L.A.B.O. chauffeur Dirk Kuiken hield er mee op (1979)

Toen de L.A.B.O. en later de FRAM in Minnertsga nog een garage had op de Hermanawei, woonden er veel chauffeurs in het dorp. Als zij dienst hadden gingen zij in keurig uniform op de fiets naar de garage om hún bus op te halen. De meeste chauffeurs woonden toen in de Havenstrjitte en de Tsjerkestrjitte.

Haven wordt gedempt; rioolwater schoon

Begin 1974 zag het er naar uit dat Minnertsga zou worden aangesloten op de persleiding naar de zuiveringsinstallatie tussen St. Jacobiparochie en St. Annaparochie, zodat de viezigheid van de haven zou verdwijnen.   De haven was toen een stinkend stuk water waar het gemeentelijk riool in uitkwam. In 1974 stond er niet eens zoveel water meer in de haven, het was hoofdzakelijk stinkende bagger. De haven deed toen al niet meer dienst als laadplaats voor bietenschepen. De veiligheid rond de haven baarde de omgeving vooral zorgen na de tragische verdrinking van de achttienjarige Haaie Hofstra in december 1973. Haaie was niet de eerste die in de haven is verdronken, want in februari 1966 kwam de vijfjarige Folkert Jan Stallinga in het vieze water om het leven. Drie jaar daarvoor raakte de toen zesjarige Baukje Sijbesma in de haven te water. Haar vader was toen bezig met het lossen van bieten vanaf de kade in het schip en merkte niets van het ongeluk. Gelukkig hoorde Pabe Tuinhof het gehuil van de kleine meid en spoedde zich naar de plaats waar het gehuil vandaan kwam. Hij slaagde er in het meisje te grijpen en behouden op de wal te brengen. Na deze gebeurtenissen hadden omwonenden aangeklopt bij het gemeentebestuur om adequate maatregelen te treffen. Burgemeester en wethouders dachten aan het plaatsen van een hek langs de hele haven en hoge kade. Maar daar is uiteindelijk van afgezien omdat kinderen de neiging hebben te gaan klimmen als er een hek staat, “en dan is de sitewaesje noch gefearliker” aldus de Minnertsgaaster wethouder Sijtse Bierma. De straatverlichting ging ’s avonds om negen uur in de ‘nachtstand’ waardoor de omgeving van de haven dan al in volledige duisternis was gehuld. De bewoners uit de omgeving zouden hebben geklaagd bij de gemeente om daar verandering in te brengen, maar dat werd afgeschoven naar het P.E.B. in Leeuwarden. Want de straatverlichting werd daar centraal geregeld. Bovendien was het volgens wethouder Bierma het niet echt noodzakelijk om de woningen langs te haven te bereiken, want aan de haven staan alleen woningen die met de achterzijde naar de haven waren gericht. Dat was natuurlijk een argument van niets, er lag immers een openbare weg die ook al zodanig werd gebruikt. De ongerustheid over de gevaarlijke situatie bij de haven bleef bestaan en ook de verwijten richting gemeentebestuur bleven onverminderd. Het was dan ook wel begrijpelijk dat de omwonenden een snellere oplossing hadden gewild, maar de mogelijkheden tot een drastische aanpak waren er niet eerder. In 1974 stond de verbetering van de doorgaande weg tussen Minnertsga en Tzummarum op het programma. Omdat bij die gelegenheid veel grond moest worden verzet, is besloten tegelijkertijd de haven te dempen. In 1955 had men de havenkom in het dorp al gedempt. Bron: Leeuwarder courant 11 november 1963 Leeuwarder courant 16 januari 1974

