Rabobank 60 jaar bestaan en wat daaraan vooraf ging

Het is u zeker niet ontgaan dat Rabobank en de Frieslandbank een ‘samenlevingscontract’ zijn aangegaan. Grote koppen stonden er in de kranten. Dit bracht mij op een artikel uit de […]
Politie in Minnertsga vroeger en anno 1976

In het aprilnummer 1976 van de dorpskrant Nijs út eigen doarp, publiceerde Fred Brandsma – lid van de redactie en grote animator achter het uitgeven van de dorpskrant – een artikel over de politie toen en nu. Officieel had het artikel de titel: Politie in Minnertsga toen en nu. Omdat er tussen 1976 en nu anno 2012 ontzettend veel veranderd is in de structuur en organisatie van de politie, heb ik de titel enigszins aangepast. Het artikel is te mooi om het in de kast te laten liggen, vandaar dat het hier weer nieuw leven in wordt geblazen en nu met een paar foto’s er bij. Hieronder het artikel van Fred Brandsma. Omstreeks het jaar 1600 werd hier de orde gehandhaafd door een schout en deze regelde tevens, met de kerkelijke autoriteiten, de uitdeling van de geldelijke opbrengst aan de weduwen van een stuk land. Dit gebeurt heden ten dag nog, alleen is de schout vervangen door een politieman. Tot plusminus 1900 was niet bekend wie in Minnertsga lijf en goed van de bevolking beschermde, maar toen werd hier ene Kees de Vries geplaatst, later aardappelhandelaar en caféhouder. Daarna kwam veldwachter Gras. Deze nam het niet zo nauw met de vrouwtjes, z’n uniform maakte dan ook grote indruk. Minder populair was hij bij de mannelijke bevolking; die hebben hem min of meer het dorp uit geknuppeld. Zijn opvolger, veldwachter Boersma, was een zeer gemoedelijk man maar kon niet met de burgemeester opschieten en dat is minstens zo erg. Veldwachter (Red. Teake) De Jong, die omstreeks 1918 de functie vervulde, woonde in het eerste huis van Stoarmbuorren (Langedyk). Elke zaterdagmorgen moest hij van Minnertsga naar Sexbierum lopen om de secretaris verslag uit te brengen over de gebeurtenissen in Minnertsga. Hij stelde de secretaris dan ook voor het niet meer te doen, waarop deze hem vroeg wie dat uitmaakte. De Jong werd toen zo kwaad, dat hij de man min of meer aan zijn revers het bureau over trok. Het liep met een sisser af omdat de burgemeester het wel met hem eens kon zijn. De Jong hield wel streng de hand aan de sluitingstijden van de cafés; hij werd dan ook snel bevorderd tot chef en overgeplaatst naar Sexbierum. Veldwachter Kuiken moest in 1944 onderduiken vanwege zijn ondergronds verzet tegen de Duitsers. Na zijn politietijd heeft hij een trekker boven op zich gekregen en is verongelukt. Veldhuis was de eerste rijkspolitieman in Minnertsga. Oppewal, die na hem kwam, heeft meegedaan aan de grote kraak van de gevangenis van Leeuwarden in de oorlog. Zijn opvolger Timmermans was uitstekend in het africhten van honden. Politieagent Van der Sluis zal iedereen nog wel kennen, die was zeer populair in het dorp. ‘Waarom steekt u uw hand niet uit?’ vroeg hij iemand eens. Hij stelde deze vraag bij Mooie Paal en als je daar je hand moet uitsteken heb je aan het eind van de bocht een lamme arm. Zegt de fietser: ‘Als u hier één de hand uit ziet steken dan mag u mij […]
Loep en Wiep 60 jaar getrouwd in 1964

