Kinderen Bierma op portret

In het begin van de jaren ’80 ben ik begonnen met mijn onderzoek naar de familiegeschiedenis van de Zoodsma’s en de Bouma’s. Later kwam daar het onderzoeken van de dorpsgeschiedenis van Minnertsga nog bij. In die tijd heb ik een keer een bezoek gebracht Gerrit Bierma (1911-1983) en zijn vrouw die toen in Heerenveen woonden. Gerrit zijn moeder was Jantje Zoodsma en die Jantje was een zuster Sipke Zoodsma, de ‘pake’ van mijn vrouw. Toen ik daar was kwamen de oude foto’s op tafel. Mijn bezoek heeft Gerrit Bierma toen kennelijk inspiratie gegeven om een verhaal in het Fries te schrijven over een van de foto’s die hij mij toen liet zien. Hij heeft zijn verhaal laten publiceren in de Leeuwarder Courant dat hieronder is overgenomen. Omdat niet iedereen de Friese taal kan lezen ben ik zo vrij geweest om het over te zetten in het Nederlands. De nieuwe hoed mocht ook op portret Het was in de zomer van 1914, vakantietijd, voor zover men in die dagen over vrije dagen kon beschikken. Onze muoike Aukje, een niet getrouwde zuster van onze vader, was bij ons te logeren en dan was het altijd groot feest. Zij was ergens in Holland dienstmeid bij, wat men toen zo noemde, grutte lju en kwam een paar keer per jaar terug naar de familie in Minnertsga. Mijn beppe [Red. Dirkje Pieters Bakker (1839-1917)] leefde toen nog. Zo gingen wij zeker een keer per jaar met muioke naar de stad dat dat was op zichzelf al een grote belevenis. Wij reisden dan met de tram en moesten helemaal naar de Mooie Paal toe lopen, maar dat hadden wij er graag voor over. Maar deze keer zouden mijn vader en moeder ook mee en dat was een bijzonder gebeuren., want wij gingen met paard en wagen. Mijn vader mocht het glêzen weintsje en het rijpaard van oom Sipke gebruiken. Oom Sipke had een voermanderij en met wel acht paarden. Dit mooie glazen koetsje noemden wij it trouwweintsje omdat het veel bij trouwerijen werd gebruikt. ’S ochtendsvroeg stonden wij al klaar en konden we haast niet wachten. Toen het dan zover was, kwamen de vrouwen achterin te zitten en de jongens mochten bij vader voorin. Het was goed weer en als het begon te regenen, dan konden wij de voeten onder het leren dekkleed steken. De zweep stond trots in de houder en wij voelden ons verbaasd. Onze vader vertelde allemaal bijzondere dingen van wat wij voorbijkwamen. Toen wij van Berlikum naar Beetgum reden, vertelde hij dat de Beetgumer toren langzaam maar zeker weg zou zakken achter een boerderij met een rieten dak. En dat gebeurde ook! Wij vonden dat vreemd en zeer bijzonder. In Beetgumermolen even aansteken, want het paard moest ook even zijn ontspanning hebben in de Trochreed daar. Na twintig minuten konden we weer verder en een goed uur later waren wij in Leeuwarden. Het paard kwam op stal bij Jongma bij de Vrouwenpoortsbrug. Het glazenkoetsje bleef buiten staan. Toen wij in de jachtweide […]
Reacties op foto’s

Het is zomertijd en dat is een van de redenen dat ik te weinig aandacht heb besteed aan de website Minnertsga Vroeger. Maar reacties komen er wel binnen en ik ben gewend om daar vrijwel direct op te reageren of er wat mee te doen. Dat is er dus wat bij gebleven. Ik probeer dat nu goed te maken want het is ontzettend belangrijk dat bezoekers van de website mij helpen om bijvoorbeeld de juiste namen bij de personen van foto’s te krijgen. Naar aanleiding van het vorige artikel over onder andere de foto van de groep dames die in de dierentuin van Emmen op de foto waren gezet, reageerde John Bergsma vanuit Canada. John herkende zijn moeder op de foto waar wij van dachten dat het mevrouw Moolhuizen was. Maar het is dus de vrouw van meester Bergsma. Atze