Oranjefeest 31 augustus 1920 en het smeekschrift

Jelle Feenstra plaatste op Facebook van Minnertsga vroeger een bijzonder kaart met poststempel 1-9-1920. Achterop de kaart de boodschap die Wiego Bergsma (22-05-1904) aan zijn ouders Eelke en Antje Bergsma in Sneek schrijft: Lieve Pa en Ma, Hier is al een berichtje van ons. We komen donderdag al weer thuis met de trein die 6 uur in Sneek is. Wij hebben hier veel plezier en zullen direct op de toren. We zijn naar het JET en naar zee geweest. We hebben gisteren hier feest gehad voorstellende “Aanbieding van ’t smeekschrift van 1566 aan Margaretha” en Jan en ik hebben hiervoor een schild gekleurd. Ik heb niet eerder geschreven want dat blijft er meest bij. In de krant stond over het Oranjefeest het volgende verslag. 31 augustus 1920 Minnertsga – Met klokgelui werd deze feestdag begonnen. Hoewel de lucht dreigde en zoo nu en dan een klein regenbuitje viel, werden toch de vlaggen uitgestoken, de feeststemming kwam en bleef de hele dag. Om 9 ½ uur deed het muziekcorps “Oranje” met het bestuur der feestvierende vereeniging een rondgang door het dorp. De wedstrijden, ringrijden met paard en rijtuig en ringfietsen namen dadelijk daarop een aanvang. Uitslag 1e prijs ringrijden: de heer R. de Roos en mej. D. Bierma; 2e prijs de heer A. Posthumus en mej. H. Faber. Ringfietsen, dames 1e prijs mej. B. de Jong-Vlas, 2e prijs mej. L. Bierma. Ringfietsen, heeren 1e prijs de heer J. Bruinsma, 2e prijs de heer Sj. Swart. 1 ½ uur stelden de historische optocht en de schoolkinderen zich op en ging het met de muziek voorop het dorp door naar de “Mooie Paal”, terug tot aan het Koffiehuis van den heer Bierma. Hier werd door de Edelen een onderhoud verzocht met de Landvoogdes Margaretha van Parma (thema: het aanbieden door edelen van het smeekschrift in 1566), waarna de optocht werd ontbonden. In drommen ging het nu naar het feestterrein. Dit, versierd met zijn vele vlaggen en wimpels, consumptietent, muziektent en historisch kasteel, maakte op de feestvierenden den indruk, dat de feestcommissie alles had gedaan om een keurig feest te geven. Ruim 3 uur werd door tromgeroffel de komst der Edelen aangekondigd, ’t gordijn voor ’t kasteel wordt weggeschoven en Margaretha met haar gevolg wacht de aanbieders van het smeekschrift. Voorop de heer Van Brederode, vervolgens twee aan twee de ridders in hun schitterende kleeding. Met heldere stem richt de heer Van Brederode het woord tot de Landvoogdes, dat onder groote stilte wordt aangehoord. Hierna volgen de volks- en kinderspelen voor de leerlingen van de Chr. school. Uitslag wedstrijden. Wedloop twee in 1 zak. 1e prijs J. van der Wal en N. Tuinhof. 2e prijs A. Hijlkema en H. Moed. Stoelendans. 1e prijs mej. A. Wijngaarden. 2e prijs mej A. Nieholt. Intusschen deed ook de commissie uitslag van den wedstrijd in Gevelversiering. 1e prijs: D. Schotanus; 2e prijs T.A. de Jong; 3e prijs: R.R. Post. Het weer bleef buiig, zoo nu en dan was de consumptietent vol vluchtenden voor den regen. Om 9 uur […]