In één van de vele mappen in mijn archief kom ik een krantenbericht tegen van 6 mei 1964. Het bericht roept direct weer herinneringen op en plaats mij even terug in de tijd. Ik zat toen nog op de lager school en wij woonden in die tijd op de Tsjerkestrjitte. Maar de mensen die in dat jaar 60 jaar waren getrouwd, daar hebben wij een aantal jaren naast gewoond. Loep(ke) en Wiep(kje) Visser-Posthumus woonden aan de Meinardswei in een van de woningen van het zogenaamde ‘Langhuis’. De woningen waren allemaal van het type éénkamerwoning waarvan er vier onder één dak. Op de foto midden, links naast de boom, in de 2de woning – met zonneschermen – woonden Loep en Wiep. Wij woonden in de 3de woning. Als ik mijn rapport van de lagere school meekreeg, dan liet ik het ook aan ‘beppe’ Wiep zien. Dan kreeg ik een dubbeltje van haar. Bijzondere herinneringen heb ik aan deze twee oude mensen over gehouden. Op de foto die de krant heeft gemaakt, is te zien dat aan de wand een portret hangt van Domela Nieuwenhuis. Ik kan mij nog herinneren dat dat een kalender was. Leeuwarder Courant 6 mei 1964 Morgen in Minnertsga een diamanten echtpaar Het staat vast, dat er morgen – Hemelvaartsdag – heel wat mensen naar het Hervormd verenigingsgebouw in Minnertsga gaan. In de eerste plaats de familie van het echtpaar L. Visser en W. Visser-Posthumus. Want Visser en zijn vrouw vieren morgen hun diamanten bruiloftsstoet. ‘Se komme rounom wei moarn’, vertelde mevrouw Visser. Niet alleen de kinderen komen, maar natuurlijk ook klein- en achterkleinkinderen. ‘As we mar moai waar hâlde’, voegde ze er met zorg aan toe. Want natuurlijk brengt zo’n feest heel wat drukte met zich mee. En al zijn ze met hun 81 en 82 jaren nog bijzonder kras, Visser zijn vrouw, en al weten weten ze eigenlijk nóg zo goed, dat alles wel los zal lopen donderdag, ze zien er een beetje tegenop. En wie doet dat niet, als hij het middelpunt wordt van een groot feest? ‘Mar wy hâlde wol fan in feestje’, vindt de diamanten bruid monter. Er komt een muziekgezelschap op het feest en ook het plaatselijk muziekkorps komt even spelen. Verder heeft ze er ontzettend veel plezier in, dat klein- en achterkleinkinderen komen. Gemakkelijk duikt ze dan even terug in de tijd, toen ze zelf jong was. Ze hebben hard en veel gewerkt in hun leven, Visser en zijn vrouw. ’s Morgens vier uur naar de boer of de boerin om een stuiver of een dubbeltje te verdienen. In 1904 zijn ze getrouwd en Visser werd vaste arbeider in Tzummarum. Na twee jaar werd Tzummarum verruild voor een plaatsje bij een boer in Sexbierum. Daarna is het echtpaar Visser nog slechts drie keer verhuisd. In Minnertsga kreeg Visser werk – eveneens als arbeider – bij de Feitsma’s en bij deze boer bleef hij, tot hij zelf een klein ‘spultsje’kocht. Meer dan 17 jaar was hij hier […]
It waarhúske fan pake

Al jierren stiet by my yn ien fan de boekekasten in waarhúske wer’t ik hiel sunich op bin. It is fan myn pake Gerrit west dy’t froeger yn ien fan de bejaardewenninkjes wenne oan de Havenstrjitte yn Minnertsgea. Mist ’50 jieren fan de foarige ieu binne dy húskes doe set. As jo achter troch de doar kamen dan hong it waarhúske boppe de doar nei de keamer ta. Myn pake wie der tige wiis mei, en ik no noch mear tink. It soe bêst kinne dat pake dat ris kocht hat op in reiske mei de ‘ouden van dagen’. It hiele waarhúske selt neat foar, de poat der op en it is fyn, mar ik koesterje it. Us heit hie de gek der altyd mei, mar pake miende echt dat it wurke, teminsten sa sit dat yn myn ûnthâld. Al mei al is it húske krapoan 50 jier âld. Op internet fûn ik ûndersteande tekst. Een weerhuisje is een eenvoudig soort meetinstrument. Veelal wordt gedacht dat het een eenvoudige barometer is, maar het is in feite een hygrometer, die de luchtvochtigheid meet. Het weerhuisje bestaat