Valk aan huis ‘op de Tsjillen van den dorpe Minnertsga’ een godsdienstoefening werd gehouden. Hij telde 27 mensen in de kamer en hoorde en zag, dat Feico Joh[annes]. de Valk ‘zeer ernstig’ in een boek zat te lezen (d.i. een preek voorlas). Men vergaderde geregeld bij De Valk aan huis, maar niet alleen bij hem, ook wel bij Sijmen Wassenaar en Sjoerd Kattje. In de periode van januari tot juni 1836 zijn slechts enkele processen verbaal opgemaakt, beide zeer kort van inhoud en daardoor weinig houvast biedend. Maar toen kwam maandag 27 juni 1836, op welke dag niemand minder dan ds. S. van Velzen in Minnertsga voorging. Het gerucht van zijn komst was op die zomerdag van mond tot mond doorgegeven. Het werd druk op de Tsjillen, vooral ‘s middags. Toch had de grietman de veldwachter geen opdracht gegeven proces-verbaal op te maken, want hij woonde in Sexbierum en verklaarde later, dat de Ds. S. van Velzen (1809-1896) was van 1836 tot 1839 predikant van de Christelijke Afgescheiden Gemeenten in Friesland, ook die van Minnertsga.godsdienstoefening in Minnertsga ‘geheel buiten mijn voorweten’ had plaats gevonden. Het dagelijks bestuur van de grietenij kon echter niet doen alsof er niets was gebeurd. Nu er geen proces-verbaal was opgemaakt, moest de veldwachter informatie komen geven over het gebeurde op die zondag. Daarvoor werd hij 9 dagen later (!) ’s morgens om 9 uur op het grietenijhuis ontboden. Aan de waarnemend grietman Meindert Donia en de secretaris van de grietenij E. J. Alta rapporteerde de veldwachter nu het volgende: Jakkele Jelles Tjessinga, koopman en winkelier te Minnertsga, had hem die zondag middag tussen 4-5 uur gevraagd op de uitkijk te staan bij het huis van Feico de Valk, kooltjer, wonende op de Tsjillen te Minnertsga; daar zou een vergadering van ‘separatisten’ worden gehouden en nu moest hij (veldwachter) ervoor zorgen, dat ‘daar geen ongeregeldheden zouden plaats vinden’. ’s Avonds om 6 uur was de veldwachter naar het huis van De Valk gestapt en had daar een […]
De Afscheiding van 1834 in Minnertsga (deel I)

De 19e eeuw was in de Nederlandse kerkgeschiedenis een roerige periode. Op 14 oktober 1834 vond in Ulrum (Gr.) de Afscheiding van het hervormde genootschap plaats onder leiding van ds. H. de Cock (1801-1842), hervormd predikant aldaar. Hij en zijn kerkelijke gemeente tekenden de Acte van Afscheiding of Wedekeer, waarin ze verklaarden met de hervormde kerk te breken, ‘totdat deze terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren’. Behalve de Ulrumse gemeente verlieten ook vele duizenden gelovigen elders in Nederland de ‘Nederlandsche Hervormde Kerk’. Dat gebeurde ook in Minnertsga. De geschiedenis van Minnertsgaaster Afscheiding is door Dr. J. Wesseling beschreven in het boek: De Afscheiding van Friesland 1834 in Friesland. De uitgever van het boek heeft toestemming verleend om het deel uit het boek dat op Minnertsga betrekking heeft, op deze website te publiceren met de vrijheid de tekst aan te vullen met beeldmateriaal en aanvullende (detail)informatie. Deze aanvullende informatie staat tussen rechte haakjes [ . . .]. Onderstaand deel I. Minnertsga telde omstreeks 1835 zo’n 1000 inwoners die bijna allen tot de Hervormde kerk behoorden. Het was evenals Sexbierum een betrekkelijk groot landbouwdorp, gelegen in Barradeel, op de vette kleigronden, niet ver van de zeedijk langs de Wadden. De forse toren van de oude Hervormde kerk op de terp domineerde tot ver in de omtrek. Hij doet dit trouwens nog. In Minnertsga stond toen ds. G. Outhuys, een man met een vredelievend gemoed, die in zijn vrije tijd dichter was en graag de Oosterse talen bestudeerde (o.a. Hebreeuws, Aramees en Arabisch). Hij heeft nog met Bilderdijk hierover gecorrespondeerd. Toen hij begin 1835 stierf – 61 jaar oud – had hij 22 jaar de gemeente van Minnertsga gediend. Zijn opvolger werd kandidaat M. L. de Boer, die de ideeën van de Groninger richting aanhing en dus niet meer gereformeerd genoemd kon worden. Of allen in Minnertsga zich met de prediking van ds. Outhu ys konden verenigen, valt sterk te betwijfelen. Zeker is, dat daar omstreeks 1830 oefeningen werden gehouden. Het blijkt uit een bericht van de hervormde kerkeraad van Minnertsga in september 1830 aan het classicaal bestuur van Harlingen gezonden, waarin verzekerd wordt, dat er geen godsdienstoefeningen meer gehouden werden door personen, die daartoe niet gerechtigd waren. Dit was dus wel het geval geweest. Ook is bekend, dat omstreeks 1832 Sjoerd C. Kattje, verwer van beroep, als oefenaar in Minnertsga optrad en een groep om zich heen had verzameld, wat bij vele oefenaars in Friesland en elders in het land óók het geval was. Kattje zou zich een paar jaar later bij de Afgescheidenen voegen, die nog genoeg met hem te stellen kregen. Tot de geliefde lectuur van de bezoekers van de oefeningen behoorden de stichtelijke werken van de oude schrijvers, die in bevindelijke trant de Waarheid brachten en daarom groot gezag onder het eenvoudige volk genoten. We noemen hier alleen maar de geschriften van Wilhelmus à Brakel, Alexander Comrie, Theodorus van der Groe en van een aantal Engelse en Schotse ‘oudvaders’, in vertaling voor de Nederlandse lezer toegankelijk gemaakt. […]
Hoe’t ik yn 1945 de befrijing fan Minnertsgea belibbe

Onderstaande herinnering kreeg ik deze week toegestuurd van de 86-jarige Pieter Steensma, een nazaat van de Minnertsgaaster notaris Pieter Lolles Steensma (1793-1854). “Miskien in stikje foar Minnertsga vroeger? Jo sjogge mar”, schreef de heer Steensma. Nou . . . hieronder staat het stukje! Ik ben zo vrij geweest om een foto van Pieter zijn Facebook pagina te gebruiken om een beeld te geven van de man die hier zijn herinnering wil delen. As men âlder wurdt tinkt men noch wolris werom nei hwat jierren ferlyn barde. Nou’t wy wer begjin Maeije binne seach ik samar de bylden foar my fan april 1945 fan hwat der barde yn Minnertsgea. It wie sneontomiddei. Wy stiene oan’e dyk to sjen nei de Dútskers dy’t makken dat hja fuortkamen. It gong net hurd hwant se hiene gjin bensine mear dat it koe net mei auto.s. Se sieten mei harren spullen op hynder en weinen. It gewear noch wol dwars foar’t liif, dat wol. De hynders en weinen hiene se ûnderweis foardere mei de fuorman derby. Dy moasten de soldaten nei de ôfslútdyk bringe, of noch fierder nei Noard-Hollân. Dy minsken fielden har net noflik. Moasten der ris Ingelske fleantugen boppe de kolonne komme…….. Mar se waerden twongen. Wegerje koe ek sa mar in kûgel betsjutte. Dan sjoch ik noch foar my Frits Jensma foarby fleanen op’e fyts, sa wyt as sûpe. Hy seach it swerk driuwen. Hy hie ek hynders en weinen en seach al barren dat se dy ek meinimme soene. Krekt foar ús kaem syn soan Jehannes him yn’e mjitte. Dy wist dar syn heit wolris hwat opljeppen wêze koe en woe dat foarkomme. Hy rôp:”Heit, heit rêstich” mar Frits fleach troch. It is fêst hwat tafallen mar in wein fan Frits mei in hynder moast al mei. Dy jouns wie it rêstich, sneintomoarns ek mar krekt út tsjerke wei seagen wy op’e dyk in stik as tsien Dútske soldaten op’e fyts foarby fleanen, it gewear dwars foar’t liif, Reade krúsbân om’e earm hieltiid omsjend en fytse as siet de duvel har op’e hakken. Ús heit sei:”Dat koene de lêsten wolris wêze”. Sneintomiddeis: kleare folk yn’e buorren. Allegear Oranje wimpels en read, wyt, blauwe flaggen. Dy hiene wy fiif jier lang net sjoen. Nou wie it spul wer fan de souder kommen. Jong folk om Piet Bierma, de koster fan de Herfoarme tsjerke hinne. “Piet, de flagge moat op’e toer. wer is de kaei”. Piet Bierma bêdde se hwat del. “Jonges, wachtsje nou earst ris ôf. der kinne noch wol mear komme en as se safolle folk byinnoar sjogge dan sjitte se, dat wit jim wol” Hy krige de jongeljue wer hwat kalmer. Moandeitomoarn nei skoalle. Master sei: Jonges, wy geane wer nei hûs, de Kanadezen sille wol gau komme. Ik wie noch mar krekt thús doe sei ús heit:”Der komme se oan, op’e Súderdyk fan Sint Japik en ja hjer. Yn Carriers, in soarte fan lytse tanks. Nou, doe wisten wy dan fêst dat de besetting foarby wie. Se hawwe […]