Jan Bergsma was de hoofdmeester van de Christelijke Lagere School in Minnertsga. Zijn vrouw, de moeder van John, heette Antje Jelsma (25-02-1899 Goïngarijp). Het echtpaar kreeg twee kinderen: Baukje en Jan (John). John stuurde mij na een mailwisseling nog een paar prachtige foto’s. Een van de foto’s is gemaakt tijdens een kerkdienst en is genomen voor de grote brand van de kerk. In de ‘bank met het dakje’ zit rechts John zijn vader en voor hem, op de stoel, zit zijn moeder. De mannen en vrouwen zaten vroeger apart in de kerk. Geert Rolf stuurde mij een foto van Haerda-state. Deze woning staat aan de W. Binnemaleane op de hoek met de Sixma van Andlawei. De foto is gemaakt in 1966 toen de familie Rolf uit Amsterdam er woonde. Ik had nog niet eerder een foto van Haerda-state gezien in zo’n mooie open ruimte. Het ziet er nu allemaal heel anders uit. In de beeldbank staan een aantal foto’s van onbekend personen. Op een van de foto’s staat een jonge dame met op de achtergrond een rij huizen. Tine Zijlstra-Jeltema herkende haar moeder in deze dame. Haar moeder, Wietske de Haan, werd geboren in Wier en trouwde later met Hartog Jeltema uit Minnertsga. Het echtpaar kreeg twee kinderen: Tine en Jan. De foto kwam bij Jelle Feenstra vandaan en wij waren erg nieuwsgierig wie de onbekend dame zou zijn. Ik had de foto begin dit jaar op een lezing in Minnertsga laten zien, maar daar was niemand die de dame herkende. Wij zijn tige bliid dat we bij deze foto ook de juiste naam hebben. Piet Groeneveld reageerde op de foto van de melkboer Stalling. De man links op de foto is niet Hein Stellingwerf, maar Folkert Stellingwerf de zwager van Jan Stallinga. Frank Meester herkende zijn open en oma, Aize de Roos (1878-1972) en Aardina van Mourik (1878-1939) op een foto in de beeldbank. De foto’s die mij zijn toegestuurd worden ook in de beeldbank geplaats en daar waar nodig worden teksten aangepast. Hartelijk voor alle reacties en dat er moeite is gedaan om foto’s naar Minnertsga Vroeger toe te sturen.
Âlde beppes in Emmen, Hegebuorren en Scheltingawei

Deze keer geen verhaal over een bepaald onderwerp maar over een paar verschillende onderwerpen. Er liggen overigens wel een paar verhalen die bijna klaar zijn, maar hier en daar moet ik nog wat uitzoeken. Maar dat blijft er een beetje bij in deze tijd, dat het buiten ook goed vertoeven is. Deze week stuurde Douwe Bosgra mij een hele mooie foto van zijn geboortehuis aan de Hegebuorren nummer 46. Douwe merkt terecht op in zijn bericht dat er van deze woning en de andere naastgelegen woningen in dit buurtje van de Hegebuorren bijna geen foto’s zijn. De foto is volgens Douwe begin 1969 genomen. De woning stond toen op de nominatie om gesloopt te worden om ruimte te maken voor de doorgang naar de nieuwe straat De Kamp en de Vikarijbuorren. Deze woning maakte toen deel uit van een rijtje van drie. Rechts van deze woning woonden Piet en Berber de Vries met hun gezin en links van de woning de familie Dirksma. De familie Bosgra is op 8 mei 1969 van de Hegebuorren naar de Stasjonstrjitte verhuisd, naar het oude postkantoor. Het oude postkantoor stond leeg omdat de bewoonster, Jetske Vis, in februari 1969 was overleden. Mooi dat Douwe mij deze foto heeft gestuurd. Zo is er weer een stukje van de geschiedenis van Minnertsga zichtbaar geworden. Als er lezers zijn die ook nog foto’s van dit stukje Minnertsga in hun bezit hebben; dan zou ik dat graag willen weten. Dan kunnen die foto’s ook een plaats krijgen op Minnertsga vroeger. Van Maryole de Beer kreeg ik een vraag of ik ook kon vertellen in welk jaar het pand Scheltingawei 1 is gebouwd. Op de kadastrale kaart uit 1889 is te zien