uit een klein huisje met daarin twee poortjes. Uit het ene poortje kan een mannetje naar buiten komen, uit het andere poortje een vrouwtje. Als het vrouwtje naar buiten komt zou het mooi weer kunnen worden, als het mannetje naar buiten komt zal het gaan regenen. Het weerhuisje heeft dus geen afleesbare schaalverdeling, maar geeft alleen een indicatie van droog, of vochtig. In moderne centraal verwarmde huizen functioneert een weerhuis niet goed, omdat daar de luchtvochtigheid altijd laag is, zonder relatie met het weer buiten. Zou het huisje buiten gezet worden, dan zal het beter werken, maar in Nederland en België is de werking beperkt, omdat de luchtvochtigheid weinig verandert. In bergachtige gebieden treden er wel sterke veranderingen op van de luchtvochtigheid. Waarschijnlijk stamt het traditionele ontwerp van het weerhuisje uit het Zwarte Woud. Het weerhuisje werd vanaf de 17e eeuw populair. De kleine huisjes hebben vaak kenmerken van de huizen uit het Zwarte Woud, met als decoratie de typische houten drinkbakken die je daar veel ziet. Veel mannetjes en vrouwtjes in de weerhuisjes dragen de traditionele klederdracht van de regio Gutach in het Zwarte woud. Ook bij ronddansende poppetjes bij koekoeksklokken kom je deze klederdracht telkens weer tegen. De klederdracht is te herkennen aan een vrij grote zwarte hoed van het mannetje en de unieke hoed van de dame met de typische grote rode ronde bollen erop. Tussen de poortjes is vaak een thermometer aangebracht. Er bestaan echter ook modernere varianten waar het vrouwtje een parasol heeft, het mannetje een paraplu. De werking is als volgt: het mannetje en het vrouwtje kunnen draaien, en zijn opgehangen via een stukje schapendarm. Als het droog is, draait dit in elkaar, bij vocht wordt het langer en draait het terug. Het trieste aspect van een weerhuisje is, dat ook al zien het mannetje en het vrouwtje er vrolijk uit, ze nooit tegelijk buiten of tegelijk binnen kunnen […]
Jacob Ulbes Wassenaar 60 jaar lang kleermaker

‘Dat is in minskelibben lang, nou’ aldus de toen 70 jarige Jacob Ulbes Wassenaar die in april 1969 door de Leeuwarder courant werd geïnterviewd. Op dat moment dacht Jacob Ulbes er zeker niet aan om naald en draad voorgoed neer te leggen. Het ‘pjukken’, zoals hij dat zelf noemde, beschouwde hij als een aangenaam tijdverdrijf. Hij woonde namelijk moederziel alleen en ‘as ik neat mear te dwaan hie, soe ik hjir hiele dagen omrinne te prakkesearen en dêr wirdt in minske sljocht fan, tinkt my’,zei de beste man. Wassenaar is twee keer weduwnaar geworden en hij verloor twee kinderen. ‘Ik haw nou noch ien soan en dy wennet hjir gelokkich. Dêr gean ik dan ris hinne te tédrinken. In húshâldster haw ik net, ik yt by myn suster, dy is widdou’. Om niet te vereenzamen besloot Wassenaar, toen hij 65 jaar werd en dus AOW-er werd, het ‘snidersfak’ net zo lang te blijven uitoefenen als maar enigszins mogelijk was. En hij deed dat op zijn 70ste nog steeds met veel plezier. Al die zestig kleermakersjaren is Wassenaar in dienst geweest bij de firma Schotanus in Minnertsga. ‘Ik haw trije geslachten Schotanus meimakke; earst âlde Chris, letter Durk en nou Klaas’. Direct na de lagere school belandde Wassenaar in de kleermakerij. Hij was met een handicap geboren (een niet helemaal goed functionerend been) en kon daardoor niet zoals de meeste jongens van zijn leeftijd werk bij een boer zoeken. ‘Ik begûn foar in kwartsje wyks en in pear sigaren’. Zijn specialiteit was het maken van broeken. Maar de laatste