Wegomlegging Mooie Paal en woonwagenbewoners

Naarmate het gemotoriseerde verkeer in het begin van de vorige eeuw toenam, moesten ook de wegen worden verbeterd. Mooie Paal  was in die tijd al hét knooppunt van wegen op de scheiding van drie gemeenten: Het Bildt, Barradeel en Menaldumdeel. Op dat ‘driegemeentenpunt’ moest het gemotoriseerde verkeer vrijwel twee haakse bochten nemen die zowat over het erf van de boerderij lagen. De naastgelegen waterloop Oude Meer – Zuidervaart had op diezelfde locatie eveneens twee scherpe bochten. In de krant van 4 november 1931 wordt er bericht over deze omlegging van de weg. “Eindelijk is dan de weg Mooie Paal- Beetgum gerestaureerd. Reeds een paar jaren was hieraan zeer groote behoefte, daar deze weg in een zeer slechten toestand verkeerde, daar hij als bezaaid was met gaten en kuilen. Door deze metamorfose is daar thans uit een hobbelige macadamweg een mooie 5 meter brede en effen Bitumenweg ontstaan, terwijl tevens zooals bovenstaande foto aangeeft, belangrijke verkeersverbeteringen zijn aangebracht. Deze foto is genomen aan het beginpunt bij Mooie Paal, waar de grootste verbetering is aangebracht. Daar is een zeer gevaarlijke bocht weggewerkt. Voorheen liep n.l. de weg over de houten brug op de rechterzijde van de foto, maakte daar een hoek van 90 graden, en liep dan langs de aldaar staande boomenrij, hetgeen een afstand van 35 meter is, en maakte dan weer een bocht van 90 graden, terwijl de brug voor het drukke verkeer dat daar ter plaatse is, veel te smal was. Thans echter heeft de weg daar ter plaatse slechts een flauwe bocht, zooals de foto aangeeft”. Volgens de krant stond er ook een woning in de weg, maar die tekst daarover is deels weggevallen. De woning die het betreft is op de kaart met een rode cirkel aangegeven. Het artikel in de krant gaat vervolgens verder. “Deze woning nu is afgebroken en over dezen grond en dien van den bijbehoorenden tuin is thans de nieuwe weg aangelegd, terwijl een mooie, moderne betonbrug is gebouwd en het aldaar gelegen vaarwater tevens is verbeterd. Dat genoemde weg tevens nog als zeewering (droomer) wordt aangemerkt, blijkt ook nog uit den bouw van bovengenoemde brug, daar aan de Noordzijde twee betonnen sleuven zijn aangebracht, waarin ingeval dit noodzakelijk mocht blijken, een soort van sluis kan worden geplaatst. Als gezegd is ter plaatse, waar de foto is genomen, een belangrijke verbetering aangebracht en ’t bord, dat over de rechterleuning der nieuwe brug zichtbaar is en dat aldaar is geplaatst door de motorclub „Friesland” ter aanduiding dat daar een S-bocht was, kan dan nu ook gevoeglijk vervallen. Op den achtergrond der foto ziet men thans twee flauwe bochtjes in den weg, welke in de plaats zijn gekomen van twee scherpe, die daar voorheen om een poeltje met struikgewas liepen, welk poeltje thans gedempt is on waarover hu de weg loopt. De dorpsstraat van Wier is een geheel nieuwe klinkerweg geworden en vormt een mooie aansluiting op den zooeven genoemden weg, die dan weer tot Berlikum. Het verdere gedeelte hiervan is beter, doch kan nog […]