dat op het perceel 405 nog geen bebouwing is. Op een kaart in de topografische atlas van 1926 – 1936 lijkt het erop dat er bebouwing staat. En dat komt volgens mij ook wel overeen met een foto die ik heb en die van de toren afgenomen is. Met het vergrootglas erboven lijkt het of de betreffende woning door de bomen heen kiepert. Die foto is vlak voor de WOII gemaakt. De woning is dus gebouwd tussen periode tussen 1926 en 1940. Een onderzoek bij het Kadaster zal concreter informatie opleveren. Op de website Friesland op de kaart is heel mooi te zien hoe oude topografische kaarten over het de huidige Google luchtfoto’s zijn gelegd. Dat geeft een mooi beeld van de veranderingen in de tijd. Zie bijvoorbeeld: http://www.frieslandopdekaart.nl/kaarten/googlemaps/154/ Al een hele tijd ben ik in het bezit van een foto van een groep âlde beppes die een bezoek brachten aan de dierentuin in Emmen. Het is een prachtige foto en al die beppes staan en zitten er maar parmantig voor. Er waren al een aantal namen bekend, maar er ontbraken ook nog een paar. Ik had een hele tijd terug een kopie van de foto naar muoike Trijntje Zwart-Post gestuurd met de vraag of muoike ook nog personen herkende. Afgelopen vrijdag heb ik haar […]
Scholieren Minnertsga maken film over eigen dorp

Wat is Haerda vroeger geweest? Gerrit Bouma en Albert Cuperus wisten het de kinderen uit groep 6, 7 en 8 van OBS De Lytse Terp uit Minnertsga te vertellen: het landschap is door de eeuwen heen voortdurend veranderd, vroeger waren hier een paar mooie states, een heuse haven, waarom is de dijk hier gebouwd en zo meer. Ze deden dit in het kader van het project Landelijk Veranderlijk, over hoe je je eigen omgeving kunt lezen als een geschiedenis boek. Met het educatieve filmproject Landelijk Veranderlijk wil Stichting TOF Media kinderen beter bekend maken met cultuur en historie in hun eigen omgeving. Het valt kinderen niet altijd op, maar ieder landschap heeft zijn eigen geschiedenis. Het project wordt de komende twee jaar op tien scholen in de drie noordelijke provincies uitgevoerd. In Landelijk Veranderlijk gaan kinderen zelf op zoek in hun eigen buurt naar plekken die zij bijzonder vinden. Ze leggen hun vondsten vast op fotocamera. Medewerkers van de stichting benaderen vervolgens mensen, die meer over de gekozen onderwerpen kunnen vertellen. Er wordt hierbij contact gezocht met experts die zelf bijvoorbeeld woonachtig zijn of waren op de betreffende plek. Deze experts weten veel te vertellen over vroeger. En dan blijkt al snel dat het landschap eigenlijk altijd aan verandering onderhevig is. Uiteindelijk maken de leerlingen een film, die bestaat uit interviews met de experts, beelden van de bijzondere plekken en foto’s Daarnaast creëren de kinderen een reconstructie van de verhalen van de experts. Ze maken hierbij gebruik van zelfgemaakte animaties. Ook verbeelden ze hun toekomstvisie van de omgeving van Minnertsga in de vorm van maquettes. Het project wordt afgerond met een expositie en de première van de gemaakte documentaire. Voor de leerlingen het hoogtepunt van het project, tenslotte zijn ze weken bezig geweest met de geschiedenis van Minnertsga en omgeving. Reden om met mooie kleren over de rode loper te verschijnen! Dit vindt plaats op donderdag 23 juni om 19.00 uur in het dorpshuis van Minnertsga in De Doarpsfinne. Tijdens deze première wordt ook de expositie geopend met foto’s van de kinderen en hun tijdens het project gemaakte toekomstbeelden. De openingshandeling wordt verricht door wethouder Nel Haarsma. Iedereen uit het dorp is welkom. De film en de making of van het project zijn terug te zien op de site landelijkveranderlijk.nl.
