De verdwenen korenmolen van Minnertsga

Tijdens de kuiertocht “Slach troch it doarp” op vrijdagmiddag 30 juni 2017, kwamen we ook op de hoek Stasjonstrjitte en Langedyk. Daar heeft aan het eind van de Molendijk de koren- en pelmolen De Welkomst gestaan. Het was eenzelfde vrijdagmiddag, maar dan 20 april 1888, toen er een hevig onweer losbarstte boven onze provincie. Op veel plaatsen in de provincie sloeg de bliksem in waardoor brand ontstond. In Damwoude sloeg de bliksem in een molen die volledig door brand werd verwoest. En dat gebeurde ook met de molen van Auke Koning in Minnertsga. De molen, met de opslag van graan en losse goederen, stond in een ogenblik in lichterlaaie en was in korte tijd in een puinhoop veranderd. Met het opruimen van wat krantenknipsel kwam ik onderstaand bericht tegen wat hier op Minnertsga vroeger niet mag ontbreken. Het bericht dateert van 28 januari 1969 en is geschreven door J.G. de Boer uit St. Jacobiparochie. De reeds jaren verdwenen korenmolen van Minnertsga, was afkomstig uit Leeuwarden. Die overplaatsing geschiedde toen Minnertsga zonder molen was komen te zitten omdat de voorganger tijdens een onweer door de bliksem was getroffen en afgebrand. Eén der molenaars die de molens hebben bemalen, heette Koning. Hij richtte de molen destijds in als pelmolen hetgeen voor die tijd zeker heel vooruitstrevend was. Werd de gort vroeger meestal los verkocht, molenaar Koning leverde ze ook verpakt in papieren zakjes van een halve of hele kilo. Toen ik in de dertiger jaren eens in de molen kwam stond er nog altijd een paktafel met enige gele papieren zakjes waarop gedrukt stond: “Koning’s gort”. Die waren van het begin van deze eeuw, in elk geval van vóór 1910 want in dat jaar had de molen weer een andere eigenaar, een zekere Knol. Dat was in mijn jeugdjaren. Knol is op de molen oud geworden, maar met hem ook de molen, want de zaak verliep en de molen kwam in verval. Lange tijd heeft de molen met één roede gestaan. Toch is later weer wat opgeknapt en is er nog weer graan mee gemalen. Dat was in de jaren na 1930 toen de graanprijzen abnormaal laag waren. Op de gemengde bedrijven werd bij ons toen veel van het verbouwde graan aan het vee gevoerd. De molen werd toen gehuurd door Sieds Hogerhuis, een molenaarsknecht. Hij liet een gebruikte roede komen van een molen uit Marrum (Fr.) waarop hij ook knecht was geweest. De roede, die zelfzwichting had, miste nogal wat kleppen, maar ja. Hogerhuis zat ook niet al te ruim bij kas en dan valt het niet mee om een molen, die al afgetakeld is, weer helemaal in orde te brengen. In de jaren dat ik boer was, heb ik nogal veel graan op deze molen laten malen. Ik herinner me nog, dat ik voor een partij goed houdbare haver niet meer dan zes cent per kilo kon krijgen. We hebben het op de zolder gebracht en het is allemaal tussen de stenen doorgegaan en door de koeienmaag! In die tijd […]
Geluid geroofde kerkklokken WOII weer te horen

Volgens mij was het in 2015 toen ik in Minnertsga een verhaal voor de Stichting Welzijn Ouderen heb gehouden over Minnertsga vroeger en de vroegere bewoners. Na afloop kwam Neno Plat bij mij en vroeg of ik na afloop even bij hem langs wou komen. Hij wilde mij wat laten zien. Bij Neno thuis, liet hij mij een paar oude bakelieten 78-toeren grammofoonplaten zien waarop het geluid van de oude torenklokken zou moeten staan met de stem van Sijbe Reins Faber (1893-1968) die toen kerkvoogd was. De vraag van Neno was of ik ook kans zag om het geluid van deze oude platen hoorbaar te maken. We waren beiden erg nieuwsgierig wat we dan te horen zouden krijgen. Thuis heb ik een apparaat dat grammofoonplaten en cassettebandjes kan digitaliseren, dus het zou geen