Minnertsga na 34 jaar weer in een andere gemeente

Per 1 januari 2018 is de nieuwe gemeente Waadhoeke een feit. De gemeenten Franekeradeel, Menaldumadeel en het Bildt zijn dan volledig opgegaan in de nieuwe gemeente, samen met vier dorpen uit de gemeente Littenseradeel. Geografisch gezien een prachtig gebied met oud en nieuw land. Het nieuwe land, het Bildt, dat pas is ontstaan na 1505. Daarvoor was het de monding van de vroegere Middelsee. Voor de gemeentelijke herindeling van 34 jaar gelden, in 1984, behoorde Minnertsga, samen met de dorpen: Firdgum, Tzummarum, Oosterbierem, Sexbierum, Pietersbierum en Wijnaldum tot de gemeente Barradeel. Het gemeentebestuur van Barradeel maakte in de laatste editie van ‘Barradiel Meiinnoar Ien’ bekend dat het gemeentehuis, het kantoor van gemeentewerken en de sociale dienst per 1 januari 1984 zijn gesloten. Alle diensten zijn toen verhuisd naar Franeker. Wijnaldum is toen bij de gemeente Harlingen gevoegd en Minnertsga bij de gemeente het Bildt. Dat Minnertsga in 1984 bij het Bildt is gevoegd, heb ik altijd maar een rare indeling gevonden. Normaal voeg je nieuw toe aan oud, maar in het geval van de gemeentelijke herindeling werd toen oud land aan nieuw Bildtland toegevoegd. In mijn ogen een verminking van de historische waarden van dit grensgebied van oud en nieuw land. Door die grensverminking werd Minnertsga het enige Friestalige dorp op het Bildt. Het Bildt is ontstaan door aanslibbing in de monding van de oude Middelsee. Het Hertog George van Saksen (1471-1539) een overeenkomst sloot met de edelen Thomas Beukelaar, en de gebroeders Dirk, Floris en Jacob van Wijngaarden om de kwelders van de monding, tussen Minnertsga en het klooster Mariëngaarde (Hallumerhoek) in te polderen door bedijking aan te leggen en van het Bildtland vruchtbaar land te maken. In die tijd zijn er drie parochies ontstaan. Van west naar oost: Wijngaarden, Altoena en Kijfhoek. Toen de bedijking zijn beslag had gekregen, werd kerkelijk het Bildt als 13e Dekanaat aan Westergoo toegevoegd. Later zijn deze parochies gewijd aan St. Jacobus (de apostel), St. Anna (de moeder van Maria) en aan Onze Lieve Vrouwe (Maria, de Moeder van Christus). Minnertsga lag vroeger vlak tegen de westkust van de monding van de oude Middelsee. Minnertsga wordt in betrouwbare archiefbronnen al in 1168 genoemd. In het dorp staat dan al een parochiekerk. Maar het gebied van de vroegere gemeente Barradeel is, net zoals het Bildt, ontstaan door opslibben. Zo zijn in de 6e en 7e eeuw aan de noordzijde van de Ried, de waterloop tussen Franeker en Berlikum, de kweldereilanden Pietersbierum, Sexbierum, Oosterbierum. Tzummarum, Firdgum en Minnertsga ontstaan. Hoewel dus het Bildt en de grondgebied van de vroegere gemeente Barradeel beide gebieden zijn ontworsteld aan de zee, zijn de gebieden totaal verschillend van infrastructuur. Het oude land met zijn kronkels van wegen en perceelgrenzen en op het Bildt overwegend kaarsrechte wegen en perceelgrenzen. Na de gemeentelijke herindeling van 34 jaar geleden, is op het oude grondgebied van Barradeel de Oudheidkundige Vereniging opgericht met als doel de geschiedenis van de oude gemeente zoveel als mogelijk is te bewaren, bekend te maken en er over te […]