jaren komt daar weinig meer van. ‘It maatwurk giet der nou út en it is nou meer fermeitsjen wat ik doch’. Hij werkte toen in die jaren alleen in de kleermakerij. ‘Froeger wiene wy der soms mei seis, sân man’. Waar Wassenaar de meeste hekel aan had was‘Festjes meitsje. Dy búskeboel nou dat wie in hiel nifelwurk. De broeken, dêr wie ik handiger yn’. Natuurlijk heeft Wassenaar ook complete kostuums gemaakt., maar de pantalons bleven zijn speciale hobby. Jacob Ulbes Wassenaar was een van een tweeling die geboren was op 3 mei 1897 in Minnertsga. Zijn tweeling broertje werd Rein genoemd. Beide kinderen zijn op het gemeenthuis aangegeven door Jacob, de broer van de vader Ulbe. De vader was op het moent van de geboorte van de tweeling ziek en kon daardoor niet naar het gemeentehuis kon komen. Jacob Ulbes Wassenaar woonde in een éénkamerwoning in het zogenaamde ‘Straatsje’. Dat was een pad haaks aan de oostzijde van de Hege Buorren waar een vijftal éénkamerwoningen stonden. De bewoners van die woningen moesten vroeger gezamenlijk gebruik maken van één privaat (húske). Bron : Leeuwarder courant 9 april 1969
Twee dagen schoolfeest in juni 1928

Deze week heb ik weer een leuke aanwinst kunnen bemachtigen voor mijn privécollectie. En wat kan een mens dan toch gelukkig zijn met een paar knipsels uit een oud tijdschrift. Het zijn beelden van het Minnertsga van vroeger, en wel uit het jaar 1928. Uit de bijschriften blijkt het dat het om een schoolfeest gaat. Ik bestudeer de foto’s nauwkeuring, want . . . . . de beelden roepen direct alweer vragen bij mij op. Waar zijn de foto’s gemaakt en kan ik meer te weten komen om . . . . er bijvoorbeeld een verhaal van te maken voor dit blog. De knipsels hebben betrekking op een schoolfeest zo blijkt uit de bijschriften van de foto’s. De knipsels komen uit het tijdschrift Fan Fryske Grûn van 1928. Deze eerste foto is van een groep meisjes die een uitvoering geven. De locatie is een stuk grasland dat de Kamp werd genoemd. We zien links de boerderij van ‘Groot Hermana’ waar nu Sinnema woont en de woningen van Bethlem. Rechts, het dak met uilenbord, is de werkplaats van timmerman Bloembergen. De man met hoed, voor de vlag, is waarschijnlijk meester Toornstra. En zo te zien ontbreekt de IJsko-kar ook niet op het feestterrein. De andere foto is gemaakt van een groep volwassenen die de Elf Provinciën uitbeelden. Het is mij niet direct duidelijk waar deze foto is gemaakt. Dus maar even de collectie prentbriefkaarten van Minnertsga op tafel. Het zijn er ruim 350, dus er moet een match te vinden zijn. En jawel . . . . . de locatie is gevonden! De foto is gemaakt voor de woningen 3 en 5 aan de Hermanawei. Het dak met kajuit, de 7 zeven raampartijen in de woning, de telefoonpaal en de woning rechts zijn duidelijk terug te vinden op de detailfoto uit mijn collectie. Maar nu de context van het feest . . . . kan ik daar wat van terug vinden? Jawel, want het boek van Dooitze Zwart helpt mij daarbij. Dooitze heeft in 1997 vrijwel alle berichten uit de krant met betrekking op Minnertsga in een boek samengevoegd. Zoeken bij 1928 levert het volgende bericht op. ‘Minnertsga, woensdag en donderdag 27 en 28 juni 1928 – Uit de Vereeniging van Volksonderwijs , de Ver. Voor Volksvermaken, de Oudercommissie en het personeel der Op. Lag. School was een commissie benoemd, die het aan durfde een wat grootsch feest op touw te zetten. Men meende hiervoor twee dagen noodig te hebben. Het feest moet beschouwd worden als propaganda voor de Op. Lag. School. Om menschen wat aan te vuren, werd op een openbare vergadering door het waarnemend hoofd der school, de heer G. Toornstra, gesproken en door hem een voorloopig plan aan de vergadering voorgelegd, wat men meende te kunnen uitwerken. Woensdagmorgen om 11 uur trok het volk naar het schoolplein voor de Openbare Lagere School, waar de gecostumeerde optocht zou beginnen. Alles was in de puntjes verzorgt. Mooie groepen kon men er aantreffen, o.a. de elf provinciën, de wolf met de […]