Het wereld beroemde ‘Strijkje’ uit Minnertsga

Onlangs kreeg is een prachtige foto van Het strijkje toegestuurd van iemand uit het nageslacht van Willem Meijer. Hoewel het Bildts Dokumintasysintrum een kopie van deze foto in de beeldbank heeft staan, lijkt het mij dat dit een zeldzame foto is. Ik heb tenminste nog nooit foto’s gezien van Het strijkje. En zo nieuwsgierig als ik ben over het Minnertsga van vroeger, dan vraag ik mij gelijk af hoe komt zo’n foto in de familie Meijer terecht?  Dus weer stof tot nadenken en te onderzoeken.   Dat Het strijkje heeft bestaan, dat was mij wel bekend. Ik kan mij herinneren dat mijn vader het er wel eens over had. Waarschijnlijk kwam dat omdat wij een oude viool in huis hadden die door mij jongere broer en mij werd ‘bespeeld’. Het was wel een interessant ding want er zat ook een grote strijkstok bij. We kregen er geluid uit al was dat zeker niet om aan te horen. De viool was van mijn vader maar of die ook bij Het strijkje heeft gezeten . . . . . . het is  mij niet bekend. Daarom heb ik alles maar eens bij elkaar gezocht wat ik kon vinden over dit orkest. Het orkest is in 1925 of in 1926 in  Minnertsga opgericht als het strijkorkest O.K.K. wat Oefening Kweekt Kunst betekende. In de volksmond stond het strijkorkest beter bekend als ‘Het strijkje’.  Oprichter van het strijkorkest was verzekeringsagent Hiemstra uit Menaldum. Hiemstra was vioolspeler en gaf ongeveer een jaar of drie les in de openbare lagere school in Minnertsga. Tot kort na de Tweede Wereldoorlog werd in andere dorpen in de omgeving van Minnertsga veelvuldig de viool bespeeld. In de 30-er jaren bestonden er in ieder geval in Dronrijp, Marssum, Deinum, Beetgum, Franeker en Harlingen strijkjes en/of orkesten met symfonische bezetting, getuige de programmaboekjes van de concoursen die in die tijd werden gegeven. Maar . . . . wie waren nu allemaal lid van Het strijkje? In één van zijn boeken van Dooitze Zwart is nadere informatie te vinden die de auteur heeft gekregen van Ulbe P. Wassenaar en Sipke J. Zoodsma. Het strijkje was een gemêleerd gezelschap van Minnertsgaasters en Berlikumers. Zo was Piet Faber van Berlikum, die zelf ook verdienstelijk viool en trompet speelde, de dirigent van het orkest. Dat deed hij bijna zolang Het strijkje heeft bestaan. Doordat Faber van Berlikum kwam, nam hij ook dorpsgenoten mee naar Het strijkje. Naar alle waarschijnlijkheid was Faber niet de eerste dirigent, want in een krantenbericht kwam ik tegen dat bij de oprichting van het orkest een zekere H. Spitters dirigent is geweest. Wie zaten er nog meer in het orkest? Wel, de piano werd bespeeld door Sjoke en Renske Meijer, dochters van Lieuwe Meijer. Dochter Gatske speelde de 3de viool. Willem Meijer (zoon?) speelde de 2de viool net als Piet van der Wal. Marten Meijer en Ulbe P. Wassenaar speelden de 1ste viool. Met zoveel Meijers in het orkest is het dus verklaarbaar waarom deze foto uit het familiearchief van de Meijers […]