Koren- en pelmolen De Welkomst

Vrijdag 20 april 1888 barstte boven delen van Fryslân een hevig onweer los. Op verschillende plaatsen in de provincie sloeg de bliksem in. In Minnertsga sloeg de bliksem in op de koren- en pelmolen De Welkomst. De gehele molen en de opslag met het aanwezige graan en losse goederen brandde tot de grond toe af. Willem de Koning (1889-1950) was toen eigenaar van de molen. Dat zal ongetwijfeld een grote strop voor hem geweest zijn. Wat moet een molenaar zonder molen? In het voorjaar van 1890 is een molen van Leeuwarden overgeplaatst naar Minnertsga om daar de plaats in te nemen van zijn voorganger. Jan de Beer: “In de herfst van hetzelfde jaar was de molen al maalvaardig. De zolders bestonden eerst uit wat losse planken, maar de stenen snelden weer rond. Molenaar Willem Koning had het bedrijfje uitgerust met twee koppels pelstenen, twee koppels maalstenen (zestienders en dertientienders), een schoningsinrichting en een gortbuil.” In 1910 ging de molen over in handen van Mechiel Derks Knol. Hij was al een bejaarde man. De zaken gingen niet zo best en na 1920 kwam de molen stil te staan met één roede. Het einde was nabij. Toch zou de molen nog laten zien wat hij waard was. De slechte dertiger jaren braken aan. De graanprijzen werden abnormaal laag en menig gemengd bedrijf voerde toen met zelf verbouwd graan. De molen werd destijds gehuurd door Sieds Hogerhuis, een voormalig molenaarsknecht. Vele jaren had hij de molen De Welkomst op ’t Hoekje bij St. Jacobiparochie bemalen, waarna hij bij Hallum de sterke, zwaargebouwde koren- en pelmolen van Sytsma bediende. De molen van Minnertsga stond met één roede. Een tweede roede was eigenlijk noodzakelijk. Daarom kocht de weinig kapitaalkrachtige Sieds Hogerhuis een roede van de in 1927 afgebroken Hallumer molen. De molen leek weer compleet, maar toch kreeg de windmolen niet het onderhoud dat hem toekwam. De zelfzwichtroede was niet op de normale manier achter bij de staart te bedienen, maar met behulp van een touwtje en een klosje op het eind van de roede kon Hogerhuis de kleppen open en dicht trekken. Ook de windpeluw werd er niet beter op. Het gevolg was dat de as verzakte en het bovenwiel en de bovenbonkelaar, die beide uit conisch werk bestonden, te diep in elkaar grepen. “De kammen kraaien het soms uit”, vertelde Hogerhuis. “Ik heb de zaag toen maar genomen en van elke kam een stukje afgezaagd.” “Het was een paardenmiddel, maar natuurlijk niet de oplossing. Maar wat wilde je als je krap bij kas zat”, aldus Hogerhuis. De molen draaide in ieder geval weer. Als er enige tijd stil weer was geweest en er kwam een behoorlijk windje aan, dan kon het gebeuren dat Hogerhuis zijn familieleden optrommelde. Dan werkten ze soms met een man of vier tot diep in de nacht door om de achterstand weer in te halen. Toen in 1928 koren- en pelmolen De Hoop in St. Jacobiparochie door een storm werd verwoest, liet molenaar Cornelis (Kees) Piebes van Rosendal zijn […]

In de hof van meester Casper Wetterauw

In het verhaal over ds. Flesch, de beheerde jood die in Minnertsga voorganger van Christelijke Afgescheiden gemeente was, ging het ook over het familiedrama op zondag 23 juni 1854. Drie kinderen van ds. Flesch kregen die avond vergiftigingsverschijnselen waardoor twee kinderen kort na  elkaar overleden en de andere ter nauwer nood aan de dood kon ontsnappen. Het familiedrama kwam in de kranten te staan. De Leydse courant van 2 augustus 1854 schreef het volgende: ‘Een drietal kinderen van den Heer Flesch te Minnertsga werden in den nacht van Zondag op Maandag hevig ongesteld, zoodat de geneesheer, die geroepen werd, verklaarde, dat zij blijkbaar iets vergiftigst moesten hebben genuttigd, waarvan niemand echter eenige verklaring wist te geven. De ongesteldheid nam zoodanig toe, dat reeds den volgende morgen twee van hen, een jongentje van 7, en een van 14 jaren oud, onder hevigste smarten bezweken; het derde broertje geraakte gelukkig aan het braken, en verkreeg daarna eenige bewustheid terug, zoodat men uit de uitgeworpene zelfstandigheden en uit verklaring des knaaps de oorzaak gewaar werd: en deze was, dat de kinderen Zondag middag in den tuin des onderwijzers de vrucht van een aldaar zich bevindend zoogenaamd peperboomje hadden genuttigd.’ De drie kinderen waar het hier over gaat waren: Johannes Salomons, Mozes Salomons en Joshua. In tegenstelling wat de krant meldde, zijn de 7-jarige Johannes en de 14-jarige Mozes niet in den nacht van zondag op maandag overleden, maar nog diezelfde zondagavond. Johannes overleed ‘des avonds ten ruim acht ure’ en Mozes overleed ‘des avonds negen ure’, zo vermelden de overlijdensakten. De beide kinderen zijn op vrijdag de 28e  in één graf begraven op het kerkhof van Minnertsga op rij 71 nummer 7. Wie was die onderwijzer? In die tijd wat Casper Klazes Wetterauw dé (hoofd)onderwijzer van Minnertsga. Hij is in 1803 aangesteld en in 1808 zaten er ongeveer 60 leerlingen op zijn school. Die school stond op de plaatst waar nu de ‘Ald skoalle’ staat. Op het kadastrale kaartje is te zien dat het schoolhuis ten zuiden van de school stond, want het nummer 464 was de school en nummer 465a was het schoolhuis. De school werd vroeger door de kerk gefinancierd en het schoolgebouw en schoolhuis waren dan ook eigendom van de Kerkvoogdij van Minnertsga. Het schoolonderwijs was toen nog niet gescheiden in openbaar onderwijs en bijzonder (christelijk) onderwijs. Nee, er was toen alleen onderwijs op christelijke basis. Vandaar dat meester Wetterauw, naast het geven van onderwijs, ook de rol van voorzanger had in de kerk. Hij was een persoon van aanzien in het dorp. Hij heeft veel Minnertsgaasters geholpen bij moeilijke (administratieve)zaken zoals assisteren bij de gang naar de notaris voor een testament, aan- of verkoop van onroerend goed en dergelijke. Waar stond het peperboomje? Meester Wetterauw woonde in het schoolhuis dat toen aan de rand van het dorp stond, want de huizen op de kadastrale kaart aan de noord- en zuidzijde van de kerk waren de laatsten van de dorpskern. Het vak op de kaart met nummer 466, was de […]