Rinse Sipma, Minnertsgaaster met een zwervend bestaan

Er zijn niet veel verhalen van vroeger van deze omvang bekend van ‘gewone’ Minnertsgaasters als het verhaal van Rinse Sipma. Of was Rinse Sipma niet een ‘gewone’ Minnertsgaaster? Onderstaand verhaal kwam ik tegen in ’t Kleine Krantsje van Leeuwarden van 10 januari 1976. Hoewel in het verhaal een trieste ondertoon zit, is het verhaal te mooi om het niet op Minnertsga vroeger te hebben. Hieronder het verhaal dat overgenomen is. Een zwerver verdween spoorloos maar niemand die het merkt We zullen ze nu nooit meer zien, maar in vroeger jaren zijn er heel wat geweest: zwervers zonder een eigen dak boven het hoofd, die dag in dag uit ronddoolden van dorp naar dorp, van plaats naar plaats. Het bezit van een sigarenkistje met wat mot[ten]ballen was voor het wettig gezag al voldoende om hen als venter, of – nog mooier – als koopman te kenmerken; daarzonder liepen ze een grote kans als landloper te worden opgepakt. De meesten bezaten kind noch kraai en konden op hun kop gaan staan, zonder dat er ook maar enig waardevols uit hun zakken viel. Al beschikten ze dan wel over wat luttele handelswaar, in feite bleven zij dank zij het medelijden van anderen bestaan – hier kregen ze een hap, daar een snap. Dat ongebonden zwerversleven bracht de meeste van deze vagebonden in een staat van vervuiling en verval; ze mochten dan een stukje zeep verkopen, zelf gebruiken deden ze het nooit. SCHOON ALS DE BRAND Toch is er, vijftig, zestig jaar geleden in Friesland een zwerver geweest, die in dit vrijbuitersvolkje een uiterst opvallende plaats innam, omdat hij zo schoon was als de brand. Ook hij leek alleen op de wereld te staan, ook hij zwierf rusteloos rond en trachtte niet wat negotie het feit te verbloemen, dat hij toch eigenlijk een bedelaar was. Maar terwijl anderen nog nooit van waswater hadden gehoord, waste hij zich als een kat: Rinse Sipma, álde Rinse, moet van alle omstippers in het Friese land de netste en de schoonste zijn geweest. De halve bevolking van de provincie heeft Rinse gekend, want hij “bereisde” een groot gebied en deed dat z’n hele leven, tien- en tientallen jaren lang. Daarbij had hij, in tegenstelling tot veel van zijn kornuiten, een uitstekende naam en was hij vooral bemind bij kinderen – hoe vaak zouden die, op afgelegen boerderijen, wel niet blij verrast opgesprongen zijn, wanneer Rinse weer in aantocht was? Bij velen was Rinse dan ook een uitgesproken welkome gast: ‘hij moat mar gau hwat iten ha’ zeiden de boerinnen, zodra hij het erf opkwam. Rinse Sipma was de zoon van een beste bouwboer uit Minnertsga. Hij werd geboren in 1851 en er is dus niemand meer, die uit eigen ervaring iets zinnigs zou kunnen zeggen van de jaren van zijn jeugd. Toch weten we er nog heel wat van. Op school kon hij niet goed meekomen. Het werk bij vader op de boerderij lukte daarna ook niet zo best. Rinse was een stille, misschien wat dromerige jongen; vader […]
Simon Harmani, garagehouder aan de Meinardswei (II)