Feestcommissie 1932 – beter – in beeld

Naar aanleiding van het artikel over de postkantoorhouder Minne Vis  (1879 – 1964) en zijn gezin , is er mailcontact ontstaan met een familielid. Die stuurde mij digitaal een aantal prachtige foto’s uit het familiearchief Vis.  Een paar van die foto’s staan in een vervolgartikel, maar er zal nog een vervolg komen want inmiddels heeft het betreffende familielid nog meer foto’s gestuurd. Vorige week ontving ik zelfs een prachtige originele foto waar achterop staat ‘Feestcommissie Minnertsga’. Het opschrift is duidelijk . . . . dan zal de groep mensen op de foto de feestcommissie zijn. Maar ja, wie zijn dat? Er staat geen jaartal bij en geen enkele naam. Heeft zo’n foto dan nog wel waarde? Voorlopig wel want dan ligt er dé uitdaging om de foto te determineren. Toen ik de foto uit de envelop haalde, kwam het beeld mij niet onbekend voor. Het was net of ik zo’n foto vaker had gezien. Zonder mij af te vragen waar en hoe ik die foto herken, heb ik de foto gescand en doorgestuurd naar de Minnertsgaaster Neno Plat. Die heeft vanuit zijn werk als oud-bakker, heel veel ‘mensenkennis’. Hij weet feilloos namen te koppelen aan gezichten. Neno vindt het een prachtige foto maar hij komt niet verder dan twee namen en wat suggesties. Dat schiet niet op! Ondanks dat er geen jaartal op de foto staat is de foto te dateren in de jaren ‘30 van de vorige eeuw. Wat opvalt op de foto is dat de groep voor een decor zit dat ik herken van een andere foto. Maar welke foto? Eerst maar eens het fotoboekje ‘Minnertsgea . . . likas it wie en nea wer wurde sil’ erop naslaan. Warempel, op foto 68 is het zelfde decor te zien met het muziekkorps op de voorgrond. De auteurs van het boekje hebben  het jaartal 1938 er bij gezet en menen dat dit in ‘it greidsje’ was toen ‘Het beleg van Steenwijk’ werd opgevoerd. Dan is de foto die ik toegezonden kreeg naar alle waarschijnlijkheid ook in 1938 gemaakt voor het zelfde decor. Vervolgens zoek ik de oude krantenberichten er op na, maar ik ontdek in de jaargangen van 1938  geen artikel over deze feestelijkheden. Wat nu? Dan maar eens breder zoeken en andere jaargangen raadplegen. In jaargang 1931 staat op 13 augustus dit bericht in de krant van de Oranje Vereniging Minnertsga: ‘Agendapunt “Feest op 31 augustus” leverde een drukke bespreking op. De meerderheid wenste een feest zoals voorheen werd gevierd: gekostumeerde optochten in verband met de historie. Besloten werd op te voeren ‘De inneming van Steenwijk’. Een twintigtal personen gaf zich op als medewerker’. Wat opvalt is dat de vergadering vlak voor 13 augustus is geweest en dat het feest al op 31 augustus moet plaatsvinden. Er moet dan nogal wat worden georganiseerd. En waarom feest op 31 augustus? Wel, dat was de verjaardag van de toenmalige koningin Wilhelmina en dan was het in het land Koninginnedag. Tot 1948 werd Koninginnedag gevierd op de laatste van augustus. In […]

Oebele Weima – Jeugdige honderdjarige

Het zijn maar enkelen in Minnertsga die deze hoge leeftijd hebben gehaald. Iede Westra overleed in 1972 op 100-jarige leeftijd, Aaltje Miedema overleed in 1978 op 103 jarige leeftijd en Aafke Boersma overleed in 1996 op 104-jarige leeftijd. Oebele Weima overleed op 102 jarige leeftijd. Volgens het overlijdensregister van Minnertsga zijn dit de enigen sinds 1812.   Oebele heeft zijn 100-jarige leeftijd gevierd in het Hervormd verenigingsgebouw. Volgens de Leeuwarder courant was daarmee meteen gezegd dat Oebele in een nog zeldzame goede gezondheid verkeerde. Voor zijn hoge leeftijd had hij nog een jeugdig uiterlijk. Die jeugdigheid sprak ook uit het feit dat hij toen een groot sympathisant was van Feijenoord en van Atje Keulen-Deelstra. Zelf speelde hij graag nog een partijtje dammen of schaken. Oebele Weima was een man die bij de dorpsinventaris hoorde wat ook wel bleek tijdens de optocht van versierde wagens van het dorpsfeest. Oebele was op één van de wagens uitgebeeld samen met zijn onafscheidelijke petroleumkar.   Oebele Weima woonde meer dan vijfenveertig jaar in bij het gezin van zijn dochter Elisabeth aan de Skoalstrjitte – later op de Tsjerkestrjitte 42. Op 17 januari 1872 aanschouwde Oebele het levenslicht in Minnertsga. Zijn ouders Sipke en Dirkje de Vries lagen toen met hun turfschip voor de kant in het dorp. Oebele is aan boord geboren maar zijn ouders hadden hun domicilie in Leeuwarden. De andere drie kinderen uit het gezin zijn geboren in Smallingerland, Idaarderadeel en Leeuwarden.   Oebele ging alleen naar school als het schip in Minnertsga lag te laden en te lossen. Voordat hij trouwde — hij was toen veertig jaar — voer hij zelf ook. Eerst op een vissersschip en later op een vrachtschip. Na zijn huwelijk in 1912 vestigde hij zich als groenteboer aan de Vegelinstraat in Leeuwarden, maar Minnertsga bleef trekken en vijf jaar later had hij daar een petroleumhandel. „Ik ben geboren als koopman en ik ben het gebleven”, aldus Oebele in een interview met de Leeuwarder courant. Op negentigjarige leeftijd ventte hij nog steeds met petroleum langs de zeedijk van de Bildtdorpen tot Koehool.   Oebele wist nauwelijks wat ziekte was. Op z’n tijd nam hij zijn „prûmke” en zaterdagsavonds dronk hij met smaak zijn glaasje jonge jenever. Laat naar bed gaan was ook één van zijn gewoonten. En laat was in dit geval na twaalf uur. Op 102-jarige leeftijd las hij nog steeds iedere dag de krant en had hij nog volop belangstelling voor de dingen om zich heen. Oebele overleed op 14 juli 1974.