Bekeerde jood op kansel Christelijke Afgescheiden Gemeente

Op deze website staat nu ook een tijdlijn Kerk & geloof. Naar aanleiding daarvan attendeerde Auke Ykema, secretaris van de Oudheidkundige Vereniging Barradeel, mij op een artikel uit de Leydse Courant van augustus 1854 dat over een trieste gebeurtenis ging in het gezin van ds. Flesch. Dat domineesgezin woonde van april tot en met september 1854 Minnertsga. Auke stuurde ook een afbeelding mee van deze dominee en via Google had hij al gezien het leven van deze man een veelbewogen leven was. Wie was deze ds. Flesch? In Minnertsga stond al sinds 1812 ds. Outhuys als predikant van de Hervormde Kerk. Van hem is bekend dat hij rechtzinnig was. Hij mocht Willem Bilderdijk, geschied- en taalkundige, dichter en advocaat tot zijn vriendenkring rekenen met wie hij ook correspondeerde. Ook was hij een vredelievend man. Ieder jaar, 23 jaar lang, heeft hij volgens de kerkeraadsnotulen verslag gedaan van de huisbezoeken met dezelfde woorden: “Er waren in de gemeente geen ergernissen; liefde en eendracht heerste onder de broederen”. Wellicht mag worden betwijfeld of dat laatste altijd het geval is geweest, want het is vrijwel zeker dat sommigen van zijn gemeenteleden hem toch niet ‘zwaar’ genoeg vonden. Die hielden huissamenkomsten, waarin Sjoerd Cornelis Kattje, ook een gemeentelid van ds. Outhuys en huisschilder van beroep, al vanaf 1830 regelmatig als ‘oefenaar’ optrad. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat op 1 december 1835 een aantal gemeenteleden de Hervormde kerkgemeenschap verlieten en overgingen naar de Christelijke Afgescheiden gemeente. Dominee Outhuys was in januari van dat jaar overleden en heeft dus de afscheiding niet meer meegemaakt. Na het vertrek van ds. W.J. Schuringa (januari 1843 – februari 1844) van de Christelijk Afgescheiden Gemeente, is de kerkgemeenschap jarenlang vacant geweest. Zelf het Avondmaal werd lange tijd niet gevierd. Pas in januari 1854 beriep de kerkelijke gemeente de bekeerde jood ds. Salomon Mozes Flesch. Ds. Flesch zijn standplaats was Edam waar hij toen al een zeer bewogen kerkelijk verleden had. Volgens de auteur dr. J.J. Bouman, die over het turbulente leven van ds. Flesch heeft geschreven, is Jan Frederik Akkerboom, winkelier in Edam, de aanleiding geweest dat ds. Flesch door de kerkgemeenschap in Minnertsga zou worden beroepen. Auteur Bouman legt de link met het feit dat Akkerboom getrouwd was met Trijntje Wijnalda die volgens hem afkomstig was van Minnertsga, maar dat is niet juist. Trijntje is geboren in Harlingen en woonde daar ook toen zij trouwde. Binnen de Afgescheiden kerkgemeenschap in Minnertsga waren wel Wijnalda’s actief, maar een directe familierelatie met Trijntje Wijnalda heb ik nog niet kunnen ontdekken, hoewel, de Minnertsgaasters Wijnalda’s komen van oorsprong wel uit Harlingen. Om precies te zijn was de kerkeraad op 15 januari 1854 in vergadering bijeen toen overwogen werd ds. Flesch te beroepen. In die vergadering was ook Jan Obbes Wijnalda aanwezig die in Harlingen geboren was. Mogelijk dat die familie was van Trijntje Wijnalda en dat de link was tussen Minnertsga en Edam. Op 30 januari 1854 werd ds. Flesch met algemene stemmen als predikant beroepen en tevens besloot men: […]