In december 2016 is het verhaal over een foto gepubliceerd op deze website over Simon Harmani (geboren 1903) die garagehouder was aan de Meinardswei (lees hier). Dat verhaal was aanleiding voor Titia Harmani te reageren, want Simon was haar opa. Het is altijd mooi dat mensen reageren. Kennelijk maakt een verhaal of een foto vroeger, dat er herinneringen boven komen drijven. Daarom reageer ik meestal vrij adequaat op dergelijke reacties. En dat loopt vaak uit op een uitwisseling van gegevens en oude foto’s. Dat gebeurde ook naar aanleiding van de reactie van Titia omdat zij haar beppe Dieuwke Vogel (1906 – 1995) ook had herkend op een groepsfoto. En zo stuurde zij foto’s van haar beppe, maar ook een paar foto’s van haar opa Simon Harmani. Op de motor moet Simon Harmani zijn. Het kenteken is een Drents kenteken. De letter D geeft dat aan. Het kenteken is afgegeven in augustus 1919 aan Herinus Gerardus Vroom aan de Stegeweg 34 in Assen. Hoe precies de link tussen de kentekenhouder Vroom en Simon Harmani is, heb ik nog niet kunnen achterhalen. De foto van Simon Harmani in de werkplaats, zou wel eens de werkplaats aan de Meinardswei kunnen zijn. Hij had zijn werkplaats naast het café dat vroeger het Stations Koffiehuis heette. Hij lijkt hier net zoals op de foto waar hij bij de auto staat bij het verhaal van december 2016. De foto van met daarop drie meisjes in de tuin, kreeg ik ook van Titia toegestuurd. Het zijn de dochters van Titia haar overgrootouders Anne Vogel (1868-1952) en Sijtske de Vries (1874-1958). Het meisje links is Trijntje (geb. 1903) en rechts Dieuwke (1906-1995). In het midden staat Petronella (geb. 1910). Bij de andere foto’s heb ik bijschriften geplaats wie op de foto staan. Al deze foto’s zijn weer een aanwinst voor Minnertsga vroeger. Zo hebben weer een aantal vroegere bewoners een gezicht gekregen. Met dank aan Titia Harmani. De foto staan ook in de beeldbank.
Namen bekend – huishoudsters burgemeester – fiets Johannes Vogel

Van de dochter van Douwe Elsinga (1916-2011) en Sietske Bierma (1918-2015) kreeg ik onlangs een paar foto’s uit de nalatenschap van haar ouders waaronder een prachtige scherpe foto van een groep jonge vrouwen – en een paar heren. Zij vertelde erbij dat de 2e van rechts in de achterste rij Riemkje Elsinga (1926-1986) is. Riemkje was een zuster van Douwe. De andere namen waren niet bekend en ook niet ter gelegenheid waarvan deze foto was gemaakt. Bij nadere bestudering van de foto herkende ik zelf nog een paar gezichten. Maar de rest bleef ook voor mij onbekend. Dus de foto maar op Facebook gezet en de hulp van vrienden van Minnertsga vroeger ingeroepen. Meteen kwamen er reacties met namen. Dus de foto kreeg steeds meer waarde. Buurvrouw Anneke van Tryntsje Klaver ging met de foto naar de 94-jarige Afke Faber – de Groot die ook op de foto staat, of liever gezegd zit. Buurvrouw Anneke kwam met een lijstje met namen terug die Tryntsje weer naar mij mailde. Het namenlijstje bevestigd ook de namen die al door FB-vrienden waren doorgegeven. De foto is gemaakt in Tzummarum voor het café Het Wapen van Barradeel waar de jonge vrouwen kook- en naailes kregen. Voorste rij (vlnr): 1. Neeltje Pasma (vv Marten Bonnema de slager), 2. Neeltje Joostema (vv Rintje de Roos(, 3. Afke de Groot (vv Jacobus Faber), 4. onbekend, 5. Waltje Neeltje Joostema (vv Jacob Zoodsma), Marieke (gaf kookles). Achterste rij (vlnr): 7. Juffouw Bonne?, 8. Trijntje Elsinga (vv Hendrik Jansen Klomp?) , 9. Akke Bekius, 10. Grietje Noordhof, 11. onbekend gaf les, 12. onbekend, 13. Annie Tuingof (vv Goffe Elsinga), 14. Janke Wierda, 15. Riemkje Elsinga, 16. onbekend. Hartstikke mooi dat er nu zoveel namen bekend zijn van deze prachtige jonge vrouwen. Dank aan iedereen die meegewerkt heeft de namen te achterhalen. Tryntsje Klaver stuurde deze foto ook nog mee. Het is de woning van burgemeester Luutzen Wallis de Vries aan de Meinardswei. Voor de woning staan de dienstmeiden: Antje Joostema (1888-1959) die later getrouwd is geweest met Piet Haarsma de schoenmaker aan de Hege Buorren. De