probleem moeten zijn het geluid over te zetten naar een bestand dat we met de moderne apparatuur kunnen beluisteren. De grammofoonplaten bleken behoorlijk beschadigd te zijn of ze zijn grijs gedraaid. Het geluid is miserabel en eigenlijk niet om aan te horen. Maar tussen de krassen en de kraken door waren de klokken te horen en ook de stem van Sijbe Reins Faber klonk door de luidsprekers. Met speciale software heb ik het geluid op kunnen poetsen en nu is er een mooi geluidsbestand van gemaakt. Als eerste is de stem van Sijbe Reins Faber te horen die de volgende zinnen zegt: Op dizze stille maaitiidsjûn, de jûn fan 17 maart 1943, op it ein fan de Bidstond foar it gewas, litte wy dizze stimmen fan ús klokken fêst lizze, ta in oantinken foar dy nei ús komme. Us klokken falle oan de offer fan it oarlochsgeweld; God wês ús genedich! We weten nu overduidelijk waarom deze grammofoonplaten zijn gemaakt. Opeisen klokken Het opeisen van klokken is een gebruik dat als minstens tot het begin van de 15e eeuw teruggaat. Het is niet zo verwonderlijk dat kerkklokken ten tijde van oorlog werden opgeëist. Het brons was dan vooral nodig voor het gieten van kanonnen, hoewel het brosse klokkenbrons in de geschutgieterij niet zondermeer bruikbaar was. Schattingen gaan ervan uit dat in de Eerste Wereldoorlog rond 65.000 klokken werden omgesmolten, in de Tweede Wereldoorlog rond 45.000 uit Duitsland en uit de bezette gebieden nog eens 35.000. In de Tweede Wereldoorlog classificeerde de Nationaal-Socialistische regering klokken in de typen A, B, C en D. De typen C en D vielen onder historisch waardevolle klokken, terwijl de typen A en B onmiddellijk moesten worden afgegeven. Het klokkentype C was twijfelachtig en bleef in een soort wachtpositie. Het klokkentype D was beschermd. Er werden echter ook tal van historisch waardevolle klokken van het type D uit kerktorens gehaald door fanatieke burgemeesters die nog steeds geloofden in een eindoverwinning. In de Eerste Wereldoorlog werden in België de klokken willekeurig uit de kerktorens gehaald en op de zogenaamde klokkenkerkhoven ingezameld. In Nederland kwam de adjunct-Rijksinspecteur Kunstbescherming J.W. Janzen in 1946 tot de conclusie, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog ongeveer 4793 klokken (gewicht […]
Oorlogsjaren op de Miedleane IV

Onderduikers en evacuees Door Jelle Feenstra, april 2017 In de eerste drie delen heb ik al aantal onderduikers beschreven die tijdens de oorlog waren ondergedoken op de Miedleane. Ik heb […]
Sipke Zoodsma in WOII gered door een SS-er

In het boek Net fergjitte . . . Niet fergete, staan verhalen over de Tweede Wereldoorlog die opgetekend zijn door schrijvers Andries Bosma en Harrie Dijkstra. De verhalen en gebeurtenissen spelen zich af in de gemeente Menaldumadeel en Het Bildt. Een van die verhalen mag op deze website Minnertsga vroeger niet ontbreken. Daarom is contact gezocht met de uitgever die geen bezwaar had op publicatie. [1 maart 2021 schreef auteur Harrie Dijkstra in een reactie over deze publicatie: Fijn dat dit verhaal is geplaatst, hoe meer lezers des te beter. Niet vergeten begint bij het weten . . . ] Sipke Zoodsma (1921-2010) uit Minnertsga werkt als knecht op de boerderij van zijn oom wanneer de oorlog begint. Onopzettelijk raakt hij betrokken bij illegale activiteiten. Hij helpt mee om een neergestorte Engelse piloot uit handen van de vijand te houden door hem naar het havengebied in Harlingen te brengen. Gezien zijn leeftijd moet ook Sipke zich verstoppen om te ontkomen aan de verplichte en verfoeide arbeidsinzet. Op een hooizolder is ergens achteraan van karton een kamertje gemaakt, waarin Sipke met een latere zwager en een neef slapen en