Durk Sijes-pôle, Hearewei 15

In het begin van de jaren ’80 heb ik een paar keer een bezoek gebracht aan Eva Vogel-Zoodsma die toen op de hoek van de Tsjerkestrjitte woonde tegenover het transformatorhuisje. Ik was daar toen bij haar om wat meer te weten te komen over de familie Zoodsma. Zij vertelde haarschep hoe de familie in elkaar zat en wie wie was, compleet met geboorte- trouw- en overlijdensdata er bij. Zij was een ‘lopend archief’. Wat wist die vrouw veel! Toen viel ook de naam Durk Sijes-pôle en hoe de familie Zoodsma daarmee verknocht was. Op ‘e pôle woonden toen Zoodsma’s en die wonen er nu nog. Jan en Minke Zoodsma wonen er sinds 1990 en van hen kreeg ik informatie en prachtige foto’s van Durk Sijes-pôle die een overzichtelijk verhaal geven over de historische locatie aan de Hearewei 15 in Minnertsga. De Zoodsma-familie is in de loop der jaren uitgeroeid tot een flinke stamboom en het mooie ervan is dat er ook veel foto’s van de Minnertsgaaster Zoodsma’s bij elkaar zijn gebracht. Zo is er een mooi familiearchief ontstaan. Maar niet alleen de Zoodsma’s hebben mijn interesse, ook andere Minnertgaaster families zoek ik uit en probeer ook daarvan zoveel mogelijk portretfoto’s bij elkaar te brengen om de oud-bewoners in schrift en beeld digitaal vast te leggen voor het nageslacht. Zo werden mij een aantal jaren geleden een paar zeer oude foto’s toegestuurd van het echtpaar Dirk Algera en Gerritje Steensma en hun kinderen. Voor mij onbekende mensen; dus de digitale archieven maar induiken en kijken of we meer te weten kunnen komen over deze familiebanden met Minnertsga. Familie Algera Dirk Algera is in 1850 in Minnertsga geboren en Gerritje in 1849. Zij trouwden op 13 mei 1871 in de vroegere gemeente Barradeel. Zij kregen vijf kinderen: Sije, Lolle, een levenloos kindje, Trijntje en Pieter. Het is gezin is in 1892 naar Lisse vertrokken. Dirk is daar bloemistknecht geworden. Dirk was een zoon van Sije Dirks Algera (1818-1871) en Trijntje Jans Brok (1823-1866). Dirk had twee zusters: Siepkje (1851-1876) en Lewina (1854). Als we nog een generatie terug gaan dan komen we uit bij Dirk Sijes Algera (1788-1849) die getrouwd was met Luwina Reinderts Tolsma (1791-1868). Deze Dirk Sijes is geboren in Miedum of Lekkum en Luwina is geboren in Birdaard. Dirk Sijes is boer en naar alle waarschijnlijkheid heeft hij zijn boerenbedrijf op de pôle gehad aan de Hearewei en is toen de naam Dirk Sijes-pôle in de volksmond ontstaan. Dirk Sijes-tiltje Ter hoogte van Dirk Sijes-pôle lag vroeger een brug in de Hearewei. Onder de brug liep de opvaart vanaf de Ferniawei tot aan de Hoarnestreek. Deze brug is met de ruilverkaveling in de jaren ’70 van de vorige eeuw verwijderd en vervangen door een duiker onder de weg. Op een oude landkaart uit 1852 staat bij de brug de naam: Dirk Sijes-tiltje. Ik heb nog niet onderzoek gedaan naar het woonadres van Dirk Sijes Algera, maar 1 en 1 is twee. Het is erg aannemelijk dat Dirk Sijes Algera […]