‘Geuzen’ vielen Minnertsga binnen

Op de Facebookpagina van de Oud Barradeel staat een foto die Renske de Vries heeft ingestuurd. Op de foto veel mensen die gekostumeerd zijn in kleding die niet past bij de tijd waarop de foto is genomen. De foto is vroeger gemaakt in Minnertsga en er werd gevraagd of er ook iemand was die meer kon vertellen over de gebeurtenis. Dezelfde foto heb ik ook in bezit en aan de hand van mijn aantekeningen heb ik gereageerd op het bericht op Facebook. Vervolgens kreeg ik nog een paar foto’s van diezelfde gebeurtenis die in de Franeker Courant van 31 augustus 1921 staat beschreven, maar die volgens de schrijver van het artikel niet geheel aansloeg. De foto’s hebben betrekking op het openluchtspel waar de inname van Den Briel op 1 april 1572 werd nagespeeld. Een klein stukje vaderlandse geschiedenis vooraf. Vanwege de strenge vervolging van Calvinisten zagen een aantal Nederlandse edellieden zich in 1566 genoodzaakt het land te ontvluchten. Velen van hen besloten de strijd vanuit zee voort te zetten en noemden zichzelf ‘de Watergeuzen’, naar het Franse woord voor armoedzaaier: ‘Gueux’. Willem van Oranje voorzag deze Geuzenvloot van kapersbrieven, waardoor ze geen piraten, maar vrijheidsstrijders waren. Lange tijd mochten ze gebruik maken van de Engelse havens, maar in het voorjaar van 1572 beval koningin Elisabeth hen te vertrekken. De Geuzen zetten daarop koers naar Texel, maar kwamen door een ongunstige wind uiteindelijk uit bij Den Briel. Daar werden ze benaderd door de lokale veerman, Jan Pieterszoon Koppelstok, die hen informeerde dat er slechts een klein Spaans garnizoen in de stad aanwezig was. De Geuzen trokken daarop naar de stad en schreeuwden ‘In naam van Oranje, doe open die poort!’, maar burgemeester Koekebakker weigerde dit. Op 1 april 1572 bestormden de Watergeuzen daarom de stadsmuren en veroverden Den Briel. Hieronder het artikel dat is overgenomen uit de Franeker Courant. Met het verhaal erbij, krijgen de foto’s meer betekenis. Minnertsga – Zoo is dan de feestdag weer voorbij. Des morgens deed het muziekkorps “Oranje“ vaderlandse liederen hooren. Het ringrijden en ringfietsen nam nu een aanvang. De uitslag was als volgt: Ringrijden 1e prijs, G. Westerhuis en B. Meerstra; 2de prijs A. Posthumus en H. Faber, Ringfietsen (heeren): 1e prijs J. Bruinsma; 2de prijs F. de Roos. Ringfietsen (dames): 1e prijs mej. G. van der Meulen; 2de prijs mej. A. de Ruiter. ’s Namiddags om 1 uur had de voorstelling van het historische feit plaats: “de vloten van de admiralen Tromp en De Ruiter, op last van de State gebracht onder opperbevel van De Ruiter”. De keurig versierde bootjes, bemand met matrozen, waren mooi. ‘t Liep vlot van stapel, maar ‘ t sloeg niet in. Men had met ’t kiezen van een historisch stuk gelukkiger kunnen zijn. De optocht werd nu opgesteld: een vijftal wagens, waarop booten waren geplaatst, waarin de matrozen zaten, Statenleden te paard, de Prins in zijn schitterende uniform voorop. Daarachter kwamen de schoolkinderen met versierde bogen en hoepels. Het sluitstuk van dezen gecostumeerde optocht was een zigeunerwagen. Deze laatste […]
Laatste Lelia stierf in Minnertsga