zich zo nodig verstoppen. Zo ook op een avond in december 1944. Duitsers komen het erf op. Het drietal maakt zich uit de voeten en kruipt weg in het kamertje onder het hooi. Onmiddellijk lopen de Vijanden naar de plek waar nog geen minuut geleden de ladder stond. Op de hooizolder geklommen speuren ze net zo lang tot ze de onderduikers vinden. Vervolgens gaan ze op de zolder van het woonhuis zoeken naar een verstopte radio, die tamelijk snel wordt gevonden. Omdat de Duitsers weten waar ze moeten zoeken, is het voor Sipke duidelijk een zaak van verraad geweest. Hij heeft een sterk vermoeden welke mensen de boel hebben verraden, maar hij heeft het nooit gezegd en zal dat ook niet doen. In de eerste plaats heeft hij alleen maar vermoedens en bovendien zijn de personen in kwestie reeds overleden. In de ‘pôletax’, een luxeauto getrokken door twee paarden, worden de gesnapte mannen afgevoerd naar de marechausseekazerne in Sint Annaparochie. Ze worden met z’n tienen in een eenpersoons cel gestopt. De volgende dag worden ze per paard en wagen van de firma Bijlsma via de Súdhoek naar Leeuwarden gebracht. Wanneer Johannes Bijlsma iets langzamer gaat rijden, probeert Zoodsma te vluchten. Maar als een kwartet Duitse geweren in zijn richting schiet volgt hij het bevel op om te blijven staan. De consequentie is dat iedereen in het Huis van Bewaring opgesloten wordt, maar Sipke voor een verhoor naar de Sicherheits Dienst moet die op het Zaailand huis houdt. Hij wordt in een ‘zweethokje’ gestopt en eerst na lange tijd voorgeleid. Vragen over onderduikers en radio’s beantwoordt Sipke schouderophalend om duidelijk te maken dat hij zijn ondervragers niet ‘verstaat’. Zijn onnozelheid heeft tot gevolg dat hij meerdere keren die dag op hardhandige Wijze weer in het ‘zweethokje’ verdwijnt. Aan het eind van die dag wordt hij naar de gevangenis teruggebracht. Twee dagen later vindt […]
Arjen Lubach en zijn relatie met Minnertsga

Arjen Lubach (Groningen, 22 oktober 1979) is, voor diegene die dan niet weten, schrijver, cabaretier, muziekproducent en televisiepresentator. Hij is vooral bekend om zijn wekelijks televisieprogramma “Zondag met Lubach” bij de VPRO. Deze week kreeg ik van Piety Groeneveld (âld-Minnertsgeaster) een email waarin zij opmerkte dat Arjen Lubach zijn voorouders ook van Minnertsga afkomstig zijn. Hoe zit dat precies? Arjen is een zoon van Prof. mr. Dr. Dirk Arend Lubach (Zuilen, 1948) en Sjoukje Hadewij Reijenga (Franeker, 1949). Hij heeft een oudere broer Rense en een jongere broer Joost. De grootouders van vaderskant waren Arend Lubach (1921-2008) en Jiske Norbruis (1918-2013). Arjen zijn grootmoeder Jiske was een dochter van Obbe Norbruis en Trijntje Keegstra. Obbe is dus de overgrootvader van Arjen. Obbe is geboren op 28 februari 1895 in Minnertsga als zoon van Jan Norbruis en Gaatske de Roos. Hij was burgemeester van de gemeente Schoonbeek in Drenthe en de gemeente Zuilen in de provincie Utrecht. Op 1 januari 1954 kwam er een eind aan zijn loopbaan als burgemeester, doordat de gemeente Zuilen opging in Utrecht en Maarssen. Hierna was hij gedurende vijf jaar adviseur van de Utrechtse burgemeester. Ook werd hij voorzitter van het Instituut Ziektekosten Ambtenaren en van het bestuur van de brandweerschool in Amsterdam. Arjen Lubach zijn overgrootvader kwam uit een, wat tegenwoordig wordt genoemd, samengesteld gezin. Arjen zijn betovergrootvader Jan Norbruis (1858-1929) is in Minnertsga geboren en was eerst getrouwd met Luutske Roorda (1855-1893). Zij kregen drie kinderen: Theunis (1883), Bottje (1885) en Imke (1889-1891). Luutske overleed 0p 15 juli 1893. Daarna trouwde Jan Norbruis met Gaatske de Roos (1866-1942). Zij kregen toen nog twee kinderen: Obbe, de overgrootvader van Arjen Lubach, en Imke (1897). De betovergrootouders van Arjen Lubach liggen begraven op het kerkhof in Minnertsga. Voor zover ik weet is de grafzerk er niet meer, maar in 1997 heb ik veel foto’s van grafzerken gemaakt waaronder die van, nu blijkt, Arjen Lubach zijn betovergrootouders. De foto’s staan ook in de beeldbank. Bron: Wikipedia (https://nl.wikipedia.org/wiki/Arjen_Lubach); bekeken 01-04-2017 Wikipedia (https://nl.wikipedia.org/wiki/Obbe_Norbruis); bekeken 01-04-2017