De Bestimming van Minnertsga – Under de Toer

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Het Under de Toer theaterstuk van Minnertsga heet De Bestimming. Filmmaker en historicus Anne van Slageren is de initiatiefnemer van het stuk dat in en rondom de Meinardskerk gaat plaatsvinden in november van het feestjaar 2018. De Bestimming is een voorstelling waarin vooral de muziek van Minnertsgaaster Gert Oost een centrale rol zal spelen. Het stuk speelt in 1955. In dit jaar werd de door brand verwoeste Meinardskerk na 8 jaar renovatie weer in gebruik genomen. Een bijzondere gebeurtenis in het dorp Minnertsga die we meebeleven door de ogen van verschillende dorpsbewoners. Sybe Joostema, bekend van zijn grootse iepenloftspullen Nylsk fan Hermana, de Muze en Bauck, werkt nauw samen met Anne van Slageren om van De Bestimming een onvergetelijke theaterervaring te maken.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_video link=”https://www.youtube.com/watch?v=ln_jXP41WEE” align=”center”][/vc_column][/vc_row]

Brouwers Stalinrichtingen

In september 2000 heb ik een artikel geschreven over Brouwers Stalinrichtingen en dat toen is gepubliceerd in de Bildts Post. Het artikel is later door Reimer Rauwerda gebruikt is in een boekje dat bij zijn afscheid als directeur van Brouwers Stalinrichtingen is gepubliceerd. Nu ik toch wat met de Brouwers in de weer ben (zie het vorige verhaal) leek het mij goed om het artikel uit 2000 hier ook maar te publiceren. Als u uit de richting Marssum naar Leeuwarden rijdt en via het Europaplein, bij het FEC langs gaat, en dan over viaduct gaat, ziet u links beneden aan het spoor het bedrijf Brouwers Stalinrichtingen liggen. De naam Brouwers staat met grote letters bovenop het dak van het pand dus dat kan niet missen. Wat de meesten van u niet zullen weten, behalve sommige ouderen onder u, is dat de wortels van dit bedrijf liggen in Minnertsga. Aan de huidige Stasjonstrjitte in Minnertsga stond voor 1880 nog geen enkele woning. Omdat van het stationsgebouw ook nog geen sprake was werd deze weg de Langdyk genoemd. De eerste bebouwing die plaats vond was de boerderij aan de oostkant van de straat die omstreeks 1880 vermoedelijk in opdracht van Simon Lammerts Brouwers is gebouwd. Simon Lammerts was een zoon van de bekende Lammert IJsbrands Brouwers. Zijn naam is nog altijd verbonden aan het feit dat er op oudejaarsdag een uitdeling plaats vindt onder de weduwen van het dorp, het zgn. Brouwersfonds. Deze Lammert Brouwers had zes kinderen. Uit zijn eerste huwelijk met Tietje Freeks Dijkstra werd een kind geboren en uit het huwelijk met Akke Reisma werden vijf kinderen geboren. Simon werd uit het tweede huwelijk geboren op 29 november 1848 in Minnertsga en kreeg de handelsgeest van zijn vader mee. Simon werd koopman om de kost te verdienen en in 1877 trouwde hij op 28-jarige leeftijd met Nieskje Andries Nieuwland.  Nieskje haar ouders woonden in St. Annaparochie die daar een landbouwbedrijf hadden. De combinatie van handelsgeest en de kennis van de landbouw van zijn schoonvader zullen er wel toe geleid hebben dat het echtpaar een boerderij heeft laten bouwen aan de Stasjonstrjitte. De financiële middelen die nodig waren voor de bouw zullen wel geen probleem zijn geweest want vader Lammert (die een cichoreifabriek in Berlikum had) was goed vermogend. Ook aan de zijde van de familie Nieuwland zal wel geen gebrek aan geld zijn geweest. Binnen een jaar na de huwelijksvoltrekking werd bij Simon en Nieskje het eerste kind geboren. Later worden in het gezin nog vijf kinderen geboren waarvan er enkele op zeer jonge leeftijd zijn overleden. Akke, Andrieske en Lammert zijn de enige kinderen die in het gezin overbleven. Simon was bouwboer maar bleef zich vooral bezighouden met de bewerking van vlas. In de boerderij had hij daarvoor veel machines staan die daar uitermate geschikt voor waren. Zoon Lammert kon het kennelijk niet goed vinden om bij zijn vader te werken en verkoos om op 20-jarige leeftijd naar Amerika te gaan om daar eens te kijken en of […]