Familieleden en vrienden, waaronder ook mijn vader, stonden zaterdag 24 juni 1950 op het kerkhof bij het open graf, bestemd voor het stoffelijk overschot van Roelof Frederiks Lelia. Waarschijnlijk hebben de meesten van de aanwezigen bij de open groeve niet geweten dat hier de laatste naamdrager van een oud Fries boerengeslacht aan Moeder Aarde zou worden toevertrouwd. Oorspronkelijk kwam de familie Lelia van Ternaard. Wijbe Rinderts en zijn vrouw Aaltje Douwes woonden daar rond 1760 op een van de twee Lelia-states die Ternaard rijk was en waarvan ook de familienaam Lelia is afgeleid. Wijbe en Aaltje kregen zes kinderen, waaronder Rindert die geboren werd in 1765. Hij trouwde op 12 augustus 1792 in Ternaard met Antje Roelofs Olivier, een dochter van de landbouwer Roelof Laurens Olivier en Antje Jans van der Meij uit Holwerd. Rindert en Antje bleven tot 1800 op Lelia-state wonen waar vier van hun kinderen werden geboren. Daarna is het gezin verhuisd naar een boerderij onder Marrum aan de Heerenweg. Die boerderij kreeg ook de naam Lelia-state. Hier werden nog drie kinderen geboren. Eén van de kinderen heette Roelof Rinderts en werd geboren op 29 augustus 1802. Hij trouwde op 22 september 1831 met Anna Roelofs Gillis die op 21 november 1809 in Blija was geboren. Anna was een dochter van de heel- en vroedmeester Frederik Gilles en zijn tweede echtgenote van Remekjen Klases Duijff. Bij het huwelijk vestigde het echtpaar zich in Marrum, maar verhuisde vóór 1838 naar Minnertsga. Zij gingen wonen op de boerderij Groot Folta aan de Hearewei 25. In Marrum hadden Roelof en Anna al een kind gekregen, dochter Riemkje geboren in 1832. In Minnertsga werden nog zes kinderen geboren: Antje, Aaltje, Frederik Roelofs, Lambertus, Roelof en nog een Antje omdat de eerste slechts vier jaar is geworden. Op 19 april 1851 hield Roelof Rinderts boelgoed op zijn boerderij. De hele boereninventaris werd openbaar verkocht. De opbrengst was fl. 2.408,00 (gulden). Wat de reden is geweest van het beëindigen van het boerenbestaan, is niet duidelijk. De boerderij was eigendom van het St. Anthony-gasthuis in Leeuwarden die de boerderij verpachten voor een bepaalde periode. Het kan zijn dat Roelof Rinderts niet in aanmerking kwam voor een nieuwe pachtperiode en daarom is verzocht om de boerderij te verlaten. Mogelijk dat hij dat zag aankomen, want op 2 oktober 1850 heeft hij – Roelof Rinderts is dan 48 jaar – de herberg gekocht die aan de toenmalige Langestreek stond. De verkopers waren Jan Dirks van der Weide en zijn vrouw Marijke Klazes Dijkstra. De koopsom was fl. 3.500,00 (gulden). De koopakte werd bij notaris Pieter Lolles Steensma gepasseerd en Roelof Rinderts en Anna Roelofs waren vanaf dat moment de uitbaters van de herberg. De Langestreek was vroeger wat nu Meinardswei is. Deze herberg was de voorloper van de herenconfectiezaak van de fa. Schotanus en café-snackbar ’t Centrum. De herberg werd bij de koop omschreven als ‘ene sterke huizinge en herberg, met stalling, woningen en een houten hok, staande en gelegen op het best van het dorp, […]
Van Dijk’s Bazar

Aan het hoge statige pand aan de Meinardswei van Van Dijk’s Bazar hebben nog veel (oud) Minnertsgaasters goede herinneringen. Vooral ook aan de eigenaren frou Van Dijk en haar zoon Gerrit zullen velen nog herinneringen hebben. Je was altijd welkom, tenminste zo voelde ik dat als kleine jongen als ik voor mijn moeder het flesje van de Au de Cologne 4711 moest laten vullen. Gerrit pompte dan met een rode knijpbal met slang het bekende reukwater in een bepaalde hoeveelheid uit de grote fles naar boven in het maatglas. Daarna liet hij het reukwater door een piepklein trechtertje in het lege flesje lopen wat ik van mijn moeder had meegekregen. Afrekenen en