andere vrouw is Hinke (Rinske) Tuinhof, dochter van (lytse) Lieuwe Tuinhof. Hinke trouwde later met Harmen Stienstra. Zij emigreerden in de jaren ’20 van de vorige eeuw naar Canada. Een zoon van Hinke en Harmen Stienstra was Aebe die in de WOII bij de Canadese luchtmacht zat. Hij is neergeschoten boven de Noordzee bij het Duitse Peenemünde waar hij ook is begraven. Aldus Gauke Reitsma die de aantekening maakte bij deze foto. Vorige week kwam er ook een vraag binnen van Anton Konst. Hij is in het bezit van een oude transportfiets die ooit eigendom is geweest van Johannes Vogel (1902-1985). Anton wil graag meer weten over Johannes Vogel en Jasper Travaille die beiden een brandstofhandel hadden. Anton vertelde dat hij met deze transportfiets met een houten Heineken-kratje voorop enkele keren de Elfstedentocht heeft gefietst en dus ook Minnertsga is gekomen. Jammer genoeg kon ik Anton niet helpen aan meer foto’s dan de […]
Bauke Tjibbeles Miedema | boer – astronoom – instrumentenmaker

Een profeet is in eigen land weinig geliefd. Een gezegde dat ook op zou kunnen gaan voor Bauke Tjibbeles Miedema. Nee niet dat de mensen een hekel aan hem hadden, maar als ik door Minnertsga zou lopen en aan voorbijgangers zou vragen wie Bauke Miedema was, ben ik er van overtuigd dat maar weinig mensen een goed antwoord kunnen geven. Wellicht dat iemand nog weet dat hij gardenier/boer was en op de Miedleane woonde maar veel meer dan dat zal het niet opleveren. Nou ja, misschien een enkele oudere inwoner die zich nog iets meer herinnert over sterrenkijkers, maar dan houdt het wel op. Hij was echter een veelzijdig persoon die veel meer was dan alleen maar boer c.q. gardenier. Op jonge leeftijd raakte ik gefascineerd over de verhalen die ik over hem hoorde. Om die reden heb ik enkele jaren terug het plan opgevat om een verhaal voor Minnertsga Vroeger over hem te schrijven. Dat is er echter, om diverse redenen, steeds bij gebleven totdat ik begin van dit jaar opnieuw in contact kwam met de volkssterrenwacht in Burgum. Daar heeft men het plan om een tentoonstelling over Bauke Miedema te houden waarvan de datum nog niet bekend, is omdat er eerst nog een verbouwing plaats gaat vinden. Ik besluit niet langer te wachten en neem contact op met Wietske de Haas-Miedema die onmiddellijk bereid is om mij verder te helpen en van wie ik de nodige informatie en foto’s krijg om dit verhaal te kunnen schrijven. Bauke Miedema is op 16 april 1909 in Minnertsga geboren en was de zoon van Tjibbele Miedema en Hylkje Reidsma. Hij wordt bijna 10 jaar na zijn zuster Sijke geboren en dus was vader Tjibbele opgetogen. Het gezin had maar één dochter en nu was er niet alleen een zoon geboren maar tevens een opvolger voor het bedrijf. Na de basisschool gaat hij naar de land- en tuinbouwschool. Zelf heeft hij in een interview gezegd dat hij liever naar een technische school was gegaan maar dat was in die tijd natuurlijk niet aan de orde. Het was niet meer dan logisch dat hij op het bedrijf van zijn ouders terecht zou komen en zijn hulp is ook al vroeg nodig. Zo ging dat in die tijd en het grootste gedeelte van de mensen was ook in de landbouw werkzaam. Daar ligt ook de reden dat hij niet de gelegenheid heeft gekregen om verder te studeren. Hij was een man van weinig woorden en een harde werker. Vaak lukt het hem beter zijn gevoelens op papier te zetten dan die uit te spreken. Dat komt ook tot uiting in de vele gedichten die hij geschreven heeft. Zijn levens verhaal heeft hij op band laten zetten toe hij tachtig was. Eigen Baas Na zijn schooltijd komt hij eerst bij zijn vader in dienst en werkt later als zelfstandige op het bedrijf. Een gemengd bedrijf met naast de landbouwproducten een aantal koeien. Hij had zeker geen hekel aan het werk op het land, want de […]