Geen zuivere koffie in Minnertsga

Aan het eind van de 18de eeuw kwam de teelt van cichorei in ons land op gang. De eerste cichoreifabriek verrees in 1773 in Groningen. Hoewel de teelt van de cichorei in meerdere provincies plaats vond, werd gedurende de 19de eeuw de meeste cichorei in Friesland verbouwd. De plant groeide op alle grondsoorten, mits deze voldoende waren ontwaterd. De cichoreiplant is een plant met twee gezichten al naar gelang de teeltwijze. Bij de ene teeltwijze werd de wortel gebruikt om er een surrogaatkoffie (peekoffie) van te maken. Bij de andere teeltwijze wordt de wortel geoogst en vervolgens in het donker gebroeid tot er de bekende witlof kroppen op groeien. De eerste die hier in Friesland de cichoreiwortel kweekte en later ook experimenteerde om de wortels te roosteren, was dominee Nienwold die sinds 1770 predikant in Warga was. Hij droogde de cichoreiwortel waarna hij ze met een geleende koffiebrander voor gebruik geschikt maakte. Vervolgens was het Gerben Sybrand uit Huizum die in 1779 de eerste cichoreifabriek oprichtte. De wortels werden in deze fabriek in ovens gedroogd en met handmolens fijn gemalen. Nadat in 1781 de oorlog met Engeland uitbrak werd de koffie-invoer bemoeilijkt waardoor de koffieprijs enorm steeg. Dit werd nog erger toen Nederland in 1795 onder de Franse heerschappij kwam. Er werd daarom gezocht naar surrogaten, die men o.a. vond in gebrande rogge en eikels. Al spoedig kwam toen de cichorei veelvuldig in gebruik waarmee men in eerste instantie de koffie mee aanlengde. Op de kadastrale kaarten, uit 1832, van de dorpskern van Minnertsga vinden we een cichorei-drogerij en een cichorei-fabriek allebei in eigendom van Cornelis Jelles Tjessinga. Cornelis Jelles Tjessinga staat te boek als ‘cichorijfabrikateur’ en werd geboren in 1786 te Minnertsga als zoon van Jelle Kornelis en Baukje Jakles. Hij was getrouwd met Seerske Dirks Koopmans uit Marrum en kregen samen vijf kinderen: vier dochters en één zoon. De cichorei-drogerij stond midden in het dorp achter de woning waar vroeger Abe en Margje Vogel hun groentewinkel hadden. Achter deze woning had Abe Vogel een grote siertuin op de plaats waar eertijds het gebouw van de drogerij moet hebben gestaan. Aan de westkant van de genoemde woning stond precies een zelfde woning die ook eigendom was van de familie Tjessinga. Deze woning is rond 1900 afgebroken en heeft plaats gemaakt voor de burgemeesterswoning van Luitzen Wallis de Vries die getrouwd was met Neeltje Tjessinga, een ‘pakesizzer’ van Cornelis Jelles Tjessinga. De locatie van de drogerij was nog niet eens zo’n slechte. De cichoreiwortels werden voornamelijk aangevoerd per snikschip of praam die voor de woning van Cornelis Jelles konden aanleggen. Door de aanwezigheid van de brede steeg was de afstand tot de drogerij maar kort. Het pand van de cichorei-fabriek, waarvan in de kadastrale kaarten sprake is, bevond zich vroeger achter de woning van Bouwe de With (Meinardswei 30) . Het was een schuur die later gebruikt is voor de opslag van brandstof en weer later nog gebruikt is voor de broei van, hoe is het mogelijk, witlof. Enige twijfel […]