Landarbeiders ontvangen eerste pensioenuitkering (1949)

Onlangs kreeg ik een knipsel over de nieuwe pensioenuitkering voor de landarbeiders. Maar nu met een paar prachtige foto’s erbij waardoor het weer een mooie aanvulling is voor het digitale archief van Minnertsga. Als ik het gebruikte lettertype bekijk dan denk ik dat het een artikel is uit het weekblad De Spiegel. Dat was een weekblad van christelijke grondslag dat vanaf 1906 werd uitgegeven. Dit artikel is uit november 1949. Op 31 januari 2015 heb ik een verhaal geplaatst met de titel: Eerste uitkering weduwen- en wezenpensioen aan T. Visbeek-Vrieswijk. Dat speelde zich af op 8 november 1949 en gaat dus over dezelfde aangelegenheid. Onderstaand het artikel dat is overgenomen van het knipsel uit De Spiegel. In het hart van Friesland akkerbouwgebied vond deze dagen een onvermoeide, hardnekkige strijd van meer dan een halve eeuw een heerlijke bekroning. Velen onder onze oudere lezers zullen zich de treurige toestand nog herinneren, waarin zich, omstreeks de eeuwwisseling, herinneren landbouwersgezinnen bevonden. Het was geen zeldzaamheid, dat een landarbeider der Zaterdags, na een onmenselijk lange werkweek van 60 en meer uren, thuiskwam met een weekloon van nog geen zes gulden. Jongens van 10, meermalen zelfs 9 jaar, werden van school genomen om landarbeid te verrichten, tegen een beloning van 2cent per uur. Werkdagen van 12 uren waren voor deze kinderen gewoon. Het was echter bittere noodzaak. Hoe kon, zelf in de “goedkope” tijd, een gezin met vijf of zes kinderen, rondkomen van zes gulden per week? Geen wonder was het dan ook, dat herhaaldelijk stakingen uitbraken, waarvan de meeste weinig of geen resultaat opleverden. Langzamerhand echte begonnen de arbeiders de noodzakelijkheid van een krachtige organisatie in te zien en het is de Nederlands Landarbeidersbond geweest, die voor deze mensen een belangrijke lotsverbetering heeft weten te bevechten. Een van de eisen der arbeiders was het verkrijgen van een recht op pensioen op 65-jarige leeftijd. Ook hiervoor is strijd gevoerd, doch door taai volhouden en beter begrip bij de boeren is het er eindelijk toch van gekomen. Op 1 mei 1947 trad het Landbouwpensioenfonds in werking en dezer dagen konden dan eindelijk de eerste pensioenen aan oude landarbeiders en weduwen van overleden arbeiders worden uitbetaald, met terugwerkende kracht tot genoemde datum. Deze uitbetaling geschiedde aan 19 arbeiders en 3 weduwen en de bedragen, welke werden uitgekeerd, varieerden van ƒ 175,39 tot ƒ 811,27. Kunt u zich voorstellen, lezer, welk een vreugde er in deze dagen in deze gezinnen heerst? Verschillende van de gepensioneerden werken nog op het land, “omdat de tijden zo duur zijn”. Wat zij daarmee verdienen, wordt hun door het Pensioenfonds niet gekort. “En och, mijnheer,” zei ons een hunner, die we in Minnertsga opzochten: “eigenlijk voel ik me nog te fit, om een gehele dag met nietsdoen thuis te zitten. Ik heb nooit anders gedaan dan werken; een paar jaartjes langer komt er ook niet op aan”. Ja, het zijn stoere kerels, die oude “bodders” van de Friese klei, al zijn hun ruggen ook langzamerhand gekromd. Zij hebben thans weer nieuw moed gekregen, […]