Hier ligt wat sterfelijk was

Een paar weken geleden reageerde Jacoba Brouwers op een verhaal op deze website over de Armenzorg en Lammert IJsbrands Brouwers. Via email raakte ik rechtstreeks in contact met Jacoba en daaruit volgde een alleraardigste mailwisseling. Zij attendeerde mij op IJsbrand Lammerts Brouwers (1837 – 1927) die met de Minnertsgaaster Jantje Taekeles Wiersma (1834 – 1916) getrouwd is geweest. Deze IJsbrand Lammerts Brouwers heeft aan de wieg gestaan van de oprichting van de Vrije Evangelische Gereformeerde Gemeente in Franeker. Hij was een broer van Simon Lammerts Brouwers die in Minnertsga aan de Stasjonstrjitte de boerderij heeft laten bouwen die onlangs is gesloopt. Dat is dan weer een reden om het verhaal van de Brouwers wat completer te maken en op onderzoek uit te gaan. Jacoba Brouwers schreef in haar mail dat op de algemene begraafplaats in Franeker een aantal Brouwers en aangetrouwden zijn begraven, maar dat er onlangs een aantal grafzerken waren geruimd. Ik kreeg foto’s van haar toegestuurd van vier grafzerken toen deze nog op het graf stonden op de algemene begraafplaats. Vrijwel onleesbaar! Na verwijdering van de grafzerken heeft zij deze laten schoonmaken door de steenhouwer en naar haar woonplaats laten vervoeren. Deze week kreeg ik van haar opnieuw foto’s van de vier grafzerken, die nu schoongemaakt en weer goed leesbaar zijn. Op een van de grafzerken staan twee dezelfde namen van twee kinderen uit het huwelijk van Lammert IJsbrand Brouwer en Eelke Edens met een mooie tekst die begint met : ‘Hier ligt wat sterfelijk was van Anna L. Brouwers geb. 1 febr. 1890, overl. 3 april 1897 en van Anna L. Brouwers, geb. 24 mei 1898, overl. 10 oct. 1901 Twee kleine paarlen / Aan des Heilands kroon. Eens zien wij ze weer / Voor des Heeren troon. Het Lam zal hen weiden’. De andere grafzerken stonden op de graven van het echtpaar Brouwers – Wiersma, het echtpaar Brouwers – Edens en Marinus L. Brouwers. Dankzij de inzet van Jacoba Brouwers blijven deze oude historische grafzerken bewaard. Door de interesse van Jacoba in de Brouwers-familie, hebben we de nodige gegevens uitgewisseld. Zij vertelde dat IJsbrand Lammerts Brouwer op 90-jarige leeftijd – hij was toen 50 jaar kerkvoogd – in januari 1927 de eerste steen heeft gelegd van een nieuw pand van de Vrije Evangelische Gereformeerde Gemeente aan het Noord ZZ 43 in Franeker. Een gedenksteen van dit gebeuren zit nog in de oostgevel van het pand. Zij vertelde ook dat op initiatief van IJsbrand Lammerts een brug is gebouwd in Franeker aan de Zuiderkade. Aan de brug is een naambordjes bevestigd met Brouwersbrug. – klik hier- om de brug in Google Street View te bekijken. IJsbrand Lammerts is twee maanden nadat hij de eerste steen had gelegd van het pand van de Vrije Evangelische Gereformeerde Gemeente, overleden. Hij behoorde, net als zijn vader die een jaar ouder werd, tot de leeftijdsgroep van de zeer sterken. In de Leeuwarder courant van 31 maart 1927 staat de volgende oproep: ‘Ieder die iets te vorderen heeft van of verschuldigd is […]