Groep Minnertsgeasters op de foto

Een groepsfoto uit de jaren ’50 van de vorige eeuw of begin jaren ’60. Wie het weet mag het zeggen. Mijn vermoeden is dat de foto is gemaakt tijdens een reisje van de Landarbeidersbond, maar zeker ben ik daar niet van. Hier en daar ontbreken nog wat namen. Het zou mooi zijn als bezoekers van dit blog nog mensen herkennen. Klik op de foto om deze vergroot op het beeldscherm te krijgen. Staand (vlnr) de mannen: Klaas Haarsma, Siebren Hoekstra, Jelte ?, Douwe de Jong, ?, Jacob Groeneveld, Ruurd Douma, Ate Helder, Tjeerd Haarsma, Nammele Herder, ? van der Ploeg, Jan Zuidema, Reinder Spoelstra, Anne Spoelstra, Sikke Groeneveld, Teakele Wiersma, ?, Dirk de Jong, Klaas Kramer. Staand (vlnr) de vrouwen: Tietje Haarsma-de Vries, Griet van der Wal-Kuiken naast haar man Klaas van der Wal, ?, Griet Hoekstra-Sijbesma, ?, Janke Schiphof, Anne Douma, Anne de Jong, ? van der Ploeg, Sjoerdje Kramer, ?, Ene de Jong, ?, ?, ?, Elizabeth Bennema-Bouma, Rieke (Hendrikje) Posthumus-Faber, Klaas Bennema, Kees Brolsma, Lolke Schiphof, Jelte Posthumus. Zittend (vlnr): Anne Wierstra, Ysbrand Bruinsma, Hendrika (Hinke) de Vries, ?, Teade de Vries, Fimke Veenstra-Wijma, Broer Veenstra, Tine Elzinga, Gerrit Elzinga, ?, Anna Herder, Aafke Bouma-de Ruiter, Gerrit Bouma, Andries Groenveld. Liggens (vlnr): Tolma, directeur van de LABO en de chauffeur Jelle Oetsma. – Klik hier – om de ontbrekende namen via email door te geven aan de auteur van dit blog. NB. de namen die doorgegeven zijn via de reacties zijn/worden toegevoegd aan de naamlijst.
Minnertsga organiseerde gevarieerde ruitermiddag

12 september 1960: Op het knusse sportveld van Minnertsga, waar zaterdagmiddag een ruitermiddag werd gehouden, liepen een jongetje en een meisje rond, elk ongeveer vijf of zes jaar oud. Ze hielden zich bij voorkeur op in de buurt van de hoofdtribune en alle verontwaardigde en vermanende aansporingen van de organisatoren om eindelijk een ergens anders hun heil te zoeken, gleden bij hen neer als waterdruppels bij een eend. Onder het motto: ‘Hier ben ik, hier blijf ik’, deden ze wat hen lustte. Zo nu en dan onderbraken zij even hun bezigheden om een blik te werpen op wat er op het veld allemaal gebeurde. ‘Fynst dou dat moai?’, vroeg een meisje aan het jongetje, wijzend op een door een mannequin geshowde cocktailjurk. ”k Fyn der neat oan’ repliceerde haar metgezel. ‘Dou bist net wiis’, concludeerde de jongedame hierop. Aan de andere kant had zij maar weinig interesse voor zelfs de mooiste auto, wat de jongeman weer niet kon begrijpen. Het oordeel van deze twee bezoekers is beslist niet maatgevend, maar duidt er wel op, dat iedere bezoeker of bezoekster aan zijn of haar trekken kon komen. De Vereniging Oranje Nationaal, die de ruitermiddag organiseerde, heeft met de programmasamenstelling wel een goede keus gedaan. Het weer was bovendien uitgezocht mooi, zodat de vele honderden aanwezigen een plezante middag hebben gehad. Het feit, dat de organisatoren het programma op gezellige wijze dooreenhutselden werkte de knusse sfeer van een en ander alleen maar in de hand. Alleen had men er voor moeten zorgen, dat de verschillende onderdelen wat sneller op elkaar waren gevolgd. Nu vielen er telkens hiaten en werd het hele programma wel wat te lang; bijna vijf uur. Het is moeilijk om uit een dergelijk en afwisselend geheel de hoogtepunten te halen. De