dan trots naar huis lopen omdat je helemaal alleen om boodschap bent geweest. In het voorjaar van 1938 was IJnze Willem van Dijk, boerenzoon van Walpertertille bij Wommels, is timmerknecht bij het timmerbedrijf van Goslinga. Trijntje Sipkes is verkoopster bij het winkelbedrijf van de Firma wed. J. Rudolphy & Zonen te Gorredijk. Ynze en Trijntje hebben elkaar leren kennen en hadden het plan opgevat om voor zichzelf te beginnen met een timmerbedrijf. In datzelfde voorjaar hebben ze een timmerbedrijf bezichtigd in Bergum dat te huur was. Maar het niet zover gekomen dat zij zich in Bergum vestigden want in Minnertsga stond het winkelpand van de weduwe Froukje Tuinhof-Wouwenaar (1877-1951) aan de toenmalige Voorstraat (nu Meinardswei). IJnze en Trijntje waren op de fiets naar Minnertsga gekomen om het winkelpand te bezichtigen. Hun zwager H. Rudolphy was met de auto vanuit Gorredijk naar Minnertsga gekomen om te bemiddelen in de overname. Die overname liet niet lang op zich wachten want in de Leeuwarder courant van 16 maart 1938 staat te lezen: “Dankend voor ’t vertrouwen, dat zij gedurende een lange reeks van jaren heeft genoten, deelt ondergekeekende mede, dat zij vanaf heden haar WINKLEZAAK heeft overgedragen aan den heer IJ. W. van Dijk en dezen ten zeerste aanbeveelt. Wed. J. Tuinhof”. IJnze en Trijntje laten in diezelfde krant weten: “In aansluiting met bovenstaande advertentie heeft ondergeteekende hiermee kennis aan het geachte publiek van Minnertsga en omgeving, dat hij vanaf heden de zaak in Galanterieën, glas- en aardewerk, annex kruidenierswaren en klompen, met ingang van heden heeft overgenomen van mej. De wed. J. Tuinhof. Hij houdt zich beleefd aanbevolen voor levering van bovengenoemde artikelen en hoopt door een nette bediening zich aller vertrouwen waardig te maken. Minnertsga, 15 maart 1938. IJ. W. van Dijk”. Hoewel de weduwe Tuinhof de zaak had overgedragen, bleef zij nog wel hand en spandiensten verrichten in de winkel. Bij IJnze en Trijntje werd in 1939 hun zoon Gerrit IJnze geboren. Gerrit leerde het vak van timmerman en slaagde in 1957 voor zijn examen. Hij kwam vervolgens in dienst bij Roel Bloembergen. Op 27 april van dat jaar overleed plotseling de vader van Gerrit. Zijn moeder kwam alleen te staan om de winkel in bedrijf te houden, maar die kon dat niet alleen. Daarom kwam Gerrit in augustus dat jaar definitief in de winkel te staan. Zijn […]
Melkhandel en SRV-wagen Stallinga

In 1957 nam Jan Stallinga, samen met zijn echtgenoot Grietje Stellingwerf, de melkhandel over van zijn schoonouders Hein Stellingwerf en Klaaske Spoelstra. Zij woonden toen allemaal in het pand aan de Lytse Buorren 8. In de jaren daarvoor hielpen Jan en Grietje al mee in de melkhandel van Hein Stellingwerf. Ook Hein zijn broer Anne hielp toen mee. Hein Stellingwerf is rond 1900 met de melkhandel begonnen, daarvoor had hij een groentehandel. Zij brachten de melk langs bij de mensen thuis; eerst met een hondenkar en later met een skokarre. De skokarre werd later vervangen door een zwarte T-Ford. Met dit gemotoriseerde vervoer werd niet alleen meer melk uitgevent, maar werd het assortiment uitgebreid met karnemelk, yoghurt en sûppengrottenbrij. De T-Ford werd later opgevolgd door een zogenaamde Elektrische-hond. Dat was een open kar met twee wielen achter en een voor. Dat ene voorste wiel werd aangedreven door een elektrische motor met een grote accu. Later werd deze kar voorzien van schuifdeuren om de