Lucas Hannema (1891-1973) bariton – muziekleraar – entertainer

Als je zingt dan ben je rijk en gelukkig tegelijk ‘It Heitelân’, ‘De Mounlersdochter’ en het Fries volkslied zijn enkele liederen die Lucas Hannema heeft ingezongen op 78-toeren grammofoonplaten. Voor zover bekend, heeft hij een zestal van deze 78-toerenplaten gemaakt op het platenlabel Columbia Records. Het Amerikaanse Columbia Records is een van de oudste namen van platenmaatschappijen in de muziekwereld en bestaat al sinds 1888. Over die platenmaatschappij is veel bekend, maar wie was nu eigenlijk Lucas Hannema? Dat we hier met een geboren Fries hebben te maken, mag duidelijk zijn, want al zijn liederen die op grammofoonplaten zijn uitgekomen zijn Friestalig. Lucas Hannema heeft zijn jeugd doorgebracht in Minnertsga, een dorp ten noordwesten van Leeuwarden vlakbij de Waddenzee. De overeenkomst tussen Lucas Hannema en de auteur van dit artikel is dat zij allebei hun jeugd in Minnertsga hebben doorgebracht, maar wel met een tijdsverschil van meer dan zestig jaar. Minnertsga 1891 Eind november 1890 ging de wind uit het noordoosten waaien en dat was het begin van een uitzonderlijke strenge winter. In januari 1891 was de temperatuur nog ver onder het vriespunt met uitschieters van -12 C. De havenkom in het dorp Minnertsga lag bedekt met een dikke laag ijs en de beurtschippers lagen er vastgevroren en konden geen kant op. Uit de kachelpijpen op de boten en uit de schoorstenen van de huizen kwam veel rook want er werd flink gestookt om het een beetje warm te krijgen. Vlakbij de havenkom stond de woning waarin Dirk Petrus Hannema en zijn vrouw Aukje Johannes Schotanus en de kinderen: Luutske, Petrus en Johannes in die tijd wonen. Het is in deze koude dagen dat Aukje hoogzwanger is van haar vierde kind dat op 14 februari 1891 werd geboren. Hij kreeg de naam Lucas en groeide op in Minnertsga waar zijn vader koopman was in onder ander vlas dat hij exporteerde naar Engeland. Lucas, die enigszins mank liep, had een prachtige baritonstem en had gevoel voor muziek maar ook voor komiek. Opleiding Wellicht door de contacten die zijn vader had in Engeland, heeft Lucas drie jaar een klassieke- en zangopleiding gevolgd aan de Blackwall-Academie in London. In april 1917 werd hij inwoner van Franeker en op 16 augustus dat jaar trouwde hij met Aafje Dral. Lucas en Aafje kregen twee kinderen: Auke Marie (1921) en Dirk Petrus (1926). In Franeker begon Lucas met het lesgeven in zang- en spraaklessen. Lucas had zijn tijd mee want er was in die tijd in de muziekwereld behoefte aan goede zangers én dat terwijl de radio nog geen algemeen goed was voor de gewone burger. Van Franeker verhuisde hij naar Leeuwarden en woonde daar onder ander in de Camminghastraat, Claes Bockesstraat en op De Ruyterweg. In juni 1925 verscheen in de Leeuwarder Courant de eerste reclame advertentie van Lucas waarin hij zich aanbood om solo-lessen te geven en zangkoren op te leiden. Later zouden er nog vele van dergelijke advertenties volgen met het aanbieden […]
Foto’s Muller – Wetterauw – Hibma (vervolg)

Als je met zoveel foto’s in de weer bent dan is het zaak om al die foto’s goed te documenteren: beschrijven wie er op staan, waar is de foto gemaakt en op welke datum, en wie heeft de foto ingestuurd en waar is bijvoorbeeld en origineel van de foto te vinden. Dat kost veel tijd maar alleen op die manier kunt je foto’s makkelijk en eenvoudig terugvinden. De foto’s die in de beeldbank staan van Minnertsga vroeger, zijn goed gedocumenteerd. Maar er staan bij mij ook nog veel foto’s op de harde schijf die summier zijn beschreven. Met die foto’s worden nu ook vorderingen gemaakt en zullen ook nog in de