demonstratie van de Sjaerdema- Burmania- en Molenruiters, de modeshow, het concours d’ Elegance, alles was in zijn soort de moeite waard. Het vrouwelijk deel van het publiek was kennelijk zeer ingenomen met de modeshow en de heren zaten te likkebaarden wanneer er weer een droom van een auto het middenveld kwam oprijden/ Maar wat de landelijke ruiters met hun paarden wisten te presteren, was toch heel bijzonder. De ‘Symphone Hippque’, de troika, de voltige, het was een lust voor het oog. ook de indrukwekkende finale, die de middag besloot, was ronduit uitstekend. Minnertsga kan tevreden zijn over wat het heeft gepresteerd. Bron: Leeuwarder Courant
Vrijdag de 13de

Dit verhaal gaat meer dan 100 jaar terug in de tijd. Terug naar het jaar 1910 en wel op vrijdagmiddag laat in de middag op 13 oktober. In de dorpskern was het toen allemaal drukte. Op de kade van de stond het vol met klampen turf, steen, vaten en houten kisten. Veel ruimte was er niet meer op de weg voor het doorgaande verkeer. De beurtschipper had net zijn lading op de kade gezet en ook andere vrachtvervoerders hadden hun vracht deels van boord gehaald of waren aan het verladen om de vracht verder met paard en wagen te vervoeren. Gemotoriseerd verkeer was er nog maar weinig, maar zo nu en dan reed er door het dorp ook wel eens een motorrijwiel of een automobiel. Zo reed er op die bewuste namiddag een motorrijwiel door het dorp. Het vervoermiddel werd bestuurd door IJpe de V., een reiziger uit Sneek die op weg was naar huis. Op datzelfde moment reed ook een voerman door het dorp met twee paarden voor de wagen. Toen IJpe de V. al toeterend, maar zonder vaart te minderen, de voerman wilde passeren, sloegen de paarden op hol. Hoewel de paarden al wat onrustig waren van de drukte in het dorp, werd het lawaai van het motorrijwiel de dieren te veel. Rechtszaak Hoe het verder allemaal verlopen is, is niet bekend, maar de zaak was kennelijk wel zo ernstig dat deze zaak voor de rechter kwam. De kantonrechter in Harlingen had beklaagde IJpe de V. schuldig verklaart aan het rijden met zodanige vaart, dat de veiligheid van het verkeer daardoor in gevaar was gebracht. IJpe de V. werd veroordeeld tot een boete van fl. 50,00 of 20 dagen hechtenis. Hoger Beroep IJpe de V. is na de uitspraak in hoger beroep gegaan. Deze rechtszaak kwam op 29 maart 1911 op de rol te staan van het Gerechtshof in Leeuwarden. Mr. M.E. Hepkema kwam met vier getuigen de zaak verdedigen voor IJpe de V. De eerste getuige was de gemeenteveldwachter Th. Boersma die in Minnertsga woonde. Hij vertelde hoe hij de toestand na het passeren van het motorrijwiel had aangetroffen. Veldwachter Boersma had de zaak daarna goed onderzocht, maar dat onderzoek gaf hem geen aanleiding om proces-verbaal op te maken. Volgens de tweede getuige, de veehouder Cornelis de Vries van Minnertsga, had beklaagde voldoende luid getoeterd en reed hij niet hard. Getuige merkte op dat de paarden van de voerman van te voren al schichtig waren. De derde getuige was de 30-jarige Sikke Marra. Ook hij had beklaagde horen toeteren en zei dat beklaagde op dat moment niet snel reed. Zodra het ongeluk gebeurd was stapte volgens getuige Sikke Marra de bestuurder meteen van zijn motor af en had de voerman in dit geval de paarden van de wagen moeten afhaken. De laatste getuige was Geertje de Groot, de vrouw van Sikke Marra. Volgens Geertje waren de paarden al geschrokken van de ‘ stoomfiets’ nog vóórdat IJpe de V. de paarden was gepasseerd. De V. toeterde maar reed […]