zuivelproducten te beschermen. Die zuivelproducten zaten in grote stalen melkbussen. Pas later kwamen de flessen en pakken. In 1966 had Jan Stallinga de primeur met de eerste rijdende zelfbedieningswinkel in Friesland. Burgemeester De Roos van de toenmalige gemeente Barradeel verrichtte de feestelijke opening van de Govatruck. Het assortiment bestond inmiddels niet alleen meer uit zuivelproducten, maar ook andere levensmiddelen waren in de wagen verkrijgbaar zoals jam, koekjes, snoepjes, koffie, thee, bier en frisdrank. Later is hieruit de zogenaamde SRV-wagen voortgekomen, opgericht door de vereniging van zelfstandige melkhandelaren. In 1968 is het pand aan de Lytse Buorren verbouwd. Er werd een etage bovenop gebouwd voor het inmiddels vijf kinderen tellende gezin. Achter het huis werd een loods neergezet om de rijdende winkel onderdak te bieden. Ook werd deze loods gebruikt voor de opslag van de goederen, die gedeeltelijk in de koelcel werden geplaatst. Hoewel er geen winkel was, kwamen er toch ook veel klanten aan de deur bij Griet. Jan en Griet Stallinga hebben 20 jaar een bloeiende zaak gehad. De eerste rijdende winkel, een Govatruck, werd opgevolgd door een grotere, een Speykstael. Griet en Jan hebben de zaak altijd gerund zonder personeel. Ook de kinderen droegen hun steentje bij. Een echt familiebedrijf. Met dank aan dochter Henny Rondaan-Stallinga en Dooitze Zwart.
Reitsma – huishoudelijke artikelen en rijwielhandel

Johannes Reitsma is als fietsenmaker begonnen in het pand van de familie Hiddema aan de Tilledyk 1 (later J.E. de Vries). Samen met zijn vrouw Joukje woonde en werkte hij hier ongeveer 2 jaar. In 1954 kwam het pand aan de Tsjillen 4 vrij. In dit pand had Wiebe bij de Leij eerst een meubelmakerij. Johannes en Joukje verhuisden hierheen en openden een winkel met huishoudelijke artikelen en fietsen. De winkel was toen niet zo groot. Naast de zaak was een werkplaats met verkoopruimte waar Johannes fietsen verkocht en repareerde. Omstreeks 1964 bleek dat de winkel te klein werd. Boven de winkel was een grote zolder, waar eigenlijk niet veel mee werd gedaan. Ze verbouwden het pand en maakten van de zolder een woonruimte zodat het gezin (ouders en vier kinderen) hier konden wonen en de winkel kon worden uitgebreid. De nieuwe fietsen werden achter in de zaak geplaatst en het speelgoed met huishoudelijke artikelen in het andere gedeelte. Rond 1974 was de winkel weer aan een verbouwing toe. De houten vloer zakte op bepaalde plaatsen door zodat alles werd leeggehaald en gesloopt. Er werd beton gestort. Ook werd door het hele pand centrale verwarming aangelegd. Dit was al met al een hele verbetering. ’s Winters werden er schaatsen verkocht. Later ook nog vuurwerk maar dat vonden ze heel erg moeilijk. Ook werkten ze mee aan de middenstandbeurzen, die werden georganiseerd in de Boppeslach, en aan de vele Sinterklaasacties. Ze hadden geen personeel maar Tine Tuinhof hielp en vaak in drukke tijden en in de decembermaand. Ook stond hun dochter Trix wel in de winkel. Toen Johannes 58 jaar was is hij in de sanering gegaan, wat inhield dat het pand niet meer gebruikt mocht worden voor zakelijke doeleinden. Dit vond plaats in 1981. Na ongeveer 30 jaar middenstander te zijn geweest brak voor de familie Reitsma eindelijk een rustige periode aan. Het winkelpand is vervolgens weer verbouwd tot woonhuis. Met dank aan Dooitze Zwart die die verhaal kreeg van de dochter van Johannes en Joukje Rietsma.