beeldbank worden geplaatst. Sinds vorig jaar maak ik ook gebruik van een computer programma dat gezichten kan herkennen. Zo laat het programma foto’s zien op het scherm met overeenkomstige gezichten. Dat is mooi want op die manier kun je nog meer foto’s nauwkeurige documenteren. Zo werden door het programma ook deze twee foto’s geselecteerd. De gezichten op de foto’s in het vorige verhaal over Muller, Wetterauw en Hibma, had ik aangemerkt met de namen en even later toonde het programma deze twee foto’s met naamsuggestie. En warempel, duidelijke herkenbaarheid. De persoon rechts werd door het programma herkend als Jacob Muller (1876-1945). De gelijkenis is overduidelijk. De man en vrouw in het midden zijn naar alle waarschijnlijkheid zijn ouders Johannes Hendriks Muller (1850-1927) en Jetske Johannes Schotanus (1848-1925). De jonge dame rechts zou Jacob zijn jongste zuster Pietje (1889-1950) kunnen zijn. Op de andere foto werden Hendrik Muller en Sijbrigje Wetterauw herkend door het programma omdat de gezichten van die twee mensen ook al in de database zaten. Het is het gezin van Hendrik Muller (1871-1953) en Sijbrigje Wetterauw (1871-1949) met hun kinderen Pietje (1904-1984) en Johannes (1910-1990). Met behulp van het computer programma hebben zijn nu ook deze twee foto’s gedocumenteerd.
Foto’s Muller – Wetterauw – Hibma

Van de familie Muller en Mulder had ik al eens wat familiegegevens bij elkaar gezocht om ook die familie en de onderlinge familiebanden in beeld te brengen. Bij het uitzoeken kwam ik ook de namen van Jacob (Jabik) Muller en Heintje tegen. Wij woonden vroeger aan de noordzijde van de Meinardskerk naast Loepke en Wiepkje Visser-Posthumus en daarnaast woonde toen ‘âlde Heintsje’ zoals zij door mijn ouders werd genoemd. De naam âlde Heintsje werd regelmatig uitgesproken bij ons thuis en bij de buren. Ik kan mij herinneren dat ik als bûkemantsje wel een paar keer met mijn moeder bij âlde Heintsje in de woonkamer ben geweest. Daarom had ik ook wel een beeld van haar in mijn gedachten maar ik was van haar nog geen foto’s tegengekomen. Dat veranderde een paar weken geleden toen Neno Plat uit Minnertsga mijn een paar prachtige foto’s toestuurde van de familie Muller. Bij de foto’s zaten ook een paar waar âlde Heintsje op staat en zelfs ook nog een foto waar zij met haar man op staat die ik overigens niet gekend heb omdat die al in 1945 was overleden. Omdat ik mij zoveel bij het uitzoeken van de families zoveel mogelijk beperk tot de Minnertsgaasters die er zijn geboren en/of overleden of die er gewoond hebben, zijn de families niet helemaal compleet. Sommige families hebben nog een heel voor- en nageslacht dat dan eigenlijk buiten de kaders valt van Minnertsga vroeger. Dat is ook het geval met de familie Muller, die zoals het nu lijkt, voor 1862 nog niet in Minnertsga voorkomt. We beginnen daarom bij Johannes Hendriks Muller die op 8 maart 1850 in Oosterbierum is geboren. Hij trouwde 20-jarige leeftijd op 29 oktober 1870 met de toen 21-jarige Jetske Johannes, dochter van Johannes Jacobus Schotanus en Tietje Kornelis Brok. Het echtpaar kwam in Minnertsga te wonen waar zij vier kinderen kregen (tekst n.a.v. reactie Ettie de jong aangepast). De oudste, Hendrik (1871-1953) trouwde met Sijbrigje Wetterauw (1871-1949). Zij kregen twee kinderen: Pietje (1904-1984) en Johannes (1910-1990). Van Hendrik Muller en Sijbrigje Wetterauw zat ook een foto die ik van Neno Plat kreeg. Het vierde kind uit het huwelijk van Johannes Hendriks Muller en Jetske Johannes Schotanus was Jacob (1876-1945). Hij is geboren en overleden in Minnertsga. Hij trad op 41-jarige leeftijd in het huwelijk met de toen 29-jarige Heintje Hibma (1889-1982). Voor