De schooltandarts kindvriendelijk?

Tandverzorging was even normaal en noodzakelijk als leren en schrijven eind jaren ’50 van de vorige eeuw. Toen werd het fenomeen schooltandarts ingevoerd die samen met zijn assistente in een grote bus – de zogenaamde Dental-car – naar het schoolplein kwam om de gebitten van de kinderen te controleren. Tot die jaren was het slecht gesteld met het onderhoud van het gebit. Tandenpoetsen deden de meesten niet en als je kiespijn had dan liet je de kies gewoon trekken bij de dokter in het dorp. Weg met dat ding! En als je de dokter vroeger niet kon betalen dan werd er eigenhandig getrokken. Na de WOII kwam de wereld er in eens heel anders uit te zien. Men bestede steeds meer aandacht aan de persoonlijke hygiëne. Ook de tandpasta kwam steeds meer in de belangstelling; in kranten en tijdschriften verschenen reclame advertenties met kreten dat je iedere dag of nog beter na iedere maaltijd moest tandenpoetsen voor het behoud van je gebit want dan hoefde je geen kunstgebit. Want in die tijd was het heel normaal dat je als jonge ouder je gebit liet trekken omdat het in slechte staat verkeerde. Je ging je verdere leven dan door met een kunstgebit.   Om een slecht gebit te voorkomen kwam de schooltandarts in beeld. De controle van de gebitten begon al bij de hummeltjes uit de eerste klas. Een of twee keer per jaar verscheen die ‘akelige’ rijdende behandelkamer bij het schoolplein. Werd de bus eerst bij de ene school gesignaleerd; dan kregen de kinderen van de andere school het al benauwd. Want voor de meeste kinderen was het geen plezier om naar die man toe te gaan. Per keer werden drie kinderen uit de klas naar de ‘bekkenbeul’ gestuurd. Daar zat je dan . . . . je klasgenoot in de behandelstoel en de andere twee zaten op zeer korte afstand  te wachten op hun beurt. Alle geluiden kreeg je duidelijk mee en als er geboord moest worden dan zat je te rillen. Hoe wel de man en vooral zijn assistente geruststellende woorden sprak, werd je er niet geruster onder. De tijd van het eerste schooljaar valt samen met de komst van de eerste blijvende kies, terwijl de wisseling dan ook zo ongeveer begint. Tandartsen spreken van wisseling en completering. Dus was het die leeftijdsgroep waar begonnen werd met de schooltandverzorging. In de gemeente Barradeel werd met ingang van september 1960 begonnen met de schooltandverzorging. Maar de animo van de zijde van de tandartsen om bij de schooltandverzorgingsdienst in vaste dienst te treden, was gering.  Waarschijnlijk was het een minder goed betaalde baan dan een eigen praktijk. Door de komst van de schooltandarts werden we allemaal wel bewust gemaakt om goed je tanden te poetsen. Dat voorkwam misschien dat die kerel in je tanden begon te boren en kiezen uit je kaken trok zonder de gaten netjes achter te laten. Zelf heb slechte herinneringen aan mijn bezoek aan de schooltandarts. Na ruim vijftig jaar zit ik nog met een groot […]

Nieuw filmfragment toegevoegd

Deze keer een filmfragment van het speelkwartier bij de Christelijke Lager School aan de Tilledijk. Het filmfragment is van 1966. De school telde toen ongeveer 200 leerlingen en voordat de school inging moesten de kinderen zich in rijen opstellen. Klas bij klas. Hoofdmeester Van der Veen had daarbij altijd de leiding en gaf het signaal dat de klassen één-voor-één naar binnen mochten. Te beginnen met klas 1. Voor het bekijken van het filmpje ga naar de pagina filmfragmenten.    