Sigarenmagazijn Redmer de Roos (Stasjonsstrjitte 1)

Roken kent natuurlijk een eeuwenlange geschiedenis, maar pas na de Eerste Wereldoorlog raakte roken volledig ingeburgerd. Dat kwam door de uitgebreide reclamecampagnes van de producenten van rookwaren. Het werd een algemene gewoonte en roken was overal toegestaan. Er waren zelfs dokters en tandartsen die roken aanraadden. De jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw werden de hoogtijdagen van de tabaksindustrie. In die periode rookte zestig procent van de volwassen bevolking. Dat was ook de tijd dat er in Minnertsga bijna op elke hoek van de straat wel een verkooppunt was van rookwaren zoals sigaretten, sigaren en pijptabak. Een van die verkooppunten was gevestigd op de Stasjonstrjitte nummer 1. Hier had Redmer de Roos en Jeltje Meersma een winkeltje in rookwaren. Dergelijke verkooppunten werden meestal sigarenmagazijnen genoemd. In het boek over de Middenstand en ondernemers in Minnertsga dat door Dooitze Zwart is gemaakt, staat onderstaand verhaal in van de dochter Sippie. ‘Mijn vader Redmer de Roos en moeder Jeltje Meersma, zijn zelf de winkel begonnen. Er werd een kamertje aan de voorkant van het huis ingericht als winkel. Dit betekende: een etalage maken, stellingen bouwen en een schuifdeur erin. Ook werd er een kachel in geplaatst, die in de winter en zomer doorbrandde want sigaren moeten goed droog zijn en blijven. Verder kwam er een echt oud kabinet in. In de bovenkant van het kabinet stonden doosjes kleine en grote sigaren en in de laden zat de tabak, shag, rook- en pruimtabak. De sigaretten stonden in een grote doos op een tafeltje. De kassa was een lade van het kabinet. Wel stonden er 2 stoelen in de winkel voor diegene die even wilde of moest zitten. Tegenwoordig vergeet men dit vaak voor de ouderen. Vader had wel diploma’s maar werkte verder op het land en moeder was altijd thuis voor de winkel. Op zaterdagochtend ging mijn vader op de fiets en later op de brommer bij de boeren in de omtrek langs met een koffer met kistjes sigaren om deze te verkopen. Op zaterdagmiddag kwamen er ook nog wel mannen langs voor de gezelligheid, waarbij ze dan met vader een sigaartje rookten. Ik denk dat het rond 1934 was dat ze gestart zijn met de winkel. In de oorlog was ook de rokerij op de bon en stonden ze soms in de rij als de bonnen uitkwamen bijvoorbeeld voor een half pakje shag. Ook herinner ik mij nog de tijd van de winkelsluiting om 7 uur. Dan stond politieman Oppewal (en ik meen soms Van der Sluis) achter de schuur tegenover ons om te zien of er om één minuut over zevenen nog iemand de deur uitkwam. Dan kreeg men een proces-verbaal (echt gebeurd). Het was een moeilijke tijd. Er waren in die tijd 16 in Minnertsga, die rokerij verkochten. Dan is de spoeling wel dun. Wij waren in Minnertsga wel de enige winkel, die uitsluitend alleen rokerij verkochten. Daar mijn moeder Jeltje in januari 1960 is overleden en mijn vader een tijd alleen was, is hij […]