zover mij bekend hebben zij geen kinderen gehad. Jacob (Jabik) en Heintje woonden in het hoekhuis van het rijtje eenkamer woningen aan de noordzijde van de Meinardskerk. Het was de eerste woning na de kapperszaak van Goffe Jensma. De foto waar Jabik en Heintje beide op staan is gemaakt voor het zijraam van de woning. Dit was overigens de enige woning met een zijraam. Daarnaast woonden Loepke Visser en Wiepkje Posthumus, dan Lieuwkje Meijer die haar woning een aantal jaren aan mijn ouders had verhuurd en daarnaast woonden Johanna Vis en Fokje de Bildt, twee vrijgezellen die ook elkaars nichten waren. Mooi dat in de beeldbank van Minnertsga vroeger, […]
Boerderij aan de Kromme Leane: Jelte-pleats of Eksterlust en bewoners

Om de feiten en/of gebeurtenissen beter te kunnen begrijpen is het makkelijker als die kunnen worden geplaatst in een entourage die met het oog nog waarneembaar zijn. Helaas, van deze boerderij is niets meer boven de grond waarneembaar en daardoor is het wat lastiger om een beeld te krijgen van de boerenplaats. Door de tand destijds is het laatste restant, het woonhuis, eind jaren 1970 uiteindelijk geheel afgebroken. De exacte plaats is echter nog wel te herkennen. Op de Kromme Leane, halverwege aan de noordkant van de weg, stond vroeger deze boerderij. Aan het eind van deze doodlopende weg is de Grienedyk. In het jaar 1640 staat de boerderij geregistreerd in het stemkohier als stemgerechtigde plaats nummer 38 en staat dan op naam van de erven van de heer Starkenburgh. Het recht om te stemmen was afhankelijk van het bezit dat men had in onroerende goederen. Zo had ook de heer Starkenburgh als eigenaar van deze boerderij met de bijbehorende landerijen het recht om te stemmen voor de Staatkundige ambten en binnen het dorp voor de kerkelijke ambten. Het bepalen van welke dominee werd beroepen en het benoemen van de kerkvoogden bijvoorbeeld; was dus een zaak voor een selecte groep zeer vermogende mensen. Vaak waren dit mensen die niets met het dorp hadden te maken en die door vererving bezittingen kregen in dorpen zoals Minnertsga. Een eerlijke manier van kiezen, via dit stemrecht, was het zeker niet. De boerderij werd in 1640 gehuurd door Claes Hiddes. Later is de boerderij in andere handen overgegaan. In 1700 is een zekere Westerhuys eigenaar. Huurder is dan Hidde Claesens die wellicht een zoon van de vorige huurder. De boerderij met de bijbehorende landerijen is dan 83 pondemaat groot en was daarmee een middelgrote boerderij in de omgeving van Minnertsga. Het is mogelijk dat de boerderij voor 1800 eigendom is geweest van de grietman Jan van Echten. Hij was grietman van de oude grietenij (gemeente) Barradeel en woonde op Klein Hermana. Baron Jan van Echten had veel bezittingen in en om het dorp en in de rest van de grietenij. Het bezit van meerdere stemplaatsen heeft hem in staat gesteld om grietman te worden en vooral te blijven. Op deze manier kon ook het ambt van grietman worden doorgegeven aan een familielid zonder dat de overige burgers van het dorp er ook maar enige invloed op kon uitoefenen. Via de dochter van Jan van Echten kwam de boerderij via vererving in handen van baron Carel Emilius Collot d’ Escury. Hij was met haar getrouwd en kreeg na het overlijden van zijn schoonvader het grietmanschap over de grietenij Barradeel toe bedeeld. Op 21 februari 1806 staat in de Leeuwarder Courant een advertentie van Collot d’ Escury waarin hij een aanbesteding bekend maakt voor het afbreken van twee boerderijen. Dat deze boerderij een van de twee is geweest is vrij aannemelijk. Het is bekend dat na afbraak van boerderijen er dikwijls een type Stelpboerderij voor in de plaats kwam. Van de stenen die vrij zijn gekomen […]