Foto’s familie Vis, postkantoor Stasjonsstrjitte

Naar aanleiding van het bericht over Minne Vis en zijn 25-jarig jubileum als postkantoorhouder, reageerde Jet Vis de ’tantesizzer’ van Jetske Vis die later postkantoorhouder was. Jet Vis heeft al een paar prachtige familiefoto’s naar mij toegestuurd die ook op dit blog staan. Deze week ontving ik nog twee prachtige foto’s uit haar familiearchief. Op de bovenste foto staat het gezin Minne Vis. Van links naar rechts: moeder Antje Muller (1879-1953) die hier waarschijnlijk in verwachting is van Sipke (1918). Naast haar Johannes (1913), dan Jetske (1907), vader Minne Vis (1879-1964)  ) en rechts Dirk (1904). Rechts staat een soort van overkapping met spullen wat lijkt op een soort van verkoopkraam. Op de onderste foto staan de kinderen Vis. Van links naar rechts: Dirk, Sipke, Johannes en Jetske. De foto zal omstreeks 1921 zijn genomen.      

Minnertsga vroeger ook op Facebook

Minnertsga vroeger is nu ook actief op Facebook. Op Facebook is een account Minnertsga vroeger aangemaakt. Het staat allemaal nog wat in de kinderschoenen maar het is de bedoeling dat er veel foto’s op komen te staan waar ‘vrienden’ op kunnen reageren. Ik hoop dat er veel wordt gereageerd op de foto’s en dat er vooral veel herinneringen boven komen drijven. Klik rechtsboven in het scherm op het Facebook-icoon.

Straatschandalen zijn goddeloos

Nei oanlieding fan de âldjiersfiten by ús yn it doarp, tocht ik, der moat even in lyts stikje yn ‘ e krante. Doe’t ik noch in jonge wie en nei skoalle gong, wel, dan hellen wy sa jouns ek wol fan dy rare streken út; rutetikje, snieballen yn ‘e skoarstien goaije en sa. Dat waerd ús master gewaar en doe moasten wy foarkomme en doe kaam de ôfrekken. Wy wiene mei ús fjouweren en kamen ien foar ien by master oer de knibbel. Dy brûkte doedestiids in fjouwerkantige lineaal en sloech ús dêrmei foar it gat. Wy moasten elk hûndert rigels skriuwe: Straatschandalen zijn goddeloos. Wy krigen de laei mei nei hûs. Dit is my noait wer forgetten. Nou is der hjir yn Minnertsgea âldjiersnacht ek hiel wat presteard. Us muzyktinte moast der ek fan ha. Dizze tinte hat hiel hwat koste en is in sieraerd foar ús korps, dêr’t wy tige wiis ei binne. Nou ha se op it dak fan dy tinte in karre sleept, fol mei feilingkosten. Wel, in geweldige prestaesj. Dêr ’t aenst wol ris greate ûnkosten efterwei komme kinne. Dan moasten de trije godshúzen it ûntjilde, de Herfoarmde, de Grifformearde en de Frij Evangelyske.     As wy der Psalm 84 ris by fergelykje, nou dan is it freeslik, hwant hwat ús hillich en dierber is, is lâns dizze wei yndrôvich. Hwat is de oarsaek fan dit alles? De skuld leit by de âlden. Der is fan hûs út gjin gesach mear en dêrtroch sakket it geastlik peil. Alden, forstean jimme ropping en tink oan hwat jimme by de doop ûnthjitten ha. Minnertsgea, In âlde ynwenner. Bron: Leeuwarder Courant 6 januari 1965